Hoe Nederland kon uitgroeien tot belastingparadijs voor multinationals

We zetten zes mijlpalen op een rij

Nederland geeft grootverdieners een fiscale vipbehandeling, blijkt uit de Paradise Papers. Hoe kon Nederland uitgroeien tot belastingvluchthaven voor 's werelds multinationals? Zes mijlpalen.

'De Stones kozen Amsterdam als fiscaal ballingsoord. Hun nieuwe manager, Rupert Loewenstein, ontdekte dat Nederland royalty's en rente niet belast, een gebruik dat in de kern teruggaat tot de Gouden Eeuw.' Foto ap

1. Dijkbreuk

In Amerika kennen ze Hans Brinker, het jongetje dat een watersnoodramp voorkwam door zijn vinger in de dijk te steken. De Amerikaanse fiscus kent sinds 2005 ook een omgekeerde Hans Brinker: Joop Wijn, destijds staatssecretaris van Financiën. In dat jaar trok Wijn zijn vinger uit een dijk in het Nederlands-Amerikaanse belastingverdrag, waarna ons land overspoeld raakte met geld van Amerikaanse belastingontwijkers.

De dijk moest misbruik van twee belastingkronkels tegengaan. Door een foutje van de Amerikaanse fiscus kunnen multinationals sinds 1995 in een hokje op hun belastingformulier aankruisen dat ze hun Nederlandse (dochter)bedrijf laten belasten in Nederland en niet in Amerika. Bovendien kunnen ze in Nederland een commanditaire vennootschap oprichten zonder dat deze belast wordt. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de partners van de CV de belasting betalen. Maar de Amerikaanse fiscus ziet het aangekruiste hokje op het IRS-formulier en denkt dat het bedrijf de belasting aftikt in Nederland. Een Houdini-act: het bedrijf betaalt nergens belasting.

Staatssecretaris Wouter Bos (Financiën) liet een antimisbruikbepaling opnemen in het nieuwe belastingverdrag met Amerika. Maar na een lobby van Amerikaanse bedrijven en belastingadviseurs liet Wijn de bepaling in 2005 schrappen, zo blijkt uit honderden pagina's vertrouwelijke documenten die De Correspondent eerder dit jaar in handen kreeg. Dankzij Wijns dijkbreuk wisten Amerikaanse multinationals honderden miljarden belastingdollars te ontlopen. Zoals Nike, dat dankzij zijn Nederlandse CV's ruim 12 miljard dollar buiten het zicht van de Amerikaanse fiscus hield, onthulde Trouw deze week.

2. Deelnemingsvrijstelling

Minister van Financiën Nicolaas Pierson introduceerde in 1893 niet alleen de hypotheekrenteaftrek, maar legde ook de basis voor Nederland als belastingparadijs. Hij voerde onder meer een belasting in op bedrijfswinsten. Het gevaar was alleen dat ondernemers met dochterondernemingen dubbel belast zouden worden: eerst over de winst van hun dochters, daarna als ze de winst overmaakten aan het moederbedrijf. Om dit te voorkomen, bedacht de latere premier de 'deelnemingsvrijstelling'. De vrijstelling ging later, dankzij de opkomst van de multinationals Shell en Unilever, ook gelden voor bedrijven met dochters elders ter wereld. Daar profiteren buitenlandse multinationals met hun Nederlandse moeders tot op de dag van vandaag van.

3. Rulings

Belastingparadijzen staan vooral bekend om hun niet-verboden vruchten. De beruchtste is de ruling: de legale, geheime afspraken die bedrijven met de fiscus maken over hun belastingaanslag. De Godfather van de rulings was de in fiscale kringen legendarische Arie Tuk (1902-1980), in de jaren vijftig hoofdinspecteur van de belastingen in Rotterdam. De Amerikanen wilden graag iets terug voor hun Marshallhulp: Amerikaanse waar verkopen. Daarvoor waren hoofdkantoren en havens nodig. Zo kwam Rotterdam in het spel. Tuk kreeg Amerikaanse en Canadese ondernemers zover om hun holdings in Nederland te vestigen door vooraf zekerheid te geven over hun belastingaanslag. Volgens de overlevering nam Tuk de ondernemers mee naar de haven en zette een aantal ferme passen op de kade. 'Dit deel van jullie winst is belast', zei hij dan. Daarna volgde een veel groter aantal passen. 'En dit deel is onbelast.'

Deze afspraken waren goud waard, onbekend als de Amerikanen en Canadezen waren met de Europese belastingregels. Hetzelfde gold voor hun lucratieve belastingprivileges, zoals het 35 procent belastingvrije loon voor hun werknemers. Pas in 1985, toen met de rulings inmiddels een paar honderd miljoen gulden aan belastingopbrengst per jaar was gemoeid, kwam het bestaan van de geheime afspraken aan het licht.

4. Dealsverzameling

Graaf Willem van Bentinck en Waldeck-Limpurg had een probleem. Een deel van het jaar woonde hij in kasteel Middachten in het Gelderse Rheden, het andere deel in Slot Gaildorf, in het huidige Baden-Württemberg. Zowel de Nederlandse als de Duitse fiscus liet hem elk jaar vermogensbelasting betalen over beide landgoederen. De graaf was de dubbele belasting beu en trok de Duitse ambassadeur aan zijn jasje. Die schreef de Nederlandse regering een brief. Het kabinet-Kuyper had wel oren naar een belastingverdrag met de Duitsers. Dat verdrag zou tot 1959 op zich laten wachten, na het overlijden van de graaf.

Hij had wel het startschot gegeven voor 's werelds grootste netwerk van belastingverdragen. Zoals Imelda Marcos schoenen verzamelde, zo spaart Nederland belastingdeals. De verzameling begon in 1933 met België en is inmiddels uitgedijd tot ruim tachtig landen, waaronder Samoa en de Turks- en Caicoseilanden. Die verdragen barsten van de belastingvoordeeltjes, waar de buitenlandse multinationals in ons land dankbaar gebruik van maken.

5. Dutch Sandwich

Nederland is eigenlijk twee belastingparadijzen voor de prijs van één: ons kikkerlandje en de Antillen. Dat begon in 1939, zoals drie Quote-redacteurs smakelijk opschrijven in hun boek Het Belastingparadijs. In geval van oorlog, besloot de regering met vooruitziende blik, mogen bedrijven hun hoofdkantoor verplaatsen naar overzeese rijksdelen: Suriname, Indonesië en de Antillen. Toen de Duitsers in 1940 binnenvielen, veranderden Philips, Shell en Unilever met enkele pennestreken in Antillianen, en bleven zo uit handen van de nazi's.

Dat was mede te danken aan een jonge notaris op Curaçao, Ton Smeets, later oprichter van Citco, een van 's werelds grootste geldbeheerders voor hedgefondsen. Het is ook aan zijn lobby te danken dat de Amerikanen in 1955 hun belastingverdrag met Nederland naar de Antillen doortrokken. Zo begint de 'Dutch Sandwich', de fiscale lekkernij die Uncle Sam zoveel belastinggeld zou kosten. Het broodje kende vele varianten, maar had vaste ingrediënten: het belastingvrij doorstromen van geld via Nederlandse brievenbusmaatschappijen naar de belastingluwe Antillen. Pas in 1996 ontmantelde staatssecretaris Willem Vermeend (Financiën) de Antillenroute. Anno 2017 behoren de Antillen tot de middenmoot van belastingparadijzen, op ruime afstand van Nederland.

6. Belastingvluchtelingen

De Rolling Stones zaten begin jaren zeventig aan de grond. Niet alleen was hun manager Allen Klein er met hun muziekrechten vandoor gegaan, maar ze waren ook acht jaar lang vergeten belasting te betalen. Hun belastingschuld aflossen was geen sinecure, omdat destijds zo'n 90 procent van hun inkomsten aan de sticky fingers van de Britse fiscus bleef plakken. Dus vluchtte de band uit Engeland naar de Côte d'Azur, waar ze Exile on Main Street opnamen.

De Stones kozen Amsterdam als fiscaal ballingsoord. Hun nieuwe manager, Rupert Loewenstein, ontdekte dat Nederland royalty's en rente niet belast, een gebruik dat in de kern teruggaat tot de Gouden Eeuw. Tegenwoordig hebben de Stones gezelschap van andere belastingvluchtelingen, zoals AC/DC, ABBA, Madonna, U2, Google, Ikea en Starbucks. Het ontbreken van belastingen op royalty's geldt namelijk voor intellectueel eigendom in den brede, dus ook voor zoekmachines, Klippanzitbanken en Pumpkin Spice Lattes. Voor zolang het duurt: het nieuwe kabinet heeft een royaltybelasting aangekondigd.