Het voordeel van meer grind tegen de voorruit

Slecht asfalt en steeds grotere autoruiten blijken een goudmijn voor Carglass. De firma, in Brits-Belgische handen, is zo machtig dat de concurrentie amper voet aan de grond krijgt....

Voor de leek doet de onderneming in het repareren en vervangen van autoruiten. Maar dat is maar één kant van het bedrijf. De andere dienst is het product 'schadelastbeperking', dat wordt aangeboden aan verzekeringsmaatschappijen. Simpel gezegd: autoglasbedrijven bieden aan de claims die verzekerden indienen op het gebied van ruitschade te verminderen.

Carglass doet dat door kleine ruitschades in een vroegtijdig stadium te repareren, zodat totale vervanging achterwege kan blijven. Bijna de helft van de schades kunnen met een reparatie worden afgehandeld. Bovendien handelt het een flink deel van de administratie af die zou ontstaan bij verzekeraars wanneer automobilisten zelf hun schade zouden declareren. Dat bespaart hen enkele tientallen miljoenen euro's op jaarbasis. 'Wij slagen erin de gemiddelde schadelast stabiel te houden in een markt waarin de kosten gemiddeld omhoog gaan', zegt De Jong.

Deze nauwe samenwerking tussen Carglass en verzekeringsbedrijven is echter omstreden. Concurrent Glasgarage heeft zich zes jaar lang trachten te verweren tegen het in zijn ogen concurrentieverstorende handelen van de marktleider.

De klacht van Glasgarage bij de NMa uit 1998 vond aanvankelijk gehoor bij de mededingingsautoriteit. De NMa was dan ook van zins een eind te maken aan enkele kortingen en bonussen die Carglass toekende aan verzekeraars. Maar omdat de NMa nog nader onderzoek wilde verrichten, belandde de zaak op de lange baan.

Dus toen Carglass in 2001 een omstreden groepskorting - verstrekt aan de holding van verzekeraars die het gebruik van Carglass aanbevelen - afschafte, herzag de concurrentiewaakhond zijn oordeel en meende dat de overige kortingen redelijk waren gezien het schaalvoordeel van Carglass.

Glasgarage bleef echter ageren tegen de kortingen. Hoe meer autoruiten op kosten van een verzekeringsbedrijf worden gerepareerd, hoe hoger de korting voor de verzekeraar. Verzekeraars eisen vervolgens van Glasgarage en andere concurrenten dezelfde korting. Een hoger beroep bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB), liep op niets uit. Eind 2004 beet Glasgarage daar ten lange leste in het stof: Carglass maakte zich niet schuldig aan mededingingsbeperkende activiteiten, bepaalde het CBB.

'Ik ben er niet rouwig om', zegt Emiel Voorhorst, de aanstichter van de juridische schermutselingen. De directeur van Glasgarage: 'Er is veel geld in gaan zitten, maar inmiddels is de markt zo veranderd, dat tegemoet is gekomen aan onze bezwaren. Verzekeraars zijn tegenwoordig ook ontvankelijk voor andere marktpartijen. Ook wij kunnen goede financiële afspraken maken met verzekeringsbedrijven.'

Zijn collega Huis van Autotaalglas is het daarmee eens. 'Dat wij nu ook op groene kaarten staan vermeld, hebben we eigenlijk te danken aan de Glasgarage.'

Hoewel de concurrentie moeite heeft met de inkoopkracht en het marketingoverwicht van de marktleider, kijkt Voorhorst wel met bewondering naar de manier waarop het bedrijf de autoglasmarkt naar zich toe heeft getrokken. 'Het concept van de schadelastbeperking, het in handen nemen van de hele afhandeling, dat is een compliment waard.'

Carglass begon in 1982 als groothandel in autoruiten, een jaar later werden twee filialen geopend en begon het bedrijf zich toe te leggen op dienstverlening aan autobezitters. De markt was aanvankelijk geheel in handen van dealerbedrijven. 'Die hebben', zo constateert De Jong van Carglass, 'praktisch de hele markt uit handen gegeven door gebrek aan snelheid en service'.

In 1990 reden de eerste autootjes uit om ter plekke ruiten te vervangen. Dit groeide uit tot een van de kenmerken van het bedrijf: de mobiele service. Werd klanten tot voor enkele jaren nog dringend in overweging gegeven dat ze zich beter in de werkplaats konden melden, dat zou nu verleden tijd zijn, zegt De Jong.

De mobiele service komt deels voort uit de wens van veel klanten zo weinig mogelijk tijd kwijt te zijn met een kapotte ruit. Anderzijds hoopt het bedrijf zo de drempel te verlagen om met een beschadigde autoruit langs te komen; naast de omzet is een ruitreparatie immers in het belang van de autoverzekeraar.

Een ster-reparatie kost pakweg 65 euro, de gemiddelde ruitvervanging komt op 280 euro, oplopend naar enkele honderden euro's. Reparatie moet nog steeds opboksen tegen een tweederangs imago. Ten onrechte, zo meent het bedrijf, dat inmiddels zoveel vertrouwen heeft in de techniek van de kunstharsinjectie dat er een levenslange garantie wordt gegeven op een reparatie. Zolang de auto op de weg is, zal een gerepareerd sterretje geen scheur worden, is de boodschap.

Carglass maakt onderdeel uit van het Britse Belron-concern, dat in 26 landen actief is. Het bedrijf fabriceert, distribueert en repareert autoglas onder vijftien merknamen als Autoglass, Carglass en O'Brien. Het Britse moederbedrijf is sinds 1999 voor bijna 70 procent eigendom van D'Ieteren, de grootste Belgische auto-importeur, tevens eigenaar van Avis Europa. De overige Belron-aandelen zijn grotendeels in handen van de Belgische investeringsmaatschappij Cobepa.

Het bedrijf is daarmee diep verankerd in de automobiel-industrie. En dat is nodig, meent De Jong: 'Zodra een nieuw model ruit uitkomt, zoals de Peugeot 407 met een panoramaruit die doorloopt tot in het dak, worden we vantevoren ingelicht, en worden methodes ontwikkeld om dergelijke ruiten te vervangen en op te slaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden