Hip Roombeek is gekoekeloer zat

Toeristen die naar binnen gluren om te zien hoe mooi de wijk na de vuurwerkramp is herbouwd: de bewoners van Roombeek zijn het spuugzat....

De Gids
De oranje sjaal – het líjkt een detail, maar dat is het niet voor Titia Boitelle (51). Zeker niet nu er wat onrust onder de bewoners van Roombeek is ontstaan over de hordes mensen die week in week uit hun huizen en straten komen bewonderen. Met name de bewoners van het Roomveldje, gelegen in het oude volkswijkje dat het zwaarst werd getroffen door de vuurwerkramp van 13 mei 2000 roeren zich. Spandoeken aan huizen verwijzen de bezoekers naar Artis: dáár zijn de aapjes. Niet hier. Hier is men toe aan rust.

Juist daarom richt Boitelle deze morgen even bewust de aandacht op die oranje sjaal die ze tijdens haar rondleiding altijd uit haar broekzak laat hangen.‘Dan weten de bewoners dat we van het Huis van Verhalen zijn.’ Geen voyeurs dus.

Het probleem, wil ze meteen maar even kwijt, zijn niet de rondleidingen van het Huis van Verhalen, een stichting voortgekomen uit het pastoraat waar de slachtoffers na de ramp met hun verhaal heen konden. Want in overleg met de bewoners is al lange tijd geleden besloten om met de rondleidingen niet langer op het Roomveldje te komen. En ook de VVV en het Architectuurcentrum Twente houden sinds kort rekening met de gevoeligheden: uit de nieuwe wandelbrochure die ter gelegenheid van de herdenking van de vuurwerkramp uitkomt, wordt het Roomveldje als highlight geschrapt.

Het voornaamste probleem volgens Boitelle zijn ‘de dagjesmensen’. De mensen die op zondag zonder gids door de wijk lopen en hun neuzen tegen de ramen drukken. Boitelle kent haar verantwoordelijkheden als gids. Het belangrijkst: respect voor de mensen, respect voor de ramp. En dus houdt ze de regie waar mogelijk strak in handen: de groep bij elkaar houden, de verhalen díe ze over de getroffenen vertelt altijd op gepaste afstand van de voordeur.

‘Kunnen jullie het tot zover volgen?’, vraagt ze lopend over de zonovergoten Museumlaan, zeg maar de Ramblas van Roombeek. Voor wie stond te kletsen herhaalt ze: Villa Zucchi van de Italiaan Cino Zucchi op nummer 9, hier Tektoniek van Erick van Egeraat op nummer 10, en daar het Glazen Huis van Benthem Crouwel (nummer 16). Ze heeft ze allemaal in haar hoofd: de namen van de grote architecten die de kapitale woningen hebben ontworpen van de Bamshoeve, het gedeelte van Roombeek dat vernoemd is naar de vroegere katoenspinnerij.

Bij nummer 11 (architect Rein van Wylick) houdt ze stil: ‘Van deze mevrouw mag ik dichter bij het huis komen. De meeste bewoners vinden de aandacht leuk. Als u wilt, kunt u hier even naar binnen kijken.’

De bezoekers
Maar geen van de twaalf dames uit de groep voelt de aandrang het huis van dichtbij te bekijken. ‘Dan ga je dus gluren’, concludeert een van hen misprijzend. ‘Nee’, zegt een ander, ‘gluren bij de buren, daar zijn wij niet van.’

Waar ze dan wel voor komen, de dames van tegen de 60 van de Museumclub uit Oosterbeek? Voor hetzelfde als die tienduizend andere geïnteresseerden die de wijk jaarlijks bezoeken: de architectuur – dat spreekt voor zich.

Want Roombeek is nu, tien jaar na dat allesverwoestende vuurwerk van SE Fireworks, een ‘hippe wijk’– zeggen de brochures van de VVV . Met dank aan stedebouwer Pi de Bruijn. Hoe wrang ook, zonder die vreselijke ramp was de uitgerangeerde volkswijk waar nog een handjevol studenten en kunstenaars de tot stilstand gekomen textielfabrieken bevolkten, nooit uitgegroeid tot internationaal icoon van moderne stedenbouw, tot wonder van bewonersparticipatie en particulier opdrachtgeversschap.

Het Huis van Verhalen alleen al verzorgt zo’n tweehonderd rondleidingen per jaar, soms, zoals vandaag, wel twee op een dag – en architectuurliefhebber blijkt dan ineens een heel breed begrip. Behalve vakmensen melden zich mensen die 25 jaar getrouwd zijn, dames van de rotary, scholen, studenten – ja, wie niet? En dan heb je nog de mensen die op eigen houtje de audiotour van het Rijksmuseum volgen, of met een boekje in de hand de uitgezette wandeling van het Architectuurcentrum, en mensen die mee gaan met de Roombeekwandelingen en de Rampzalig Enschede-wandelingen van de stichting Goodgoan. Zie daar het probleem.

De museumdames begrijpen het euvel. Met gepaste ernst horen ze Boitelle aan: ‘We vergeten de ramp niet, maar we kijken naar de toekomst. En we hebben altijd respect voor de bewoners.’ Maar zij weten ook wel: niet iedereen is zo fatsoenlijk opgevoed.

Hoe dan ook, de rondleiding door Roombeek maakt grote indruk op de dames, en niet alleen vanwege de architectuur. Zittend voor de manshoge foto van het getroffen gebied in de ontvangstruimte van het Huis van Verhalen worden ze meteen al stil. Door het afgebroken oor van een beker, dat Boitelle in de lucht houdt, enig souvernir aan een woning. Of door de tekening van een kind van 3, van vier vogels die hemzelf symboliseren, en zijn omgekomen vader, moeder en broertje.

De herinneringen komen ook bij de museumdames onmiddellijk weer boven. ‘Ik weet nog wat ik deed op de dag van de ramp’, fluistert een van hen. ‘Ik kwam net terug uit Italië, het was prachtig weer.’

Eenmaal buiten trekt de sfeer in de groep snel bij. Ze hebben geen spijt van hun lange reis. En het weer kan niet beter: volop zon, lekker warm. Vrolijk keuvelen ze door de wijk. Via de achterdeur van het wijkcentrum Prismare, over een speels schoolplein, een straat die de tekening heeft van een atletiekbaan, naar de voormalige textielfabrieken van N.J. Menko (nu apartementen) en Tetem (wordt kunstacademie AKI), en de nieuwe toren van Museum De Twentse Welle. Om het kloeke zorggebouw van architectenduo Claus en Kaan heen. Achter het toekomstige Cremer Museum van onder anderen Rem Koolhaas langs. Boitelle vertelt: ‘Dit gebouw wordt in tweeën gezaagd en dan wordt het bovenste deel gelift, zodat er een verdieping tussen geplaatst kan.’ De dames vinden het enig.

Wat ze niet zien, zijn de spandoeken aan het bouwhek: ‘Vuurwerkramp Enschede kan worden opgelost maar dat mag niet.’ Afkomstig van het burgerinitiatief Tijd voor de Waarheid dat nog altijd een onderzoek naar het waarom van de ramp op de politieke agenda in Den Haag probeert te krijgen.

Ondertussen op de Bleijdensteinlaan vergapen de dames zich aan de architectonische hoogstandjes. Vooral de statige historiserende notariswoning kan hun goedkeuring wegdragen, evenals de bakstenen villa op nummer 71 met een riant terras op het zuiden. ‘Heerlijk hè?’ ‘Als ik in Enschede zou wonen, zou ik hier willen wonen.’ Hier en daar is nog een braakliggende kavel. ‘Te koop: 1.154 vierkante meter, 530.840 euro.’

Even verderop in het Lasonderbleekpark, bij het monument voor de slachtoffers, dringt het besef van de ramp weer even in volle omvang door. ‘Ongelooflijk: 23 doden. Dus hier stond die fabriek? Dat dat alweer tien jaar geleden is? Wat gaat de tijd toch snel.’

De bewoners
Ramptoeristen zijn het, Tamara Pol van Nachtegaalstraat 17 heeft er geen andere woorden voor. Ze is het helemaal zat. Op haar sportsokken staat ze voor haar huis een sigaretje te roken. De zon schijnt net zoals op de schokkerige amateurbeelden van tien jaar geleden. Aan haar gevel het inmiddels ‘beroemde spandoek’ met de tekst: ‘Geen aapjes kijken, Artis is in Amsterdam. Stop stop stop stop stop ramp rondleidingen. (...) Nu na tien jaar willen wij rust.’

Eigenlijk heeft ze geen zin meer ook maar één woord vuil te maken aan de kwestie. Dat heeft ze de afgelopen dagen al genoeg gedaan, tegenover SBS en RTV Oost en God weet wie nog meer. Maar een ding wil ze nog wel rechtzetten: ‘Het gaat haar niet om geld.’ Ze heeft gewoon haar buik vol van die ‘arrechitectuur’.

Ze ziet niet wat er mooi is aan haar straat, of de rest van het in oude stijl herbouwde volkswijkje. ‘Van de buitenkant is het misschien mooi, maar de binnenkant is hartstikke klein en lelijk.’ Ze neemt een stevige hijs van haar sigaret: ‘Dáár moeten ze wezen, die mensen op hun hoge hakken’, en ze wijst in de richting van het Lasonderbleekpark: ‘Bij die dikke villa’s – dát is mooie architectuur. Echt een elitebuurt hoor, het is net Amsterdam of Rotterdam. Maar geen Enschede.’

Eigenlijk heb je sinds de ramp in Roombeek twee soorten bewoners: de Terugkeerders zoals Tamara Pol, die hun oude, herbouwde huis weer hebben betrokken of elders in de wijk in een nieuw huurhuis zijn gaan wonen. En je hebt de Nieuwkomers: mensen uit andere delen van Enschede of van buiten de stad, die hun droom verwezenlijkt zagen van het bouwen van een eigen huis.

Die laatsten lijken nergens last van te hebben. De moeder van twee zoons, eigenaresse van Villa Zucchi, niet. En de vrouw die haar pas aangelegde tuin op de Bamshoevelaan staat te schoffelen ook niet. En dat terwijl ook zij de brokstukken over zich heen heeft zien vliegen.

In het Roomveldje daarentegen is de ramp er nog elke dag. ‘Die maakt me nog steeds helemaal gek.’ En dat blijft zo als de mensen naar binnen blijven koekeloeren. ‘Ik ben geen prater, weet je. Ja, nu wel, maar niet over het emotionele gebeuren. Ik wil alles vergeten, maar hoe?’

Toch deelt niet iedereen de klachten van Tamara Pol. De bewoner van nummer 9 vindt het benepen en onbeschoft. En, zegt hij erbij, hij heeft recht van spreken want ook hij was in een klap alles kwijt. ‘Die paar bewoners zeggen nu: wij, de slachtoffers vinden dit, maar ze spreken helemaal niet namens mij. Ik heb nergens last van. Ik wil gewoon verder met mijn leven.’

Inmiddels zijn Sylvia en Willie de Leeuw van nummer 12, ook een spandoek voor de ramen, thuis gekomen met de boodschappen. ‘t Is half twee en de koude blikjes Grolsch gaan het pleintje rond. Gelachen wordt er ook.

Sylvia: ‘Er moet echt wat gebeuren hoor, anders komt er trammelant. De eerstvolgende die ik hier zie, trek ik zo dat kastje van zijn nek.’ ‘Ja’, zegt Willie, ‘en dan spoelen we het bandje achteruit. Of nee, het beste is eigenlijk om de huizen hier gewoon weer plat te gooien. Een beetje met carbid schieten. Dat zou niet gek zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.