Hoe meer we ons haasten, hoe groter ons tijdgebrek

Economen gaan te veel voorbij aan de psychologische kant van onze haast, betogen Juliet Schor en Theo Beckers. Hoe meer tijd we besparen, hoe meer we een tekort aan tijd ervaren....

HET dagelijks leven verloopt sneller en sneller. Van de chipknip tot de fax tot de lengte van universitaire studies; we zetten een steeds hogere premie op het sparen van tijd. We koken en eten sneller en korter; we reizen in treinen en vliegtuigen met hoge snelheid; uitgaan moet ons in kortere tijd steeds meer bevrediging schenken.

Net als Frederick Taylor aan het begin van deze eeuw, zijn we geobsedeerd door het efficiënt gebruiken van tijd. Natuurlijk is de acceleratie van het dagelijks leven een lange-termijnproces, gebonden aan economische en technologische ontwikkelingen. Het is ook niet de eerste keer in de geschiedenis dat bezwaar wordt gemaakt tegen de toenemende tijdsdruk.

In de ogen van economen is dit een natuurlijke ontwikkeling. Tijd is net als arbeid, kapitaal en ruimte een schaarse productiefactor. Hoe efficiënter we met onze tijd omgaan, hoe meer profijt we ervan hebben, luidt de standaardredenering.

Zoals Gary Becker en Staffan Linder dertig jaar geleden betoogden: als de arbeidsproductiviteit groeit, wordt elke minuut waardevoller want het is een mogelijkheid om (nog) meer geld te verdienen. Dus beginnen burgers binnen en buiten het arbeidsbestel zuinig met hun tijd om te gaan, door handelingen sneller te verrichten, meer dingen tegelijkertijd te doen en meer technologie te gebruiken.

In bedrijven wordt van werknemers gevraagd om langer, harder, productiever te werken. Terwijl voor de consumentenmarkt de individuele tijdsoevereiniteit als leidend beginsel wordt aangeprezen (zie Bolweg in Forum van 15 maart), wordt op de arbeidsmarkt (Akzo Nobel) de persoonlijke tijd aan banden gelegd of zelfs onteigend.

Zoals de Amerikaanse sociologe Arlie Hochschild in haar binnenkort te verschijnen boek The Time Bind aantoont, heeft dit geleid tot een 'taylorisering' van het gezinsleven zonder weerga. Kinderen worden ingeroosterd in plaats van dat we ze gewoon genoeg tijd geven.

Hoewel deze ontwikkelingen in overeenstemming lijken met de conventionele economische wijsheid, ziet men een wezenlijk element over het hoofd, en dat is wat wij de 'paradox' van het tijdsparen' noemen: hoe meer tijd men spaart, des te meer tijdgebrek men voelt.

De paradox is dat we geen overvloed aan tijd ervaren, maar juist een toenemend gebrek. We leven langer en werken korter, maar we klagen over de ambities die we niet kunnen waarmaken en de afspraken die we niet kunnen nakomen.

Het efficiënter omgaan met tijd leidt dus niet tot een oplossing van het probleem van tijdgebrek, maar maakt het juist erger. Tijd is niet schaars, zoals Maassen van den Brink betoogt (Forum, 15 maart), maar juist overvloedig aanwezig.

Hoe kan dat? Waar ging de mooie economische rationaliteit in de fout? Becker en Linder vergaten dat het levenstempo zelf een 'goed' is, dat steeds meer wordt gewaardeerd. Het is tekenend hoe positief er werd gereageerd op de idee van 'onthaasting'. Blijkbaar raakte minister De Boer van Milieubeheer daarmee een blootliggende zenuw.

Onderzoek toont aan dat veel werknemers extra vrije tijd verkiezen boven meer geld. Zoals 'kwantitijd' moet worden meegerekend bij het bepalen van ons welvaartsniveau, zo is 'kwalitijd' een indicator voor het sociale en culturele gehalte van onze samenleving. In post-industriële samenlevingen draagt een ontspannen en gecultiveerde attitude bij aan hogere 'kwalitijd'. Burgers met 'kwalitijd' zijn gezonder, ervaren minder stress, zijn productiever en creatiever. Ze hebben bovendien de mentale ruimte om aandacht te besteden aan hun eigen geschiedenis en toekomst en die van hun omgeving.

Hoewel economen graag tijd op een lijn stellen met geld, zitten er grote beperkingen aan deze vergelijking. Tijd kan niet echt worden gespaard of vrij uitgegeven. Wat economen zich onvoldoende realiseren, is dat tijd - in tegenstelling tot arbeid en kapitaal - een sterke psychologische kant heeft. Vijf minuten kunnen eindeloos lang duren of ongemerkt voorbij vliegen. Economen realiseren zich ook onvoldoende dat tijd een sociale constructie is, op afspraken berust. Tijd bestaat niet in materiële zin.

Ten onrechte veronderstellen economen zoals Marco Wilke (Forum, 11 maart) dat dit handelen rationeel is en dat individuen volledig vrij zijn in hun 'nutsmaximalisatie'. Er bevinden zich vele hindernissen op de weg naar volledige tijdsoevereiniteit. Op de politieke agenda voor de toekomst verdient onze temporele ordening een hoge plaats. Een ordening, gebaseerd op de principes: kwalitijd, autonomie, en continuïteit.

Juliet Schor en Theo Beckers zijn verbonden aan de vakgroep vrijetijdwetenschappen van de Katholieke Universiteit Brabant.

Vanavond vindt in De Balie in Amsterdam, in samenwerking met de Volkskrant, een debat plaats over de 'economie van de haast'.

Inlichtingen: 020 - 55 35 100.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.