Interview

'Ik was een klein, maar bepalend radertje'

Er is ook nog een leven ná supermarktmanager Van Dalen, ontdekt acteur Harry Piekema (56).

Acteur Harry Piekema: 'Ik was een pleaser. Dat heb ik achter me gelaten'Beeld Anne Claire de Breij

De banden met 's lands grootste grootgrutter zijn nog niet helemaal doorgesneden.

Elke maandagmorgen komt hij vanuit zijn woonplaats Utrecht naar een studio in Amsterdam om de Bonusaanbiedingen van Albert Heijn in te spreken voor spotjes op radio en tv. Vanmorgen waren het de perssinaasappelen. 'Meen ik, althans. Het is niet iets wat je heel lang onthoudt.'

Acteur Harry Piekema (56) draagt een dik wollen vest als hij het restaurant binnenloopt, het lichtblauwe overhemd van AH-filiaalhouder meneer Van Dalen hangt alweer een jaar ongebruikt in de kast. Hij was, om de aanwezigheid in deze interviewserie te rechtvaardigen, het gezicht van 2015 dat zo ontbrak. Het schrijnde een beetje, de afwezigheid van de opgewekte, tot op het bot loyale en wat stuntelige supermarktmanager. Niet zo verwonderlijk, na tien jaar en 153 commercials. Marketingdeskundigen hielden Van Dalen persoonlijk verantwoordelijk voor de kentering in het imago van de keten: van een arrogante en door schandalen geplaagde veelvraat naar een buurtsuper waar de manager nog de klant vriendelijk toeknikt en zelf stoffer en blik ter hand neemt als een potje pindakaas uit het schap is getuimeld.

Cv Harry Piekema

Geboren
23 mei 1959 in Den Haag.

1972-1977
Havo, Amersfoort.

1977-1981
Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar, Utrecht

1981-1986
Theaterclown in het duo Hamm & Hoppa.

1986-2004
Acteur en regisseur bij diverse theatergezelschappen.

1988
Presentator NOT-kinderprogramma Huisje, Boompje, Beestje.

1995
Rol van het witte paard in de film Lang Leve de Koningin.

2004-2014
Filiaalmanager Van Dalen in tv-reclames van Albert Heijn.

2008
Gouden Loeki-oeuvreprijs voor AH-spotjes.

2013
Voice-over in de film De Nieuwe Wildernis.

2015
Voorstelling Onbekend op De Parade.

Harry Piekema is gescheiden en vader van twee kinderen.

Ik wist tot uw afscheid niet dat u Van Dalen heette.

'Dat is niet zo gek. Zijn naam is niet één keer gevallen. Het stond op zijn overhemd. Ik geloof dat zijn naam alleen in de eerste scripts is gebruikt. Dat werd al snel: Harry komt binnen, Harry pakt winkelwagen, Harry valt.'

Had hij ook een voornaam?

'Ik heb ooit een keer met iemand afgesproken dat hij Henk heette. Maar daar is verder niks mee gedaan.'

Mist u hem?

'Niet als personage. Ik ben niet verknocht aan hem geraakt. Een rol is een rol. Ik ben wel erg gaan houden van het werken op een set. Een filmploeg is een soort legereenheid. Je komt ergens aan, je neemt bezit van de plek, en hup, je bent weer weg. Dat geeft een grote saamhorigheid. Het was telkens kort en krachtig: de opname moest in één dag, van acht uur 's ochtends tot 's avonds laat indien nodig. Altijd op zondag, in een filiaal, veel in Soest, Badhoevedorp, Katwijk. Wat ook prettig voelde, was dat ik in het centrum stond, ik kwam voor in bijna elk shot. Natuurlijk, er is dat grote bedrijf, je hebt de campagnemakers, de klanten - in dat geheel was ik een klein radertje. Maar wel een bepalend radertje. Het opnemen van het laatste spotje was emotioneel. Met veel mensen heb ik lang gewerkt - regie, geluid, licht, make-up. En dan dat zinnetje: nou, dan ga ik maar. Ik heb echt een traantje moeten wegpinken.'

Harry Piekema in zijn rol als filiaalmanager

Was het ook een bevrijding?

'Natuurlijk. Ik wilde meer ruimte voor mezelf: spelen, zingen, maken. Het kan allemaal weer. Ik kan ermee naar buiten. Dat was tien jaar lang niet mogelijk. Ik was al die tijd de meest onbekende Bekende Nederlander.'

Was Van Dalens rol ook niet uitgespeeld, zo langzamerhand?

'Nee, dat vond ik niet. Bij elk script dat ik kreeg, kon ik weer een andere kant met hem op.'

Heeft u ook een tol betaald?

'Bekendheid op zo'n schaal betekent verlies van privacy. Er wordt naar je gekeken. Het maakt je minder ontspannen. Je houdt de schouders te hoog. Ik ben wel blij dat die bekendheid kwam toen ik wat ouder was. Ik heb meegemaakt dat er twee meisjes van 14 op me afkwamen en keihard begonnen te gillen. Ik schrok me de pestpokken. Wat doet dat met je als je 18 bent, of 20?

'Het gekke is dat je na de spotjes er toch over moet nadenken of je je persoonlijk leven deelt met de buitenwereld. Ik heb er nooit mededelingen over gedaan. Ik kan me uiten, maar mijn gezin niet. Dan moet ik er niks over zeggen. Maar ik besef inmiddels ook dat concessies soms nodig zijn. Ik maak er geen geheim van dat ik afgelopen jaar ben gescheiden - dat is precair geweest en pijnlijk, maar uiteindelijk was het goed, een gezamenlijk besluit. Het had niks met mijn werk te maken, het was een lange relatie die ten einde kwam. Vroeg of laat komt zoiets toch naar buiten. Een bepaald soort pers gaat er een verhaal van maken, dan kun je beter maar zelf de angel eruit halen.'

Het leven na Van Dalen is in volle gang. Afgelopen zomer stond hij op de Parade, met de voorstelling Onbekend, waarin hij het publiek de vraag voorhield hoe goed iemand een ander en niet te vergeten zichzelf kent. Wat hou je achter, wat laat je zien? Het vormt de basis voor wat volgend jaar een avondvullend programma moet worden, met de voorlopige titel Man wil trap op met lampje. 'Ik wil al heel lang iets doen met een trap. Het is leuk een trap op te willen met iets dat breekbaar is.' De titel is ook een verbinding met een eerder leven: als helft van het absurdistische clownsduo Hamm en Hoppa trok hij vijf jaar met Genio de Groot langs theaters en instellingen. Met het Noord Nederlands Toneel repeteert hij deze weken voor de theaterversie van Borgen, het Deense televisiedrama over de politica Birgitta Nyborg. Piekema speelt de extreemrechtse partijleider Sven Age Saltum.

Regende het onmiddellijk aanbiedingen? Piekema is ineens een klinkende naam op het affiche.

'Ik mag niet klagen. Ik speel een officier van justitie in de jeugdserie Caps Club. Ik heb een rol als harteloze vader van een slachtoffer van zinloos geweld in de lowbudgetfilm Fataal en ik sta dus straks met een groot gezelschap in het theater. Het komt overeen met mijn wensenlijstje. Atypische rollen.'

Voelt u wel eens: dit doen ze alleen vanwege de naam?

'Ik kon in een tv-serie een accountant spelen die aan sm deed. Uit het script was op te maken dat het effectbejag was: 'ha, ha, zo zien we deze man eens van een heel andere kant'. Maar ik moet er steeds over nadenken. Ik heb pas wel meegedaan aan Playback je gek van RTL. Daarin doet een BN'er een act en hij of zij mag vervolgens 10 duizend euro aan een goed doel geven. Ik heb P!nk gedaan, het nummer So what. Ik gooide een fles kapot, ik smeet mensen van het podium, ik sloeg een gitaar aan barrels. Zo zet ik ook een ander beeld van mezelf neer, maar dat heb ik dan zelf in de hand. Het is ook wel nodig. Het vraagt enige investering.'

Toeschouwers zullen nog lang roepen om hamburgers met korting als u het toneel op komt.

'Het gebeurt al. Bij lezingen, op de Parade. Harry! Harry! Hamsteren! In de ontmoeting met de zaal is het vaak snel over. Je moet er gewoon even doorheen. Alleen journalisten beginnen over dat Swiebertje-effect. Swiebertje is zo lang geleden. Joop Doderer had in zijn tijd alleen de tv en het theater om zich te laten zien. Nu kom je iedereen overal tegen: shows op tv, in de film, op sociale media. Het effect is betrekkelijk geworden.'

Piekema, de helft van een tweeling, was de jonge denker in het gezin met vier kinderen uit Amersfoort. Grappenmaker in de klas, maar thuis een gretige lezer van serieuze werken. De grote verhalen, daar ging het hem om. Eerst was er de bijbel, hij is rooms-katholiek opgevoed. Daarna volgde de mythologie, het mysterie, het boeddhisme, het jodendom. Hij verslond Zen en de kunst van het motoronderhoud van Robert Pirsig. Hij wilde weten hoe het in elkaar zit, het leven. De zoektocht is nog niet voltooid. Hij verdiepte zich in advaita, een oosterse filosofie over het opheffen van belemmeringen in je persoonlijkheid. Sindsdien probeert hij 'toe te passen wat ik erin aantrof'.

Thuis - vader werkte op het Gemeentelijk Administratiekantoor, zijn moeder zou na de opvoeding van de kinderen een bedrijfsrestaurant beheren - vond hij weinig weerklank. Aan de keukentafel ging het over je bord leegeten, de cijfers op school en niet te laat naar bed. Hij begreep het wel, hij verwijt het zijn ouders al lang niet meer, maar toch: het was beknellend. Dat hij zich niet kon uiten, moet zijn stotterprobleem hebben veroorzaakt, vermoedt hij. De harde klinkers, de p, de k, de t, ze kwamen er vanaf de vijfde klas lagere school niet meer uit. Pas op de Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar (nu de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) werd hij ze de baas.

Zelfs na die opleiding en enkele jaren op het toneel wilde hij dieper graven: hij volgde drie jaar programma's aan het Instituut voor Toegepaste Integrale Psychologie in Zutphen. Hoe zit het met die ernstige en vrolijke kanten in hem? En: wat drijft hem nou?

'Mijn behoefte aan vrijheid is groter gebleken dan ik zelf dacht. Ik wil ongebonden zijn. Thuis was ik een koekoeksjong. Er was iets in mij dat veel meer kanten op wilde. Maar zoals een kind doet: je past je aan. Dat heb ik lang gedaan. Een pleaser, een bruggenbouwer, noem het zoals je wilt. Dat heb ik achter me gelaten. Die vriendelijkheid, graag contact maken - kijk maar naar Van Dalen - was voor mezelf, om een zwaar woord te gebruiken, destructief. Je maakt jezelf kleiner. Het is een zwaktebod. Het is lijfelijk prettiger om rechtop te staan. Het voelt frisser.'

Beeld Anne Claire de Breij

Die vrijheidsdrang laat zich ook moeilijk rijmen met het langdurige keurslijf van Albert Heijn.

'Het draaide niet alleen om die spotjes. Ik heb regies gedaan, voice-overs, acteerworkshops, communicatietrainingen. Het voelde nooit als een keurslijf.'

De entree van Van Dalen begon tien jaar geleden met een oproep van het castingbureau. 'Die hadden alleen een oude foto van me. Ik snapte niet zo goed waarom ze aan me dachten. Ze dachten eigenlijk nooit aan mij.'

U dacht niet: inderdaad, ik heb echt een filiaalhoudershoofd.

'Nee, helemaal niet. Ik had er ook niet zo veel zin in.'

Geen zin?

'Nee, audities horen erbij, maar het vervelende van commercials is dat de regisseurs niet geïnteresseerd zijn in wat je doet, maar hoe je oogt. Je komt binnen, je geeft de regisseur een hand en dan weet je eigenlijk al of het ja of nee is. Ze zoeken een plaatje. En dan moet je nog beginnen.'

Wat moest u doen?

'Ze zochten iemand die zowel serieus als grappig kon zijn. Dat ik onbekend was, was in mijn voordeel. Het was ineens een kwaliteit. Ik moest een medewerker uitleggen wat spiegelen was, artikelen naar voren schuiven in de schappen als er gaten ontstaan. Het tweede was melden dat de knakworsten in de aanbieding waren. Ik wilde er toch het beste van maken, ik speelde het wat over de top. Het is een advies dat ik nu aan acteurs geef: maak het jezelf naar je zin op een auditie. Doe iets wat je leuk vindt. En dan maar afwachten, je hebt er verder toch geen invloed op. Ze hebben, meen ik, 120 man gecast. Het telefoontje kwam toen ik op een strand in Noord-Frankrijk stond. Of ik wat kostuums wilde komen passen.'

Toen was de weerzin snel voorbij.

'Ik dacht eerst dat het voor één commercial was. Maar tijdens de voorbereiding zeiden de reclamemakers, Diederik Koopal en Cor de Boer, dat ze een campagne met een lange adem wilden. Toen moest ik er wel over nadenken. Cor heeft me echt gewaarschuwd: denk erom, je wordt het gezicht van een merk. Dat is niet niks. Ik besloot voor het avontuur te gaan. Ik wist niet wat er ging gebeuren, dat vond ik er aantrekkelijk aan. Het was een uitdaging van het lichtste van het lichtste iets moois te maken. Humor met kwaliteit brengen in een act van pakweg 35 seconden. Natuurlijk was een stabiel inkomen welkom, ik had nooit een vaste baan gehad, het was altijd sappelen, voordien. We konden meteen groter gaan wonen.'

Ik las een schatting: tussen de 25 en 50 duizend euro per spotje.

'Per spótje? Hmpff. Ik praat niet over geld. Dat leidt maar tot kinnesinne en vertekening of vergelijking. Ben je nou nog niet binnen? Dan ben je ook dom geweest.'

Bent u...

'Nee, ik ben niet binnen.'

Begreep u dat u low profile moest blijven?

'De campagne was gebaat bij mijn onbekendheid. Dat ik alleen mocht winkelen bij Albert Heijn, daar ben ik zelf mee gekomen. Ik liep in het eerste jaar een keer door de Edah en dat voelde ineens unheimisch. Ik voelde dat erop geaasd zou worden, een foto van mij met een tasje van de concurrent.'

Was de rol meteen duidelijk?

'In het begin wilde ik graag laten zien wat ik allemaal kon. In proefnamen begon ik met attributen te goochelen, ik deed snelle loopjes tussen de schappen, ik produceerde veel tekst. Het werkte niet. Diederik en Cor zeiden: je bent te handig, te kundig. Dat maakt je niet sympathiek. Ik heb hem goedmoediger gemaakt, iemand die erg op contact uit is, iemand van goede wil, maar ook wat klunzig. Komisch realisme. Het werkte. Hoeveel keer is het me niet gevraagd: in welke winkel staat u?'

Moest u ook de bondgenoot van de klant zijn?

'Mijn opdracht was sympathiek te zijn. Over strategie weet ik niks. Ik ben acteur.'

U straalde het wel uit: wat ze nou weer hebben verzonnen op het hoofdkantoor.

'Maar dat is ook werkelijkheid. De supermarktmanager wórdt ook met opdrachten de winkel ingestuurd. Ik hoorde het vaak van filiaalhouders: door jouw toedoen worden we ook verondersteld lollig en aardig te zijn. Het karakter werd leidraad voor gedrag.'

Waarom was het zo'n succes?

'Het was een driehoek. Alles begint natuurlijk met het script van het reclamebureau. Albert Heijn was strikt: het moest, een uitzondering daargelaten, binnen de winkel. Dat geeft beperkingen, maar dat leidde ook tot veel vindingrijkheid. Ik kreeg de ruimte om te improviseren, veelal op de dag zelf. In een spotje over schoonmaakmiddelen zou ik als afsluiting een dweil op mijn hoofd krijgen. Maar zelf heel even uitglijden, tzzt, tzzt, dat was veel leuker. We maakten Route 99, veel artikelen voor 99 cent. Ik moest naar binnen lopen achter een winkelwagentje met een chopperstuur erop, terwijl ik motorgeluiden maak. Wat doe je dan? Broem broem? Kom op. Wat een kindertheater. Ik heb van alles geprobeerd. Een BMW, dat fluitende, zoemende geluid: zzzt. Of een tweetakt, met dat onregelmatige: takketakke, takkedetakkede, taktakke. Of moest het uit een strip van Guust Flater komen? Vrroaoarrr! Ik kwam uit op vrrrr. En als ik stil sta: pop pop pop pop. Een Harley Davidson, ja. Dat was 'm. Dat samenspel, script, winkel en het moment van de dag - ziedaar de formule.'

Beeld Anne Claire de Breij

Heeft u wel eens gedacht: dit nooit!

'Wat moest ik nou in een paashaaspak? Je stopt die leuke man toch niet weg? Soms was het fysiek zwaar. Die kaasplank van drie meter, met dat gat waarin ik stond, dat was heftig. Er kwamen steeds meer kazen op te staan. Er hing uiteindelijk 40 tot 45 kilo aan de singels op mijn schouders, de hele dag. Er moest na zessen een masseur bij komen, mijn schouders waren helemaal verstijfd, beurs. Toen heb ik gezegd: zoiets doe ik nooit meer. Ergens in het creatieve proces heeft iemand iets vergeten.'

Zag u een ontwikkeling in die tien jaar?

'In het begin deed ik te veel. Ik ging later kleiner spelen. Als ik vertederd naar een kind met pindakaas kijk, wend ik daarna even mijn hoofd af. De kijker weet dan: het raakt hem echt, hij is ontroerd. Dat staat echt niet in het script, dat ontdek je ter plekke. Misschien is het iets fysieker geworden. Toen ze me aannamen, wisten ze helemaal niet dat ik kon dansen, zingen, jongleren, skaten. Ik wilde stunts graag zelf doen, ik heb bruine band karate. Het kon. Slingeren aan een liaan, springen door glas. Nou ja, het was een stuntman die door de ruit heen sprong, ik was degene die neerkwam op de vloer en weer doorliep.'

Was u liever met een eigen project zo beroemd geworden?

'Als ik de keuze had gehad natuurlijk met iets eigens. Het is uiteindelijk fijner een zelfstandig artiest te zijn. Maar ik vind dat we in Nederland wat te geringschattend doen over dit soort werk. Het is wel degelijk creatief. Patrick Stoof, die de spotjes voor Telfort doet, zei: 'ik ben acteur en ik verkoop telefoonabonnementen. Maar dan wel in die volgorde'. Zo is het. De meesten zeggen: ik doe spotjes, maar ik ben eigenlijk acteur. Dat is geen goede houding.'

Komt u nu zelf bij de Jumbo of de Plus?

'Ik weet zeker dat ik nog steeds op de foto ga als ik er loop. Daarom kom ik er niet.'

Ziet u een opvolger van meneer Van Dalen?

'Ik denk dat het heel moeilijk wordt. Je zult altijd zien dat je iets nadoet. Een terugkeer zie ik evenmin zitten. Het is genoeg geweest. Het waren tien fantastische jaren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden