Iedereen mag zich consultant noemen en doet dat dan ook

De organisatieadviesbureaus in Nederland rijzen de pan uit: 97 duizend zijn er nu. Geven ze allemaal waardevolle adviezen? Of handelen ze vooral in gebakken lucht?

Maarten Bos (49), eigenaar The Bos Company. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Nederlanders gelden als een koopmansvolk, maar in werkelijkheid zijn we een natie van organisatieadviseurs. Nederland telt 97 duizend organisatieadviesbureaus, waarvan 90 procent uit eenmanszaken bestaat, blijkt uit CBS-cijfers. Gemeten naar het aantal bedrijven is consultancy daarmee met afstand de grootste bedrijfstak.

Organisatieadviesbureaus verspreidden zich de afgelopen twintig jaar met de snelheid van een verkoudheid in een peuterspeelzaal, maar sinds het begin van de kredietcrisis is hun aantal pas echt geëxplodeerd: er kwamen er 53 duizend bij, waarvan 96 procent zzp'ers. Tot organisatieadviesbureaus rekent het CBS bedrijven die andere bedrijven of instellingen adviseren over reorganisaties, opvolgingskwesties en bestuursproblemen.

Na de 96.995 organisatiebureaus volgen financiële holdings zoals administratiekantoren van aandelen (56 duizend, waarvan 93 procent zzp) en bouwbedrijven (55 duizend, waarvan 87 procent zzp) als grootste van ruim 600 bedrijfstakken. Van de bijna 1,5 miljoen bedrijven bestaat nu 76 procent uit eenmanszaken. In 2007 was dat 63 procent.

Waarom zijn er zoveel organisatieadviesbureaus? Het cijfer vertekent door het hoge aantal zzp'ers, zegt CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen. 'Qua toegevoegde waarde of totale werkgelegenheid zijn organisatieadviesbureaus lang niet zo groot als bijvoorbeeld de sectoren handel of vervoer.'

Ook zou het kunnen dat mensen verschillende bv's inschrijven bij de Kamer van Koophandel en daardoor meerdere keren opduiken in de statistieken, zegt Van Mulligen. Arbeidseconoom Paul de Beer van de Universiteit van Amsterdam vermoedt dat een deel van de organisatieadviesbureaus bestaat uit mensen die in loondienst zijn, maar daarnaast af en toe klussen doen als zelfstandig organisatieadviseur.

Het werkelijke aantal organisatieadviesbureaus ligt waarschijnlijk nog hoger, denkt Michael van der Velden, partner bij het Utrechtse adviesbureau Andersson Elffers Felix en bestuurslid van de Raad van Organisatie Adviesbureaus. 'Bij de 97 duizend gaat het om mensen die zich met hun bedrijfje hebben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Er is nog een groep die alleen een VAR-verklaring [Verklaring Arbeidsrelatie, red.] invult. '

Achter de stijging van het aantal organisatieadviesbureaus gaat veel verborgen werkloosheid schuil, denkt Van der Velden. 'Je ziet twee categorieën ondernemers: de ene begint uit eigen overtuiging een bedrijf, de andere bestaat uit mensen die vaak hun baan zijn kwijtgeraakt en zich min of meer tot het zzp'erschap veroordeeld voelen.'

'Ik wil meer dan alleen geld verdienen'

In malvatherapeut en consultant Maarten Bos ballen zich twee arbeidsmarkttrends samen: in geen andere branches nam het aantal bedrijven sinds de crisis zo snel toe als bij organisatieadviesbureaus en paramedische praktijken. Tot de laatste bedrijfstak rekent het CBS fysiotherapeuten, psychologen en diëtisten, maar ook alternatieve genezers zoals malvatherapeuten. ‘Malvatherapie is een verzameling van allerlei behandelingen op het gebied van haptonomie en Chinese geneeskunde’, legt Bos uit. ‘Malvatherapeuten maken gebruik van de energiebanen die door ons lijf lopen: wat een acupuncturist met naalden doet, doe ik met mijn handen.’

De Bosschenaar, die bedrijfskunde studeerde aan Nyenrode en een opleiding ‘Inca-sjamanisme’ volgde, is sinds vorig jaar zelfstandig organisatieadviseur. Daarvoor werkte hij voor de Hotelschool Maastricht en de RAI. Ook runde hij samen met zijn Italiaanse echtgenote www.italie.nl en andere websites over het land van de laars. Maar na jarenlang voor anderen te hebben gewerkt, lonkte het zzp’erschap. Bos is consultant voor de Hotelschool Maastricht, deed opdrachten voor een ziekenhuis en een scholengemeenschap en coachte een op dood spoor geraakte werknemer van een Nederlandse bierbrouwer.

Door voor zichzelf te beginnen heeft hij het risico op een inkomensterugval voor lief genomen, zegt de Bosschenaar. ‘Maar mijn taak is groter dan alleen geld verdienen. Organisaties helpen verbeteren en bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van werknemers is voor mij het belangrijkst.’

Onbeschermd beroep

Een andere verklaring voor de opmars van de organisatieadviseur is dat het een onbeschermd beroep is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld arts, accountant of advocaat. 'Iedereen kan zich organisatieadviseur noemen', zegt Christopher McKenna, docent aan de Saïd Business School van de universiteit van Oxford en schrijver van het boek The World's Newest Profession: Management Consulting in the Twentieth Century.

'Organisatieadviseur is geen volwaardig beroep, dat wil zeggen: een beroep gedefinieerd als een betaalde bezigheid met strenge toelatingseisen, een corpus van kennis dat beoefenaars moeten beheersen en een duidelijke definitie van wanpraktijken. In die zin zijn organisatieadviseurs vergelijkbaar met 's werelds oudste beroep, vandaar de titel van mijn boek', zegt McKenna.

Wat organisatieadviseurs wel weer gemeen hebben met artsen en advocaten is dat ze er vaak een eigenaardig taaltje op na houden, vol met - in het Nederlands - stippen aan de horizon, implementatiestrategieën en verbeterplannen. 'Dat is argot om het beroep te bewaken en de ingewijden te scheiden van de buitenstaanders', zegt McKennia.

De opmars van organisatieadviesbureaus verbloemt een aantal maatschappelijke ontwikkelingen, zegt McKenna. 'Het heeft zijn politieke wortels binnen overheden en bedrijven. Het inhuren van consultants is een manier om het politieke te verschuiven naar buitenstaanders die betaald krijgen om de moeilijke beslissingen te nemen.

'En het heeft te maken met ideologie, namelijk de ideologie dat bedrijfskundige oplossingen superieur zijn, of het nu gaat om vraagstukken bij bedrijven of overheden. Want dat is wat organisatieadviseurs meestal leveren: bedrijfskundige oplossingen.'

Is het ook wenselijk dat inmiddels 6,5 procent van alle bedrijven uit organisatieadviesbureaus bestaat? De toegevoegde waarde van organisatieadviseurs is niet altijd even zonneklaar, vindt Dekker. 'Er worden geen boontjes in blikjes gestopt, geen patiënten gewassen of bruggen gebouwd. In die zin is het verplaatsen van gebakken lucht. Het is de vraag of we daar nou zo vreselijk veel van nodig hebben.'

Volgens Van der Velden tonen de cijfers juist dat organisatieadviesbureaus zijn uitgegroeid tot een 'motor van werkgelegenheid'. Maar dat heeft ook een keerzijde, zegt hij. 'Het risico van de enorme groei is dat er meer beunhazen zullen komen.' Om toe te zien op de kwaliteit heeft de Raad van Organisatie Adviesbureaus een gedragscode in het leven geroepen, zijn er certificaten voor organisatieadviseurs die hebben aangetoond aan de professionele standaard te voldoen en kunnen benadeelden een tuchtrechtzaak aanspannen als ze vinden dat een opdrachtgever een wanprestatie heeft geleverd.

Linde Peters (29), eigenaar Fris denken & doen. Beeld raymond rutting

'Cultuurveranderaar en frisse denker'

Op dag 1 van haar eerste grote opdracht als zzp’er stond Linde Peters begin februari in een bedrijfskantine voor 300 werknemers van een fabrikant van schuifgoten en staalscharnierbanden. ‘Dit jaar gaan we het anders doen!’, zei ze in haar welkomstwoord. Lege blikken waren haar deel. Sindsdien slijt Peters flink wat dagen tussen brullende machines en mannen in blauwe overalls om het bedrijf tot een ‘high performance organisatie’ te maken. En dat werpt zijn vruchten af, zegt Peters: werknemers krijgen meer ruimte voor eigen initiatief, afdelingen werken beter samen en managers communiceren beter met hun ondergeschikten.

Peters studeerde organisatieantropologie aan de Vrije Universiteit. ‘Cultuurveranderaar en frisse denker’, noemt ze zich. De Utrechtse zegt goed te kunnen rondkomen van haar bedrijf. ‘Ik heb mijn honorarium zo gesteld dat ik er een gemiddeld inkomen mee behaal dat ik ook zou verdienen bij een groter adviesbureau.’

De aanwas van zzp-organisatieadviseurs is deels uit nood geboren, denkt ze. ‘Mensen die hun baan kwijtraken, geen werkgever vinden en voor zichzelf beginnen.’ Zelf merkt ze ook hoe moeilijk de markt is. ‘Ik had ervoor kunnen kiezen bij een groot adviesbureau te werken, maar die plekken liggen niet voor het oprapen, zeker niet voor jonge mensen.’ Spijt van haar zelfstandigheid heeft ze niet. ‘Ik heb in mijn eerste jaar direct een grote opdracht te pakken.’

Financiers

Van der Velden noemt het voorbeeld van een zzp'er die van internet een advies bij elkaar knipte en plakte en dat naar een opdrachtgever stuurde. Toen de organisatie in kwestie niet wilde betalen, stuurde de zzp'er een boze brief aan de financiers van de organisatie, inclusief de minister van Binnenlandse Zaken en de Commissaris van de Koningin.

In de tuchtrechtzaak werd de opdrachtgever in het gelijk gesteld. 'Het probleem is alleen: we kunnen iemand niet van het tableau schrappen, zoals bij advocaten. Als Raad kunnen we iemand hoogstens op de zwarte lijst zetten, maar we kunnen hem niet verbieden zich als organisatieadviseur aan te bieden. Doordat er zoveel organisatieadviseurs zijn bijgekomen, neemt het risico toe dat er beunhazen tussen zitten die het aanzien van het vak beschadigen.'

'Mensen en mogelijkheden verbinden'

'Als zelfstandige ben je secretaresse, ict-helpdesk, administrateur en toiletjuffrouw ineen', grapt Zeewoldenaar Edwin Pijpers. De consultant was in loondienst bij Atrivé, totdat ook bij het Utrechtse adviesbureau de crisis toesloeg. 'In 2011, bij de derde reorganisatieslag, ben ik afgevloeid. Ik wilde altijd al ondernemer worden, dit was het zetje in de rug dat ik nodig had.'

Na zijn ontslag, tijdens het backpacken in Thailand, belde een oude klant. 'Of ik voor een woningcorporatie wilde onderzoeken hoe ze de leegstand konden terugdringen. Zo rolde ik meteen mijn eerste interim-opdracht in.' Sindsdien haalt Pijpers naar eigen zeggen een modaal inkomen uit advieswerk voor woningcorporaties, zorginstellingen en kinderdagverblijven: 'verbeterplannen' maken, ondernemingsraden bijstaan, werkprocessen evalueren. Zijn filosofie: 'Mensen en mogelijkheden verbinden. Zo halen ze het beste uit zichzelf en elkaar. Daar ligt mijn kracht.'

Hoewel hij wat weinig opdrachten zegt te hebben, maakt Pijpers zich over zijn inkomen niet zo'n zorgen, maar wel over zijn pensioen. 'Ik spaar wel, maar heb m'n inkomen gewoon nodig voor het dagelijks leven, dus blijft er niet genoeg over om opzij te leggen voor m'n pensioen. Toen ik begon als ondernemer wilde ik het eerst aankijken: is dit het nu? Maar nu ik heb besloten dat ik zzp'er voor het leven ben, moet ik daar ook mijn financiën naar gaan inrichten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.