REPORTAGE

In het Oude Westen is bijstand de eindhalte

In de Rotterdamse wijk Oude Westen heeft 23 procent van de niet-westerse allochtonen een bijstandsuitkering. De wijk bruist van initiatieven om hierin verandering te brengen. Maar dat verloopt moeizaam. 'Al is-ie blanker dan blank, de Marokkaan komt niet aan de bak.'

Thai-boksles voor jonge kinderen op de school van Khalid Chennouf in het Oude Westen van Rotterdam. Vooral de meisjes zijn bloed serieus.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Ibrahim (32) was tot de crisis een schoolvoorbeeld van hoe migratie vaak in twee sprongen gaat: de eerste generatie springt over landsgrenzen, de tweede over klassengrenzen. Ibrahims vader Houssain (67) was op woensdag 29 september 1971 - de datum staat in zijn geheugen gegrift - vanuit Marokko naar Nederland gekomen om te werken in een textielfabriek in Enschede.

In de stad Khémisset, ten oosten van Rabat, was Houssain eerst gekeurd als een geit op een veemarkt: of zijn gebit in orde was, of zijn armen sterk genoeg waren voor zware fabrieksarbeid en of zijn handpalmen wel ruw aanvoelden, om de werklustigen te scheiden van de werkschuwen. Ibrahim - hij wil niet met zijn achternaam in de krant - groeide op in de Rotterdamse wijk het Oude Westen. Zijn vader vond na de teloorgang van de Enschedese textielindustrie emplooi in Rotterdam als hogedrukwerker bij Shell Pernis.

Ibrahim haalde zijn hbo-diploma commerciële economie, had als prille twintiger al 32 man personeel onder zich als chef van een sportzaak en wist het via een baan bij Rabobank te schoppen tot account manager bij het bedrijfsinformatiebureau Dun & Bradstreet, waar hij klanten als Heineken en Schiphol van advies voorzag.

Ontslagronde

Maar in 2010 verloor hij zijn baan bij een ontslagronde. Vijf jaar en talloze sollicitatiebrieven verder is hij nog steeds werkloos, net als 21 procent van de Marokkaanse Nederlanders tussen de 25 en 35 jaar - onder hun autochtone leeftijdsgenoten is het werkloosheidscijfer 4,4 procent.

Voor zijn ontslag verdiende Ibrahim 4.000 euro in de maand, nu heeft hij geen inkomen, op wat grijpstuivers na, verdiend als drummer op feesten en partijen. Hij heeft niet eens een bijstandsuitkering, hij zit sinds november in de procedure om er een aan te vragen. 'Je wordt van het kastje naar de muur gestuurd bij de sociale dienst', zegt hij. Omdat Ibrahim door zijn werkloosheid al lang en breed zijn spaargeld heeft uitgeput, leeft hij nu op kosten van zijn vaders AOW, diens pensioen van 86 euro in de maand en de 150 euro per maand die Houssain bijverdient als schoolbuschauffeur. 'Het is dat ik m'n ouders heb, anders had ik op straat geleefd', zegt Ibrahim.

Verhalen zoals van Ibrahim zijn er veel in het Oude Westen in Rotterdam, een buurt met 9.360 inwoners, van wie drievijfde van niet-westerse afkomst: Marokkanen, Turken, Surinamers, Somaliërs, Kaapverdianen en natuurlijk de Chinezen van het in de wijk gelegen Chinatown. In de wijk rondom de West-Kruiskade, vlak bij het Centraal Station, heeft officieel 23 procent van de niet-westerse allochtonen een bijstandsuitkering, blijkt uit cijfers van de gemeente. Qua uitkeringsafhankelijkheid behoort het Oude Westen daarmee tot de slechtste wijken van de stad, dat terwijl Rotterdam toch al bijstandshoofdstad van Nederland is: nergens is het percentage mensen met een bijstandsuitkering hoger.

Het cijfer 23 procent geeft vermoedelijk nog een vertekend beeld, omdat niet alle langdurig werklozen in de wijk een bijstandsuitkering krijgen - Ibrahim is daarvan een voorbeeld. In 2011, lang niet het dieptepunt van de crisis op de arbeidsmarkt, had in het Oude Westen bijvoorbeeld slechts 44 procent van de tweede generatie Marokkaanse Nederlanders inkomsten uit werk, blijkt uit CBS-cijfers. Onder de eerste generatie Marokkanen was dat toen 32 procent. Landelijk had in dat jaar driekwart van de autochtonen betaald werk.

De Kruiskade in Rotterdam Oud-West. Legendarisch inmiddels om zijn multi-culturele karakter en problemen, maar het herstel is gaande.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

D-woord

Het D-woord is nooit ver weg in gesprekken over de hoge werkloosheid in de wijk. Op de vraag in hoeverre discriminatie een factor is achter de werkloosheid onder allochtonen kijken Ibrahim en zijn eveneens werkloze buurtgenoot Mohamed alsof de vraag was in hoeverre er bergen zijn in de Alpen. Hoewel er ook andere oorzaken zijn voor de hoge werkloosheid onder allochtonen - de crisis, taal, het lage opleidingsniveau van de ouders, flexibilisering, schooluitval - is discriminatie in hun perceptie de doorslaggevende factor.

'Voor ons is het zeker dat discriminatie een rol speelt. Wij beleven het', zegt Ibrahim. 'Bij IBM solliciteerde ik op een baan in de telemarketing, een veel lagere functie dan waarin ik voorheen werkte. Ze vroegen mij letterlijk of ik aan de telefoon niet mijn eigen naam wilde gebruiken, maar 'Mark' of 'Hans' of 'Peter'. Want mensen zitten liever niet met een allochtoon aan de lijn, zeiden ze.'

'Ik heb zelf als jobcoach gewerkt voor de gemeente en het klopt gewoon: een Marokkaan komt niet aan de bak', zegt Mohamed, een 34-jarige met een tong scherper dan een guillotine. 'Al is-ie blanker dan blank, al spreekt-ie beter Nederlands dan de koning, hij komt niet aan de bak. Een bedrijf zei: ik wil totaal geen Marokkanen. Mijn manager stemde daar gewoon mee in. Of bedrijven pakken de subsidie en ontslaan ze zodra de proeftijd over is.'

Twee bewoners van Oud-West die zich inzetten voor de buurt, Leyla Unlu en Mohamed, hij wilde niet herkenbaar op de foto.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Geld

'Het gaat om geld - money makes the world go round', zegt Ibrahim. 'Bij Dun & Bradstreet ging ik als guppie van 25 langs bij bedrijven om met hun ceo's en cfo's te praten. Nog voordat ik binnenkwam werd ik al gekeurd. Ben jij degene die mijn contract van drie miljoen euro gaat bemiddelen, zag ik ze denken. Dan moest ik eerst een uur over mijn afkomst praten en zorgen dat mijn gesprekspartners een andere kijk op Marokkanen kregen. Pas dan ging de angst weg - hé, hij is eigenlijk net als wij.'

Je moet ons niet vergelijken met de eerste generatie, zegt Mohamed: bij de eerste generatie maken een taalachterstand en laag opleidingsniveau het vaak moeilijk om werk te vinden, zeker in tijden van crisis. Maar zelf is hij al van de derde generatie - Mohameds opa kwam eind jaren zestig naar Nederland. Mohamed zit sinds 2011 zonder werk. Hij probeert net als Ibrahim een bijstandsuitkering aan te vragen, tot nu zonder succes. Intussen werkt hij 40 uur in de week als vrijwilliger bij de Aktiegroep Het Oude Westen, waar hij buurtgenoten helpt met hun vragen over de waterschapsbelasting, de deurwaarder of de UPC-rekening.

Mohamed en Ibrahim zijn niet alleen gefrustreerd door hun lotgevallen op de arbeidsmarkt, maar ook door het politieke klimaat in Nederland. Ze voelen zich afgewezen door de Nederlandse samenleving, dat terwijl ze in zekere zin net zo Nederlands zijn als draaiorgels, verjaardagskringen en uit de muur eten.

De Kruiskade in Rotterdam Oud-West. Legendarisch inmiddels om zijn multi-culturele karakter en problemen, maar het herstel is gaande. Een Surinaamse supermarkt laat zijn waren schitteren in de lente zon.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Mohamed: 'Wilders zegt over Marokkanen: genoeg is genoeg. Nederland ziet mij niet als onderdeel van dit land. Dan zeg ik ook: genoeg is genoeg, dan heb ik ook schijt aan Nederland.'

Ibrahim: 'Als je mij tien jaar geleden had gezegd: er komt een tijd dat jij je niet meer thuisvoelt in Nederland, dan had ik je voor gek verklaard. Maar nu voel ik me hier niet meer thuis. Nu ben ik opeens een Marokkaan. Nu ben ik opeens niet-westers.'

Mohamed: 'En nu zijn we opeens moslims.'

Ibrahim: 'Ja, wat is dat voor bullshit? Dus zie ik een toekomst hier? Nee. Zodra zich een kans voordoet in het buitenland, ja sorry, maar dan ben ik weg.'

Thaiboksschool

'Lekker!' en 'Hallo, hallo!' jodelt een groenvleugelara vanaf zijn tak in de etalage naar de klanten van dierenwinkel De Rimboe. De 18-jarige stagiair Mustafa heeft net de dwergpapegaaien en parkietjes eten gegeven. Hij volgt een opleiding tot lasser, maar kan als lasser nergens een stageplek krijgen, vertelt hij. Om toch werkervaring op te doen loopt hij dus maar stage bij De Rimboe van winkelier Esdra Baris, een van de vele ondernemers aan de West-Kruiskade die stages bieden aan lokale jongeren.

'Hoe kan dat nou, dat een lasser in de grootste havenstad van Europa geen stageplek kan vinden?', zegt Richard de Boer van schoenenzaak Richard's Shoes aan de West-Kruiskade. Zijn winkel zit tegenover slagerij Ben Ali, waar slagerszoon en schrijver Abdelkader Benali ooit halal kipvleugels en lamskoteletten stond te verkopen. De Boer is een van de gangmakers achter 'Werk aan de Kade', een project van lokale ondernemers, scholen, jongerencoaches en de gemeente om stage- en leerwerkplaatsen te creëren voor jongeren. In een kleine anderhalf jaar hebben zo al meer dan driehonderd jongeren stage kunnen lopen. Een verhaal als van Mustafa, dat hoort hij zo vaak, vertelt De Boer. 'Jongens die bijvoorbeeld in de logistiek willen werken. Volgens mij heeft een haven veel met logistiek te maken, of niet? Toch kunnen ze geen stageplek krijgen. Alleen omdat ze een verkeerde achternaam hebben krijgen ze geen kans. Er is zo veel werk in Rotterdam, maar dat wordt ingevuld door de verkeerden. Wij halen er mensen voor uit het buitenland, terwijl we de jongeren hier perspectief moeten geven.'

Qua noaberschap (Twents voor gemeenschapszin) lijkt het Oude Westen net een dorp. De West-Kruiskade, ooit een pleisterplaats voor heroïnedealers, heeft nog steeds een slechte naam, maar deze reputatie heeft de werkelijkheid een beetje overleefd. Het Oude Westen is al lang niet meer de wijk die in 2001 op een schaal van 1 tot 10 het veiligheidscijfer 1,5 kreeg - inmiddels scoort de wijk een 5,8.

hai-boksles voor jonge kinderen op de school van Khalid Chennouf in het Oude Westen van Rotterdam. De meidewn zijn fanatiek en hebben enorm plezier.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Buurtinitiatieven

De verbetering is mede te danken aan de vele buurtinitiatieven, met als kroonjuweel de thaiboksschool van Khalid Chennouf (52), opgezet door lokale ondernemers. Aan de muur van het gymzaaltje aan de Josephstraat hangen actiefoto's van de zachtmoedige thaiboksleraar en oud-wereldkampioen karate: door de lucht vliegend als Bruce Lee, of balancerend op een bankje, de elastieken benen achteloos in een split geplooid. Achterin het zaaltje peigeren de volwassenen zich aan het begin van de avond af op de lat pulldown en het squatrek, terwijl een veertigtal kinderen over de mat dartelt, zwevend als vlinders, stekend als bijen. 'Wil jij rijk worden?', buldert Chennouf te midden van een zee aan rode bokshandschoentjes. 'Dan moet je niet naar de vloer kijken. Omhoog kijken!'

Chennouf leert de kinderen niet alleen de fijne kneepjes van de tae chiang en andere traptechnieken, maar probeert ze ook eerbied en discipline bij te brengen. 'Jullie komen zo naar de sportschool', vermaant Chennouf twee jochies van een jaar of 8: hij drapeert zijn zwarte trainingsjack over zijn hoofd en paradeert met de nonchalance van een gangstarapper over de mat. 'Dat waardeer ik niet. Ik waardeer het als jij netjes binnenkomt. Anders gaat niemand jou vertrouwen.'

'Sinds ik werkloos ben slaap ik niet normaal, ik zit steeds aan de toekomst te denken', zegt de werkloze jurist Karim (45), toekijkend vanaf een bankje. 'Tegen jongeren zeg ik: geef niet op, het is maar crisistijd, het gaat voorbij. Maar als ze steeds maar geen eerlijke kans krijgen creëer je een situatie dat ze in de criminaliteit belanden.'

Thai-boksles voor jonge kinderen op de school van Khalid Chennouf in het Oude Westen van Rotterdam. Met tomeloze energie en geduld leert Chennouf zijn pupillen de fijne kneepjes van deze zware en moeilijke sport.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Krachtvrouwen

'Ik ben Marokko.'

Geroezemoes onder de taalcursisten, vijftien merendeels Marokkaanse en Turkse vrouwen, net bezig aan een voorstelrondje in het Nederlands.

'Nee, jij bent niet Marokko. Ik ben Marokkaans!', helpt een van de cursisten.

''Ik kom uit Marokko'', bedoel je', zegt lerares Leyla Unlu.

'Ik kom uit Marokko', herhaalt de eerste vrouw, nu foutloos.

Unlu: 'Hoe lang ben je in Nederland?'

'26 jaar.'

'26 jaar. En heb je kinderen?'

'Ja, vier meisjes, twee jongens.'

De meeste vrouwen op de taalcursus wonen tussen de 20 en 35 jaar in Nederland, maar hebben nog altijd moeite met de taal. Initiatiefneemster Amina Hussen, een 53-jarige Somalische, probeert vrouwen uit de buurt met taallessen, kookcursussen en sport uit hun isolement te halen. Haar stichting Krachtvrouwen helpt inmiddels meer dan vierhonderd vrouwen; 80 procent van hen zit in de bijstand, schat Hussen. Zelf is ze ook werkloos, een vreemd predicaat voor iemand die vrijwel non-stop vrijwilligerswerk doet. 'Ik heb gemerkt: in Nederland moet je een netwerk hebben', zegt Hussen, half in het Engels, half in het Nederlands. 'Als je geen netwerk hebt, kun je geen werk vinden. Zelfs een stage vinden is dan moeilijk.'

Dat is meteen ook een van de grootste zorgen van de moeders op de taalcursus: de problemen van hun kinderen om een stage of baan te vinden. Mijn zoon wil boekhouder worden, maar kan nergens een geschikte stage vinden, zegt een van de moeders. 'Mijn zoon is boos. Elke dag niet snappen.'

Taalles in buurtcentrum in Oud-West. Vrouwen uit Marokko en Turkije hebben veel moeite met de Nederlandse taal, maar ze doen hun best.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Kaarsje opsteken

'Jij hebt het steeds maar over die 23 procent, maar kijk ook eens naar de 77 procent zonder uitkering', deelt schoenenverkoper Richard de Boer een reprimande uit aan de verslaggever. Naar De Borrelnootjez bijvoorbeeld: de in Veghel en Oss opgegroeide komieken Hamza Benmira (30), Khalid Akouzdame (26) en Yassine Hajdaoui (30), die met speels gemak Brabanders, Turken en Badr Hari persifleren, of Marokkaanse moeders die niet naar buiten mogen van zoons. Een van hun YouTube-filmpjes, over hun typetje Zoubida, 'thuglady van de streetz', werd al meer dan 2,5 miljoen keer bekeken. Sinds kort heeft het trio ook een eigen koffiebar aan de 1e Middellandstraat, genaamd, hoe kan het ook anders, 'Mr. Beans'.

'Ik splits werklozen op in twee kampen', zegt Akouzdame: 'Je hebt een kamp dat niet kritisch genoeg naar zichzelf kijkt. En je hebt een kamp met mensen die heel graag willen werken, maar met discriminatie te maken krijgen. Daarvoor kunnen we alleen maar bidden, of kaarsjes aansteken, of smeken, want wat helpt er anders?'

Een eerste stap is misschien stoppen met de term 'niet-westerse allochtoon', zeggen de drie. Akouzdame: 'Wij zijn hier geboren, we spreken de taal.'

Benmira: 'Wij zíjn westers.'

Akouzdame: 'Wij zijn hooguit niet-westers uitziende Nederlanders, dat is een betere term.'

De Kruiskade in Rotterdam Oud-West.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Vijf redenen voor bijstandsuitkeringen

Reden 1: Laagopgeleid
Nederland trekt relatief veel laagopgeleide migranten aan. Slechts 22 procent van de buitenlanders in Nederland was in 2013 hoogopgeleid, tegen bijvoorbeeld 57 procent in Canada, waar migranten veel vaker hoogopgeleid zijn dan autochtonen. In Nederland is het andersom: 30 procent van de autochtonen is hoogopgeleid. Dit heeft deels te maken met het gastarbeiderbeleid: laag- of ongeschoolde Marokkanen en Turken werden vanaf de jaren '60 naar Nederland gehaald om in de fabriek te werken. Maar de fabrieken gingen al snel dicht. De (klein)kinderen van gastarbeiders gaan tegenwoordig steeds vaker naar de universiteit, maar groeien dikwijls op in een armer sociaal milieu, met ouders die de taal niet machtig zijn. Schooluitval is hoog. De vroege selectie in het onderwijs speelt daarin een rol, denkt sociologe Monique Kremer van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). 'Uit vergelijkend onderzoek blijkt steeds weer dat vroege selectie vooral nadelig uitpakt voor kinderen van migranten. Zij hebben langer de tijd nodig om tot bloei te komen.'

Reden 2: Segregatie
Nederlanders leven langs elkaar heen, schreef het Sociaal en Cultureel Planbureau onlangs in het rapport Verschil in Nederland: rijk en arm, laag- en hoogopgeleid, allochtoon en autochtoon. 'Lange tijd heeft de Nederlandse overheid een multicultureel beleid gevoerd, waarin de nadruk lag op ontwikkeling binnen de eigen groep', zegt Ruud Koopmans, hoogleraar sociologie aan het Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung. Mede daardoor kent Nederland een relatief hoog niveau van segregatie, met weinig contacten tussen allochtonen en autochtonen, aldus Koopmans. Dat terwijl contacten met autochtonen met een baan juist zo belangrijk zijn. Het grootste symbool van de segregatie vormen de 'zwarte' en 'witte' scholen. Maar segregatie begint al in de luiers, schrijft Kremer in haar boek Vreemden in de Verzorgingsstaat. In Zweden gaan bijna alle kinderen naar de kinderopvang en zijn zo al vroeg de taal machtig, aldus Kremer. 'Als migrantenkinderen in Nederland al een voorschools opvangtraject volgen, dan is dat vaak gescheiden van de autochtone kinderen.'

Reden 3: Flexibele banen
Allochtonen hebben veel vaker onzekere banen dan autochtonen. In 2014 had 35,5 procent van de niet-westerse allochtonen van de tweede generatie een flexibele baan, bijvoorbeeld als uitzendkracht. Onder autochtonen had 15 procent een flexibele baan. Allochtonen zijn daardoor veel meer een speelbal van de economie dan autochtonen, zegt sociologe Kremer. Als het economisch goed gaat neemt de werkloosheid onder allochtonen snel af, maar in tijden van laagconjunctuur raken ze als eerste hun baan kwijt. Vooral jongeren hebben hier last van. Ruim tweederde van de jonge niet-westerse migranten heeft een flexibele baan, tegen de helft van de autochtone jongeren. Het leidt er mede toe dat de jeugdwerkloosheid onder Marokkanen 2,5 keer zo hoog is als onder autochtonen.

Reden 4: Hoge uitkeringen
Een werkloze Somaliër met een bijstandsuitkering in Nederland verdient minstens twintig keer zo veel als het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking in Somalië. Ons uitkeringsstelsel wordt vaak genoemd als een van de oorzaken waarom zo veel migranten niet werken. Hoewel de Nederlandse verzorgingsstaat in vergelijking met andere landen allang niet meer zo genereus is, zouden de uitkeringen Nederland tot een aantrekkelijk vestigingsland maken voor migranten. Of, in iets minder sterke vorm, zou de hoogte van de uitkeringen voor migranten weinig stimulans bieden om betaald werk te zoeken als ze een lager welvaartsniveau gewend zijn. Over deze kwestie bestaat geen consensus onder wetenschappers. Er zou onvoldoende hard bewijs zijn.

Reden 5: Discriminatie
Al sinds de jaren '70 verschijnt eens in de zoveel tijd een sociologisch onderzoek met als conclusie: een ruime meerderheid van de werkgevers discrimineert. Ze nemen liever een Mark aan dan een Mohammed, blijkt uit steekproeven, of willigen discriminerende verzoeken in van klanten. Deze conclusie leidt bij veel van de mogelijke boosdoeners - de autochtonen - tot cognitieve dissonantie ter grootte van het Melkwegstelsel. Weinig autochtonen vereenzelvigen zich met de Ku Klux Klan en andere associaties die discriminatie oproept. Bij discriminatie gaat het meestal niet om blinde haat, maar om onbewuste uitsluitingsmechanismen, zegt Kremer. 'Vaak zijn mensen zich er niet van bewust: dat hr-managers bijvoorbeeld iemand niet aannemen omdat ze geen affiniteit hebben met de cultuur van de sollicitant.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden