INTERVIEW

'Hoge werkloosheid is niet te tolereren'

Economische ongelijkheid is schadelijk, want het ideaal van gelijke kansen voor iedereen komt erdoor in gevaar. Doe er daarom wat aan, zegt econoom Tony Atkinson.

Tony Atkinson: `Hoe groter de kloof tussen arm en rijk, hoe meer het uitmaakt voor iemands levenskansen of hij als kind van arme of rijke ouders ter wereld komt.' Beeld Ton Koene
Tony Atkinson: `Hoe groter de kloof tussen arm en rijk, hoe meer het uitmaakt voor iemands levenskansen of hij als kind van arme of rijke ouders ter wereld komt.'Beeld Ton Koene

'We lijken totaal vergeten dat er een tijd was waarin de werkloosheid 1 procent bedroeg. De premier van Nieuw-Zeeland beweerde in de jaren vijftig dat hij alle werklozen in zijn land persoonlijk kende. Dat zou wel eens kunnen kloppen, want in 1955 waren er slechts 55 werklozen in Nieuw-Zeeland.'

Het is verbazingwekkend hoeveel werkloosheid we tegenwoordig tolereren, hield de Britse econoom Tony Atkinson (71) zijn publiek vorige week voor in de Industrieele Groote Club in Amsterdam. Atkinson, leermeester van onder meer Thomas Piketty en al een halve eeuw een ongelijkheidsautoriteit, was op uitnodiging van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies in Nederland om te praten over zijn boek Inequality. What Can Be Done?. Des te verbazingwekkender is het dat werkloosheid vrijwel afwezig is in het debat over de stijgende ongelijkheid, stelde Atkinson vast.

En dus moet de Europese Centrale Bank een dubbelmandaat krijgen, stelt Atkinson voor, waarin het nastreven van maximale werkgelegenheid net zo belangrijk is als het bewaken van de prijsstabiliteit. De Amerikaanse evenknie van de ECB, de Federal Reserve, heeft al zo'n dubbelmandaat: de Fed streeft niet alleen een inflatie na van 2 procent, maar ook een werkloosheidscijfer van niet boven de 5,2 procent.

Bovendien, zegt Atkinson, zouden regeringen moeten optreden als 'employer of last resort' ('werkgever in laatste instantie'), naar het voorbeeld van de rol van centrale banken als 'lender of last resort', oftewel het laatste toevluchtsoord waar noodlijdende banken nog geld kunnen lenen. Als ultieme reddingsboei tegen de werkloosheid zouden overheden aan mensen die dat willen gagarandeerd werk moeten bieden tegen het minimumloon: bijvoorbeeld in verzorgingstehuizen, kinderopvang, de thuiszorg, bibliotheken of in een ondersteunende rol bij de politie. In veel van deze sectoren zijn de afgelopen tijd veel banen wegbezuinigd, zonder dat daar via de markt banen voor in de plaats zijn gekomen. Als we vinden dat banken too big to fail zijn, waarom zijn mensen dat dan ook niet op de arbeidsmarkt, aldus Atkinson.

Sir Anthony Atkinson

1944: geboren op 4 september

1966: master economie aan Cambridge

1971-nu: hoogleraar aan onder meer MIT, Oxford, Harvard en London School of Economics

1980: boek Lectures on public economics, met Joseph Stiglitz

1987-nu: eredoctoraten aan 18 universiteiten

2000: geridderd door koningin Elizabeth

2001: Chevalier de la Légion d'Honneur

2015: boek Inequality. What Can Be Done?

Diagnose

Het zijn twee van de vele voorstellen uit Atkinsons boek om de groeiende ongelijkheid te bestrijden. Atkinson kwam tot zijn boek nadat wereldleiders als Obama, paus Franciscus en IMF-baas Lagarde ongelijkheid tot een van de grootste uitdagingen van onze tijd bombardeerden. 'Hoe goed het ook is dat wereldleiders ongelijkheid op de agenda hebben gezet, tegelijkertijd boden ze geen enkel idee over hoe ze dit probleem wilden aanpakken', vertelt hij, nippend aan warme chocolademelk, tijdens een interview met de Volkskrant kort voor zijn lezing. 'Er is na het succes van Thomas Piketty's boek een soort doemklimaat ontstaan, alsof we aan iets lijden waartegen we niets kunnen doen. Maar we kunnen wel degelijk iets doen tegen ongelijkheid. Daarom heb ik dit boek geschreven.'

Maar voor we aan de medicijnen beginnen eerst de diagnose: waarom acht Atkinson de huidige economische ongelijkheid in veel westerse landen schadelijk? Want dat de een meer geld verdient of rijker is dan de ander is natuurlijk niet per se schadelijk, integendeel. In discussies over het thema blijft vaak buiten beschouwing wanneer ongelijkheid doorslaat van gezond naar ongezond.

'Ongeacht hun politieke opvattingen zijn de meeste mensen voorstander van gelijkheid van kansen', zegt Atkinson. 'In Amerika hoor je de Republikeinse kandidaten daar voortdurend op hameren: het gaat niet om economische gelijkheid, het gaat erom dat iedereen een eerlijke kans krijgt.' Maar dit onderscheid tussen uitkomsten en kansen is nogal kunstmatig, vindt Atkinson. 'Want als de inkomens- en vermogensongelijkheid een bepaald niveau bereiken, beginnen ze het startpunt van de volgende generatie te schaden.' Hoe groter de kloof tussen rijk en arm, hoe meer het uitmaakt voor iemands levenskansen of hij als kind van arme of rijke ouders ter wereld komt. 'Het huidige ongelijkheidsniveau in het Verenigd Koninkrijk, Amerika en een aantal andere OESO-landen vormt nu een barrière voor de gelijkheid van kansen. Bovendien ondermijnt de huidige ongelijkheid de solidariteit: vooral in Amerika hebben de meeste mensen helemaal niet geprofiteerd van de economische groei van de laatste vijftien jaar.'

Sociaal-Economische raad

Nederland is vergeleken met andere landen nog altijd zeer egalitair, zegt Atkinson. 'Maar dat kan niet verhullen dat ook in Nederland de inkomensongelijkheid is toegenomen: Nederland is nu ongelijker dan een generatie geleden. Bovendien - en dat is minstens even belangrijk - is ook het Nederlandse armoedecijfer toegenomen. De Europese Unie heeft zich voor 2020 ten doel gesteld om de armoede terug te dringen en de welvaart beter te verdelen, maar de laatste tien, vijftien jaar is daarin niet of nauwelijks vooruitgang gemaakt. Sommige landen doen het iets beter dan voorheen, maar veel andere landen juist slechter. Neem Duitsland: door iedereen getypeerd als een succesverhaal, en qua werkgelegenheid heeft Duitsland het inderdaad relatief goed gedaan. Maar dat succes is ten koste gegaan van de lonen. Het Duitse armoedecijfer is gestegen.'

Een van Atkinsons voorstellen om de ongelijkheid terug te dringen is de oprichting van, jawel, een Sociaal-Economische Raad. Een instituut dat in Nederland al 65 jaar bestaat. Atkinson heeft zich dan ook laten inspireren door het Nederlandse poldermodel. Hij pleit echter wel voor een modernere versie van de SER, met behalve werkgevers en vakbonden ook vertegenwoordigers van zelfstandigen, consumenten en ngo's.

'Kijk naar de onderhandelingen over TTIP: het gaat puur om de belangen van het mondiale bedrijfsleven en van regeringen. Consumenten en werknemers zijn daarbij op geen enkele manier vertegenwoordigd. Bezien vanaf de overkant van de Noordzee lijkt het alsof er in Nederland meer publieke discussie is over de arbeidsmarkt. In het Verenigd Koninkrijk kondigde de regering eerder dit jaar de invoering van een leefbaar loon aan, een van mijn voorstellen. Maar de discussie over het voorstel kwam pas na de aankondiging. Andersom had mij een betere volgorde geleken.'

Minimum-erfenis

Atkinson pleit er in zijn boek voor om iedereen zodra hij of zij de meerderjarige leeftijd bereikt een soort minimum-erfenis te geven, te betalen uit de fondsen van staatsrijkdommen (sovereign wealth funds), zoals Noorwegen, Saoedi-Arabië en andere oliestaten die kennen. Met erfenissen is op zich niets mis, schrijft Atkinson, maar het probleem is dat ze zeer ongelijk verdeeld zijn, met als gevolg grote verschillen in de kansen waarmee mensen het leven beginnen. Een dergelijke minimum-erfenis zou ergens tussen de 5 en 10 duizend Britse pond kunnen bedragen.

De Brit pleit verder voor een variant van het basisinkomen en voor een verhoging van het toptarief van de inkomstenbelasting naar 65 procent. Dat is een stuk hoger dan het huidige Nederlandse toptarief van 52 procent, maar lager dan de 72 procent die Nederland tot 1989 hanteerde. Volgens Atkinson zijn de verlagingen van het hoogste belastingtarief in westerse landen een van de oorzaken achter de exorbitante stijgingen van de salarissen van topbestuurders in het bedrijfsleven. Vroeger had het voor topbestuurders weinig zin om een nog hoger salaris te eisen, omdat het leeuwendeel toch naar de fiscus ging.

Een van Atkinsons belangrijkste voorstellen is dat overheden zich veel meer moeten bemoeien met de richting van technologische vooruitgang. Het verdwijnen van banen door zulke vooruitgang lijkt iets waartegen beleidsmakers machteloos staan, maar dat is niet waar, zegt Atkinson. Veel van de belangrijkste uitvindingen van nu - bestuurderloze auto's, de iPhone, internet - zijn juist ontstaan dankzij investeringen van overheden. Regeringen kunnen er dus ook voor kiezen om geld te steken in technologische vooruitgang die de werkgelegenheid juist ten goede komt in plaats van afbreekt, zegt Atkinson.

'Het standaardantwoord op de vraag wat we aan armoede kunnen doen is 'Onderwijs, onderwijs, onderwijs!' Hoewel ik als academicus natuurlijk helemaal voor onderwijs ben, is dit slechts de helft van het antwoord. We zouden ons ook meer bezig moeten houden met de koers van technologie, temeer daar het meestal de overheid is die technologische vooruitgang stimuleert.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden