In de nieuwe economische werkelijkheid speelt de staat een hoofdrol

De uitverkiezing van Donald Trump markeert het einde van een economisch tijdperk. We zijn op weg naar het staatskapitalisme.

Protectionist Eric, Donald jr., Donald en Ivanka Trump steken de eerste spade in de grond voor de bouw van weer een Trump Hotel. Beeld WireImage

Hij was al amper meer herkenbaar door de talloze krassen die er de voorbije crisisjaren op kwamen. Deze maand werd hij definitief bijgezet in het museum van achterhaalde ideologieën: de Washington Consensus. Decennialang domineerden deze tien liberale geboden, opgetekend door econoom John Williamson in 1989, de politiek. Van 'gij zult privatiseren' tot 'eert de vrijhandel'.

Niet dat overheden, de Amerikaanse voorop, zich daar consequent aan hielden. Maar altijd en overal voelden beleidsmakers zich op zijn minst gedwongen lippendienst te bewijzen aan dit evangelie. Dat tijdperk is voorbij. We weten nog niet precies wat Donald Trump gaat doen als president. Misschien blijkt hij toch iets meer een 'gewone' conservatief dan een rabiate nationalist, maar zelfs als hij maar de helft van zijn economische voornemens uitvoert, dan nog is er iets onomkeerbaar veranderd. Het taboe op de zichtbare hand is nu echt verbroken.

Neem zijn agitatie tegen vrijhandel, inclusief importheffingen van 45 procent op Chinese producten en het terugdraaien van het vrijhandelsverdrag TPP. Denk aan Trumps rechtse variant op de New Deal, waarbij op keynesiaanse wijze de infrastructuur wordt aangepakt met miljardeninvesteringen. En kijk dan meteen ook dichter bij huis naar Europa. Zonder de miljardendoping van Mario Draghi's Europese Centrale Bank zouden de financiële markten én de euro vandaag nog in elkaar storten.

De boodschap is glashelder: welkom in de nieuwe economische werkelijkheid waarin de staat een hoofdrol opeist.

Achterhaald model.

Die hypermoderne economische orde laat zich samenvatten met een ouderwets klinkend woord: staatskapitalisme. Dat Trump het laatste zetje hiertoe heeft gegeven, wil niet zeggen dat hij de uitvinder is. Integendeel. Het ware gidsland is uitgerekend zijn grootste vijand: China. Onder zijn aanvoering maakt 'de onzichtbare hand van de markt plaats voor de zichtbare, vaak autoritaire, hand van het staatskapitalisme', concludeerde de liberale Economist al enkele jaren geleden met onverholen spijt.

Sommigen spreken van de 'Beijing Consensus'. In de tweede economie ter wereld gebeurt weinig buiten medeweten van de overheid om. Ook de grond is nog altijd eigendom van de staat. Zelfs de aandelenbeurs heeft er weinig van doen met particulier initiatief: 80 procent van de genoteerde waarde komt van staatsbedrijven.

Wat dit staatskapitalisme zo confronterend maakt voor het Westen is dat het met geen mogelijkheid kan worden weggezet als een achterhaald model. De economie van gisteren. Dat is wel wat lange tijd werd gedacht - en gehoopt. Het Chinese staatsdirigisme zou van voorbijgaande aard zijn. Handig in het vroegste ontwikkelingsstadium, om de toen nog kwetsbare industrie een boost te geven, maar uiteindelijk te log en inefficiënt. Eenmaal rijk en ontwikkeld zou de overheid zich vanzelf terugtrekken uit het economische leven. Net als bij ons.

Door drie decennia lang met gemiddeld bijna 10 procent per jaar te groeien, is China nu juist een lichtend voorbeeld voor grote delen van de wereld. Alles aan zijn opmars is bombastisch. Van de meer dan een miljoen miljonairs die het land telt, tot de maar liefst 300 miljoen inwoners die de armoede achter zich hebben kunnen laten.

De Chinese middenklasse is in de tussentijd gegroeid als kool, het land wordt een kenniseconomie - maar niets wijst op een verminderde invloed van de overheid. Wie zich wel hebben aangepast, zijn de westerse economieën. Het staatskapitalisme blijkt helemaal geen primitiever stadium te zijn, maar de toekomst. Ook voor de Verenigde Staten en Europa.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

President Draghi van de Europese Bank. Beeld ap

Staatskapitalisme

Daarover hoeft geen traan gelaten te worden. Te lang is in het Westen de cruciale rol van de staat weggemoffeld, gebagatelliseerd of zelfs regelrecht ontkend. Dat terwijl kapitalistische ondernemers vanaf hun prille begin sterke staten nodig hadden, als yin en yang. Groot-Brittannië, thuisland van liberalisme en vrijhandel, kon in de achttiende eeuw pas tot wasdom komen dankzij een uitgekiende industriepolitiek. Buitenlands textiel werd kunstmatig duur gehouden, export gestimuleerd en de subsidies voor Britse ondernemingen vloeiden rijkelijk. Datzelfde trucje herhaalden even later ook de Amerikanen.

We zijn de afgelopen decennia gewend geraakt aan het idee dat de economie doordrongen is van een fundamenteel onderscheid: markt versus staat. In werkelijkheid zijn ze innig met elkaar verstrengeld. Zonder staten zouden er helemaal geen moderne markten bestaan. Wie anders moet het eigendom bewaken, rechtspreken, de hele infrastructuur optuigen en onderhouden die nodig is om markten te kunnen laten functioneren? Een treffend voorbeeld is de financiële sector. Op de vroegste financiële markten werd in twee zaken gehandeld: overheidsschulden en koloniale ondernemingen, zoals de VOC. Beide zouden er niet zijn zonder de staat.

De term 'staatskapitalisme' is dan ook niet nieuw. Socialisten ruzieden een groot deel van de afgelopen eeuw over de vraag of je de Sovjet-Unie wel of niet zo moest kwalificeren. Maar rond 1900, en later in de jaren zestig en zeventig, deden ook in de westerse landen theorieën opgang die stelden dat het 'staatsmonopoliekapitalisme' had gezegevierd. Van marktwerking of zelfs echte democratie zou geen sprake meer zijn. In werkelijkheid trok een knusse coalitie van grote bedrijven en overheden aan de touwtjes.

Meer dan dertig jaar van deregulering, liberalisering en privatisering hebben daaraan minder veranderd dan we geneigd zijn te denken. Kijk naar het aandeel van staatsbedrijven in de westerse economieën. Dat moet met zes miljoen banen en een geschatte waarde van 2.000 miljard dollar niet onderschat worden. Nog altijd geldt dat juist de meest ontwikkelde kapitalistische landen een grote overheid kennen. In Nederland zijn de collectieve uitgaven de afgelopen twee eeuwen gestegen van een magere 11 procent naar rond de 45 procent van het bbp. Veel lager wil het niet worden, al het gepraat over bezuinigingen ten spijt. In onze omliggende landen is het niet anders.

Terecht merkt de Duitse publiciste Ulrike Herrmann in haar boek Der Sieg des Kapitals op dat uitgerekend de landen met het hoogste aandeel van de overheid in de economie - Zweden, Duitsland en ook Nederland - het meest concurrerend en internationaal vervlochten zijn. De reden ligt voor de hand. Een moderne economie heeft een sterke staat nodig: om de internationale concurrentiepositie te bevorderen, te zorgen voor sociale rust, een state of the art infrastructuur en natuurlijk een hooggekwalificeerde beroepsbevolking.

De constatering dat we in een staatskapitalistische economie leven, biedt daarom ook kansen. Dat zit hem niet in de huidige praktijk, maar in de onuitgesproken belofte die erachter schuilgaat. Vergeet laisser-faire. Overheden hebben zich altijd tot in de puntjes bemoeid met de economie. Dat kan op duizend-en-één manieren fout gaan, zoals we door de geschiedenis heen hebben gezien. Maar het succes van het kapitalisme, zeker van de socialere variant in Noordwest-Europa, toont dat overheden wel degelijk iets goeds kunnen doen.

Het staatskapitalisme bevrijdt ons van de mythe van de onzichtbare hand. Het maakt korte metten met het misverstand dat de economie slechts beantwoordt aan een soort natuurwetten. Dat betekent dat economisch beleid nooit alternativlos is. Het is politiek. In een echte democratie zouden economische keuzes dan ook onderhevig moeten zijn aan democratische besluitvorming, in plaats van uitbesteed te worden aan een consortium van grote bedrijven, technocraten en een vaag omschreven 'markt'. Het staatskapitalisme als aansporing tot economisch burgerschap: bemoei je ermee!

Helaas ziet het reëel existerende staatskapitalisme er anders uit. Te midden van alle verschillen - het Chinese staatsdirigisme lijkt in weinig op de Trumpiaanse variant of wat er in Europa gebeurt - is er één grote gemene deler. Het nieuwe staatskapitalisme blinkt uit in paniekvoetbal.

De 20ste-eeuwse variant stond in dienst van een groter Doel. De communistische landen kenden 5-jarenplannen. De westerse staten bemoeiden zich met de economie om een welvaartsstaat op te tuigen. Of gewoon, omdat nauw overleg tussen overheid en bedrijven tot een rationeler, minder onstuimig kapitalisme zou leiden. Anno 2016 is zo'n langeretermijnvisie ver te zoeken. Het enige wat telt is tijd kopen. Tijd om het bestaande financiële systeem te redden van de ondergang.

Dat is als pleisters plakken op een slagaderlijke bloeding. Van een structurele oplossing is geen sprake. Integendeel, uitgerekend de fouten die eerder tot de kredietcrisis leidden, worden herhaald. Opnieuw groeit de mondiale schuldenberg: het IMF becijfert dat zij met zo'n 135 duizend miljard euro hoger is dan ooit. Opnieuw ontstaan er zeepbellen. Het enige verschil met de wereld van vóór 2008 is dat het dit keer niet particuliere banken en bedrijven zijn die de bubbels blazen, maar overheden en centrale banken. Zij blijven tegen beter weten in telkens nieuw geld het systeem in pompen.

Het heeft veel weg van een gijzeling. Hoe die perverse logica werkt, wordt pijnlijk zichtbaar op de Amerikaanse 'woningmarkt' - voor zover je daarvan nog kunt spreken. Want acht jaar na de crisis blijkt die nog altijd grotendeels genationaliseerd. Liefst 65 tot 80 procent van alle nieuwe woningleningen wordt gegarandeerd door de Amerikaanse overheid. Dat doet zij onder andere via de hypotheekverleners Fannie Mae en Freddie Mac, de twee crisisverliezers die Washington in 2008 moest behoeden van de ondergang.

'Het aanbod van hypotheken in Amerika riekt naar typisch socialistische command and control', constateerde opnieuw The Economist eerder dit jaar. Alles om de sputterende motor van de wereldeconomie aan de praat te houden. Wie hoopt dat het in Nederland heel anders is, vergist zich. Driekwart van de woningen die maximaal 245.000 euro kosten, wordt aangekocht met Nationale Hypotheek Garantie. Uiteindelijk staat de overheid daar borg voor.

Nergens is de veranderde rol van de staat - en de centrale banken, maar dat onderscheid is in de praktijk vaak niet zo helder - zo zichtbaar als in het voormalige kloppende hart van wat ooit de 'markteconomie' werd genoemd: de financiële markten. Sommige economen spreken terecht van een 'semipublieke sector'. Dan gaat het niet alleen om de talloze banken die nog altijd in overheidshanden zijn, zoals in eigen land ABN Amro en SNS Bank. 'We leven in een wereld van centrale monetaire planning', stelde Thomas Mayer, oud-hoofdeconoom van Deutsche Bank, onlangs in het Handelsblatt. Met marktwerking heeft dat niets te maken. De centrale banken 'domineren de totale kapitaalmarkt'.

Wat heet: de balans van de vier grote centrale banken - die van de VS, Europa, Japan en Groot-Brittannië - is de voorbije crisisjaren verviervoudigd, tot boven de 10.000 miljard euro. Hoe afhankelijk beleggers zijn geworden van de centrale banken, werd de afgelopen jaren zichtbaar bij het minste of geringste teken dat aan het monetaire dopingprogramma een einde komt. Direct stortten de beurzen in, gingen de obligatiekoersen omlaag, kelderde alles. De aandelenkoersen zeggen dan ook weinig meer over de toestand van de economie. Zo kampte Nederland de afgelopen periode met een historische recessie en massale werkloosheid. Maar de AEX is in vijf jaar tijd met 50 procent gestegen. In de Verenigde Staten breken de koersen dankzij Trumps staatskapitalistische beloften op dit moment zelfs alle records.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Wellink, Balkenende, Bos na de staatsovername van Fortis in 2008. Beeld WFA
De Duitse Bondskanselier Angela Merkel tijdens een autobeurs in Frankfurt am Main. Beeld AFP

De beurs danst op de eerste plaats naar het pijpen van de toezichthouder en de overheid. Beetje bij beetje vervliegt de hoop dat dit een kortstondige fase is. Het is acht jaar geleden dat de crisis uitbrak, maar de bemoeienis van de centrale bankiers blijft onverminderd groot. Dat is om allerlei redenen onwenselijk. Niet in de laatste plaats uit democratisch oogpunt: centrale bankiers zijn ongekozen technocraten. Het lot van Europa ligt in handen van Mario Draghi. Maar geen Europeaan heeft ooit op de president van de ECB kunnen stemmen.

Volgende maand zal de ECB naar verwachting besluiten haar 'monetaire stimuleringsprogramma' te verlengen, tot diep in 2017. Hoe lang zo'n 'tijdelijke' noodtoestand kan duren, toont Japan. Daar heeft de centrale bank met haar goedkope geldpolitiek al decennialang de economie in haar greep. Te zwak zijn de markten er om op eigen benen te kunnen staan. Vadertje staat moet hun handje vasthouden. Hoe lang nog? Niemand die het weet.

Wie hoopt dat de overheid haar invloed aanwendt om structureel orde op zaken te stellen in de financiële wereld, komt bedrogen uit. Het resultaat van deze gigantische, extreem risicovolle operatie is niet dat de staat de markt heeft opgeslokt. Eerder is sprake van het omgekeerde, zoals socioloog Willem Schinkel al in 2008 stelde in een essay in De Groene Amsterdammer. Door de risico's van de markt over te nemen - van rommelhypotheken tot obligaties tot slechte leningen - wordt de overheid een soort gigantisch hedgefonds. Schinkel spreekt van de 'beursgenoteerde staat'.

Zelfs het in naam communistische China ontkomt daar niet aan. De Chinese schuld stijgt dit jaar naar verwachting naar 260 procent van het bbp, meldt The Wall Street Journal. Voorafgaande aan de crisis, in 2008, was dat nog 154 procent. Deze zomer gaf ook het Chinese politbureau voor het eerst toe dat er zeepbellen zijn op de huizenmarkt en in de grondstoffenhandel. Stuk voor stuk bubbels die de economie aan het wankelen kunnen brengen. Het staatskapitalisme mag dan zegevieren, uiteindelijk rent ook dat achter de feiten aan.

Volgende mondiale crisis

Daarmee ligt het scenario voor de volgende mondiale crisis klaar. Het kan minder dan een jaar duren, het kan ook pas over een decennium zo ver zijn. Maar wie tegen die tijd de grote schuldige is, staat nu al vast: het staatskapitalisme.

Tegenstanders van big government zijn de messen al aan het slijpen. Wie heeft tenslotte willens en wetens al die financiële bubbels opgeblazen? Wie is geld in het systeem blijven pompen, hield wankelende banken op de been, heeft de schuldenberg verder aangejaagd? Wie was de afgelopen jaren de bepalende factor in de economie? Precies.

It's the government, stupid!

Daarmee zal de aloude discussie van staat versus markt weer van voor af aan beginnen. Dat het de politici en centrale bankiers te doen was om het kapitalisme te redden - en niet om welvaart te herverdelen, of de macht van multinationals te beknotten - zullen nog maar weinigen zich herinneren. Aan het verhaal dat markten en staten niet zonder elkaar kunnen, heeft dan helemaal niemand meer behoefte. In plaats daarvan zullen de oude ideologische schema's worden afgestoft.

De Amerikaanse Tea Party gaf de afgelopen jaren alvast een voorproefje. In haar lezing van de crisis waren het niet de banken die de boel verstierden. Het was de overheid die zo dom was ze niet failliet te laten, maar ingreep. In het echte, zuivere kapitalisme had zoiets nooit kunnen gebeuren.

Zo volgen op het neoliberalisme de ultraliberalen. Zij vinden ongetwijfeld tegenover zich voorstanders van nóg meer staatsingrijpen. In plaats van miljarden, moeten de centrale bankiers dan biljoenen in de economie pompen. Of triljoenen. Uitstel van de executie mag wat kosten, tenslotte.

Je zou hopen dat we in plaats hiervan voor één keer leren uit de geschiedenis. De Washington Consensus is dood. Als zij blind voort blijft rennen op de huidige weg, kan wellicht ook de Beijing Consensus snel bijgezet worden. Maar staatskapitalisme is een voldongen feit. Het verdient een betere, democratische kans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden