Hoe Baker Tilly Berk de Nederlandse fiscus omzeilde

Als zijn accountant voorstelt een internationale belastingconstructie voor hem op te tuigen, voelt een ondernemer in woondecoratie daar wel voor. Hij weet dan nog niet dat hij directeur-grootaandeelhouder zal worden van een dubieuze belastingtruc.

null Beeld null

Belastingadviseur Jan S. zit met een handjevol Nederlandse ondernemers in een restaurant in de Cypriotische hoofdstad Nicosia. Het is januari 2007, de dan 56-jarige fiscalist en partner van accountants- en belastingadvieskantoor Baker Tilly Berk is gastheer van het gezelschap. Vandaag hebben ze hun handtekeningen onder een stapel papierwerk gezet en nu zijn ze eigenaar van een internationale belastingconstructie. Om dat te vieren geeft Jan S. een etentje.

Een van de tafelgasten in Nicosia is een ondernemer in artikelen voor woondecoratie, raamfolie en tafelzeiltjes; dat werk. Een echte zakenman, met vlot uiterlijk, omschrijven betrokkenen hem. Hip horloge, keurige Italiaanse schoenen, spijkerbroek en overhemd met fikse boord. Hij geniet van het ondernemen, maar heeft een hekel aan de bijkomende administratie.

Gelukkig heeft hij adviseurs van Baker Tilly Berk, waar hij al jaren klant is. Ze regelen z'n belastingaangifte, geven hem advies, stellen de jaarstukken op en controleren alle cijfers. Kost wat, maar dan hoeft hij zelf nergens meer naar te kijken. Hij is ondernemer, geen boekhouder.

En nu zit hij hier op Cyprus, met een groep andere ondernemers. Op uitnodiging van Baker Tilly Berk, dat hem een forse belastingbesparing heeft beloofd. Brievenbusfirma's, een trustbedrijf, royaltycontracten en winst verhangen. 'De Ondernemer', laten we hem zo noemen, begreep er weinig van, maar natuurlijk wilde hij wel belasting besparen. Dat grote multinationals zoals Apple en Google dat soort dingen doen, wist hij. Maar Baker Tilly Berk maakt dat nu ook mogelijk voor hem, met zijn mkb-bedrijf.

Daarvoor gebruikt Baker Tilly Berk z'n wereldwijde netwerk. Het kantoor is aangesloten bij Baker Tilly International, met 165 kantoren in 141 landen. Handig, want een beetje belastingadviseur beperkt zich niet tot Nederland. En dit netwerk maakt het ook voor kleinere ondernemers mogelijk om te profiteren van aangename belastingconstructies. Vanuit Nederland is de ervaren fiscalist Jan S. van het kantoor Den Bosch verantwoordelijk voor de internationale contacten.

Verboden belastingroute ook in Nederland opgezet

Voor het omzeilen van de Nederlandse fiscus maakten de medewerkers van Baker Tilly Berk gebruik van dezelfde soort constructies als recentelijk opdoken in de Panama Papers, de uitgelekte administratie van het Panamese advieskantoor Mossack Fonseca. Lees hier het nieuwsbericht.

Het is zomer 2006 als de Ondernemer een gesprek heeft met zijn vaste fiscalist. Hij vertrouwt volledig op de kennis van Bas de G. van Baker Tilly Berk Rotterdam. Hij vertelt hem dat hij van plan is een nieuwe kwaliteitslijn muurdecoratie op te zetten. Hij heeft daarom een bestaande merknaam gekocht die hij voortaan op zijn producten wil plakken. Kan hij zijn spullen beter in de markt zetten.

De G. reageert enthousiast. Merkrecht, daar kan hij fiscaal wel wat leuks mee doen, vertelt hij de Ondernemer. De G. begint over Cyprus, de Britse Maagdeneilanden, een trust, royaltycontracten en het verschuiven van winst. Kan hij in een jaar of vier zo'n 800 duizend euro mee besparen.

Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, vindt de Ondernemer, die er weinig van snapt. Ieder z'n vak. En belasting besparen, wie wil dat nou niet? Hij vraagt aan een zakenrelatie hoe die ertegenaan kijkt, denkt er zelf over na en vraagt voor de zekerheid aan zijn fiscalist of ze nog iets aan de Belastingdienst moeten voorleggen. Niet nodig, krijgt hij te horen. Dit is iets wat ze bij Baker Tilly Berk vaker doen. Een soort standaardproduct.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

null Beeld null

De Ondernemer gaat akkoord. Ze zullen bij Baker Tilly Berk wel weten wat ze doen. De aanwezigheid van Katja D. wekt ook vertrouwen. Ze werkte tien jaar als inspecteur bij de Belastingdienst en was nota bene gespecialiseerd in internationale constructies. Als iemand moet weten wat wel en niet kan, is zij het.

In de maanden daarna tuigt fiscalist De G. de constructie voor zijn klant op. Op 8 december 2006 gaat er een mailtje naar het kantoor van Baker Tilly op Cyprus. 'We have another client for whom we have to set up the structure on very short notice. Can you provide for an offshore company with director services on the Virgin Islands?' Een medewerker op Cyprus mailt meteen een lijstje met bedrijven die ze nog hebben liggen.

Een week later krijgt de Ondernemer een zogenoemde opdrachtbrief, waarin de belastingconstructie nog een keer wordt uitgelegd. Hij wordt eigenaar van een vennootschap op Cyprus, een limited (het Engelse equivalent van een bv) op de Britse Maagdeneilanden en begunstigde van een trust op Cyprus. Die bedrijven worden bestuurd en vertegenwoordigd door lokale trustkantoren, zodat niet te zien is dat hij de eigenaar is.

De vennootschap op Cyprus wordt vervolgens eigenaar van het merk dat de ondernemer voortaan op zijn producten wil plakken. Om die merknaam te gebruiken, betaalt hij een jaarlijkse vergoeding aan zijn vennootschap op Cyprus, waarna die vergoeding via Cyprus, de Britse Maagdeneilanden zo hop, op de rekening van zijn trust belandt. Onbegrijpelijk, vindt hij, maar zo lang het allemaal is toegestaan, heeft hij er geen problemen mee.

Winst afromen, noemt fiscalist De G. dat in een mailtje aan de Ondernemer. Het opzetten van de constructie zou de ondernemer 16 duizend euro kosten, exclusief btw. Als het ding één keer in bedrijf is, moet hij jaarlijks 4.000 euro betalen om de constructie in stand te houden. Al blijkt later dat het om veel meer geld gaat.

De opdrachtbrief aan de Ondernemer bevat ook waarschuwingen. Zo schrijft De G.: 'De door u gewenste structuur zal naar verwachting de aandacht van de Nederlandse Belastingdienst trekken, hetgeen tot allerlei discussies met de Belastingdienst kan leiden.' Want een trust, daar zijn ze bij de fiscus niet echt mee ingenomen, staat in de brief.

Niet voor niets krijgt iedere belastingplichtige in zijn aangifte van de inkomstenbelasting de vraag of hij betrokken is bij een trust. Maar, schrijft De G.: 'In de literatuur wordt wel verdedigd dat deze vraag op grond van de wetgeving niet gesteld zou mogen worden en dat de beantwoording daarom niet verplicht zou zijn.' Kortom, niet noemen die trust, dan kan de Belastingdienst er ook geen lastige vragen over stellen. Toch dekt Baker Tilly Berk zich in, voor het geval er wel gedoe ontstaat met de fiscus. In dat geval hoeft de Ondernemer niet bij Baker Tilly Berk aan te kloppen, zo staat in een disclaimer van meer dan twee A4'tjes. 'Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid over een door u tot stand gebrachte truststructuur, noch over de gevolgen op de belastingheffing en de hoogte van de door u beoogde besparing.'

Tot slot schrijft De G. dat de ondernemer voortaan voor vragen over zijn internationale belastingzaken bij het kantoor van Baker Tilly Berk in Den Bosch moet zijn. 'Mr Jan S. beschikt over de internationale contacten.'

De disclaimer: de accountant dekt zich in

Wat fiscalist Bas de G. zijn klant niet vertelt, is dat er bij Baker Tilly Berk fikse discussies worden gevoerd over de riskante fiscale trucs van sommige collega's. Er zijn medewerkers die het maar niks vinden, constructies die alleen maar gericht zijn op het 'ontlopen' van Nederlandse belasting. Zo stuurt een collega op 4 december 2006 een kritische mail naar Bas de G. omdat hij gehoord heeft dat De G. een opdracht heeft aanvaard een trust te implementeren. 'Ik vind dit hangende de discussie bij Berk niet wijs om nu te doen.'

In juni 2007, als de constructie van de Ondernemer al lang en breed is opgezet, attendeert een collega De G. op een uitspraak van de rechtbank Breda over een soortgelijke constructie van een schoenenondernemer, die zijn merk naar de Antillen heeft verhuisd. De fiscus vindt de constructie niet toelaatbaar en heeft de ondernemer een paar aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd voor ruim 3 miljoen euro. De rechter geeft de Belastingdienst gelijk.

Fiscalist De G. is niet blij met het vonnis. Hij vreest dat zijn klanten met lastige vragen komen. Aan collega's verzekert hij dat hij de contracten zo heeft opgesteld dat Baker Tilly Berk nooit aansprakelijk is. Een collega denkt daar anders over. 'Je hebt weliswaar een vette disclaimer maar als een klant je in het kader van jouw zorgplicht hierover een verwijt maakt, blijken juist vette disclaimers als een boemerang voor de adviseur te werken!', waarschuwt hij in een mailtje. Hij noemt het een 'volvette disclaimer' die 'wij normaal niet hanteren bij klanten'.

De paniek: de belastingdienst weet het

De Ondernemer krijgt van de interne onrust niks mee. De papieren over zijn fiscale avonturen, leest hij nauwelijks door. De disclaimers in zijn contracten? Geen aandacht aan besteed.

Hoewel het opzetten en onderhouden van de structuur hem veel meer heeft gekost dan hem was voorgespiegeld, levert het fiscale avontuur de Ondernemer inderdaad een flinke besparing op. In totaal komt er in vijf jaar tijd zo'n 7,5 ton binnen op de bankrekening van zijn trust. De aangiftes over de jaren 2007 tot en met 2011 rollen soepel door de controle van de fiscus heen. Allemaal keurig opgesteld door Baker Tilly Berk, met de handtekening van controlerend accountant Romke van der V., die bestuursvoorzitter is van het kantoor. Tot de fiscus in 2012 ineens moeilijke vragen stelt. Inspecteurs van de Belastingdienst willen weten hoe het zit, ze zijn blijkbaar op de hoogte van de trust. Baker Tilly Berk verstrekt mondjesmaat wat informatie, in de hoop dat het probleem overwaait.

Dat gebeurt niet. Bijna twee jaar duurt de onenigheid tussen Baker Tilly Berk en de fiscus over de Cyprus-route. De Ondernemer wordt er nauwelijks bij betrokken. Tot zijn fiscalist De G. in het voorjaar van 2014 ineens bij hem op kantoor verschijnt. Hij wil de Belastingdienst voor zijn en in de computer van zijn klant mails wissen die niet voor de ogen van de inspecteurs bestemd zijn. Standaardprocedure, zegt hij. Correspondentie tussen een belastingplichtige en zijn adviseur is vertrouwelijk.

Een paar maanden hoort de Ondernemer niks over de kwestie. Maar in september krijgt hij ineens een telefoontje, terwijl hij op vakantie is. Of hij zo snel mogelijk op kantoor van Baker Tilly Berk wil verschijnen.

Bij Baker Tilly Berk blijkt paniek uitgebroken. Partners hebben lucht gekregen van de onenigheid met de Belastingdienst en willen verdere imagoschade voorkomen. Bestuursvoorzitter Romke van der V. treedt noodgedwongen terug, adviseur Bas de G. wordt op non-actief gesteld en van andere betrokken medewerkers worden de bevoegdheden ingeperkt. Er komt een 'onafhankelijk onderzoek' om te kijken hoe wijdverbreid de belastingfraude bij het bedrijf is.

Een paar dagen later zit de Ondernemer op het kantoor van Baker Tilly Berk in Rotterdam. Daar krijgt hij het persbericht onder zijn neus geschoven dat een week daarvoor al is gepubliceerd. 'De Raad van Commissarissen van Baker Tilly Berk heeft een onafhankelijk extern onderzoek gelast naar mogelijke betrokkenheid van medewerkers bij een fiscaal ontoelaatbare structuur voor een directeur-grootaandeelhouder van één van zijn mkb-cliënten.'

De ondernemer is even stil en vraagt dan wat hij hier mee te maken heeft. 'Die directeur-grootaandeelhouder, dat ben jij.'

De reacties van de hoofdrolspelers

Voormalig partner Jan S., die namens Baker Tilly Berk Den Bosch verantwoordelijk was voor de internationale contacten, is in december 2009 met pensioen gegaan. Hij zegt zich weinig meer van de constructies te kunnen herinneren, omdat hij zijn geheugen kwijt is na een val. Hij wil niet reageren.

Romke van der V. trad in september 2014 terug als bestuursvoorzitter van Baker Tilly Berk. Hij is nog steeds partner bij het kantoor in Rotterdam. Een woordvoerder van het kantoor laat weten geen commentaar te geven zolang het onderzoek van justitie loopt.

Fiscalist Bas de G. werd in de zomer van 2014 op non-actief gesteld en is volgens zijn LinkedIn-profiel in april 2015 vertrokken. Hij werkt nu als zelfstandige en wil geen commentaar geven.

Voormalig belastinginspecteur Katja D. werkt als zelfstandig belastingadviseur. Ze schreef vorig jaar een brief aan de officier van justitie waarin ze aangaf dat ze altijd conform de wet- en regelgeving heeft gehandeld en dat ze met ruzie is vertrokken. 'Illustratief is dat ik nu een klant bijsta in de zaak om Baker Tilly Berk Den Bosch aansprakelijk te stellen voor belastingschade die hij heeft geleden door de advisering van de betreffende partner, de heer Jan S. [...] Ik sta hierbij dus lijnrecht tegenover mijn oud-collega's. Niet de eerste keer overigens. De reden voor mijn vertrek was groeiende onvrede over het reilen en zeilen op kantoor.' Haar advocaat zegt dat 'het door BTB ingenomen standpunt over een fiscaal ontoelaatbare constructie, cliënte ten zeerste heeft verbaasd en ze kan het in geheel niet plaatsen. Cliënte heeft nimmer enig ontoelaatbaar advies gegeven dan wel een dergelijk advies uitgevoerd.'

De Ondernemer heeft zijn zaak met de fiscus geschikt. Hij heeft een andere accountant en belastingadviseur. Tegen Baker Tilly Berk is hij een civiele zaak begonnen om de schade op hen te verhalen. Hij wil geen commentaar geven.

Dit artikel is gebaseerd op gesprekken met betrokkenen, mailverkeer tussen medewerkers van Baker Tilly Berk, interne documenten en het strafdossier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden