Hoe laten de schandalen in de semipublieke sector zich verklaren?

De schandalen bij semipublieke organisaties als Rochdale, Meavita en NS zijn eenvoudig te doorgronden: er zaten megalomane managers achter en falende toezichthouders met te veel bijbanen. Of is er toch meer aan de hand?

Hubert Möllenkamp moet zich voor de rechter verantwoorden voor corruptie bij woningcorporatie Rochdale. Beeld anp

Puinruimer Doekle Terpstra wordt er na al die jaren nog boos om. Hogeschool Inholland, die vijf jaar geleden bijna ten onder ging aan gesjoemel met diploma's, was voor de politiek jarenlang het voorbeeld van hoe een moderne hogeschool de zaken moest aanpakken. 'Concurreren, groter worden, ondernemen, innovatief zijn, dat waren de sleutelwoorden', zegt Terpstra, die Inholland in 2010 moest redden nadat het bestuur was opgestapt.

Het in 2002 gefuseerde Inholland werd in de eerste jaren bejubeld, omdat het een onderwijssysteem had waarbij studenten zelf programma's konden kiezen. 'De backbone heette dat. Dat was goed, vond men, innovatief. Daar werden studenten ondernemend van. En ondernemende mensen waren nodig voor de arbeidsmarkt', zegt Terpstra. 'Achteraf gezien werd met die voor-elk-wat-wilsgedachte de kiem gelegd voor de diplomafraude die Inholland uiteindelijk is opgebroken.'

Enigszins verlekkerd rekende de samenleving deze week weer af met enkele cowboy-bestuurders die begin deze eeuw de publieke sector onveilig maakten. Oud-corporatiedirecteur bij Rochdale Hubert Möllenkamp, wiens liefde voor snelle auto's het won van de zorg voor sociale huurders, moest zich voor de strafrechter verantwoorden wegens corruptie. En de top van thuiszorgorganisatie Meavita werd door de Ondernemingskamer veroordeeld wegens wanbeleid.

Het kostte toezichthouder Loek Hermans, VVD-prominent en grootgebruiker van bijbanen, zijn zetel in de Eerste Kamer. En bij het verzelfstandigde staatsbedrijf Koninklijke Nederlandse Munt moest muntmeester Maarten Brouwer het veld ruimen na een mislukt avontuur met Chileense peso's. En deze affaires zijn slechts een greep, want de afgelopen jaren telde nog veel meer voorbeelden van mismanagement bij semipublieke instellingen zoals scholen, zorginstellingen, woningcorporaties en verzelfstandigde staatsbedrijven als de NS.

Net zoals bij Inholland zijn de beschimpte mannen van afgelopen week destijds door politiek en samenleving in het zadel geholpen, en aangemoedigd om te 'ondernemen'. Hubert Möllenkamp werd zelfs tot twee keer toe onderscheiden met de Gouden Baksteen, voor zijn bijdrage aan de bouwproductie in Amsterdam. 'De redder van de Bijlmer', was zijn bijnaam.

Loek Hermans stapte deze week op als fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer vanwege zijn rol in het faillissement van Meavita. Beeld anp

Jubelstemming

Oude Rotterdammers pinkten een traantje weg toen het stoomschip Rotterdam in 2006 de haven werd binnengesleept. Op het stadhuis ging de duim omhoog voor directeur Martien Kromwijk van corporatie Woonbron. Maar de renovatie zou een strop van 230 miljoen euro opleveren.

En de toenmalige onderwijswethouder Ahmed Aboutaleb noemde de bouwplannen van de ISA-scholengroep in Amsterdam - die later als onderdeel van Amarantis zou bezwijken onder megalomane vastgoedavonturen - 'een voorbeeld voor andere scholen'.

Groter, goedkoper en graag ook nog innovatief, dat was de wens, zegt hoogleraar Rienk Goodijk, die al jarenlang onderzoek doet naar de governance (goed bestuur) in de semipublieke sector.

Timo Huges stapte op bij de NS vanwege geknoei met aanbesteding in Limburg Beeld anp

Volgens Goodijk is de kiem voor de huidige schandalen als Rochdale en Meavita begin jaren negentig gelegd; de paarse jaren van deregulering en marktwerking. Indachtig het destijds dominante neoliberale gedachtengoed werden publieke organisaties 'op afstand gezet'. Vanaf begin jaren negentig was er een toenemende maatschappelijke druk om als semipublieke organisatie veel bedrijfsmatiger (tegen lagere kosten) en innovatiever (ter oplossing van maatschappelijke problemen) te opereren: de woningcorporatie die ook de problemen in de buurt moest oplossen.

Hoewel iedereen de mond vol had over 'marktwerking' was die feitelijk maar in zeer beperkte mate aanwezig. 'Er werden marktelementen ingevoerd, dat is wat anders', concludeert toezichtexpert Goodijk, die donderdag zijn oratie houdt als bijzonder hoogleraar aan de VU. Het gegeven dat corporaties, scholen en zorginstellingen uiteindelijk overeind worden gehouden door de overheid, maakt dat de markt lang zo tuchtig niet is als voor een gemiddelde winkelier.

In dat schemergebied tussen markt en overheid was het ook niet direct duidelijk wat nu van de semipublieke organisaties verwacht werd. Betekende 'ondernemer zijn' dat zij nieuwe markten moesten veroveren, groeien, zo veel mogelijk winst maken? Dat lag niet vast.

Ook was onduidelijk wie precies bepaalde wat goed beleid was. Anders dan commerciële bedrijven hebben de semipublieke ondernemingen geen aandeelhouders die willen weten wat er onder aan de streep overblijft en welke financiële risico's er aan projecten kleven.

En anders dan politici hoefden bestuurders ook geen verantwoording af te leggen aan hun achterban. Vaak was zelfs niet eens duidelijk wie die achterban eigenlijk was.

Het semipublieke niemandsland bleek al snel een vruchtbare habitat voor bestuurders die wel van een risicootje hielden. Goodijk schat op basis van zijn praktijkervaringen dat grofweg eenderde van de bestuurders niet geschikt bleek om 'ondernemend bestuurder' te worden: ze konden alle veranderingen en de toenemende complexiteit niet aan en ruimden het veld of lieten zich overnemen. Ongeveer de helft wist de slag wel te maken en de resterende 20 procent zocht de grenzen op. Zo'n 5 procent ontspoorde echt, schat Goodijk.

Dat die mannen zo konden ontsporen, heeft veel te maken met de manier waarop het toezicht van de semipublieke organisaties werd geregeld. Gemodelleerd naar het bedrijfsleven kregen de organisaties commissarissen die vier tot zes keer per jaar bijeenkwamen, en de directeur niet te veel voor de voeten liepen. De toezichthouders kwamen vaak uit het old boys network: heren op leeftijd, met nog veel meer bijbanen. Mannen die vaak ook jaren bij dezelfde organisatie toezicht bleven houden en veelal erg close waren met hun bestuurders.

Erik Staal van Vestia moest verschijnen voor de Parlementaire Enquetecommissie Woningcorporaties. Beeld anp

Mannen tussen de 50 en de 60 zijn een gevaarlijke groep, zegt Gerard Erents, die als interim-bestuurder onder meer het puin moest ruimen dat Möllenkamp (Rochdale) en Erik Staal (Vestia) achterlieten. 'Die willen een monument voor zichzelf gaan oprichten. Ik heb weleens gekscherend gezegd dat woningcorporaties hun daadkrachtige bestuurders rond die leeftijd beter een motor cadeau kunnen geven. Dan kunnen ze een stuk minder schade aanrichten.'

In plaats daarvan werd megalomanie juist aangemoedigd. Door commissarissen, die maar wat graag zagen dat hun bestuurder mooie projecten op touw zette. Dat droeg immers ook bij aan hun status. Wethouders waren vaak al even enthousiast. Die lieten maar wat graag hun wildste politieke plannen verwezenlijken door corporatiedirecteuren.

Hofhouding

Critici hadden het binnen zulke organisaties ook niet echt gemakkelijk. Die werden vaak snel met een goede vertrekregeling buiten de deur gezet. De managers die overbleven waren loyaal en werden daarvoor ook vaak beloond met goede salarissen. Interim-bestuurder Erents spreekt graag over de 'hofhouding', die hij zowel bij Vestia als bij Rochdale aantrof. 'Die Maserati vergaven ze Möllenkamp eigenlijk ook allemaal. Dan zeiden ze 'zo is Hubert', pas toen duidelijk werd dat hij zich ook liet omkopen, kantelde het beeld langzaam.'

Iedereen die risico nam, werd toegejuicht, zegt Doekle Terpstra. 'Een hogeschool die gewoon goed onderwijs wilde geven, was suf, die telde niet mee. Je moest groeien, met meer studenten, ook als dat ten koste ging van andere hogescholen. Dan liet je zien dat je mee kon in de vaart der volkeren. Toen ik bij Inholland kwam, heb ik gezegd: samenwerken is het nieuwe concurreren. Want het gaat niet om het instituut, maar waarvoor dat instituut er is: goed onderwijs.'

Inmiddels is de stemming bij de semipublieke sector omgeslagen. In zorg en onderwijs ruimen de strategische managers uit de jaren van marktwerking en deregulering het veld. Inhoudelijke kennis en de interne organisatie zijn weer belangrijker.

Ook bij de woningcorporaties is er sinds de parlementaire enquête vorig jaar het nodige ten goede veranderd. Het werkterrein is weer strakker afgebakend, in principe alleen sociale huurwoningen bouwen. Salarissen liggen aan banden en de sfeer van ouwe-jongens-krentenbrood wordt onder meer bestreden door toezichthouders niet langer dan 8 jaar aan één corporatie te verbinden.

Muntmeester Maarten Brouwer met Prinses Beatrix, toen nog Koningin. Beeld anp

Bovendien was het met de semi-publieke organisaties niet alleen maar kommer en kwel, merkt Goodijk op. 'De druk van een zekere marktwerking' heeft ook positieve ontwikkelingen gehad, zoals meer kostenbewustzijn en klantgerichtheid. De oplossing is dan ook niet 'terug naar de overheid', stelt Goodijk, maar zoeken naar een nieuwe balans tussen overheid en markt. Voorlopig is het risico dat er nieuwe cowboys binnenrijden niet groot, stelt interim-bestuurder Erents. 'Ook door berichten zoals die van de afgelopen week zijn alle toezichthouders zich ervan bewust dat ze uiteindelijk door de samenleving verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor fouten.'

Maar een fundamenteel probleem blijft dat semipublieke organisaties geen aandeelhouders hebben en dat de commissarissen het beleid niet hoeven te verdedigen tegenover investeerders, huurders, leerlingen of patiënten. Dan blijft het verleidelijk achter hemelbestormers aan te lopen, ook al nemen die te grote risico's.

Erents wijst naar de huidige vluchtelingencrisis. 'De overheid wil snel tijdelijke sociale huurwoningen neerzetten, maar financieel is dat eigenlijk onverstandig. Toch krijg je straks dat de corporatiedirecteur die de meeste tijdelijke huurwoningen kan neerzetten de held van de politiek wordt.' Het geheugen van de politiek is nu eenmaal kort, stelt hij. 'De oude dynamiek is dan snel weer terug.'


Bekendste debacles

ROC Leiden
School met negenduizend leerlingen raakt in geldnood door te dure nieuwbouw met ingewikkelde financiële constructies. Minister Bussemaker van Onderwijs voorkomt een dreigend faillissement van de school met 40 miljoen euro. Diverse opleidingen worden gesloten of overgeheveld naar andere scholen.

Vestia
De grootste woningcorporatie van Nederland gaat onder leiding van topman Erik Staal in 2012 bijna ten onder aan derivatentransacties. Schade: 2 miljard euro, op te brengen door de huurders. Procedures tegen banken die derivaten verstrekten lopen nog, alleen ABN Amro heeft geschikt, voor 55 miljoen euro.

NS
De NS en bewindslieden zijn de hoofdschuldigen voor het mislukken van de hogesnelheidslijn Amsterdam-Brussel, oordeelde de enquêtecommissie Fyra vorige week. Het belang van de reiziger was ondergeschikt. Staatssecretaris Mansveld stapt op. De NS knoeide ook met de aanbesteding voor het openbaar vervoer in Limburg. Dat kost topman Timo Huges in juni de kop.

Meavita
Meavita, de in 2007 gefuseerde zorgmoloch gaat twee jaar later al failliet. Wanbeleid, oordeelde de Ondernemingskamer deze week. Onder meer bij een mislukt 'TVfoon'-project met digitale kastjes. Toenmalig president-commissaris Loek Hermans stapte maandag op als VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer.

Rochdale
Bij de Amsterdamse woningcorporatie Rochdale is jarenlang sprake van fraude en corruptie. Oud-directeur Hubert Möllenkamp - de 'Maserati-man' - stond deze week voor de rechter op verdenking van corruptie, vervalsing, witwassen en belastingfraude. De 'zonnekoning' was tweemaal winnaar van de Gouden Baksteen, een prijs van de vastgoedbranche.

Koninklijke Nederlandse Munt
Koninklijke Nederlandse Munt, dat sinds 1807 de Nederlandse (euro)munten slaat, verslikt zich in een commercieel avontuur met Chileense peso's. Het voormalig staatsbedrijf moet overeind worden gehouden door de enig aandeelhouder, de staat. 'Muntmeester' Maarten Brouwer stapt begin 2016 op. Sluiting wordt overwogen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden