IJburg is keuze voor weg minste weerstand

Onder verwijzing naar de woningnood in Amsterdam, wil de gemeente het IJmeer bouwrijp maken. Volgens Pauline van de Ven hoeft Amsterdam zich niet aan haar ommelanden te vergrijpen als ze de ruimte in de stad zelf beter benut....

IJBURG, het eilandenrijkje waarvoor Amsterdam een deel van het IJmeer wil dempen om er 18.000 woningen te bouwen, vergt een investering van 5 à 6 miljard gulden. Nu is een van de grote wetmatigheden die wij economen in de loop der eeuwen aan de praktijk hebben weten te ontfutselen, dat je een gulden maar één keer kunt uitgeven. En als de gemeente Amsterdam dus vooréén keer zo'n bedrag wil uitgeven, zal ze de belastingbetaler ervan moeten overtuigen dat er geen betere manier is om van zo'n hoeveelheid geld af te komen. En dat de investering - extra complicatie - de inbreuk op de Ecologische Hoofdstructuur rechtvaardigt.

Dat Amsterdam koopwoningen wil scheppen is begrijpelijk. De babyboomers hebben inmiddels de leeftijd bereikt waarop ze van hun ouders erven. Gestimuleerd door de laagste rente sinds 1965, kopen ze op grote schaal woningen. Vorig jaar werden meer dan een half miljoen woninghypotheken afgesloten, het grootste aantal ooit.

Gemeenten varen er wel bij. Nieuwe huizenbezitters investeren volop, en dat is goed voor de lokale economie. Zittende huiseigenaren grepen hun kans om leningen over te sluiten tegen een lagere rente, zodat gemeenten met veel woningbezit de lokale koopkracht plezierig zagen oplopen.

Het is een feit dat Nederland - en Amsterdam - hier heel wat in te halen heeft. Nederland heeft met 46 procent het laagste percentage eigen koopwoningen van West-Europa. In Amsterdam is zelfs nog geen 12 procent van het woningbestand eigendom van de particuliere bewoner.

De veelgehoorde klacht van Amsterdammers dat het bouwen van koopwoningen verwerpelijk 'yuppenbeleid' is, is dus flauwekul. Het tegendeel is waar. Niet alleen gaat de koopkrachtverbetering die wordt opgeroepen door de lage rentestand nu aan Amsterdam voorbij, ook trekken de midden- en hogere inkomens de stad uit omdat er geen koopwoningen zijn.

Die trek uit de stad leidt tot een steeds eenzijdiger opbouw van de inkomens. Het grootste deel van de Amsterdamse huishoudens is inactief. Meer dan 66.000 huishoudens (18 procent) zijn op individuele huursubsidie aangewezen. Het gemiddelde netto jaarinkomen per huishouden bedraagt amper 37.500 gulden, ruim 20 procent onder het landelijke gemiddelde en ook ruim onder Rotterdam en Den Haag. Met de vergrijzing dalen de inkomens onvermijdelijk verder.

Wil Amsterdam zich niet ontwikkelen tot een sociaal rampgebied, dan zal ze de scheefgroei in de inkomensopbouw moeten tegengaan. Koopwoningen zijn een beproefd middel. Koopwoningen dus - maar waar?

Met IJburg worden de investeringen geconcentreerd aan de rand van de stad en op de hoge inkomens. Voor het eerst in twaalf jaar is de bevolking van Amsterdam echter aan het dalen. Daaraan ging al een paar jaar een afvlakking van de groei vooraf. Die ontwikkeling valt samen met een landelijke trend: de bevolkingsgroei neemt af.

Als onder die omstandigheden de investeringen niet evenwichtig over de stad worden gespreid, ontstaat een reëel risico van leegstand en verval op de slechtere lokaties. Harlem en Lower East Side in New York zijn beruchte voorbeelden. De inkomensopbouw maakt Amsterdam extra kwetsbaar.

Maar adverteert de gemeente niet met de slogan dat IJburg goed voor 100.000 woningzoekenden is? Hoe zit het met de woningnood als de stad ontvolkt? Hier is de informatie die de gemeente aan de inwoners verstrekt - en op grond waarvan de burgers hun stem moeten uitbrengen - zacht gezegd vaag. Officiële statistieken gaan uit van een behoefte - geen nood - aan 70.000 woningen.

Dat lijkt veel, totdat blijkt dat het cijfer grotendeels huishoudens bevat die wel een woning hebben. Het is niet de woningbehoefte die hier wordt gemeten, maar de verhuisbereidheid. En niet eens de netto, maar de bruto verhuisbereidheid, want zowel wie kleiner wil wonen als wie groter wil wonen, zit erin.

Zeventigduizend is dus de som van vraag en aanbod. Niks woningnood, en de behoefte is onbekend. Daarmee is niet gezegd dat het wel goed zit, want allerlei factoren belemmeren een normaal functioneren van de huurwoningmarkt. Vraag en aanbod worden niet 'gematched'.

Het grote probleem is de doorstroming. Van groter naar kleiner stuit op een chronisch gebrek aan liften en voorzieningen voor ouderen. Van klein naar groter stuit op het zitvlees van de geluksvogel aan wie ooit een aantrekkelijke woning werd toegewezen. De student op die gezellige verdieping in de Jordaan met een kale maandhuur van 250 gulden, woont daar als chirurg soms nog steeds.

Het recht op huursubsidie vervalt boven een bepaald inkomen. Maar het recht op de woning niet. Die chirurg heet in Amsterdam een 'scheefwoner', en is onderwerp van veel discussie. Kun je iemand dwingen naar een duurdere woning te verhuizen? Mij lijkt dat het zou moeten kunnen, althans voor de woningen waarvan de gemeente de huren laag houdt.

Doordat Amsterdam zoveel inwoners met een uitkering heeft, is ook het beleid van de sociale dienst van invloed. Het frustreert de doorstroming dat de huursubsidie en de sociale uitkering zijn gekoppeld aan de woonsituatie. Als iemand met een uitkering gaat samenwonen met een partner die een volwaardig salaris verdient, verliest de persoon met de uitkering - na een proeftijd - zowel de huursubsidie als de uitkering. Deze afspraak is zacht gezegd niet fraudebestendig en werkt illegale onderverhuur in de hand. Als de eigenaar een stokje voor de onderverhuur steekt, staan woningen soms jarenlang gesubsidieerd leeg.

Ook afgezien van fraude is het - financieel gesproken - in de uitkeringssfeer niet erg aantrekkelijk om te gaan samenwonen. Dit zijn nadelen waar helaas niemand een oplossing voor heeft. Het is nu eenmaal onbetaalbaar om sociale uitkeringen los te koppelen van het inkomen van de partner, en controle is dus het enige dat er op zit. Maar het kan geen kwaad te signaleren dat de krachtige inkomenssanctie die op samenwonen rust, een even krachtige stimulans voor de consumptie van vloeroppervlak en voor 'gezinsverdunning' is. Van alle 391.000 Amsterdamse huishoudens bestaat meer dan helft uit alleenstaanden.

Afgezien van dit laatste punt valt aan de doorstroming heel veel te verbeteren. Een inkomensgrens voor woningen onder de huurgrens, voorzieningen voor bejaarden en fraudebestrijding kunnen een aardig woningaanbod scheppen. Voor het resterende tekort aan koopwoningen zou de overheid de woningbouwverenigingen moeten prikkelen om een deel van de gecontroleerde huurwoningen om te zetten in koopwoningen. Dat werd vorig jaar al bepleit door de Vereniging Eigen Huis en de Partij van de Arbeid. Het is nog steeds een goed idee, mits het vrijwillig gebeurt, de rente lang wordt vastgezet en er waarborgen zijn dat de eigenaar onderhoud pleegt. Een alternatief is hoogbouw op plaatsen die daarvoor geschikt zijn.

Het eigenlijke probleem is natuurlijk niet het vinden van geschikte bouwlokaties, maar de vraag hoe lang de bevolking nog kan groeien en hoever ons woonoppervlak nog kan toenemen. Want hoewel de groei van de Nederlandse bevolking de laatste jaren wat afvlakt, komen er jaarlijks nog altijd 70.000 tot 100.000 personen bij, ruwweg tweederde (in 1995) uit het geboorte-overschot, de rest uit immigratie. Onafhankelijk van de bevolkingsaanwas blijft ook ons woonoppervlak toenemen. Zelfs als de bevolkingsaanwas nul zou zijn, zou de verstedelijking nog voortschrijden.

Als we nog natuur willen doorgeven aan onze kinderen, zal er vroeger of later nagedacht moeten worden over demografisch beleid. Er is een scala van mogelijkheden. Je kunt de trends in woonruimteconsumptie, immigratie en levensverwachting als gegeven beschouwen en aan de hand daarvan bepalen bij welk kindertal ons ruimtebeslag op nulgroei uitkomt. Je kunt ook de woonruimteconsumptie variabel nemen en daar beleid voor maken, dan komt er een groter kindertal uit de bus. In plaats van het ruimtebeslag kun je ook de gewenste kooldioxide-uitstoot als doel nemen. Te kiezen valt er ook tussen vrijwilligheid en voorlichting of beleid met sancties.

Er zijn alle mogelijke varianten te bedenken. Maar een keuze zal het moeten zijn, want het onderwerp is niet triviaal genoeg om af te wachten wat de toevallige uitkomsten zijn van beslissingen die we niet genomen hebben. Politici hebben hierin een belangrijke taak, zij moeten die keuzemogelijkheden met hun verwachte kosten en uitkomsten expliciet maken en zorgen dat wat er gekozen moet worden, ook op tijd ter keuze wordt aangeboden. Eigenlijk is het verbazend dat demografisch beleid in een zo dichtbevolkt en vervuild land als Nederland niet op de politieke agenda staat.

Wie 'nee' zegt tegen IJburg, stimuleert die bredere discussie. En spaart een stukje Nederland dat door Rembrandt, Jac.P. Thijsse, Breitner en Nescio blijvend met ons nationaal cultureel erfgoed werd vervlochten. Het weidse, open polderland boven Amsterdam dat door Nescio werd beschreven ('Groot was God dien middag en goedertieren. Door onze oogen kwam Zijn wereld naar binnen en leefde in onze hoofden') is zo plat als een dubbeltje. Het geluid van wegverkeer en geplande waterrecreatie draagt ver over het water, en de oprukkende stad zal overal te zien zijn.

Nog zijn Landelijk Noord en Waterland ongeschonden. Laten we het zo houden.

Pauline van de Ven is econoom en publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden