Hotspot in de fabriek

Voorheen werden er bakstenen gemaakt of braadpannen. Nu bieden de fabrieken onderdak aan gezinnen en kunstenaars, of aan een kanovereniging....

De schoorsteen van steenfabriek De Bovenste Polder steekt hoog boven de ruige begroeiing van de uiterwaarden van de Rijn bij Wageningen uit. De voormalige fabriek is geen uitgewoonde ruïne, maar een volledig bewoonbaar gebouw.

Het is een unieke manier van wonen, zegt bewoner Han Wartna, die van het dak afklimt, dat ‘na tien jaar weer toe is aan een opknapbeurt’. De ruimte om het huis en het uitzicht over de rivier is groots. Bij strandjes voor de fabriek wordt vandaag gezwommen, want de hitte zindert tegen de 30 graden. Op koelere dagen domineert de stilte.

Twee gezinnen en acht kunstenaars bivakkeren vlak onder het kenmerkende dubbele zadeldak. Een lange houten loopplank met aluminium reling leidt naar hun verdieping. Diverse bands en een kanovereniging huren de twaalf stookkamers beneden.

Zo is het fabrieksterrein ook huiselijk geworden. Wartna praat vanaf de loopbrug met zijn dochter, die net in de rivier heeft gezwommen. Zijn vriend Arno Boon komt met zijn rode Mercedes over het zandpad aanstuiven.

Hier op deze plek aan de Rijn begon in 1995 hun ‘expeditie ruïne’. Hier vonden de oud-studenten biologie en plantenziekten aan de Wageningen Universiteit elkaar in uiterste nood op zoek naar een woonruimte.

Vijftien jaar later is Boon (in pak) de projectontwikkelaar en directeur van BOEi, de nationale maatschappij tot behoud, ontwikkeling en exploitatie van industrieel erfgoed. En heeft Wartna (in korte broek) zijn eigen aannemersbedrijf. Maar hoe verschillend hun stijl, ze bekommeren zich nog steeds over hetzelfde: industrieel erfgoed.

En dus nu professioneel. Wartna spant zich in een oude steenfabriek in Randwijk in Heeteren, even verderop, weer aan de praat te krijgen (‘een kleine markt, de restauratie-industrie, heeft nog belang bij bakstenen die zijn gebakken in een met kolen gestookte oven’). En onder Boons bezielende leiding kregen al twintig oude fabrieken, vaak rijksmonumenten, een nieuwe functie. Zoals zeepfabriek Rohm & Haas in Amersfoort, het oude schakelstation van de Nuon in Apeldoorn en suikerfabriek De Zeeland in Bergen op Zoom. Een verzameling van veertig ‘ruïnes’ staat nog op zijn verlanglijst.

De vondst dat een vervallen fabrieksterrein een stoere, robuuste maar vooral hippe omgeving biedt om te wonen en te werken, begon waarschijnlijk met de Westergasfabriek in Amsterdam. In de lege fabriek hadden zich voor de renovatie al kunstenaars en andere creatieve geesten verzameld, maar na de renovatie werd de oude fabriek dé culturele hotspot van Amsterdam.

Overal in het land worden nu industriële rijksmonumenten opgenomen in een woonwijk. Zo willen gemeenten een graantje meepikken van wat de creatieve economie wordt genoemd, zegt Boon.

Maar eerder nog bieden de terreinen de mogelijkheid voor binnenstedelijk bouwen. Boon: ‘Uitbreiden met Vinex-achtige wijken houdt een keer op.’ Voorbeelden zijn de voormalige terreinen van Stork in Hengelo en Enka in Ede.

Vaak is BOEi op de een of andere manier betrokken. ‘De markt laat deze gebouwen liggen’, zegt Boon. ‘Niet omdat ze duur zijn, we kopen ze vaak voor een euro, maar omdat het een lange adem vergt. Het gaat nooit vanzelf, hoe doorgewinterd je ook bent. Er bestaat geen formule.’

Bij de koop verplicht Boei zich de oude fabriek te restaureren en de gebouwen vervolgens door verhuur of verkoop te laten renderen. Maar tussen begin- en eindbestemming gaapt een financieel gat. ‘Dat moet je met geld van fondsen en subsidies zien te dichten.’

Zo kostte de restauratie van de steenfabriek in Wageningen 1,8 miljoen euro. De hypotheek die de huurders aflossen, bedraagt 1,2 miljoen. Daar ontbreekt dus 6 ton.

Eigenaar Staatsbosbeheer stond in 1995 welwillend toe dat de Wageningse studenten die leemte probeerden te vullen. De interesse van de natuurorganisatie voor cultuurhistorie was nog pril. Bovendien was ‘de veiligheid in het geding’, zegt Boon. De fabriek stond op instorten, en elke sigaret droeg een potentiële brand in zich.

Als eerste daad zetten ze de vereniging van gebruikers (kanovereniging, kunstenaars, bands en muziekvereniging) om in een stichting met lokale notabelen in het bestuur. Dat gaf het project body en slagkracht. Fondsen werden aangeschreven, wethouders gepolst. Geen ervaring, wel ‘geloof en lef’.

Ze voorkwamen dat de steenfabriek de Bovenste Polder net als vele soortgenoten aan de rivieren in verval zou raken en zou worden geruimd. ‘Wat zouden deze uiterwaarden saai zijn geworden.’

Ook de geschiedenis van het gebied blijft bewaard. De baksteenindustrie floreerde juist hier omdat ze de luxe had dat alles voor het oprapen lag – kleigrond, verbindingen en arbeidskrachten. Maar de gebouwen herinneren ook aan, zoals Wartna het noemt, het leed van het ‘steenovenvolk’, dat nauwelijks buiten mocht komen.

Niet iedereen is daarom blij met restauratie van fabrieken, er is ook verzet.

Zoals in Ulft bij het grote terrein van het DRU-complex (waar gietijzeren pannen werden gemaakt). In het boekje Monument en Herbestemmen van het Nationaal Restauratiefonds zegt wethouder John Haverdil: ‘DRU stond gelijk aan slecht betaald werk en vieze omstandigheden. Langzaam groeide het besef dat je dat verleden niet moet wegpoetsen.’

Het resultaat van een restauratie is meestal een mix van wonen, werken, horeca of een andere bijzondere functie. Soms met een onverwacht succes, zegt Boon. Zo zijn de workshops en demonstraties van Chocolade & Zo in de oude zuivelfabriek De Venen in Kolderveen ‘een waanzinnige hit’.

De Bovenste Polder biedt professionele kunstenaars in Wageningen de luxe van een permanent atelier. ‘Zij zitten altijd overal tijdelijk, hier kunnen ze blijven’, aldus Wartna.

Dat beaamt graficus Twan Vos, die sinds het begin zijn atelier onder het schuine dak van de steenfabriek heeft. Pontificaal in het midden van zijn atelier staat het portret van Paul de Leeuw dat hij maakte voor het programma Sterren op het doek. Zijn werk, toch al kleurrijk, licht nog meer op door het felle zonlicht dat van boven binnenvalt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden