Hoe het stakingsrecht ineens toch geen recht blijkt te zijn

In januari dit jaar gingen duizenden textielarbeiders in Cambodja in staking om hun looneisen kracht bij te zetten. Ze wilden een verdubbeling van het minimumloon, tot 160 dollar per maand. Na enkele vreedzame dagen kwam het op 3 januari tot een treffen. Stakers gooiden stenen, soldaten schoten hun karabijnen leeg. Vier mensen werden doodgeschoten, tientallen raakten gewond.

Protesten in Cambodja, januari 2014.Beeld reuters

Natuurlijk beklaagden de stakers zich erover dat hun stakingsrecht was geschonden. Maar een paar weken na de veldslag plaatsten de werkgeversorganisaties in Cambodja advertenties in kranten waarin stond dat iets als een stakingsrecht helemaal niet was vastgelegd, althans niet in de regels van de Internationale Arbeids Organisatie, afgekort (in het Engels) ILO. 'Is het recht op staken een fundamenteel recht? NEE.' Aldus de advertentie.


Tim de Meyer, een ILO-diplomaat, reageerde als door een wesp gestoken. Volgens hem was de advertentietekst in tegenspraak 'met het standpunt dat de ILO en haar tripartiete bestuur als geheel' had ingenomen, 'in de afgelopen 60+ jaar'.


Had De Meyer daar gelijk in? Die vraag wordt door werkgevers en werknemers verschillend beantwoord. De vakbonden geven hem gelijk. Volgens hen is het stakingsrecht vastgelegd in verdragen die het fundament vormen onder de ILO. Werkgevers spreken dat even hard tegen.


Zo diep gaat het conflict inmiddels, dat het de cruciale taken van de ILO begint lam te leggen. Vandaag proberen de partijen een uitweg uit de crisis te vinden, maar het lijkt erop dat ze al blij mogen zijn als ze het eens worden over een procedure die uiteindelijk tot een oplossing leidt.

Jørgen Rønnest.Beeld Primoz Lavre

Vakbondsman

Het conflict sluimerde al geruime tijd binnen de ILO, maar ontbrandde pas echt toen in mei 2012 vakbondsman Guy Ryder werd verkozen tot directeur-generaal van de organisatie. Niet eerder werd de ILO, die in functie en structuur doet denken aan de Sociaal-Economische Raad in Nederland, geleid door een vakbondsman. Ryders voorgangers waren steevast ex-ministers, ILO-bureaucraten of diplomaten.


Nog geen maand later kwam een van de cruciale taken van de ILO, het toezicht op de naleving van allerlei arbeidsconvenanten, krakend en piepend tot stilstand. Altijd slaagde de Commissie voor de Toepassing van Standaarden er wel in om standpunten in te nemen over vermeende overtredingen van de ILO-regels. Die commissie bestaat voor de helft uit regeringsvertegenwoordigers, voor een kwart uit werkgevers- en een kwart uit werknemersvertegenwoordigers.


Maar na Ryders benoeming gooiden de werkgevers de kont tegen de krib. Bij elke klacht die betrekking had op het stakingsrecht, toonden ze zich plotseling onbuigzaam. Volgens hen werd het stakingsrecht helemaal niet genoemd in de ILO-conventies.


De werkgevers zagen al veel langer met lede ogen aan hoe - in hun ogen - de ILO het stakingsrecht steeds verder oprekte. De benoeming van Ryder was de druppel die de emmer deed overlopen, zegt Jørgen Rønnest. Deze diplomatieke Deen is de voorzitter van de werkgeversfractie in de ILO. Hij vindt dat de interpretatie van het stakingsrecht veel te ver gaat. 'De vakbondsfractie zegt al jaren dat het stakingsrecht is geregeld in de ILO-conventies 87 en 98. Je moet ze maar eens lezen: daar komt het woord staking niet eens in voor.'


Maar er is een bibliotheek te vullen met ILO-documenten waarin het stakingsrecht wel degelijk wordt ontleend aan genoemde conventies, voerde Tim de Meyer aan om het stakingsrecht in Cambodja te verdedigen. 'Kan wel zijn', zegt Rønnest, 'maar dat tekent alleen maar hoe groot de greep van de vakbonden op de ILO is geworden. Het lijkt warempel wel een vakbondsorganisatie.'

Luc Cortebeeck.Beeld epa

'Experts'

Telkens kwamen er rapporten van 'experts', onafhankelijke deskundigen van de ILO, maar volgens Rønnest waren dat steevast mensen die op de hand waren van de vakbonden. De ergernis bij de werkgevers groeide en groeide. 'We hebben ons systematisch verzet tegen de almaar verder uitbreidende interpretatie van een recht waarvan we sinds het begin zeiden dat we het niet wilden. Lees de notulen bij de totstandkoming van de verdragen erop na: niemand wilde het stakingsrecht erin.'


Toen in 2012 de vakbonden het waagden voor het eerst iemand uit eigen gelederen tot directeur-generaal te laten verkiezen, was de boot aan. Rønnest: 'Prima man, hoor, Ryder. Maar als je je hele carrière in het vakbondswerk hebt gezeten, laat dat natuurlijk wel zijn sporen na.'


De gang van zaken heeft Luc Cortebeeck verbaasd. De Belgisch oud-voorman van de christelijke vakbond is als voorzitter van de vakbondsfractie in de Raad van Beheer van de ILO Rønnests directe tegenhanger. Cortebeeck heeft de verhoudingen binnen de ILO al jaren zien veranderen. 'In de Koude Oorlog', analyseert hij, 'bleef dit conflict op de achtergrond. De werkgevers wilden immers dolgraag aan de Sovjet-Unie en haar vazallen laten zien: 'kijk, wij in het Westen hebben het marktmodel, maar daarbij ook nog alle rechten. Onze vakbonden mogen zelfs staken. Waar blijven jullie met je stakingsrecht?''


Maar sinds de val van de Berlijnse Muur, is het stakingsrecht die propagandistische waarde kwijt. 'De stemming is veranderd', zegt hij. 'De werkgevers zeggen wel dat het stakingsrecht bestaat, maar alleen om het over inperkingen ervan te hebben.'


Volgens Paul van der Heijden, hoogleraar internationaal arbeidsrecht, hecht het bedrijfsleven steeds meer gewicht aan de ILO. 'Dat komt door de opkomst van het maatschappelijk verantwoord ondernemen. In hun sociale paragrafen verwijzen steeds meer bedrijven naar de ILO-regels. Dus wordt het van cruciaal belang wat die regels precies inhouden.'


Werkgeversvoorzitter Rønnest bevestigt dat. 'Die experts van de ILO kwamen met steeds gedetailleerdere regelingen. In 2012 hadden ze een boekwerk van 45 bladzijden, heel gedetailleerd en heel vergaand. Er bestonden altijd al uitzonderingen op het stakingsrecht. Regeringen mochten bijvoorbeeld ingrijpen om vitale diensten draaiende te houden. Maar plotseling bleek uit dat document dat bijna alleen ziekenhuizen nog werden begrepen onder vitale diensten. Als de hele elektriciteitsvoorziening in een land zou worden platgelegd, moest dat maar kunnen, volgens die ILO-experts. Daar waren wij het totaal niet mee eens. Maar de buitenwereld vatte het op als een standpunt van 'de ILO'. Onze leden, die vaak naar de ILO-regels verwijzen, waren verbijsterd. Vroegen ons: hoe heb je daar nou mee kunnen instemmen? Nou, dat hebben we dus helemaal niet gedaan.'


Volgens Rønnest zetten de bonden met deze handelwijze het ILO-draagvlak op het spel. Niet alleen werkgevers zijn het zat, ook veel regeringen zouden zich van de organisatie afkeren of hebben zich al afgekeerd. 'Denk je dat China zich in een stemming in de ILO iets laat opleggen? Groot-Brittannië? Rusland? Denk je dat de Senaat in de VS, na de laatste verkiezingen, zoiets zal ratificeren?'

'In landen buiten Europa is de beschermende rol bij stakingen essentieel'

In Nederland is het stakingsrecht niet bij wet geregeld, laat staan in de Grondwet, zoals in veel andere landen het geval is. De rechtspraktijk in Nederland baseert zich sinds 1986 op het Europees Sociaal Handvest. Verder zijn er alleen maar gerechtelijke uitspraken. Voordien werd staken bijna altijd officieel beschouwd als wanprestatie. Voor ambtenaren was staken tot 1982 zelfs strafbaar.

Wetsvoorstellen over stakingsrecht bleken voor de politiek in Nederland altijd te moeilijk. Wie mocht er wel en niet een beroep op doen? Mocht het openbaar vervoer staken, politie, dokters, verkeersleiders? En hoe lang? En wat mag de regering doen om essentiële diensten in stand te houden? Op al deze vragen hebben alleen rechters een antwoord gegeven.

De Nederlandse vakbeweging voelt zich voor zijn stakingsrechten niet afhankelijk van de ILO, zegt FNV-bestuurder Catelene Passchier, die in de ILO de bonden in de Benelux vertegenwoordigt. 'Wij redden onszelf wel. In heel Europa is het dankzij Europese regels geen groot probleem meer. Maar in landen als Cambodja is het stakingsrecht niet zo geregeld. Daar is de ILO essentieel.' Het bedrijfsleven internationaliseert in razend tempo, zegt Passchier, maar als de vakbeweging een tegenmacht opbouwt, is dat foute boel. Dat ook werkgeversorganisatie VNO-NCW zich bij de mondiale werkgevers schaart, noemt ze onacceptabel.

Ton Schoenmaeckers, die namens de VNO-NCW in de Raad van Beheer van de ILO zit, neemt enigszins afstand van het standpunt van de internationale werkgevers. Hij vindt het recht op staken 'elementair'. 'De vraag is hoe je het inricht. Wanneer mag het wel, wanneer niet? In Nederland mag het alleen als andere middelen zijn uitgeput.' Ook hij vindt dat de werkgeversfractie 'gewoon is opzijgezet door een paar ILO-experts'. Maar de toon van werkgeversorganisatie IOE vindt hij niet sterk. 'Hard roepen dat wij niet serieus worden genomen: dat Calimero-gevoel helpt ons niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden