Een bedrijf met een sociale werkvoorziening.

Reportage arbeidsgehandicapten

Hoeveel moet een arbeidsgehandicapte eigenlijk verdienen?

Een bedrijf met een sociale werkvoorziening. Beeld Marcel van den Bergh

Om bedrijven te verleiden arbeidsgehandicapten in dienst te nemen, legt de overheid geld bij. De baas betaalt enkel de productiviteit die hij van de werknemer krijgt. Maar hoe wordt die gemeten? De gehandicapte langs de lat.

Karel (begin 20) werkt 24 uur per week bij een spellenwinkel, een paradijs voor kleine en grote jongens vol games, bordspellen, action figures en exclusieve speelkaarten. Karel is geen gewone medewerker, hij heeft meer tijd nodig dan ‘reguliere’ werknemers. Hij kan zich slechts op één taak tegelijkertijd concentreren, moet veel nadenken over handelingen, is onzeker over zijn werk en gespannen in de omgang met onbekenden. Ook problemen met zijn motoriek beperken hem in zijn snelheid. De arbeidsdeskundige van het UWV concludeert: ‘Hij kan niet plotseling versnellen of vertragen. Het kan alleen op zijn manier.’

Hij is een van de circa 100 duizend mensen met een beperking die een plek hebben gevonden in het reguliere bedrijfsleven. In de kaartenbakken van het UWV en gemeenten zitten nog eens ruim 100 duizend arbeidsgehandicapten, mensen die in beeld zijn maar werkloos thuis zitten. De overheid legt geld bij om werkgevers te verleiden deze mensen in dienst te nemen. Om te bepalen hoeveel de baas moet betalen, meet een arbeidsdeskundige van het UWV of de gemeente de productiviteit van de gehandicapte. 

Loonwaarde meten

Er zijn zes methoden in omloop om ‘loonwaarde’ te meten. Karel kreeg de UWV-behandeling, de meest gebruikte methodiek. De Volkskrant keek over de schouder van de arbeidsdeskundige mee. Karel is een gefingeerde naam, de werknemer wilde niet herkenbaar worden opgevoerd in de krant. Om die reden zijn hier ook de winkel en werkgever niet bij naam genoemd en gefotografeerd.

De spellenwinkel verhandelt zijn spullen vooral online. Sommige klanten bezoeken ook de fysieke winkel, die daarnaast dienstdoet als magazijn. Karels werkzaamheden bestaan uit het klaarmaken van bestellingen, het maken van foto’s van producten voor de website, het controleren van binnengekomen waar, het inruimen van de winkel en het helpen van klanten aan de kassa.

Op het moment van de loonwaardemeting werkt Karel al drie maanden in de winkel, tot dan toe met behoud van uitkering. Voorheen werkte hij in een supermarkt, eveneens met subsidie. Het werk in de spellenwinkel is een droom die uitkomt, hij is fervent gamer. Na vandaag gaat zijn baas hem betalen voor het werk dat hij levert, de overheid vult het salaris aan.

Vergelijkingsmateriaal

De loonwaardebepaling duurt in totaal anderhalf uur. Na een kennismaking met Karel en zijn baas, spreekt de arbeidsdeskundige uitgebreid met de werkgever. Karel is hier niet bij aanwezig, hij doet ondertussen zijn werk in de winkel. Het gesprek neemt bijna een uur in beslag. De werknemer wordt volledig ontleed.

De baas dient zelf als vergelijkingsmateriaal, hij runt de zaak met zijn vriendin en heeft geen ‘gewone’ werknemers in dienst. Hij moet zodoende een inschatting maken van het werktempo van een hypothetische reguliere medewerker. Hoe lang doet een gewone werknemer over het verzamelen van bestellingen? In hoeveel minuten kan je een klant helpen bij de kassa? Hoeveel tijd kost het om een kratje games in de schappen te zetten?

Daarna kijkt de arbeidsdeskundige naar Karel terwijl die aan het werk is. Hij moet de inhoud van het bordspel Kolonisten natellen. Ander vergelijkingsmateriaal: het afgelopen uur heeft hij een aantal bestellingen verzameld en enkele klanten geholpen. Daarna weet de arbeidsdeskundige genoeg. Thuis werkt ze haar aantekeningen uit tot een rapport van 17 pagina’s en een conclusie: dit is het bedrag dat u uw werknemer moet betalen.

Loondispensatie

Deze jonge werknemer met een beperking valt onder de Wajong, de regeling voor jonggehandicapten. Uitkeringsinstantie UWV meet zijn productiviteit en betaalt zijn aanvullende uitkering. Karel regelt dit rechtstreeks met het UWV. Deze regeling heet loondispensatie en geldt op dit moment enkel voor mensen in de Wajong.

Andere werkende gehandicapten krijgen van hun werkgever een volledig (minimum)loon. De werkgever krijgt van de gemeente aan het eind van de maand een deel van het geld terug. Dit heet loonkostensubsidie. Hierbij is niet het UWV, maar de gemeente de uitvoerende instantie.

Het kabinet was van plan om loondispensatie voor alle arbeidsbeperkten in te voeren. Makkelijker voor werkgevers, die dan niet meer bij gemeenten zouden moeten aankloppen voor subsidie. Maar voor de gehandicapte heeft loondispensatie twee grote nadelen: hij moet zelf zijn aanvullende inkomen regelen met de gemeente of het UWV en in plaats van het minimumloon, krijgt hij zijn loon aangevuld met een gedeeltelijke bijstandsuitkering waarover hij geen pensioen en WW opbouwt.

Minder rompslomp

Na felle kritiek vanuit de samenleving trok staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken vorige week het plan in. Ze kwam tot de conclusie dat loondispensatie het leven van werkgevers en gehandicapte werknemers niet ‘simpeler en beter maakt’. Ze beraadt zich nu op een eenvoudiger vorm van loonsubsidie, met minder rompslomp voor werkgevers en gehandicapten. Ook de loonwaardemeting moet op de schop, ze wil van zes methoden naar één manier om productiviteit te meten. 

De discussie gaat aan Karel voorbij. Hij heeft zijn rapport binnen en kan aan de slag. Kwaliteit: een dikke 10. Snelheid: een ruime 3.

Karel vs reguliere medewerker:

Orderpicken

Een reguliere medewerker verzamelt 55 bestellingen per uur. Karel doet er veertien in een uur. Hij is veel tijd kwijt aan nadenken over de ‘orders’ en waar hij de producten in de winkel kan vinden. ‘Daarbij voert hij voor zichzelf een extra controle uit, omdat hij het direct graag goed doet.’ Zijn tempo is laag, maar de kwaliteit uitstekend. In drie maanden proeftijd heeft hij slechts één fout gemaakt. Zijn productiviteit op dit onderdeel: 25,45 procent.

Foto’s maken

De gewone collega maakt in 1,5 minuut zes foto’s van een product. Karel heeft 5minuten nodig. Hij is zeer voorzichtig, controleert meermaals of de foto’s goed zijn en begint vaak opnieuw. Zijn productiviteit: 30,03 procent.

Bordspellen tellen

De reguliere werknemer telt in 7 minuten de inhoud van een bordspel na. Karel is er 12,5 minuten mee bezig. Hij heeft tijd nodig om de aantallen te vinden in de handleiding. Soms telt hij kaartjes twee keer. Zijn tempo is hier 50,28 procent van wat ‘gebruikelijk’ is.

Winkel inruimen

Een gewone collega kan in 32,5 minuten 42 dvd’s uit een kratje op de juiste plek in de winkel zetten. Karel heeft een uur nodig. ‘Hij voert een extra controle uit en heeft meer denktijd nodig.’ Productiviteit: 54,05 procent.

Afrekenen

Het afrekenen van een game moet kunnen in een halve minuut. Karel kan het in tweeënhalve minuut. Hij kan niet tegelijkertijd een disc opzoeken, het pinbedrag invoeren en een praatje maken met de klant. Bovendien vindt hij het contact spannend. Hij heeft al zijn aandacht nodig om de handelingen goed uit te voeren. Zijn score: 20 procent.

Conclusie

Karel werkt 6,5 uur op een dag, 2,5 uur besteedt hij aan de bestellingen en 1 uur per taak aan de andere werkzaamheden. Zijn productiviteit: 33,95 procent. Zijn loonwaarde bedraagt 369,18 euro per maand. De arbeidsdeskundige verwacht dat hij zich nog kan ontwikkelen en adviseert om over negen maanden zijn prestaties nog eens te meten.

Video UWV : Hoe wordt de loonwaarde bepaald?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.