Analyse Chantage door Shell

Hoe de dubieuze oliedeal tussen Shell en Nigeria tot stand kwam

Sinds 2011 exploiteert Shell een van de rijkste olievelden van Nigeria. Die deal werd door een Italiaanse rechter al als corrupt beoordeeld. Volgens Milieudefensie en Somo, die zich beroepen op interne mails en documenten, is de deal ook door een vorm van chantage van Shell tot stand gekomen.

Protest van Milieudefensie tijdens een aandeelhoudersvergadering van Shell in Den Haag. De actiegroep trakteert de bezoekers op Nigeriaanse cocktails.

Het is 28 januari 2007 als een woedende ­Jeroen van der Veer, dan ceo van Shell, zich in een brief direct tot de Nigeriaanse ­president Olusegun Obasanjo richt. Diens regering heeft kort daarvoor een streep gehaald door de afspraak tussen Shell en Nigeria om een van de rijkste olievelden te helpen exploiteren.

Van der Veer spreekt van een ‘ontwikkeling zonder precedent’. Hij wijst op de historische band tussen Shell en het West-Afrikaanse land, een betrokkenheid die teruggaat tot voor de Tweede Wereldoorlog. En hij laat er geen twijfel over bestaan wat het energieconcern zal doen als de Nigeriaanse overheid ­volhardt in haar voornemen. ‘Shell heeft voorzichtigheidshalve zijn advocaat geïnstrueerd om alle noodzakelijke juridische stappen te nemen om zijn aanzienlijke investering te verdedigen en te beschermen’, schrijft Van der Veer.

De schat waarover de twee mannen ruziën, luistert naar de naam OPL-245. Op bijna 2.000 meter diepte in de Golf van Guinee bevindt zich een voorraad van naar schatting 9 miljard vaten olie.

Uiteindelijk blijken Van der Veers woorden hun uitwerking niet te hebben gemist. Vier jaar later, in 2011, verwerft Shell samen met het Italiaanse Eni ­alsnog het felbegeerde contract. Er is één probleem. Van de 1,3 miljard dollar die de oliebedrijven neertellen, vloeit het overgrote deel in de zakken van corrupte politici en ambtenaren. In diverse ­landen, waaronder Nederland, lopen onderzoeken en rechtszaken over de vraag of Shell en Eni bewust smeergeld ­hebben betaald.

Investeringsverdrag is de boosdoener

Maar hoe kwam die dubieuze overeenkomst precies tot stand? In een nieuw rapport wijzen Milieudefensie en Somo (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) op basis van uitgelekte e-mails het investeringsverdrag tussen Nederland en Nigeria, dat begin jaren negentig werd afgesloten, aan als boosdoener. Volgens een bepaling kan, in het geval van een conflict tussen een Nederlands bedrijf en de Nigeriaanse overheid, er buiten de reguliere rechtspraak om arbitrage plaatsvinden.

Multinationals als Shell zien zulke private rechtbanken als welkome bescherming tegen onbetrouwbare regeringen. Volgens critici maken ze hiervan geregeld misbruik. Bijvoorbeeld door democratisch genomen besluiten aan te vechten. Zo klaagde tabaksfabrikant ­Philip Morris Australië en Uruguay aan toen die roken trachtten te ontmoedigen.

In het geval van Shell ligt het iets anders. Het energiebedrijf had al een afspraak met Nigeria om olieveld OPL-245 te exploiteren. Latere regeringen draaiden dat besluit terug. Shell is dan ook van mening dat het volledig in zijn recht stond. ‘Onze beslissing om een internationale arbitragezaak aan te spannen, was in deze situatie volkomen normaal’, laat het bedrijf weten. ‘Het was een legitieme manier om onze bestaande rechten op OPL-245 en onze reeds gedane investeringen te beschermen. De Nederlandse overheid was op de hoogte.’

Een olieplatform van Shell. Beeld Hollandse Hoogte / René Clement

De ngo’s wijzen op wat er vervolgens gebeurde. Misschien had Shell een punt om een vergoeding te eisen voor de plotselinge onteigening door de Nigerianen, hoewel het concern vanaf het begin had kunnen weten dat het zaakje stonk.

Maar financiële compensatie was niet het ware doel van de arbitragezaak, schrijven Milieudefensie en Somo in hun rapport. De organisaties citeren uit brieven van Shell-mensen die ervan ­uitgaan dat Nigeria de por­temon­nee zal moeten trekken; wellicht een som van tussen de 500- en 900 miljoen dollar.

Maar het olieveld krijgt Shell op die manier niet terug, stellen ze. Bovendien wordt gevreesd dat een schadevergoeding de relatie met de Nigeriaanse regering zal bederven: ‘Het ligt voor de hand dat het innen van de betaling lastig zal zijn en gevolgen zal hebben voor de verhouding tussen Shell en de federale regering van Nigeria.’

Minder belasting

In werkelijkheid dreigt Shell slechts met internationale arbitrage om er een nieuwe, gunstiger overeenkomst uit te slepen. De dreigende zaak ‘brengt de overheid in verlegenheid’, constateert een Shell-jurist tevreden. Uiteindelijk slaagt deze opzet, menen Milieudefensie en Somo. Zo zou het bedrijf dankzij het nieuwe akkoord miljarden euro’s minder belasting kwijt zijn. Bovendien zijn er steeds meer aanwijzingen dat de afgesloten overeenkomst corrupt was. Dat is een vreemde handelwijze voor een multinational die zelf claimt benadeeld te zijn door onbetrouwbare politici.

‘Daarmee heeft het Nederlandse investeringsbeleid een zeer omstreden deal in Nigeria mogelijk gemaakt’, concluderen de onderzoekers. Shell wijst alle beschuldigingen van de hand. ‘Ook de uiteindelijke schikking van dit geschil met de Nigeriaanse regering in 2011 was volstrekt legitiem.’

Jeroen van der Veer, voormalig topman van Shell. Beeld ANP

Toont de wijze waarop Shell het Nederlands-Nigeriaanse investeringsverdrag inzette voor haar olieveld dat de critici van de private rechtbanken gelijk hebben? Of is het juist een goed voorbeeld waarom arbitrage nuttig kan zijn voor het bedrijfsleven? Dinsdag debatteert de Tweede Kamer over de toekomst van de talrijke Nederlandse investeringsverdragen. Een van de twistpunten is de vraag of en op welke manier ISDS (zie kader) daarvan onderdeel moet zijn.

Het Nigeriaanse hoofdstuk is voor Shell hoe dan ook nog niet gesloten. Het bedrijf houdt vol dat het niets wist van de smeergeldpraktijken rond de aankoop van OPL-245. Het deed slechts zaken met de Nigeriaanse overheid. Een Italiaanse rechter oordeelde afgelopen jaar dat Shell en Eni dondersgoed begrepen dat die overheid slechts fungeerde als stroman voor corrupte politici en ambtenaren. Van de steekpenningen die zij opstreken, had de Nigeriaanse gezondheidszorg een jaar lang kunnen draaien.

Begin 2016 vond een inval plaats in het hoofdkantoor van Shell in Den Haag. Ook hebben vier organisaties in Nederland een aanklacht ingediend tegen Shell en enkele bestuurders, onder wie de huidige ceo Ben van Beurden. De ngo’s zeggen te vrezen dat het Openbaar Ministerie en het concern afkoersen op een financiële schikking. Daarmee zou Shell mogelijk ontsnappen aan een schuldbekentenis – en veel zwaardere straffen.

Olusegun Obasanjo, oud-president van Nigeria. Beeld EPA

Omstreden internationale scheidsrechters

Ondernemingen beschouwen bedrijvenrechtbanken als een waarborg tegen grillige regeringen, maar critici hekelen de ze als ondemocratisch. Milieudefensie spreekt in een rapport van ‘een machtsmiddel van multinationals’. Het oorspronkelijke idee is simpel. Bedrijven zoals Shell doen over de hele wereld miljardeninvesteringen, vaak in landen die niet bekendstaan om hun onafhankelijke rechtspraak. Om het bedrijfsleven te beschermen tegen onvoorspelbaar overheidsbeleid – denk aan onteigeningen – bevatten veel ­investeringsverdragen een zogenoemde ISDS-clausule. Dat staat voor investor-state dispute settlement. Bij een conflict kunnen bedrijven de zaak voorleggen aan een select gezelschap internationale scheidsrechters. De laatste jaren zijn die private rechtbanken onder vuur komen te liggen. Multinationals zouden ze misbruiken om democratisch genomen besluiten te torpederen, van het publiek organiseren van de gezondheidszorg tot natuurbescherming. ISDS behoorde tot de meest omstreden onderdelen van TTIP, het vrijhandelsverdrag tussen Europa en de VS dat met de komst van president Trump in de ijskast is gezet. Saillant detail: door de vele investeringsverdragen (78 buiten de Europese Unie) en brievenbusfirma’s geldt Nederland als ISDS-claimland bij uitstek. Dinsdag debatteert de Tweede Kamer over dit beleid.

Tijdlijn

1936: Shell maakt zijn entree in Nigeria en begint de zoektocht naar olie.

1990: Het Ogoni-volk, onder leiding van Ken Saro-Wiwa, vraagt aandacht voor de milieuschade door oliewinning.

1995: De militaire junta brengt Saro-Wiwa en acht andere prominente activisten ter dood.

1998: Dan Etete, de Nigeriaanse olieminister onder de militaire dictatuur, verkrijgt via zijn privéonderneming Malabu de rechten op olieveld OPL-245. Hij is dus koper én verkoper.

2001: Shell stapt in het project. Kort daarna neemt een democratisch gekozen regering Malabu de licentie af, waarop Shell alsnog in de hand wordt genomen om het veld mee te helpen exploiteren.

2006: Nigeria draait het besluit weer terug ten gunste van Malabu, tot verontwaardiging van Shell.

2007: Oud-minister Etete, de man achter Malabu, wordt door een Franse rechter veroordeeld voor witwassen.

2011: Shell en Eni bereiken na lang onderhandelen een akkoord met de Nigeriaanse overheid. Achteraf blijkt sprake van smeergeld voor Etete en Malabu.

April 2017: De BBC constateert, op grond van uitgelekte e-mails, dat Shell en Eni willens en wetens meewerkten aan de corruptie.

September 2017: Vier mensenrechtenorganisaties doen ook in Nederland aangifte tegen Shell.

September 2018: Een Italiaanse rechter veroordeelt twee tussenpersonen bij de oliedeal tot vier jaar gevangenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.