Hoge rente in Engeland trekt wereldwijd beleggers Britse pond dankt herstel aan euro

Het Britse pond beleeft op de internationale wisselmarkten een ware revival. De Britse munt, jarenlang beschouwd als het zwakke broertje tussen de overige Europese valuta, steeg dinsdagmorgen drie cent tot 2,94 gulden, bijna de hoogste koers sinds de smadelijke aftocht uit het Europese Monetaire Stelsel (EMS), ruim vier jaar geleden....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Op 16 september 1992 gaven de Bank of England en - wellicht belangrijker nog - de Duitse Bundesbank hun pogingen op het pond te verdedigen tegen de aanvallen van de speculanten op de wisselmarkten. 's Avonds zag de Britse regering zich gedwongen het pond terug te trekken uit het Europese muntstelsel. De volgende dag klapte de koers met een dubbeltje naar beneden tot 3,03. En in de maanden en jaren daarna zette de daling krachtig door tot een dieptepunt van rond 2,45 gulden eind vorig jaar.

Maar dit jaar is het vertrouwen in de Britse munt goeddeels hersteld, al was de koerssprong van gisteren weer te danken aan de Bundesbank, dezelfde centrale bank die in 1992 door de Britten de schuld in de schoenen kreeg geschoven voor de afgang van het pond. Otmar Issing, chef-econoom bij de Bundesbank, liet dinsdag weten dat de komst van de euro, de gezamenlijke Europese munt, voor veel beleggers een reden zou kunnen zijn hun tegoeden in marken, guldens of francs om te zetten in dollars en ponden.

De nieuwe rol voor het pond als 'vluchtvaluta' wordt mogelijk gemaakt door de hogere Britse rente. Naarmate de introductie van de euro naderbij komt, kruipen de rentevoeten in de landen die mogelijk gaan deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) naar elkaar toe. Bovendien is de verwachting dat de rente in het euro-gebied naar beneden zal gaan.

Beleggers die op zoek zijn naar het hoogste rendement, worden automatisch de Noordzee over gedreven. Overigens acht Issing het ook mogelijk dat de introductie van de euro de behoefte bij bedrijven en particulieren aan vreemde valuta sterk zal verminderen. Dat zou dan weer ten koste gaan van de koers van de dollar en het pond. 'Het netto-effect van beide bewegingen kan op voorhand niet worden bepaald', zei Issing.

Maar deze waarschuwing werd op wisselmarkten aanvankelijk grotendeels genegeerd. 'Vooral in Azië was er in de nacht van maandag op dinsdag sprake van een run op het pond', zegt Joost Derks, valutahandelaar bij Van Lanschot Bankiers in den Bosch. 'Sinds veertien dagen is het pond dé valuta. In het pond wordt het meest gehandeld', stelt Derks vast. 'En de koersstijging gaat heel hard.' In Europa werd de boodschap van Issing wel volledig ter harte genomen. Aan het eind van de dag was de winst weer weggesmolten op 2,91 gulden.

Vooral sinds de laatste Britse renteverhoging eind oktober is de koersstijging van het pond in een stroomversnelling gekomen. De Britse centrale bank trok het belangrijkste rentetarief toen op van 5,75 naar 6 procent. Daarmee wilde minister Kenneth Clarke van Financiën de dreiging van een aanwakkerende inflatie in de kiem smoren, vooral op aandrang van bankpresident Eddie George.

De doelstelling van de regering is de onderliggende inflatie, waarbij de hypotheekrente niet wordt meegerekend, onder de grens van 2,5 procent te krijgen. Maar er wordt openlijk aan getwijfeld of de jongste renteverhoging voldoende is om dat doel te bereiken. De financiële markten rekenen er al op dat een verdere verhoging van de rente tot 6,5 procent onvermijdelijk is.

'De rente is nu de drijvende kracht achter de koersstijging van het pond', meent Jaco Rouw van het economisch bureau van ING. 'In de afgelopen weken heeft de lange rente in het Verenigd Koninkrijk zelfs regelmatig boven de Italiaanse gelegen. Wil je op zoek naar rendement, dan kom je onvermijdelijk in het Verenigd Koninkrijk terecht.'

Die beweging wordt versterkt doordat Groot-Brittannië het enige belangrijke industrieland is waar een renteverhoging in de lucht hangt. Rouw: 'In de VS, Duitsland en Japan gebeurt er voorlopig niets. Het Verenigd Koninkrijk is de enige grote economie waar sprake is van een rentestijging.'

De Britse economie vormt voorlopig geen belemmering voor een verdere opmars van het pond. De economische groei komt voor dit jaar uit op 2,3 procent en in 1997 naar verwachting op 3,3 procent. 'Vergelijk dat met Duitsland met 1,5 procent dit jaar en iets meer dan 2 procent volgend jaar. Of Frankrijk met iets meer dan 1 procent nu en mogelijk 2 procent in 1997. Of Italië. Vergeleken met het vasteland doet Groot-Brittannië het, afgezien van Nederland, gewoon beter.'

In Engeland zelf wordt de koersstijging van het pond met gemengde gevoelens gevolgd. Het dure pond verhoogt de prijzen van Britse producten op de wereldmarkt en remt daardoor de exportgroei. Verschillende bedrijven hebben al gewaarschuwd dat het dure pond de groei van de productie afremt en investeringsplannen onhaalbaar maakt. De Britse exporteurs luidden dinsdag de noodklok. Hun Institute for Export liet weten 'hoofdpijn' te krijgen van de kracht van het pond.

Derks: 'Engeland is in feite een lagelonenland vergeleken met het continent, maar dat voordeel verdwijnt snel door de koersstijging van het pond.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.