Zes vragen

Hoe een mondiale belasting juist armere landen treft

De G20 heeft ingestemd met een Oeso-akkoord voor een wereldwijde minimum-vennootschapsbelasting van 15 procent. Maar invoering in de praktijk zal weerbarstiger zijn.

Mathias Cormann, de secretaris-generaal van Oeso en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken bij de afsluitende persconferentie van de zestigste ministeriële bijeenkomst in Parijs op woensdag.  Beeld EPA
Mathias Cormann, de secretaris-generaal van Oeso en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken bij de afsluitende persconferentie van de zestigste ministeriële bijeenkomst in Parijs op woensdag.Beeld EPA

Er is weer een stap gezet in de richting van een mondiale belasting. Na de G7 heeft ook de G20 ingestemd met een door 136 landen ondertekend Oeso-verdrag waarbij bedrijven minimaal 15 procent belasting moeten betalen over hun winsten.

Wanneer wordt deze wereldwijde belastingregeling van kracht?

Dat zou in 2023 moeten zijn. Maar het zal nog veel voeten in de aarde hebben. Zo hebben verschillende landen (Sri Lanka, Kenia, Nigeria en Pakistan) het verdrag niet ondertekend. Daarnaast moet het verdrag in vele andere landen door vele parlementen worden geratificeerd. Dat ligt heel moeilijk, onder meer in de VS, het land dat het initiatief nam voor deze regeling. De republikeinen en ook enkele gematigde democraten zijn tegen.

Organisaties zoals Oxfam Novib zijn zeer ontevreden. Zij vinden het tarief te laag en vrezen dat ontwikkelingslanden benadeeld blijven. Kun je wel spreken van een doorbraak?

Het is een doorbraak omdat sommige landen overstag zijn gegaan en nu verplicht worden de belastingtarieven te verhogen. Dat zou 170 miljard euro aan extra belastinginkomsten opleveren, zegt de Oeso. Dat geldt bijvoorbeeld voor Hongarije (nu 9 procent vennootschapsbelasting), Ierland (12,5 procent) en Estland, dat alleen winstbelasting rekent over uitgekeerde winsten. Maar 15 procent is weinig, omdat het overgrote deel van de landen een veel hoger tarief kent. De Amerikaanse president Biden wilde eigenlijk 21 procent, de Franse president Macron wilde zelfs 25 procent en de ontwikkelingslanden eisten een tarief van 30 procent.

Ontwikkelingslanden hebben meestal een grote informele economie, waardoor zij voor hun inkomsten veel afhankelijker zijn van de winst- en vennootschapsbelasting. Maar een tarief van 30 procent vonden de rijke landen veel te hoog.

Het gaat om een deal tussen 136 landen. Maar de wereld telt 196 officieel erkende landen. En dan zijn er nog al die Britse kroonkoloniën met hun eigen belastingstelsel, zoals Man, de Maagdeneilanden, Kaaimaneilanden en Bermuda. Er zijn dus nog voldoende vluchthavens over?

In het verdrag is een regel opgenomen dat als een bedrijf in een van die landen onder het minimumtarief weet uit te komen, een ander land – het thuisland – dat zal compenseren. Dus als Apple al zijn winsten op de Bermuda-eilanden onderbrengt, mogen de VS boven op het eigen vennootschapstarief een extra winstbelasting in rekening brengen. Daardoor zou het niet meer aantrekkelijk om holdings op of in belastingparadijzen aan te houden.

Is het echt zo simpel?

Nee. Er zijn allerlei uitzonderingen in het verdrag opgenomen, onder meer voor energiebedrijven. ‘Het verdrag is een schijnvertoning die de door de pandemie verwoeste ontwikkelingslanden berooft van broodnodige inkomsten voor ziekenhuizen, leraren en betere banen’, meent Oxfam. Daarnaast is er een overgangsperiode van maar liefst tien jaar in het verdrag opgenomen.

Wat betekent het voor Nederland?

In de praktijk niet veel. Het Nederlandse tarief voor de vennootschapsbelasting is 25 procent – 10 procentpunten hoger dan in deze deal is voorzien. Alleen voor kleine winsten tot 245 duizend euro geldt een lager tarief van 15 procent.

Is Nederland hierdoor geen belastingparadijs meer?

Nederland is geen belastingparadijs omdat er een laag tarief geldt voor de vennootschaps- of winstbelasting. Nederland is een belastingparadijs omdat internationale vennootschappen hier een juridisch hoofdkantoor – een brievenbus – kunnen oprichten en de winst van hun dochtermaatschappijen in andere landen kunnen afromen met in rekening brengen van royalties en intellectuele eigendomsrechten voor beeldmerken. In Nederland hoeft daarover geen of weinig belasting te worden betaald. Veel popbands – bekende voorbeelden zijn The Rolling Stones en U2 – hebben daarom statutair een kantoor in Nederland. Schattingen over het aantal brievenbussen in Nederland lopen op tot 20 duizend, die jaarlijks 5.000 miljard euro (5 biljoen) aan inkomsten genereren, waarover elders geen vennootschapsbelasting wordt betaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden