Idee achter de euro is het recept voor een ramp

Ook tijdens de top in Dublin bleek Groot-Brittannië zich weer het meest terughoudend op te stellen inzake de EMU en de Europese eenwording....

Neem een snufje Koude-Oorlogideologie uit de jaren vijftig, voeg wat reuzengroei uit de jaren zestig toe, plus een kleine hoeveelheid Duits Wirtschaftswunder uit de jaren zeventig. Garneer het geheel met monetarisme uit de jaren tachtig en klaar is het recept voor de euro. Of, in gewone bewoordingen, het recept voor een ramp.

Dat was natuurlijk niet de boodschap van de top in Dublin. Het enige gespreksonderwerp aldaar was: hoe zorgen we ervoor dat het eenwordingsproces niet aan vaart verliest?

Het probleem voor de voorstanders van een munteenheid is dat, naarmate het jaar 1999 voor Europa dichterbij komt, het steeds makkelijker wordt om je te vinden in opvattingen als die van de Amerikaanse econoom Rudi Dornbusch. Deze zei onlangs dat een gezamenlijke munt maar weinig aantoonbare voordelen oplevert. Sterker nog, het bestaan van de EMU was eigenlijk net zo erg als tot de ontdekking komen dat je schoonmoeder een tweelingzus heeft.

Gelukkig begint de boodschap van Dornbusch in Groot-Britannië aan te slaan. Het staat niet alleen onomstotelijk vast dat een conservatieve regering niet tot de eerste golf gezamenlijke-muntgebruikers zal behoren, maar er is nu ook sprake van toenemend realisme bij Labour. De oppositie distantieert zich van de onbezonnen haast om deel te willen uitmaken van de groep naties die in 1999 als eerste aan de slag gaan.

Dit is niet gewoon een electorale zet. Tony Blair mikt op meer dan één ambstermijn en dat impliceert een periode van economische stabiliteit. In zijn plannen is geen plaats voor een rondje op de achtbaan van de gemeenschappelijke munteenheid.

Groot-Brittannië is niet de enige met twijfels. De Bundesbank verafschuwt het openlijke gesjoemel dat ervoor moet zorgen dat Frankrijk en Italië zich kunnen houden aan de criteria van Maastricht. En Valery Giscard d'Estaing verwoordde wat veel mensen in Frankrijk al heel lang denken, namelijk dat overwaardering van de franc als onderdeel van de aanloop naar de EMU de Franse economie verlamd heeft.

Monetaire eenheid is een politieke constructie die economisch gezien geen zin heeft, behalve in een klein kluwen van landen die via de navelstreng met Duitsland verbonden zijn.

Europa ontstond uit de na-oorlogse behoefte aan een bolwerk tegen de Sovjet-Unie van Stalin. Economisch partnerschap en economische kracht werden gezien als manier om de verspreiding van het communisme een halt toe te roepen.

Dat werkte. De naoorlogse wederopbouw, die met behulp van de goedgeefse Amerikanen (en niet te vergeten, concurrerende valuta) tot stand kwam, leidde tot ronduit unieke groeipercentages. Het communisme is echter ineengestort en met die ineenstorting verdween de behoefte aan een gesloten front. Het is nu zaak om de landen van het voormalig Warschau-pact in het Europese handelssysteem te integreren via een grondige hervorming van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid.

Dit brengt ons bij het tweede punt: de verouderde obsessie voor de vermeende schaalvoordelen die zouden ontstaan bij een gezamenlijke munteenheid. De nieuwe technologie, de financiële mobiliteit, het gebruik van menselijk in plaats van materieel kapitaal en de afnemende toepassing van massaproductie hebben ervoor gezorgd dat afmeting niet langer van belang is. Stadstaten kunnen succesvoller zijn dan landenblokken.

Er zijn mensen die beweren dat Europa het voorbeeld van de Verenigde Staten moet volgen. Maar Amerika functioneert dankzij die ene, zelfde taal, een fiscaal systeem dat de middelen van de rijke naar de arme delen van het land doorsluist en een op integratie gerichte cultuur.

Als een bankemployé in Michigan haar baan kwijtraakt, kan ze zonder veel moeite een andere baan in Arizona vinden. Maar wat als de bankemployé in Esher haar baan kwijtraakt? Zal ze dan werk vinden in Essen?

In economieën die steeds meer worden aangestuurd door de dienstensector, doet taal er wel degelijk toe. Een gemeenschappelijk taal is zelfs belangrijker voor de soepel verlopende werking van een gemeenschappelijke markt dan een gemeenschappelijke munteenheid ooit zal kunnen zijn.

Het voorstel om alle talen in Europa te vervangen door het Engels zou echter enorm veel commotie teweeg brengen. De echte taalkundige en culturele integratie ontbreekt en de conclusie moet dan ook zijn dat Europa juist méér munteenheden nodig heeft, in plaats van slechts een.

De derde euro-bouwsteen is het feit dat iedereen jaloers is op de Duitsers en een graantje van hun Wirtschaftswunder wil meepikken. In de eerste helft van de jaren tachtig was men jaloers op het Duitse macro-management, het Duitse industrie-beleid, het Duitse lange-termijndenken en meer van dat soort zaken. Nu de werkloosheid in Duitsland vier miljoen slachtoffers telt en nog aan het stijgen is, is het misschien tijd voor een heroverweging. In Frankfurt heeft men het nu niet zozeer over het exporteren van het Rijn-kapitalisme, maar veel meer over het 'importeren' van deregulering en afslanking.

Het laatste punt is dat de euro geboren werd in een periode waarin inflatie als het grote probleem gold. De gemeenschappelijk munteenheid werd binnengehaald als waarborg voor prijsstabiliteit.

Maar de tijden zijn veranderd. Europa is in de greep van de deflatie en van werkloosheidscijfers die we sinds de opkomst van het fascisme niet meer hebben gezien. En jawel, hoe toevallig: nu luidt de nieuwe boodschap dat de euro een garantie is voor reflatie in Europa, omdat de ijzeren greep van de Bundesbank zal worden gebroken door de andere landen van de Europese Centrale Bank.

Dat lijkt verdacht veel op het soort taalgebruik dat mensen bezigen die absoluut willen dat de euro er komt. Er bestaat een reëel risico dat het beleid voor grote delen van de EU - met name voor Groot-Britannië - deflatoir in plaats van reflatoir zal zijn en gericht zal zijn op economische expansie in plaats van inperking.

Ondanks de voortekenen dat de gezamenlijke munteenheid even misplaatst is in het Europa van de eenentwintigste eeuw als een velocipede in de Tour de France, zijn er mensen die zeggen dat we toch door moeten gaan. Zij wijzen erop dat Groot-Brittannië economische schade opliep van het feit dat zij het Verdrag van Rome niet als mede-oprichter ondertekende.

Maar zelfs al had Groot-Brittannië het in 1957 bij het verkeerde eind, dat wil nog niet zeggen dat het verkeerd is om nu voorzichtig te zijn. De economische expansie in Frankrijk en Duitsland gaat niet dubbel zo snel als in Groot-Brittannië, zoals in de jaren vijftig het geval was. Economische groei is in die twee landen op dit moment überhaupt een probleem.

Er zijn mensen in Groot-Brittannië, met name ter linkerzijde, die vinden dat hun weerstand tegen een gezamenlijke munteenheid hen tot vreemdelingenhatende oerconservatieven à la Thatcher maakt. Per slot van rekening zijn de Tories tegen een gemeenschappelijke munteenheid.

Dat is vreemd, maar aan de andere kant ook niet zo vreemd. Immers, om met George Orwell te spreken: 'Engeland is wellicht het enige grote land waar de intellectuelen zich schamen voor hun eigen nationaliteit.'

Larry Elliott is redacteur van The Guardian. The Guardian/de Volkskrant

Vertaling: José van Zuijlen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden