Landbouwgif RoundUp in de bouwmarkt
Landbouwgif RoundUp in de bouwmarkt © EPA

Hoe kon het zo misgaan met dit - toch redelijk goed werkende - onkruidgif?

Europa twijfelt over verbod

Weer komt het onkruidgif glyfosaat, hoofdbestanddeel van Monsanto's RoundUp, met de schrik vrij: een Europees verbod lijkt voorlopig van de baan. Hoe kon een landbouwgif dat toch redelijk goed zijn werk doet zo in diskrediet raken? Een antwoord in drie lessen.

1. Overdaad schaadt

Even drie stappen terug. De namen RoundUp en die van fabrikant Monsanto mogen in milieuactivistische kring dan ongeveer gelijkstaan aan die van Satan en Beëlzebub: zó verschrikkelijk is het onkruidbestrijdingsmiddel niet.

Het gif, in 1974 geïntroduceerd, pakt onkruid aan bij een enzym dat gewervelde wezens niet eens hebben, en is alleen al om die reden veel veiliger dan veel giffen van weleer. En de economische resultaten zijn van een afstandje bezien naar behoren: meer opbrengst per hectare, meer winst voor de boer, minder noodzaak voor diep ploegen.

Nieuws

Het blijft vooralsnog onzeker of de Europese vergunning voor het omstreden onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat wordt verlengd. Er is onvoldoende steun voor een verlenging van tien jaar, bleek woensdag bij overleg van experts van de lidstaten.
De licentie voor gebruik van het mogelijk kankerverwekkende middel loopt op 15 december af. De Europese Commissie gaat volgens ingewijden nu een voorstel van zeven jaar voorbereiden. De deskundigen komen over uiterlijk tien dagen opnieuw bijeen. (ANP)

Maar dat is het halve verhaal. Zo ging de landbouw het gif meteen wel érg gulzig gebruiken: zo wordt het ingezet als droogmiddel voor gewassen en om groenbemester dood te spuiten, toepassingen waarvoor het middel eigenlijk nooit was bedoeld. Het verbruik explodeerde: drieduizend ton in 1974, 825 duizend ton in 2014.

Met als gevolg dat we zo onderhand tot de enkels in het glyfosaat staan. Resten van het spul zijn gevonden in brood, soja, bier, chips en ontbijtgranen, in de urine van driekwart van een groep geteste Duitsers en in haast de helft van alle Europese landbouwbodems.

De landbouwindustrie kan ook nooit eens maat houden. Kern van het probleem is dat de Europese regels vooral een aan- en uitknop hebben: toelaten of verbieden. Een volumeknop - doe het eens wat rustiger aan - daar zijn liberale markteconomieën toch wat minder goed in.

2. Europa is te star

Kern van het probleem is dat de Europese regels vooral een aan- en uitknop hebben: toelaten of verbieden

Je mag er dan niet direct dood van neervallen; met zulke ontzaglijke hoeveelheden worden ook bijeffecten belangrijk die normaal te subtiel zijn om opgemerkt te worden.

Zoals de kans op kanker. Hard medisch bewijs dat het spul kankerverwekkend is bij de mens, is er nog niet: zo vond een langlopende, Amerikaanse studie onder 90 duizend boeren geen enkele risicoverhoging. Aan de andere kant: wie weet wat nog groter onderzoek laat zien. Bij cellen in een kweekschaaltje zien wetenschappers de kankerverwekkendheid wél.

En dan zijn er de effecten op het milieu als geheel, ook opeens aan de orde gezien het enorme gebruik. Hardnekkig zijn de studies die het middel koppelen aan minder wormen, andere bodemmicroben, en minder kruiden en planten rondom de akkers waar men het gif inzet.

Maar steeds als wetenschappers het veiligheidsprofiel van glyfosaat willen bijstellen, stuit men op de ambtelijke starheid in Brussel. Met name de Europese voedsel- en warenautoriteit EFSA toont zich bureaucratisch en onwrikbaar: de markttoelating is afgerond, de benodigde stempels gezet, dus waarom zouden we nog meer onderzoek doen.

De kloof tussen de wereld van de ambtenaar (dossier afgerond, punt-uit) en die van de wetenschap (het inzicht schrijdt altijd voort) kwam tot een climax toen het agentschap voor kankeronderzoek IARC van de Wereldgezondheidsorganisatie het door Brussel veilig bevonden glyfosaat in 2015 opeens indeelde als 'waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens', gebaseerd op experimenten bij cellen en proefdieren. Maar 'dát staat niet in het dossier!', ging Brussel tekeer. Moeten de Europese pennenlikkers maar wat flexibeler worden in het verwerken van nieuwe inzichten, vinden veel wetenschappers.

Met als gevolg dat het wondergif van weleer zijn glans heeft verloren. De afgelopen jaren verdween het al uit de ene na de andere winkel en keerden steeds meer lokale en regionale overheden glyfosaat de rug toe. En schoorvoetend - 355 om 204 stemmen - pleitte ook het Europees Parlement voor een verbod. Naar alle waarschijnlijkheid mondt dat uit in een compromis: verlenging voor een jaar of vijf, en dan beginnen we opnieuw.

3. Vergeet de burger niet

Willen we een kille, gezichtsloze industrie die ons voedsel fabrieksmatig massaproduceert?

Les voor de Monsanto's van deze wereld: al is je gif nog zo goed, zonder steun van de burger je daar niets aan.

Want op de achtergrond speelt die altijd ietwat ongrijpbare brandstof die kalme debatten verandert in schreeuwpartijen, en mensen die het woord 'glyfosaat' niet eens kennen verandert in woedende activisten: de emotie.

Uiteindelijk draait het bij de slag om glyfosaat om wereldbeelden. Willen we een kille, gezichtsloze industrie die ons voedsel fabrieksmatig produceert? De meeste burgers laven zich liever aan het meer ambachtelijke beeld van voedsel: het knusse gedoe met houtgestookte ovens, zongerijpte tomaten en oude vrouwtjes die op het Italiaanse platteland een pastasaus bereiden.

Moet je net Monsanto hebben. De grote, Amerikaanse multinational, die zich over de hoofden van de consument richtte op de grote producenten: dat zit gevoelsmatig niet lekker. Al helemaal toen Monsanto koppelverkoop ging bedrijven van het gif met genetisch gemanipuleerde zaden die 'roundup ready' zijn gemaakt: in staat het gif te weerstaan. RoundUp werd zo hét symbool voor het uitschakelen van de natuur om de productie te verhogen: we gooien er gif op, en alles wat niet genetisch gemanipuleerd is, legt het loodje.

Dat werd vuile oorlog. Zo probeerde Monsanto de markttoelatingen naar zijn hand te zetten, door een uitgekiende giflobby op touw te zetten en achter de schermen handjeklap te spelen met wetenschappers en ambtenaren. Maar ook de milieubeweging liet zich niet onbetuigd, door keer op keer valse geruchten over het gif te verspreiden. Het middel zou boeren in India tot zelfmoord drijven (onjuist), muizen afzichtelijke tumoren geven (de studie werd naderhand teruggetrokken wegens fouten) en zelfs tampons onveilig maken (in werkelijkheid zou je er daarvoor eerst 50 miljoen moeten opeten).

Het dieptepunt kwam vorige week, toen persbureau Reuters het kankeragentschap IARC ervan beschuldigde onderzoeksuitkomsten die glyfosaat vrijpleiten van kankerverwekkendheid onder de pet te houden. De hand van de milieubeweging bij het IARC, of de hand van Monsanto bij Reuters?

In het spiegelpaleis van het glyfosaatdebat is niets helemaal wat het lijkt.


Wel/niet kankerverwekkend

Als het aan het Europees Parlement ligt komt er over vijf jaar een verbod op glyfosaat, het hoofdbestanddeel van de onkruidverdelger RoundUp. Een meerderheid van de parlementariërs sprak zich dinsdag uit voor het uitbannen van het bestrijdingsmiddel.

Monsanto's landbouwgif glyfosaat: ideaal bestrijdingsmiddel voor de een, sluipend milieugevaar volgens de ander

Een kankeragentschap noemde Monsanto's landbouwgif glyfosaat 'waarschijnlijk kankerverwekkend'. Nu staat Europa op het punt de goedkeuring ervan te verlengen. In academische kringen groeit het verzet.