IJsland bruist weer en tóch borrelt de onvrede

Je zou het niet zo snel zeggen, nu premier Gunnlaugsson net is opgestapt vanwege zijn geheime miljoenen. Maar het gaat verbazingwekkend goed met IJsland. Toerisme en game-industrie bloeien en de werkloosheid is ongekend laag. Toch is het volk ontevreden.

Panorama van de berg Kirkjufell in het westen van IJsland.Beeld Getty

Het beste wat de IJslanders in jaren is overkomen, is een natuurramp. Na een slaap van 187 jaar braakte de vulkaan Eyjafjallajökull in 2010 een kilometershoge wolk van as en puimsteen uit, precies de Noord-Atlantische straalstroom in, die hem regelrecht het Europese luchtruim inblies. Miljoenen reizigers zagen op televisie hoe een stratovulkaan met een onuitspreekbare naam uit een obscuur maar fotogeniek landje hun vliegtuig dagenlang aan de grond hield.

En zo, met een explosie van magma en gletsjerijs, explodeerde ook het IJslandse toerisme. Als causaal verband klinkt het misschien wat twijfelachtig. Maar wie je het ook vraagt, allemaal wijzen de IJslanders naar de uitbarsting van de Eyjafjallajökull als de belangrijkste reden waarom de visserij is verstoten als grootste industrie - voor het eerst, sinds de komst van de Vikingen in de negende eeuw. De aswolk is allang geschiedenis, maar het regent nog altijd toeristen over IJsland, zegt werkgeversbaas Thorsteinn Víglundsson, de IJslandse Hans de Boer. 'Achteraf gezien hebben we geboft met de vulkaanuitbarsting. Plots was IJsland overal in het nieuws. Voor de kredietcrisis nam het toerisme al wel toe, maar na de uitbarsting is het toerisme pas echt ontbloeid.' In 2010 stagneerde het aantal buitenlandse toeristen onder de 500 duizend, in 2014 waren er al bijna een miljoen, in 2017 waarschijnlijk 2 miljoen. En dat voor een land met 330 duizend inwoners, iets meer dan drie keer de gemeente Alphen aan den Rijn.

Wie wil zien hoe de IJslandse economie uit de as is herrezen sinds de kredietcrisis - de zwaarste crisis die ooit een land trof - moet over de Laugavegur lopen, de belangrijkste winkelstraat van Reykjavik. Zoals de Amsterdamse binnenstad tegenwoordig een aaneenschakeling van ijssalons is, zo struikel je in de Laugavegur over de souvenirwinkels, allemaal met dezelfde knuffels van papegaaiduikers in de etalage.

Zonnen in het centrum van Reykjavik.Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Lundabúðir - oftewel papegaaiduikerswinkels - noemen de Reykjavikkers de toeristenvallen misprijzend, naar de fraaie zwartwitte zeevogel met de bontgekleurde snavel, officieus symbool voor IJsland. Hele zwermen van pluchen papegaaiduikers dienen als lokvogel voor toeristen, geflankeerd door papegaaiduikerspuzzels, -sneeuwbollen en -kerstmannen, merendeels gemaakt in China.

Waar de echte papegaaiduikers hun clowneske gezichten alleen van mei tot en met augustus tonen in IJsland, trekken toeristen zich niets meer aan van de seizoenen. 'Winters zijn tegenwoordig als zomers', zegt Sigfríður Thorsteinsdóttir. De 70-jarige ex-ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken bestiert samen met haar dochter twee bed & breakfasts vlakbij de Laugavegur. De enorme toeristenstroom - alleen al het afgelopen winterseizoen kwamen er meer toeristen naar IJsland dan een decennium geleden in een heel jaar - helpen Thorsteinsdóttir om haar sinds de crisis omhooggeschoten hypotheekschulden af te betalen. 'Eerst had ik van september tot en met mei buitenlandse studenten in m'n kamers, daarna kwamen de toeristen pas. Nu ben ik het hele jaar volgeboekt met vakantiegangers, terwijl mijn tarieven veel hoger zijn.'

IJsland was in 2008 een microkosmos waarin alle grootheidswaanzin en roekeloosheid van de crisis zich samenbalden. Het begon rond de eeuwwisseling met de privatisering van de tot dan toe zo provinciaalse IJslandse nutsbanken, door de regering grotendeels cadeau gedaan aan politieke en zakelijke vrienden, vaak zonder bancaire ervaring. De nieuwe Vikingen, zoals president Grímsson ze noemde, gingen op plundertocht door Europa, dronken van buitenlandse leningen met lage rentes. Plots telde het ooit zo straatarme IJsland zes dollarmiljardairs, met luchtvaartmaatschappijen, farmaceutische bedrijven en de voetbalclub West Ham United als jachttrofeeën. De plundertocht stopte pas toen de schulden van de banken tien keer groter waren dan de IJslandse economie en 425 duizend Britten en Nederlanders een bankrekening met 5 procent rente hadden bij Icesave. Zelfs John Cleese maakte reclame voor een IJslandse bank, dus het moest wel goed zijn.

IJsland.Beeld Daniël Rosenthal / de Volkskrant

De zeepbel knapte

Elke IJslander weet nog waar hij was toen premier Geir Haarde op maandag 6 oktober 2008 om vier uur 's middags op televisie verscheen om te vertellen dat het feest voorbij was. 'Er is een zeer reëel gevaar, medeburgers', zei hij met een doodgraversgezicht, 'dat de IJslandse economie in het ergste geval met de banken mee zal worden gezogen in de draaikolk, met een staatsbankroet als gevolg.' De woorden kwamen als een schok - enkele uren eerder had de premier nog gezegd dat alles in orde was. Als er nog kijkers met hoop waren, dan boorde Haarde die met zijn legendarisch geworden slotzin definitief de grond in. 'Guð blessi Ísland', zuchtte Haarde, God zegene IJsland. Nog nooit hadden de sterk ontkerkelijkte IJslanders een politicus het opperwezen horen aanroepen om hun land uit de sores te helpen.

Je zou het misschien niet zeggen, getuige de massale protesten tegen de regering-Gunnlaugsson vorige week, maar de afgelopen acht jaar heeft IJsland veel gedaan om nieuwe excessen te voorkomen. Sinds de crisis is het land geen microkosmos meer, maar eerder een parallel universum. In geen enkel ander land moesten zoveel bankiers de gevangenis in voor hun rol in de aanloop naar de crisis. Vlak voor Kerst kwam de teller op 29, toen een voormalige topman van Glitnir en twee collega's tot vijf jaar celstraf kregen voor marktmanipulatie en het schenden van hun fiduciaire plicht. Vorige week donderdag, op dag vier van de protesten, kwamen drie andere bankiers vervroegd vrij uit Kvíabryggja, een aan de voet van de berg Kirkjufell gelegen gevangenis. Helemaal vrij zijn ze echter niet: dankzij een nieuwe wet mogen ze de rest van hun straf uitzitten onder elektronisch toezicht, met een zender om hun enkel.

Maar het post-crisistijdperk was meer dan alleen een bijltjesdag tegen bankiers. 'De bancaire sector is vandaag de dag totaal, totaal, totaal anders', bezweert Már Guðmundsson met vinnige handgebaren. De president van de centrale bank van IJsland heeft net een toespraak gehouden voor IJslandse werkgevers in Harpa, het imposante glazen concert- en congresgebouw van 130 miljoen euro dat als nationaal symbool geldt van de megalomanie in de jaren voor de crisis. De drie grote banken van nu, Arion en de staatsbanken Islandsbanki en Landsbanki, zijn geen schim van hun beruchte voorgangers, zegt Guðmundsson. 'Ze zijn veel kleiner en gezonder, de salarissen zijn veel lager en hun businessmodel is veel simpeler. Ze zijn alleen maar gericht op het eigen land, op het dienen van de reële economie.'

Beeld Daniël Rosenthal / de Volkskrant

En in die reële economie concentreren de IJslanders zich weer op waar ze goed in waren voordat de bankiers naast hun schoenen gingen lopen: visserij, aluminiumsmelterijen, waterkracht, aardwarmte, toerisme - niet allemaal even goed voor de visstand en de IJslandse natuur, maar wel lucratief. Vissen, vooral op makreel, is een van de belangrijkste redenen dat de IJslandse regering haar verzoek om toetreding tot de EU vorig jaar introk. Brussel vindt dat IJsland aan overbevissing doet, terwijl IJsland vreest de controle over de zo belangrijke visindustrie te verliezen. Niet alleen het massale toerisme, maar ook de makreel is een van de grote meevallers van de IJslandse economie: dankzij het stijgen van de oceaantemperaturen zwemmen grote scholen makreel de laatste jaren 's zomers de koelere IJslandse wateren in, door IJslanders 'het wonder van de makreel' gedoopt. Het icoon van de IJslandse euroscepsis - een meerderheid van de bevolking is tegen EU-toetreding - is dus een straalvinnige vis die goed smaakt in een salade of broodje met wat mosterd en mayonaise.

Gamen uit de crisis

Maar de IJslanders blinken niet alleen uit in aloude industrieën zoals visserij, maar bijvoorbeeld ook in games. In een oude visfabriek in de haven van Reykjavik huist het uithangbord van de IJslandse gamesindustrie, CCP, de maker van het internetspel EVE Online, dat wereldwijd bijna een half miljoen abonnees een vitamine D-

tekort bezorgt. In EVE Online vechten allianties van gamers soms met duizenden tegelijk dagenlange veldslagen uit in hun ruimteschepen om de heerschappij in een meer dan achtduizend sterrenclusters tellend sci-fi-universum. Elke lente koloniseren duizenden gamers van over de hele wereld het Harpa-gebouw voor een driedaags feest voor EVE Online-fans, vertelt Guðmundsson met een zweem van verbijstering in zijn stem.

'Vroeger was dit het viskwartier en was er één kroeg, voor visserslui', zegt Eldar Astthorsson van CCP, uitkijkend over de in rap tempo veryuppende havenbuurt Grandi, vlakbij Harpa. 'Nu barst het van de cafés, restaurants, winkels en oefenruimtes voor muzikanten.' De huren in Reykjavik 101, zoals de bijnaam van de binnenstad luidt, stijgen door de massale instroom van toeristen. Veel creatievelingen wijken uit naar het goedkopere en net buiten het centrum gelegen Grandi, vertelt Astthorsson. De visserij bedient zich tegenwoordig van veel grotere boten en fabrieken en heeft zich merendeels naar elders verplaatst.

CCP heeft kantoren in Atlanta, Shanghai en Newcastle en biedt in IJsland werk aan tweehonderd mensen, waarvan tweederde IJslanders. Niet misselijk voor een land met een beroepsbevolking van 194 duizend. Tot de werknemers van CCP Games behoren in zwarte capuchontruien gehulde ontwerpers uit alle windstreken, maar ook IJslandse boekhouders, kantinedames en klantenservicemedewerkers.

Beeld Daniël Rosenthal / de Volkskrant

Met een werkloosheid van rond de 3 procent doet IJsland het beter dan welk Europees land dan ook. 'De IJslandse economie kent momenteel volledige werkgelegenheid', zegt Guðmundsson, terwijl een in wollen muts en trainingspak gestoken dj een duister klanktapijt legt voor de op hors-d'oeuvres kluivende werkgevers. 'Een lagere werkloosheid kan niet.' De economie groeide vorig jaar met 4 procent, de reële lonen zijn flink aan het stijgen. De inflatie is dankzij de gedaalde olieprijzen bescheiden voor IJslandse begrippen: 1,5 procent, een cijfer waar Europese beleidsmakers een moord voor zouden doen.

Dreigt nieuwe zeepbel?

Maar onder de oppervlakte van de mooie cijfers borrelt onvrede. 'Het financiële kapitaal is hersteld, maar we zijn er niet in geslaagd het sociale kapitaal terug te winnen dat in de crisis verloren is gegaan', vat econoom Ásgeir Jónsson van de universiteit van IJsland samen. Het verloren vertrouwen heeft deels te maken met het sterke gelijkheidsgevoel in IJsland, een van de meest egalitaire landen van Europa. Het ultieme symbool van dat gelijkheidsgevoel zijn de openbare zwembaden van IJsland, waar de scheepstycoon en de bankdirecteur piemelnaakt in het bubbelbad zitten naast de buschauffeur en de fabrieksarbeider, zoals de komiek Jón Gnarr beschrijft in zijn boek over zijn jaren als burgemeester van Reykjavik. 'Er is nooit een koning geweest in dit land', zegt Jónsson. 'In IJsland geloven we dat iedereen gelijk is en dat je tevreden moet zijn met wat je hebt. Als je zoals Gunnlaugsson continu de mond vol hebt van deze waarden en dan geld blijkt te hebben verborgen op Tortola, dan is dat enorm gezichtsverlies. Daarom is het volk zo ontevreden.'

Er is nog iets wat de IJslanders zorgen baart: voor het eerst ooit trekken jongeren weg naar het buitenland terwijl de economie bloeit. Tijdens colleges adviseert Jónsson zijn studenten om zo snel mogelijk kinderen te krijgen en zich diep in de schulden te steken om een huis te kopen. Een grapje, zegt hij er voor de zekerheid bij, maar met een vleugje ernst: hoe eerder de nieuwe generatie wortel schiet op IJsland, des te kleiner is de kans op emigratie. In IJsland, waar de huurmarkt weinig voorstelt, is een huis kopen echter steeds moeilijker voor jongeren door strengere eisen van de bank en stijgende huizenprijzen. Het is een van de redenen dat jongeren hun heil elders zoeken. Dat terwijl de kracht van de IJslandse economie altijd was dat jongeren misschien in het buitenland gingen studeren, maar uiteindelijk weer naar hun vaderland terugkeerden, zegt Jónsson. De IJslanders behoren tot de jongste volken van Europa - de helft is jonger dan 36, tegen 42 in Nederland - wat deels de vitaliteit van de economie verklaart. 'Maar ik zie de laatste jaren een enorme verandering in mijn studenten. Ze zijn mobieler, minder loyaal aan IJsland. De nieuwe generatie is Europeser.'

Hoewel de explosie van het toerisme nog vooral op enthousiasme kan rekenen, begint de argwaan ook toe te nemen onder de Reykjavikkers. In de stad waar Harpa lange tijd het enige bouwproject was, schiet nu het ene na het andere hotel uit de grond. Reisbureaus en papegaaiduikerswinkels verdringen de middenstand naar de buitenrand van de stad. 'Je ziet weer dezelfde manische toestanden als voor de crisis met de banken', zegt Einar Már Guðmundsson - niet te verwarren met president van de centrale bank Már Guðmundsson -, schrijver van de bekroonde roman Engelen van het universum en van boeken over de IJslandse crisis. 'Iedereen turnt zijn appartement om tot een B&B. De economie heeft geen ander antwoord om zich draaiende te houden dan nieuwe zeepbellen op te blazen. Ik ben bang dat het net zo plotseling als de vulkaanuitbarsting ook allemaal weer uit elkaar kan spatten.'

IJslang.Beeld Daniël Rosenthal / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden