HIER HOORT PAPIER!

De gebeden van de Wapenvelders mochten niet meer baten: de papierfabriek in het dorp wordt in 2007 gesloten. Tussen Wapenveld en de fabriek bestaat niet alleen een economische binding....

Wapenveld lag aan de rand van het Zwolsche Bosch; aan de andere kant van het dorp begon het Wapenveldse Broek, het prachtige uiterwaardengebied van de IJssel. Wanneer je vanaf de snelweg Amersfoort-Zwolle naar Wapenveld ging, reed je een heel stuk door de bossen voor je het dorp bereikte. Het leek alsof Wapenveld zich verschool voor de wereld - en misschien was dat ook wel zo.

In Wapenveld, of eigenlijk in de buurtschap Berghuizen tussen Wapenveld en Hattem, stond wat de meeste Wapenvelders nog altijd de ‘Berghuizer papierfabriek’ of kortweg ‘de Berghuizer’ noemden – sommige oudere inwoners spraken zelfs nog van ‘Cramer’, hoewel die naam al sinds 1962 niet meer bestond. Het bedrijf heette feitelijk Stora Enso, en was onderdeel van een Fins-Zweedse multinational, een van de grootste papierproducenten ter wereld.

Stora Enso had op 3 oktober aangekondigd dat de vestiging in Wapenveld in de loop van 2007 zou worden gesloten. Dat zou 365 mensen hun baan kosten.

Het bericht kwam hard aan in Wapenveld. De mensen waren geschokt. In de kerken van het protestantse dorp werd gebeden voor het behoud van de Berghuizer. Toen de oude mevrouw Van Hall-Cramer het nieuws hoorde, belde ze direct de fabriek. De hoogbejaarde zuster van de laatste directeur uit de tijd dat de Berghuizer nog het familiebezit van de Cramers was, wilde weten waarom de vlaggen nog niet halfstok hingen.

De band tussen Wapenveld, zesduizend inwoners, en het papier was een oude. Ook al was de economische afhankelijkheid lang zo sterk niet meer als vroeger. In het dorp woonden nog maar 45 werknemers van de fabriek. Maar tussen Wapenveld en Berghuizer bestond veel meer dan een economische relatie. Het was een emotionele binding die meer dan 120 jaar terugging. Elke Wapenvelder had wel een familielid dat bij de Berghuizer had gewerkt. Elke Wapenvelder had er als kind wel eens een rondleiding gehad.

De Berghuizer maakte deel uit van de identiteit van Wapenveld en zat in de dorpsgenen gebakken. Er waren maar weinig mensen die zich een dorp zónder Berghuizer konden voorstellen.

‘Een catastrofe is het’, zei Gerrie Verweij-Wagtelenberg, de vrouw van juwelier Verweij aan de Klapperdijk. In haar familie werkten alle mannen sinds mensenheugenis bij de Berghuizer. Zo ging het, van vader op zoon: direct na de lagere school naar de Berghuizer, en daar blijven tot aan het pensioen. Haar vader werkte er, haar opa ook en haar overgrootvader eveneens. Haar broer had er ook gewerkt, maar die was een paar maanden geleden met de VUT gegaan, dus die hoefde het gelukkig allemaal niet meer mee te maken.

In het dorp zeiden ze dat het met de fabriek eigenlijk prima ging, maar dat die niet genoeg winst maakte. ‘Ze hebben afgelopen jaar een miljoen winst gemaakt, maar ze moesten drie miljoen halen’, zei een klant in kapsalon Van Egteren. ‘Kun je nagaan. Winst maken en toch de boel sluiten. Dat krijg je, met dat buitenlandse spul. Moet je niet hebben. Ze hadden het in eigen hand moeten houden.’

Zo gingen er veel verhalen in het dorp, over het waarom van de voorgenomen sluiting. Dat de Finnen de werkgelegenheid liever hier de nek omdraaiden dan in hun eigen land. Dat het die Finnen geen moer uitmaakte, waar ze het papier maakten. Ze zeiden dat de tijden van de Cramers, die kleine arbeiderswoningen bouwden voor hun werknemers, nooit meer terug zouden komen.

Dat laatste was zeker waar.

En volgens directeur Chris de Hollander – een Vlaming - was dat van die winst niet waar. De Berghuizer leed volgens hem al drie jaar verlies. ‘Miljoenen.’ Vorig jaar was er nog een reorganisatie doorgevoerd, die 98 mensen hun baan had gekost. En er waren investeringen gepleegd. Maar verliesgevend was het bedrijf gebleven, dat zou in 2006 niet anders zijn. De Hollander had er bij de top van Stora Enso voor gepleit het bedrijf twee jaar de tijd te geven. Tevergeefs. Eén jaar na de reorganisatie hadden de Finnen besloten er een punt achter te zetten.

De Hollander moest in de lente van 2007 de eerste papiermachine, de PM7, stilleggen. En in de herfst de tweede, PM8. En als de laatste werknemer de poort had verlaten, moest hij het licht uitdoen.

‘Het is een ramp voor de streek’, zei Chris de Hollander. ‘Ik vind het heel moeilijk. Ik was heel graag doorgegaan. We waren vorig jaar goed op punt gezet.’

In 1711 begon de familie Cramer in Ootmarsum met een papiermolen. Toen de Duitse keizer in de jaren tachtig van de negentiende eeuw de grenzen sloot, besloten de Cramers westwaarts te trekken, naar Wapenveld. Daar bestond al sinds 1837 de papierfabriek van de gebroeders Gerrevink, die in 1884 failliet ging. De Cramers namen de boedel over en begonnen de ‘Machinale Papierfabriek Berghuizen bij Hattem firma B. Cramer’ – niemand mekkerde destijds nog over te lange fabrieksnamen.

In 1961 bestond het bedrijf van de Cramers 250 jaar. Ep Steenbergen, voorzitter van de historische vereniging Oud-Wapenveld, organiseerde een tijdje geleden nog een paar avonden met films en dia’s van de festiviteiten rond dat feest. Prins Bernhard kwam naar Wapenveld om de fabriek het predikaat ‘Koninklijke’ te verlenen.

In 1962 fuseerde de Koninklijke Berghuizer Papierfabriek met de papierfabriek Van Gelder Zonen. Twee jaar later werkten er 850 mensen bij het bedrijf. In 1982 dreigde de nog altijd goed draaiende Berghuizer te worden meegesleept in het faillissement van Van Gelder.

Er werkten destijds nog zoveel Wapenvelders op de fabriek, dat de teloorgang van het bedrijf het werkloosheidspercentage in het dorp in één klap op dertig zou hebben gebracht. Dat gebeurde niet. De werknemers leverden hun dertiende maand in, er kwam steun van gemeenten en provincie, en in Wapenveld kochten de mensen bijna huis aan huis een aandeel in de fabriek, om het bedrijf te kunnen laten voortbestaan.

‘Ik heb er toen zelf nog voor gelopen’, zei Ep Steenbergen. ‘Sommige mensen kochten een aandeel van honderd gulden, anderen van duizend.’ Het toonde de intense verbondenheid tussen de Wapenvelders en de Berghuizer – toen het bedrijf vijf jaar later naar de beurs ging werden de dorpsbewoners voor hun loyaliteit beloond met een winst van 500 procent op hun aandelen.

Er werkten op de Berghuizer ook in 2006 nog nakomelingen van de mensen die eind negentiende eeuw met de Cramers uit Twente waren meegekomen naar de Noord-Veluwe: Kaal, Kamp, Nitrauw. Tussen fabriek, streek en mensen bestond nog het soort band dat in de loop van de twintigste eeuw bijna overal was verdwenen, en waarvan loyaliteit, trouw en inzet de kernwoorden waren.

De fabriek was goed voor Wapenveld, Wapenveld was goed voor de fabriek. Door de ploegendiensten was het goed verdienen bij de Berghuizer. Dat was óók een reden voor de arbeidstrouw. Je verdiende nergens meer.

Chris de Hollander kende de warme verhoudingen tussen de streek en zijn bedrijf, hoewel hij pas tweeënhalf jaar directeur was en in Amersfoort woonde. Hij vond het erg dat die band zou worden doorgesneden. Maar de twee papiermachines in de fabriek, die jaarlijks 235 duizend ton papier produceerden, waren bijna afgeschreven. Machines werden steeds groter en duurder: je had ze met een capaciteit van 500 duizend ton, kostprijs bijna een miljard.

Die machines, dat waren monsters in monstrueuze gebouwen, zei Chris de Hollander. ‘En denk ook even aan wat voor infrastructuur je ervoor nodig hebt. Hoeveel vrachtwagens daar dagelijks af en aan rijden.’ De moderne papierfabriek, zei De Hollander, werd gebouwd op plaatsen waar aan- en afvoer van grondstoffen en eindproducten gemakkelijk was. In havengebieden. Of dichtbij de grondstoffen, bomen. ‘Hier op de Veluwe hebben we natuurlijk ook wel bomen’, zei De Hollander, ‘maar die kappen we niet.’

De Noord-Veluwe is eigenlijk geen plek meer voor grootschalige papierproductie, zei hij. ‘We zijn hier ingehaald door de tijd.’

Aan het Apeldoorns Kanaal kon je de plek nog zien waar vroeger de schepen met cellulose afmeerden en waar de grondstoffen de fabriek werden in getakeld. Het was een industrieel monument. Het trotse kanaal van vroeger leek nu meer op een brede sloot en even verderop was het trouwens ook afgesloten. Als transportmiddel had het zijn functie al lang verloren.

Het Finse bedrijf Enso Gutzeit raakte in 1981 gelieerd aan de Berghuizer, doordat het een aandeel kocht in de snijfabriek. In 1989 werd het bedrijf meerderheidsaandeelhouder en in 1994 werd de Berghuizer een volledige dochter van de inmiddels tot Stora Enso getransformeerde papiergigant. Op een jaarproductie van meer dan 16 miljoen ton papier, vormde de Berghuizer maar een kleine splinter in het grote agglomeraat van Stora Enso’s fabrieken over de hele wereld.

Twee cruciale ontwikkelingen speelden bij het drama een rol, zei Chris de Hollander. De grondstoffenprijzen stegen, en door de overcapaciteit op de papiermarkt en de moordende concurrentie hielden de prijzen daarmee geen gelijke tred. Daarom moest er gesaneerd worden. En dat ging de Berghuizer nu de kop kosten.

De Ondernemingsraad van de fabriek had een extern bureau opdracht gegeven onderzoek te doen naar de levensvatbaarheid van de Berghuizer, en om na te gaan of de argumenten van de Finnen voor sluiting wel deugden. Het moest allemaal erg snel. ‘Tijd is onze grootste vijand’, zei Bertus Dokter, de secretaris van de OR.

Dokter zei dat er onder de mensen op de fabriek nog genoeg hoop was. In elk geval bleef iedereen gewoon hard doorwerken. Het waren hier op de Veluwe geen mensen die snel de kont tegen de krib gooiden, ook niet in dreigende tijden. Het waren hier geen stakers.

Jan Nitrauw, verre nazaat van een met de Cramers uit Twente meegekomen kartonmaker, had zich nog niet bij de sluiting neergelegd. Hij was journalist van De Stentor en de initiatiefnemer voor een demonstratie, op zaterdag 4 november. Het motto was: ‘Hier hoort papier!’ Om negen uur in de ochtend zouden ze een rol papier van het centrum van Wapenveld naar de fabriek uitrollen, als symbool van de band tussen dorp en bedrijf. Er zou ook een protestmars langs de poort komen en er was een band voor de blues.

Directeur Chris de Hollander zei te hopen dat de fabriek voor sluiting behoed kon worden. Maar hij hoopte het wel tegen beter weten in, zei hij erbij. Hij geloofde er niet in. De zaken waar Stora Enso mee had te maken, de economische omstandigheden, zouden nu eenmaal ook gelden voor een eventuele nieuwe eigenaar.

Het bedrijf, zei De Hollander, zou in elk geval niet als een dief in de nacht uit Wapenveld vertrekken. Ze zouden met een goed sociaal plan komen, de fabrieksterreinen schoon achterlaten. Stora Enso behoorde tot de bedrijven die zich hadden gecommitteerd aan de code voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Maar een bedrijf moest nu eenmaal ook economisch verantwoord ondernemen.

In de zeventiende eeuw kwamen de eerste papiermolens op de Noord-Veluwe, nu dreigde het papier voorgoed te verdwijnen en een lange historie te worden afgesloten.

‘Het zou heel erg zijn’, zei Ep Steenbergen.

In Wapenveld, verscholen tussen bossen en rivier, hadden ze de wereld lang buiten weten te houden. Maar nu klopte de wereld dreigend op de deur. ‘De mondialisering heeft Wapenveld gevonden’, zei Chris de Hollander.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden