In de delta schuilt een hongerige leeuw

De olie die in West-Afrika wordt gewonnen speelt een steeds grotere rol. Maar in Nigeria heerst armoede...

EBOCHA Het is een pilaar van zeker veertig meter vuur, een kronkelende oranje vlam, die met zichzelf in gevecht lijkt. Aan de top walmen roet en andere ongezonde stoffen. De hitte is zo groot, dat iemand die langs de weg stopt, enkele honderden meters van de vlam verwijderd, het gezicht voelt gloeien.

Bij ‘One for the road’, het cafeetje aan de straat, kijkt niemand er meer van op. De vlam brandt er al jaren, dag en – nooit meer helemaal donkere – nacht. Hij hoort bij de olieterminal van het Nigeriaans-Italiaanse Agip. Hier wordt gas afgefakkeld dat bij de oliewinning vrijkomt.

Pogingen om, zo dicht bij Agip, te spreken met bewoners van Ebocha, een dorpje in de Nigerdelta stuiten op protest van de gids. ‘We moeten hier weg’, sist hij na amper vijf minuten. ‘Te veel mensen kunnen ons zien. En jouw huid is veel te blank.’

Het tafereel schetst in een notendop de problematiek in Nigeria, Afrika’s grootste olieproducent. De Nigerdelta levert 80 procent van het overheidsbudget. De 27 miljoen inwoners van de delta klagen over economische achterstelling, gezondheids- en milieuschade.

De olie uit Nigeria en andere West-Afrikaanse landen speelt wereldwijd een steeds grotere rol. De VS willen minder afhankelijk zijn van het Midden-Oosten en willen over vijftien jaar een kwart van hun olie uit West-Afrika betrekken.

In het gebied wordt al gesproken over ‘de nieuwe Golf’: de Golf van Guinee. De landen eromheen betreffen grofweg alle staten vanaf Mauretanië, langs de West-Afrikaanse kusten, tot en met Angola. De VS zijn er economisch en militair actief, maar ook China toont belangstelling. Er is sprake van steeds meer geopolitiek.

Donatus Omwuadi is zich van deze mondiale dimensie niet bewust. De 26-jarige zoon van de dorpschef in Ebocha is een van de talloze, steeds bozere jongeren in de delta, waar ruim driekwart van de bevolking werkloos is en steeds meer gewapende groepen actief zijn. Het zijn zowel ‘commercieel’ (losgeld) als ‘politiek’ geïnspireerde militanten. ‘Aanslagen en ontvoeringen zullen onze problemen niet oplossen. Maar zie het ook zo: een hongerige leeuw is een hongerige leeuw. Hij zal hoe dan ook moeten jagen.’

Zowel de zoon als Chief Omwuadi, de dorpschef, legt de schuld voor hun problemen bij de internationale oliemaatschappijen. ‘Agip wil niet eens met ons praten’, zegt Donatus. ‘Als we ons bij hen melden voor een baan, blijft de poort gesloten. In plaats daarvan halen ze mensen uit Lagos.’

Veel mensen in de Nigerdelta weten niet dat het de Nigeriaanse regering is die verreweg het meeste aan de olie verdient. Neem Shell, de belangrijkste producent in het gebied. In de maatschappij waarmee het Nederlands-Britse bedrijf in Nigeria werkt, is 55 procent van alle inkomsten voor de overheid en betaalt Shell 85 procent belasting.

Niet dat het daarmee voor Shell oninteressant is om in de delta te werken, zegt een zegsman. De oliewinning on-shore in het gebied bedraagt 9 procent van Shells wereldwijde productie. De maatschappij kwam zo’n vijftig jaar geleden het land binnen. Maar de spanningen nemen toe.

De delta, een tropisch gebied van kreken en palm- en bananenvelden, begint op een oorlogsterrein te lijken. Op weg van Port Harcourt, de belangrijkste stad in het gebied, naar Ebocha komt de bezoeker in anderhalf uur tijd zeker tien wegversperringen tegen. De agenten wuiven de bezoekers door, maar zijn zwaargewapend en kunnen dekking zoeken achter zandzakken.

Shell laat, net als andere maatschappijen, geen buitenstaander meer in een van de negentig olievelden toe. Na een lang gesprek volgt een officiële mail: ‘We betreuren het dat we u, vanwege de veiligheidssituatie, niet naar het terrein kunnen meenemen. We hadden het dolgraag gedaan, maar het kan simpelweg niet.’

Te gevaarlijk dus. De beruchtste militante groep in de Delta heet Mend, Movement for the Emancipation of the Niger Delta. De woordvoerder, de mysterieuze Jomo Gbomo, weigert op e-mails te reageren. ‘Mend is een beweging zonder gezicht’, zegt Kelvin Ebiri, een lokale journalist.

Zo nu en dan geeft de groep, die tientallen buitenlanders heeft ontvoerd, een verklaring. Zoals laatst, toen ‘Operatie Tsumani’ werd aangekondigd, een actie die buitenlanders geofferd zal zien worden aan de ‘God Egbesu’, vanwege hun ‘schandelijke verkrachting’ van de pracht en praal in de delta.

Het zijn bizarre verklaringen, die de schrik bij de naar schatting 3500 buitenlanders er goed in houdt. De regering zegt te kiezen voor een ‘wortel en stok’-benadering: meer soldaten maar vooral praten en de bevolking overtuigen van haar goede bedoelingen.

Dat laatste maakt op Zijne Koninklijke Hoogheid Solomon Amirahobo, de koning van het Ogba-volk in het gebied Obagi, weinig indruk. De plaatselijke vorst woont, ondanks het adres op de muur dat spreekt van ‘No. 10, Palace Road’, in een zandstraatje met een uiterst sobere woning. Water uit de kraan en het licht uit zijn ‘kroonluchter’ dankt hij aan Total/Elf, de maatschappij die in en rond zijn dorp honderden olieleidingen heeft lopen.

‘Ik zal heel eerlijk tegen u zijn’, kondigt de koning aan: ‘Shell was de eerste waarmee we in de streek te maken kregen. Veel mensen hier hebben eigenlijk nooit een andere regering dan Shell en de andere maatschappijen gekend. De Nigeriaanse regering piekerde er niet over ons gebied te ontwikkelen.’ De afgelopen tientallen jaren is naar schatting 400 miljard dollar aan olie-inkomsten ‘gestolen’ door Nigeriaanse leiders. Officieel gaat 13 procent van de opbrengst naar de mensen in de delta, maar van enige echte ontwikkeling is nog altijd geen sprake. ‘De meesten hier zijn straatarm.’

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch heeft berekend dat de in totaal 23 lokale overheden in de delta jaarlijks beschikken over een budget van 1,3 miljard dollar, meer dan menig Afrikaans land. Het meeste geld echter, zo meent de organisatie, is over de balk gegooid of simpel in de verkeerde zakken terechtgekomen.

‘En ondertussen’, meent koning Amirahobo, ‘zijn onze visvijvers vergiftigd en onze velden onbruikbaar voor gewassen. Je zult zien: als de olie hier op is, worden we voorgoed in de steek gelaten en laat men ons voor dood achter. Het grote bedrog komt niet van de oliemaatschappijen: het komt van onze eigen regering.’

En zo staat zijn ‘paleis’ in een zandstraat en leven de mensen in Ebocha onder de ongezonde vlammen van Agip. Het overheidsziekenhuis in Ebocha biedt een trieste, lege aanblik. ‘Er kwamen geen medicijnen en materiaal meer’, vertelt een inwoner, ‘dus alles is hier dicht. Mensen moeten nu naar een privékliniek. Maar wie heeft er hier nu geld voor een privékliniek?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden