InterviewArbeidsmigranten

‘Hoge WW-instroom Oost-Europese arbeidsmigranten voor 90 procent te verklaren door baanonzekerheid’

Poolse seizoensarbeiders bij een tulpenbollenkweker in Obdam, Noord-Holland.Beeld Katja Poelwijk

Oost-Europese arbeidsmigranten doen 2,5 keer zo vaak beroep op een uitkering als Nederlandse werknemers. Promovenda Anita Strockmeijer zocht uit waarom.

Haar proefschrift heet De arbeidsmarktpositie verklaart, omdat vooral hun kwetsbare positie op de Nederlandse arbeidsmarkt (met korte contracten) verklaart waarom Oost-Europese arbeidsmigranten tweeënhalf keer vaker een uitkering hebben dan Nederlandse werknemers.  Woensdag promoveert de UWV-medewerker Anita Strockmeijer aan de Universiteit van Amsterdam op haar onderzoek.

De conclusie is opvallend, omdat het uitkeringsgebruik van Oost-Europese migranten al jarenlang onderwerp van politieke en maatschappelijke discussie is. Die begon bij de uitbreiding van de Europese Unie met Polen in 2004 en daarna met Bulgarije en Roemenië. Gevreesd werd dat arbeidsmigranten uit die landen, net als hun voorgangers uit Marokko en Turkije, zich blijvend in Nederland zouden vestigen. En een relatief grote wissel zouden trekken op de verzorgingsstaat.

Koren op de molen van critici was de zogenoemde ‘Polenfraude’ die Nieuwsuur vorig jaar aan het licht bracht. Duizenden Poolse arbeidsmigranten zouden met een WW-uitkering op zak ‘grote vakantie’ vieren in eigen land, in plaats van beschikbaar te zijn voor de Nederlandse arbeidsmarkt of in Polen ander werk te zoeken.

Dat dergelijke fraude wordt gepleegd, ontkent Strockmeijer niet, maar ze vindt het wel tijd om het debat op basis van feiten te voeren. Te beginnen met de belangrijkste reden om de hoge instroom van Oost-Europese arbeidsmigranten in de WW te verklaren: ze hebben vier keer zoveel kans om hun baan te verliezen als Nederlandse werknemers.

Hoe verklaart u die kwetsbare positie op de arbeidsmarkt?

‘Als je kijkt naar loon, contract en een combinatie daarvan hebben Oost-Europese arbeidsmigranten een opvallend zwakke positie, ook ten opzichte van andere migrantengroepen. Dat komt door de ‘allemans arbeidsdeelmarkt’ waarop ze werken, waarvoor je alleen algemene vaardigheden nodig hebt. Daardoor zijn ze makkelijk vervangbaar en kost het de werkgever weinig moeite om iemand anders in te werken. Die biedt daarom lage lonen, tijdelijke contracten en geen ontwikkelmogelijkheden.’

Waarom treft dit specifiek de Oost-Europese arbeidsmigranten?

‘De uitzendbureaus vervullen voor deze groep migranten een prominente rol: zij zorgen ervoor dat de migranten hierheen komen en selecteren ze voor de werkgevers tegen een bepaald bedrag en voor een bepaalde duur. De onderhandelingsruimte die een arbeidsmigrant heeft, is daardoor beperkt. Als hij het niet doet, zoekt de uitzender gewoon een ander.’

Anita Strockmeijer

De lonen in Polen zijn de afgelopen jaren hoger geworden. Je zou toch denken dat Nederlandse werkgevers dan dieper in de buidel moeten tasten.

‘Er is nog altijd een verschil tussen de lonen in Nederland en Polen. En in Polen hebben ze juist weer goedkopere Oekraïense arbeidsmigranten in dienst voor het werk in het lagere segment.’

Aan die arbeidsomstandigheden verandert dus niets.

‘Nee, dat vond ik opmerkelijk, dat werkgevers ook met de huidige krapte op de arbeidsmarkt niet overgaan tot een andere strategie. Ze zijn erin gevangen omdat ze veel werken met Oost-Europese arbeidsmigranten en uitzendbureaus, en omdat er geen Nederlanders meer zijn die dit productiewerk willen doen. Keuzes uit het verleden sluiten uit dat ze dingen in de toekomst kunnen veranderen.

‘Als zo’n werkgever eenmaal een grote kas heeft met alleen Oost-Europese arbeidsmigranten, kan hij niet anders meer. Want als je er één Nederlander tussen zet, heeft die geen aansluiting. Ze kunnen niet samen over voetbal praten. Dat tij kun je alleen keren door weer de helft van je team uit verschillende nationaliteiten te laten bestaan, maar dat kost veel geld en moeite. Dus blijven werkgevers doorgaan op die ingeslagen weg en blijven uitzendbureaus zorgen voor de aanwas van nieuwe arbeidsmigranten, afkomstig uit een steeds breder palet van Oost-Europese landen.’

Hoe kunnen we de werkloosheid en de instroom in de WW beperken?

‘Werkgevers hebben belang bij arbeidsmigranten, dus zij zouden taalles kunnen stimuleren met een bonus. Vaak zeggen ze: wat maakt het uit, ze gaan toch weer weg. Maar dat is niet zo: eenderde blijft na vijf jaar werkzaam in Nederland. De arbeidsmigranten kunnen zelf wat beter proberen te integreren, want ze blijven veel bij elkaar. Ten slotte kunnen UWV en gemeenten ze beter ondersteunen. Nu zijn gemeenten veelal druk met huisvesting en heeft de integratie niet hun aandacht.’

En hoe zit het met die fraude?

‘Het verschil in WW-instroom tussen Oost-Europeanen en Nederlanders is voor 90 procent te verklaren door die baanonzekerheid. Of fraude de overige 10 procent verklaart, is onbekend. Maar als dit zo is, speelt het dus maar een beperkte rol.’

WRR: ‘geen uitkeringen, maar baan voor iedereen als vangnet’
Niet een uitkering, maar een basisbaan zou het vangnet van de verzorgingsstaat moeten worden. Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) in een advies aan de overheid. 

Hulp bij geldzaken: hoe help ik mijn kind in de bijstand?
‘Onze zoon van bijna 50 komt binnenkort in de bijstand. Hij krijgt dan ongeveer 1.000 euro netto, terwijl zijn koopwoning 1.300 euro per maand kost. Alleen al aan aflossing is hij maandelijks 600 euro kwijt. Hoe kunnen wij hem helpen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden