In bio-industrie kunnen veeziekten goed gedijen

Varkenspest en BSE kunnen niet op het conto van de bio-industrie worden geschreven. Maar volgens Geert Laugs werken de omstandigheden in deze sector hun verspreiding wel in hand....

'EEN TIJDBOM', zo noemde minister Van Aartsen de ontdekking van varkenspest op twee KI-stations. Als hij de ernst van de situatie wilde overbrengen, is hij in die opzet slechts gedeeltelijk geslaagd.

Je zou ook kunnen spreken van een mijnenveld. Immers: varkenssperma uit Venhorst en Wanroy heeft zijn weg door heel Nederland en grote delen van Europa gevonden, en de eerste uitbraak van varkenspest is inmiddels een feit.

Ondertussen relativeert het Productschap voor Vee en Vlees in anderhalf miljoen folders de risico's van de gekke-koeienziekte (BSE). Hoewel deskundigen al jarenlang voorspelden dat de ontdekking van een BSE-geval een kwestie van tijd was, sloeg onze vleesindustrie zichzelf op de borst met de tot voor kort BSE-vrije status van ons land. Tot ook hier het onheil toesloeg.

Het tragisch lot van de Wilpse koe en haar familie maakt, net als de varkenspest, op pijnlijke wijze duidelijk dat Nederland geen eiland in Europa is, en dat de risico's die verbonden zijn aan ziektes als BSE en varkenspest nauwelijks meer beheersbaar zijn. De vraag dringt zich dan ook op wat de relatie is tussen deze ziekten en de intensieve veehouderij.

Varkenspest werd in Nederland voor het eerst gesignaleerd in 1899, toen er nog geen bio-industrie was. De ziekte wordt veroorzaakt door een virus. Contact tussen varkens onderling is de belangrijkste besmettingsbron.

Tijdens hun korte leven in de bio-industrie zitten varkens dicht op elkaar, en komen ze vaak in contact met nieuwe soortgenoten. Bijvoorbeeld tijdens het transport van gespecialiseerde fokbedrijven naar de mesterij. Hoe vaker varkens verhuizen, en hoe meer gespecialiseerd de bedrijven zijn, des te meer kans is er op verspreiding van de ziekte.

Het veelvuldig gesleep met de dieren in de bio-industrie veroorzaakt bovendien stress, en die heeft een negatieve invloed op hun weerstand, evenals de fokmethoden die gericht zijn op snelle vleesgroei.

Ook de mens kan het virus overbrengen. Hoe vaker de dieren in contact komen met mensen (dierenartsen, inseminators, castreurs, transporteurs, et cetera) hoe groter het risico.

De gekke-koeienziekte heeft een andere oorsprong. Begin jaren tachtig gingen veevoederproducenten over op een nieuw, goedkoper productieproces. Ondanks waarschuwingen voor de hieraan verbonden risico's, verwerkten zij kadavers van aan BSE en aan de verwante schapenziekte scrapie gestorven dieren in het voer (diermeel).

Om energie te besparen, werden deze kadavers veel minder verhit dan tot dan toe gebruikelijk was. Zo kon het prion (een infectueus eiwit, red.) dat BSE overbrengt via het veevoer een massale verspreiding krijgen.

We kunnen dus niet stellen dat de intensieve veehouderij varkenspest en BSE veroorzaakt. Maar er is wel een ander verband: de huidige pestepidemie en de ontstaansgeschiedenis van BSE zijn voorbeelden van wat er mis kan gaan wanneer men dieren en dierlijke producten tot het uiterste wil benutten voor economisch gewin.

Ondertussen verklaart de verantwoordelijke minister dat hij er alles aan doet om de herkomst van de ziekten te achterhalen en verdere verspreiding tegen te gaan. Ik geloof hem op zijn woord, maar nu dat 'alles' niet of slechts beperkt blijkt te werken, ligt de conclusie voor de hand dat ziekten als varkenspest en BSE in de bio-industrie niet beheersbaar zijn.

De varkenspest kwam waarschijnlijk ons land binnen via een onvoldoende ontsmette veewagen uit Duitsland. Dat boeren massaal dieren vervoerden toen het vervoersverbod al in de lucht hing, maakte alles alleen maar erger.

De meest waarschijnlijke oorzaak van het Nederlandse BSE-geval is besmet voer. Een recent rapport van de Europese Commissie concludeert dat Brits veevoer waarin diermeel is verwerkt, ondanks een al acht jaar geldend verbod, nog makkelijker verkrijgbaar is. Er zijn te weinig controles, en men kan de controleurs makkelijk om de tuin leiden door te zeggen dat het diermeel afkomstig is van pluimvee.

Deze ontduiking van de regels wordt in de hand gewerkt door de enorme financiële belangen die op het spel staan in een bedrijfstak die het toch al moeilijk heeft. Veel boeren staat het water tot aan de lippen. 'Negatief inkomen' is een term die zijn oorsprong vindt in de agrarische sector. Is het dan gek dat een ondernemer, die zijn broodwinning bedreigd ziet, risico's neemt?

Strengere voorschriften en draconische controles bieden geen oplossing voor de huidige problemen. De gekke-koeienziekte zou niet zijn ontstaan als men niet op het idee gekomen was kadavers van zieke koeien in voer te verwerken van dieren die van nature slechts plantaardig voedsel gebruiken. En de varkenspest zou veel beter beheersbaar zijn als kunstmatige inseminatie de natuurlijke methode niet verdrongen zou hebben, of als er niet zoveel met de dieren gesleept zou worden.

De bio-industrie is een dood spoor. Er moet op een heel andere manier van dierlijke productie worden overgeschakeld. Daarbij dient niet het geldelijk gewin, maar de eigenwaarde van het dier op de eerste plaats te staan.

Geert Laugs is werkzaam bij de Stichting Lekker Dier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden