Huishoudens in Nederland gaan er al 40 jaar amper op vooruit, beweert Rabobank. Is dat echt zo?

Huishoudens zijn er sinds 1977 amper op vooruitgegaan, luidt de dramatische conclusie van een nieuw Rabobank-rapport. Gaat het werkelijk zo beroerd met de Nederlander?

Vóór 1980 verdubbelde in Nederland het besteedbare inkomen per huishouden, daarna vlakte de groei overduidelijk af, constateert Rabobank.Beeld anp

Dat de Nederlandse bevolking tot dusverre weinig profiteert van de hoogconjunctuur - daar heeft het afgelopen jaar elk zichzelf respecterend economisch instituut op gewezen. Maar Nederlandse huishoudens die al bijna 40 jaar nauwelijks een cent extra te makken hebben? Die uitspraak doet het kenniscentrum van de Rabobank in een maandag verschenen studie. 'Het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens is sinds 1977 nauwelijks toegenomen', heet het. Daar vallen de nodige kanttekeningen bij te maken - zoals Rabobank zelf ook doet.

Gezinnen zijn nauwelijks rijker - maar wel kleiner

Allereerst zijn de gezinnen die van dat vrijwel gelijk gebleven inkomen moeten rondkomen kleiner geworden. In 1977 telde een gemiddeld huishouden nog bijna drie personen. Dat is gedaald naar 2,2. Houden we daarmee rekening, dan is het besteedbare inkomen wel gestegen, met een vijfde.

Is dat goed of slecht? Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau neigt naar het eerste. 'De afgelopen zeventien jaar zijn we er per saldo inderdaad niet op vooruitgegaan. Maar in de decennia daarvoor werden huishoudens wel degelijk rijker. Met dank aan de booming jaren negentig en het feit dat vrouwen steeds meer betaald gingen werken.'

Hoewel Rabobank-onderzoeker Martijn Badir de CBS-cijfers niet betwist, ziet hij toch een historische breuk. 'In de decennia voor 1980 verdubbelde het besteedbare inkomen per huishouden. Hoe je het ook wendt of keert, daarna vlakt die groei overduidelijk af.'

Er gaat meer geld naar de publieke sector...

'Goed geordende republieken moeten het publiek [domein] rijk houden en de burgers arm', schreef de Italiaanse politiek filosoof Niccolò Machiavelli begin zestiende eeuw. Iets dergelijks lijkt bijna vijfhonderd jaar later ook in Nederland het geval. Hoewel alle tablets, vliegvakanties en flatscreen-tv's anders doen vermoeden, eindigt een steeds kleiner gedeelte van de economische groei in de zakken van de burger.

De vraag is waar dat geld dan naar toe is gegaan. Het eerste antwoord is: naar de publieke sector. Die slokt een groter deel van de koek op dan in 1977. Dat hoeft niet negatief te zijn. 'De overheid is meer geld voor ons gaan uitgeven, bijvoorbeeld aan de gezondheidszorg', legt Rabo-econoom Badir uit. Dat betekent een hogere lastendruk voor huishoudens. 'Die verlaagt het besteedbaar inkomen. Maar daar staan kortere wachtlijsten en een gestegen levensverwachting tegenover.'

De 'oplossing' zou zijn dat de overheid haar uitgaven terugdringt en de lasten verlicht. Maar stijgt daarmee onze welvaart? Van een goede gezondheid, snelle weg- en spoorverbindingen of toegankelijk onderwijs profiteren burgers net zo goed. Bovendien liet eerder onderzoek, onder meer van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, zien dat de overheid met haar herverdelingsbeleid 'Amerikaanse toestanden' heeft voorkomen. Anders dan aan de overkant van de oceaan hebben Nederlandse laag- en middelbaar opgeleiden hun inkomen niet serieus zien slinken.

...en naar het bedrijfsleven

Nog veel meer dan de overheid hebben bedrijven geprofiteerd van de economische groei. Terwijl de loonstijging tegenvalt, bedroeg hun brutowinst (waar dus nog belasting vanaf gaat) in het derde kwartaal van 2017 maar liefst 58,9 miljard euro. Dat is het hoogste bedrag sinds het begin van de meting in 1999.

Sinds de jaren tachtig is het aandeel van bedrijven (uitgezonderd financiële sector) in het nationale inkomen dan ook bijna verdrievoudigd. Dat sluit aan bij eerdere cijfers van onder meer De Nederlandsche Bank en het CBS over de zogenoemde 'arbeidsinkomensquote'. Van elke euro die bedrijven verdienen, ontvangen werknemers en zelfstandigen 73 cent. In de jaren zeventig was dat nog ruim 5 cent meer. De drie 'erings' - flexibilisering, automatisering en globalisering - hebben de onderhandelingspositie van werkenden ondergraven.

Zorgelijk, oordeelt Badir van de Rabobank. 'Als economische groei steeds minder terechtkomt bij huishoudens, en steeds meer bij bedrijven, zal dat vroeg of laat weerstand oproepen.' De huidige economische groei van ruim 3 procent stelt hem slechts ten dele gerust. 'Ik verwacht dat de komende jaren het besteedbare inkomen zal stijgen. Maar de kloof tussen economische groei en inkomensgroei blijft. Er zal niet zomaar een inhaalslag plaatsvinden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden