High tech wereldmarktleider aan de Merwede

Waar vind je dat nog in deze tijd van globalisering? Een industrieconcern dat alles zelf maakt en niets wil weten van outsourcing of verhuizing naar een lagelonenland....

Nico Goebert

Dit is baggercountry. Het tegelplateau in de hal van het sobere hoofdkantoor van IHC Holland Merwede, vlak tegenover de enorme nieuwbouwhal aan de oever van de Merwede, is aangeboden door het ‘dankbare’ personeel van scheepswerf De Klop bij het 25-jarige jubileum in 1941. Hier worden dus al negentig jaar baggerschepen gebouwd. De geschiedenis van de werf in Kinderdijk gaat terug tot de Gouden Eeuw.

In deze regio aan de oostkant van Rotterdam ‘is het baggeren bedacht’, zegt Goof Hamers (53), sinds maart van dit jaar de nieuwe bestuursvoorzitter van IHC Holland Merwede, wereldmarktleider in het ontwerpen en de bouw van baggerschepen. ‘De Biesbosch is hier vlakbij. In deze regio moest altijd worden gebaggerd om de voeten droog te houden.’

Hamers is zijn loopbaan begonnen bij Fokker waar hij na zeventien jaar vertrok als directeur van Fokker Services, het onderdeel dat buiten het faillissement bleef en door Stork werd overgenomen. Verder werkte hij onder meer bij de chipmachinefabrikant ASML, ECT op de Maasvlakte en Imtech.

Meer dan de helft van al het geavanceerde baggermateriaal ter wereld komt van de IHC-werven in Sliedrecht en Kinderdijk. En het mooie is: de kans dat deze marktleider in een high techsector verkast naar het andere eind van de wereld, waar de lonen laag zijn en de economische groei een veelvoud is van hier, is nihil. ‘Wij hebben bewust gekozen voor Nederland’, zegt Hamers. ‘Onze klanten, de grote baggeraars zitten in de buurt, net als het onderzoek in onze sector, gespecialiseerde toeleveranciers en onze financiers. Hier zit een heel baggercluster.’ De grootste baggeraar ter wereld Boskalis bevindt zich bij wijze van spreken om de hoek in Papendrecht, nummer twee, Van Oord, zit even verderop. Ook de twee andere grote baggeraars, de Belgen DEME en Jan de Nul, zitten binnen een straal van 200 kilometer van Sliedrecht.

Maar dat is niet genoeg om de koppositie veilig te stellen. Hamers: ‘We zitten niet in een lagelonenland. Een lasser in Roemenië is veel goedkoper. Wij zijn duurder, maar daarvoor leveren we ook een beter schip af.’ IHC Holland heeft, zegt Hamers, een heel andere filosofie als de meeste andere werven. ‘Wij willen geen werf zijn die alleen casco’s in elkaar zet, maar die een geïntegreerd werktuig aflevert. Wij beperken ons niet tot het schip, maar we leveren ook de machines aan boord, de techniek, de pompen, de software, kortom alles wat een schip tot een baggerschip maakt. We moeten gewoon een beter schip maken en dus verstand hebben van alles erop en eraan. Dat vereist hoogspecialistische kennis en houdt de rol van het arbeidsloon beperkt.’

Klanten zijn gevoelig gebleken voor het kwaliteitsverschil. Logisch, vindt Hamers. ‘Baggerschepen gaan dertig jaar mee en als je al die tijd moet werken met een suboptimaal schip, geef je liever iets meer uit. Er zijn dramatische voorbeelden van mislukte, complexe projecten in lagelonenlanden.’

Die technologische voorsprong moet IHC Holland Merwede bevechten in een race tegen de klok. ‘Je maakt voortdurend dingen die je kan meten en uit elkaar kan halen. Kopiëren is zo gebeurd. Maar tegen de tijd dat een concurrent ermee op de markt komt, zijn wij weer een stap verder.’ Om de race vol te houden, geeft het scheepsbouwconcern jaar in jaar uit 3 tot 4 procent van de omzet van rond een half miljard euro uit aan onderzoek en ontwikkeling.

Ondanks de technologische voorsprong moest IHC Holland anderhalf jaar geleden ‘gered’ worden. Tot maart 2005 was het bedrijf een onderdeel van IHC Caland, dat het overgrote deel van zijn geld verdiende in de snel groeiende offshore. De bouw en de verhuur van installaties voor de olie- en gasindustrie overvleugelde al snel die delen van het concern die zich bezig hielden met de bouw van baggerschepen.

IHC Caland maakte de laatste jaren furore met het ontwerp en de bouw van FPSO’s, opslagsystemen annex fabrieken op zee waar de net opgepompte olie een eerste bewerking ondergaat. IHC Caland boekte veel succes met het langjarig verhuren van deze complexe installaties. ‘De activiteiten voor de olie- en gasindustrie slokten echt alle aandacht op’, zegt Sjef van Dooremalen, de toenmalige bestuursvoorzitter van IHC Caland. ‘Logisch ook. Zo’n FPSO kost 400 miljoen per stuk en je moet er een aantal doen in een jaar.’

Van Dooremalen kwam enkele jaren geleden tot de slotsom dat de scheepsbouwpoot moest worden afgesplitst om te kunnen overleven. ‘De bedrijven werden langzaam gewurgd. Er was geen toekomst voor ze in de combinatie met de snelgroeiende offshore. Daar kon je erg goed geld verdienen, dus de schaarse middelen gingen naar die tak.’

Analisten wezen de concerntop er ook op dat de baggerpoot met zijn sterk wisselende resultaten de koers van IHC Caland drukte. De lage koers vergrootte het risico op een vijandige overname en daar zat de concernleiding al helemaal niet op te wachten.

Aanvankelijk was het idee de bouw van schepen onder de naam IHC Holland Merwede een eigen beursnotering te geven, maar dat ging niet door omdat het bedrijf juist in die tijd een moeilijke periode doormaakte. Hamers: ‘Rond de opsplitsing ging het helemaal niet goed. De orderportefeuille liep snel leeg en we hadden een paar slechte projecten in huis.’

De oplossing kwam van private investeerders en de eigen werknemers. In maart 2005 werden de werven afgesplitst. De nieuwe aandeelhouders werden de participatiemaatschappij van de Rabobank voor 49 procent, Indofin, de investeringsmaatschappij van de Rotterdamse zakenman Cees de Bruin met 18 procent en de werknemers met 33 procent.

Hoeveel het personeel op tafel heeft gelegd voor het belang in het bedrijf, wil Hamers niet zeggen. ‘maar het zijn geen bedragen die je zo uit de mouw schudt.’ Hamers: ‘In principe kon iedereen intekenen op de certificaten en uiteindelijk bleek dat er meer vraag was dan er certificaten beschikbaar waren. Een groot teken van vertrouwen van de werknemers in het bedrijf in een tijd dat het slecht ging.’ Van de rond 1600 werknemers mogen 350 zich tevens mede-eigenaar noemen van IHC Holland Merwede. Medewerkers van hoog tot laag hebben certificaten.

Vooralsnog is het vertrouwen van de werknemers gerechtvaardigd gebleken. Vorig jaar hebben zij voor het eerste dividend uitgekeerd gekregen. Na het rampjaar 2003 heeft IHC Holland zich snel hersteld door de opleving in de olie-industrie en de baggersector. De winst kwam vorig jaar op 9,8 miljoen euro op een omzet van bijna 460 miljoen. De orderportefeuille verzekert de IHC-werven van werk tot ver in 2008.

Na anderhalf jaar op eigen benen blijkt de opsplitsing voor alle partijen een succes. De koers van de vroegere eigenaar IHC Caland – na de deling omgedoopt in SBM Offshore – is inderdaad met 60 procent opgeveerd. Het concern is nu op de beurs bijna drie miljard euro waard.

Maar belangrijker nog is de helderheid die de splitsing gebracht heeft. ‘Wij hebben nu aandeelhouders die ons graag willen hebben’, zegt Hamers. ‘IHC Holland Merwede is sterk opgeveerd. Onze aandeelhouders zien ons niet als een blok aan het been. Dat was in het verleden een groot nadeel want in een groot concern wordt er altijd gevochten om investeringsmiddelen.’

De enige band die het bedrijf nog onderhoudt met zijn vroegere eigenaar is die van leverancier. Het levert de swivels voor de FPSO’s van SBM. Dat zijn de scharnieren die de pijpleidingen waardoor de olie uit de zeebodem wordt opgepompt, op hun plaats houden ondanks de zeestroming. Het is een van de producten die IHC Holland heeft ontwikkeld. Een ander voorbeeld zijn de op grote diepte inzetbare heihamers voor het installeren van windmolens op zee. ‘Hoe ingewikkelder, hoe beter’, zegt Hamers.

Opvallend is dat IHC Holland Merwede met zijn derde werf – De Merwede in Hardinxveld-Giessendam – toch weer actief is in de offshore. De werf bouwt gespecialiserde one-off schepen oftewel vaartuigen op maat, geheel aangepast aan de wensen van de klant. Pijpenleggers en andere ondersteuningsvaartuigen voor de offshore, maar ook militaire transportschepen en riviercruiseschepen.

Hamers schat dat 60 procent van de omzet behaald wordt in de baggerschepen, maar de offshore is een veelbelovende activiteit. ‘De grote vondsten op het land zijn wel op. De olie moet uit steeds dieper water worden opgeboord. Dat schept meer vraag naar ingewikkelde schepen. De offshore zal de tweede poot onder het bedrijf worden.’

Ook over de baggeractiviteit van IHC Holland is Hamers optimistisch. ‘We zien heel veel projecten: de Tweede Maasvlakte, Dubai natuurlijk, havenuitbreidingen overal. Maar ook wil iedereen aan de kust wonen en de zeespiegel stijgt. Dat is heel gunstig voor de baggeraars en daarmee voor ons.’

Nico Goebert

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden