Hoe een multinational-hoofdkantoor voor werkgelegenheid zorgt

Het 'topsectorenbeleid' als troetelkind van Rutte

De nieuwe hoofdvestiging van Unilever komt in Nederland en niet in het Verenigd Koninkrijk. Dat maakte het Brits-Nederlandse was- en levensmiddelenconcern vandaag na uitgebreid onderzoek bekend. Wat betekent dit voor de werkgelegenheid?

Exterieur van Unilever aan het Weena in Rotterdam. Foto anp

Unilever heeft nu nog een duale structuur met hoofdvestigingen in Rotterdam en Londen. De afgelopen maanden hebben Nederland en het Verenigd Koninkrijk druk gelobbyd om het hoofdkantoor van het bedrijf binnen de eigen landsgrenzen te krijgen.

Een hoofdkantoor van een multinational levert tot in de wijde omgeving banen op. Bij middenstanders, maar ook op universiteiten. Niet zo gek dus dat het 'topsectorenbeleid' al jarenlang troetelkind is van premier Rutte.

In 2005 kreeg Royal Dutch Shell, bijna 99 jaar na de fusie tussen Koninklijke Olie en Shell, één hoofdkantoor. Een paar honderd stafleden van het Shell Center in Londen werden geherhuisvest aan de Carel van Bylandtlaan in het Haagse Benoordenhout nadat het olieconcern de duale, Brits-Nederlandse structuur had opgeheven. Tientallen managementfuncties en de toenmalige Gas & Power-divisie werden van Londen overgeheveld naar Den Haag.

Niet dat het daar nu ineens krioelt van de kappers, nagelstudio's en banketbakkers, maar in de exclusieve Van Hoytemastraat bespeurt men zeker voordelen van de verhuizing. 'Terwijl in andere straten veel winkels zijn gesloten, hebben we de boel hier goed kunnen continueren', zegt Jaap Rijnbende, die er een hautecouturezaak exploiteert.

Niet alleen de Haagse winkeliers profiteren van de nabijheid van de hoofdzetel van Shell. Dat doen ook de lokale hotels, de taxibedrijven, de grote advocatenkantoren, toeleveranciers en de TU in Delft.

[Artikel gaat verder onder afbeelding]

Het hoofdkantoor van Unilever in Londen. Foto epa

Unilever in Londen of Rotterdam

Op het hoofdkantoor van Unilever zullen slechts honderd mensen komen te werken, van wie de meesten met de Britse nationaliteit. Er verhuizen vermoedelijk ongeveer zestig Britten naar Nederland.

Als het kabinet alleen voor de komst van die zestig de dividendbelasting zou hebben geschrapt, een maatregeld die de schatkist 1,4 miljard euro scheelt, zouden de Nederlandse belastingbetalers 84 miljoen euro voor elke Britse expat bij Unilever hebben betaald.

'Maar zo mag je niet rekenen', zegt Henk Volberda, hoogleraar strategisch management aan de Erasmus Universiteit. In 2009 deed hij onderzoek naar de baten van de honderd grootste bedrijfshoofdkantoren - 'functionele, geen brievenbusmaatschappijen' - voor de economie van het vestigingsland. Hij concludeerde dat die goed waren voor 29 duizend banen. Dat lijkt niet bijster veel, in verhouding tot de in totaal meer dan tien miljoen banen in Nederland. Maar elke hoogwaardige hoofdkantoorbaan is goed voor 2,5 indirecte baan als gevolg van het multiplier-effect: het extra geld dat in de economie komt.

'Indirect kwamen daar 62 duizend banen bij. En werkgelegenheid is niet de enige opbrengst. Het gaat ook om de strategische effecten. Waar hoofdkantoren komen, ontstaan juridische en financiële clusters van bedrijven. Op het hoofdkantoor zit meestal ook leiding van de onderzoeksafdeling. De top-100 is goed voor 70 procent van de geregistreerde patenten.

Volberda denkt dat de aanwezigheid van hoofdkantoren een land economisch omhoog tilt. 'Als het management op het hoofdkantoor een mkb-bedrijf inhuurt, zal dat bedrijf ook eerder opdrachten krijgen van de buitenlandse dochters van de multinational. Nederland telt niet voor niets veel ingenieursbureaus die wereldwijd opereren.'

Multinational-macht

Het hoofdkantoor van een multinational heeft ook de macht en de regie over alle andere vestigingen. Volberda denkt dat de sociale doelstellingen van Unilever - het concern wil iets doen aan het hongerprobleem in de wereld - worden afgezwakt als de macht bij het Unilever-hoofdkantoor straks in Londen geconcentreerd wordt. In de Britse zakencultuur is minder plaats voor idealisme en staat het aandeelhoudersbelang (nog) meer voorop dan in Nederlandse bestuurskamers.

Toen AkzoNobel tien jaar geleden zijn hoofdkantoor van Arnhem naar Amsterdam verplaatste, verhuisden slechts honderd banen mee. Inmiddels werken er al zevenhonderd mensen in het gebouw aan de Zuidas. In 2013 verplaatste AkzoNobel ook het personeel uit de op te heffen kantoren in Sassenheim en Hoofddorp naar Amsterdam. Bij de meeste multinationals staan tegenwoordig de verhuisdozen klaar. Philips wisselde in 1997 Eindhoven als hoofdlocatie al in voor Amsterdam.

Aankomend talent

Volberda kan de verhuizingen van AkzoNobel en Philips naar Amsterdam wel begrijpen. 'Een multinational wil niet alleen dicht bij het juridische en financiële centrum van het land zitten, maar ook op de plek waar het meeste aankomende talent te vinden is', stelt Volberda.

In het topsectorenbeleid van het kabinet-Rutte I werd het aantrekken van hoofdkantoren dan ook een van de speerpunten. 'Het idee was dat hoofdkantoren als centra van beslissingsmacht over nieuwe investeringen en innovaties een positieve invloed zouden hebben op de ontwikkeling van de andere sectoren', zegt Cees van Beers, hoogleraar innovatiemanagement aan de TU Delft en auteur van het essay Hoofdkantoren in Nederland.

Het is ook niet voor niets dat toenmalig minister Kamp van Economische Zaken naar Mumbai toog om de top van de Tata Group ervan te overtuigen dat het hoofdkantoor van Tata Steel Europe na de fusie met ThyssenKrupp in Amsterdam moet staan. De komst van het Europees Geneesmiddelenbureau naar Amsterdam is volgens Van Beers even belangrijk. 'Ook dat is hoogwaardige werkgelegenheid.' Net als hoofdkantoren hebben dergelijke grote internationale organisaties een positief uitstralingseffect op de omgeving. Van Beers: 'Universiteiten kunnen ervan profiteren. Maar ook managementscholen. Veel managers bij Unilever van de Rotterdam School of Management zijn nu topman van andere bedrijven.'