Hoe onafhankelijk is de bedrijfsarts?

De bedrijfsarts wordt betaald door de werkgever. Een werknemer die twijfelt aan het oordeel van die arts, kan voortaan een second opinion vragen. Biedt dat voldoende garantie?

Beeld Claudia de Cleen

Ruim anderhalf jaar zit Rutger arbeidsongeschikt thuis als zijn werkgever besluit zijn loon niet langer door te betalen. Hij zou te weinig informatie hebben verschaft aan de bedrijfsarts, die hierdoor geen plan van aanpak heeft kunnen opstellen voor Rutgers terugkeer. Rutger stapt naar de Geschillencommissie Arbodiensten en wordt in het gelijk gesteld; niet hij, maar de bedrijfsarts is tekortgeschoten.

De geschillencommissie neemt het de bedrijfsarts onder meer kwalijk dat hij vertrouwelijke (medische) informatie heeft gedeeld met de werkgever. Ook zijn administratie bleek niet op orde, waardoor Rutger (een gefingeerde naam) niet goed op de hoogte was van de momenten waarop hij op het spreekuur moest komen.

De problemen begonnen met een verkeerde diagnose, waarna de bedrijfsarts tegen de werkgever zei dat Rutgers klachten mogelijk werden veroorzaakt door 'conversie' (een psychisch probleem dat iets lichamelijks wordt). De geschillencommissie hekelt die werkwijze van de bedrijfsarts, die bovendien 'geen inspanningen heeft verricht de gemaakte fouten (direct) te herstellen, of de positie van klager te beschermen'.

Aangepaste regelgeving

Om dergelijke problemen te voorkomen, past minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), op advies van de Sociaal Economische Raad, de regelgeving voor 'arbeidsgerelateerde zorg' aan. Elke werknemer krijgt het wettelijke recht om de bedrijfsarts te spreken en kan bij twijfel een second opinion vragen bij een 'onafhankelijke bedrijfsarts'.

Wim van Veelen, beleidsmedewerker arbeidsomstandigheden bij vakbond FNV, noemt dit een goede eerste stap, maar hij is er nog niet gerust op. 'Door te spreken van een second opinion bij een 'onafhankelijke' bedrijfsarts, geeft de minister eigenlijk toe dat de reguliere bedrijfsarts niet onafhankelijk is', zegt Van Veelen. 'Dat verandert niet als werkgevers de bedrijfsarts blijven betalen. Die weeffout in de Arbowet wordt niet hersteld.'

Tot die tijd spreekt Van Veelen liever van een 'werkgeversarts', die alleen symptomen bestrijdt, maar 'geen tijd krijgt voor bij het aanpassen van een ziekmakende werkplek'. Uit een FNV-enquête onder werknemers bleek een aantal jaren geleden dat 61 procent van zevenhonderd respondenten vindt dat de bedrijfsarts er vooral is voor de werkgever. Uit een onderzoek van de Vrije Universiteit (2010) bleek dat eenzelfde percentage van de bedrijfsartsen meent dat hun onafhankelijkheid onder druk staat.

Minister Asscher paste op advies van de Sociaal-Economische Raad de regelgeving voor 'arbeidsgerelateerde zorg' aan. Beeld ANP

Beroepsziekten

De problematiek wordt volgens Van Veelen goed duidelijk bij het melden van beroepsziekten, wat wettelijk verplicht is. Uit onderzoek van de Inspectie SZW en de Inspectie voor de Gezondheidszorg blijkt dat 46 procent van de bedrijfsartsen nooit een beroepsziekte (burn-out, lasogen) meldt. 'Zo'n dertigduizend werknemers lopen jaarlijks een beroepsziekte op, slechts zesduizend worden gemeld', zegt Van Veelen. 'Arbodiensten en bedrijfsartsen melden het niet omdat ze bang zijn hun contract te verliezen als ze negatief berichten over de werkgever.'

OVAL, de branchevereniging voor arbodiensten, wijt het probleem aan het meldingssysteem en niet aan onafhankelijkheid van de bedrijfsarts. Daarmee zit het juist wel goed, volgens onderzoek dat OVAL onder haar eigen leden heeft laten doen. Een stijgend aantal werknemers (67 procent in 2014) zou de bedrijfsarts onafhankelijk vinden. 'De bedrijfsarts is met ethische codes en richtlijnen goed toegerust om te opereren tussen soms tegenstrijdige belangen', zegt OVAL-directeur Petra van de Goorbergh. 'Het belang van de werknemer staat daarbij altijd voorop. Slechts 8,5 procent is ontevreden.'

Toch ziet de minister reden om de onafhankelijkheid beter te waarborgen. Hij maakt de werknemers mede-verantwoordelijk voor betrouwbare zorg op de werkvloer. Ze moeten zelf inspraak gaan organiseren en betrokken raken bij de afspraken met bedrijfsartsen. Pakt dit toch verkeerd uit, dan zou de second opinion een vangnet moeten bieden.

Wat te doen bij een klacht over de bedrijfsarts?

- Bespreek de klacht eerst met de bedrijfsarts zelf.
- Helpt dit niet, dan kan een klacht worden ingediend bij de arbodienst in kwestie. Vraag indien nodig om een second opinion.
- Biedt dat allemaal geen uitkomst, dan is er de Geschillencommissie Arbodiensten. Die is er alleen voor klachten over een onjuiste behandeling, niet voor medisch-inhoudelijke klachten.
- Bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg kan de werknemer aankloppen voor zowel klachten over het medisch-inhoudelijk handelen als over een onjuiste behandeling.
- Aan het UWV kan een deskundigenoordeel worden gevraagd bij meningsverschillen over arbeidsongeschiktheid.
- Ook is er een Klachtencommissie Aanstellingskeuringen.

Vervangende bedrijfsarts

Een second opinion zou volgens Van Veelen niet door een bedrijfsarts van dezelfde arbodienst mogen worden gegeven. 'No way dat collega's elkaar gaan afvallen.' OVAL is daar niet zo bang voor, maar om de schijn weg te nemen, stelt ook Van de Goorbergh voor een andere arbodienst de second opinion te laten doen.

Dat een tweede bedrijfsarts niet automatisch garanties biedt voor verbetering, bleek bij Rutger. Hij kreeg een vervangende bedrijfsarts, omdat er sprake zou zijn van een vertrouwensbreuk met zijn eerste. Maar zijn vervanger concludeerde al snel dat het opstellen van een volledig plan van aanpak niet mogelijk was. Rutgers werkgever zette op basis hiervan zijn loondoorbetaling ten onrechte stop.

Het voorbeeld van Rutger komt uit een jaarverslag van de Geschillencommissie Arbodiensten. Voor die een zaak in behandeling neemt, gemiddeld 35 keer per jaar, moet de arbodienst van de bedrijfsarts eerst zelf de klacht proberen af te handelen. Om dit proces te verbeteren, wil minister Asscher dat werkgevers, naast een verplicht 'basiscontract', afspraken maken met arbodiensten over een onafhankelijke klachtenregeling.

Overigens loopt het aantal bedrijfsartsen al jaren drastisch terug. Waren het er in 2010 nog 2.154, naar verwachting zijn het er over tien jaar nog 1.300.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.