Het verdriet van De Wittenburg

Kasteel De Wittenburg in Wassenaar is al decennia lang de chicste businessclub in Nederland. Hier fêteren bedrijven en ministeries hun gasten en komen exclusieve eetclubjes in alle beslotenheid bijeen....

In de Franse Salon, de ontvangstkamer van het statige Kasteel De Wittenburg in Wassenaar, hangen fraaie wandschilderingen van de Haarlemse School, afkomstig uit een Amsterdams grachtenhuis. De doeken uit 1780 bobbelen alleen vervaarlijk en moeten dringend worden gerestaureerd. Kosten: tweehonderdduizend euro.

Voorlopig is daar geen geld voor, verzucht kasteelheer Paul Elsinger. Een collecte onder de leden van het exclusieve conferentieoord, het verzamelde Nederlandse bedrijfsleven? ‘Vergeet het maar. Iedereen denkt dat we heel rijk zijn, maar dat is niet zo. We hebben rijke eigenaren, en dat is wat anders. We moeten zelf onze broek ophouden. Ook als we voor de schilderingen subsidie krijgen van Monumentenzorg, moeten we nog een ton bijleggen.’

De tijden zijn veranderd voor De Wittenburg. Het roemruchte kasteel – eigenlijk een landhuis – was decennialang de chicste businessclub van Nederland. Het vaderlandse alternatief voor de Angelsaksische country club, waar bedrijven en ministeries buitenlandse gasten kunnen fêteren en exclusieve eetclubjes in alle beslotenheid samenkomen. Maar de economische crisis heeft toegeslagen en de oude manier van netwerken vindt minder aftrek.

Het kasteel is sinds 1963 in gebruik bij de Vereniging Internationaal Ontvangstcentrum van het Bedrijfsleven De Wittenburg. Daarbij zijn vrijwel alle belangrijke bedrijven (Shell, Philips, ING, Heineken) en vele instellingen uit de publieke sector aangesloten. In ruil voor hun bescheiden contributie – drie- tot tienduizend euro per jaar, in bijvoorbeeld Engeland al gauw het veelvoudige – kunnen de ruim tweehonderd leden gratis gebruikmaken van de faciliteiten van kasteel en landgoed.

De geschiedenis van het kasteel gaat terug tot een 17de-eeuwse hofstede, Groot Hoefijzer, die door latere adellijke families tot een buitenplaats werd uitgebouwd. Rond 1900 liet jonkheer Helenus Marinus Speelman, rijk geworden in Indië, het oude huis afbreken en het huidige kasteel optrekken, in Hollandse renaissancestijl. Lang heeft hij er niet van genoten, in 1909 schoot hij zich een kogel door het hoofd.

De deprivatisering van het kasteel verliep in fasen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat de Duitse contraspionage in het kasteel – een deel van het Englandspiel werd hier gespeeld – en er was een V2-lanceerinrichting in de tuin. Na de bevrijding kwamen de Canadezen, die het pand uitwoonden. Couturier Edwin Dolder naaide in 1948 in de torenkamer in het diepste geheim de inhuldigingsjapon van koningin Juliana.

In 1955 verkocht de laatste familie het landgoed aan de gemeente Wassenaar. Die verkocht het in 1963 aan een groep Rotterdamse havenbaronnen in Wassenaar, onder wie Flip van Ommeren en Nico van der Vorm. Zij wilden een sociëteit zoals De Witte in Den Haag, een club om, zoals directeur Elsinger het uitdrukt, onder elkaar te kunnen zijn. Een ontmoetingsplek ook om met de overheid te kunnen praten.

Eetclubjes
Als club was De Wittenburg een groot succes. Werkgevers en werknemers sloten hier talloze sociale akkoorden. Heel wat eetclubjes van invloedrijke lieden komen er, met illustere namen als De Pijp, De Schoorsteen, De Tafelronde, De Haagse Schouw en het Studiegenootschap Economische Politiek, om te praten over de kredietcrisis, het belastingklimaat of het ontslagrecht. VNO-NCW is aanwezig met het jaarlijkse diner van het dagelijks bestuur, met dames.

En als het kasteel begin 2007 niet in de steigers had gestaan, had Herman Wijffels, formateur van kabinet-Balkenende IV, niet in Beetsterzwaag maar in Wassenaar zijn tenten opgeslagen en had het Akkoord van Lauswolt tussen CDA, PvdA en CU het Akkoord van De Wittenburg geheten.

De kracht van De Wittenburg, zegt Elsinger, is een bepaalde ambiance, een uitstekende keuken en heel belangrijk: privacy, om ongestoord te kunnen overleggen en netwerken. ‘Niet in de spotlights, dat vinden onze gasten heel belangrijk. Bovendien kan op het landgoed de beveiliging heel goed worden geregeld.’

Elsinger: ‘Officieel moet je lid zijn om de faciliteiten te kunnen gebruiken, maar we zijn in de loop der jaren iets soepeler geworden. De schoorsteen moet roken. In het weekend is iedereen welkom. Maar breed werven heeft De Wittenburg nooit gedaan. Dat heeft ook geen zin, want we zijn er natuurlijk niet voor iedereen.’

Voor wie wel? Nou, ‘denktankjes’ komen hier veel, zegt Elsinger, en voormalige kabinetten komen lunchen. ‘Het oudste clubje is het kabinet-De Jong. De Jong is over de negentig, maar nog een krasse baas. Jongeren zie je minder, die gaan toch anders met elkaar om. Kwestie van normen en waarden. Wat snel is en yup, komt hier niet. Het zijn vooral mannen van 55-plus, keurig in het pak. Vrouwen zie je ook wel, maar die zijn dan weer net zo mannelijk.’

Een heel nuttige instelling, vindt een van de vaste bezoekers, onder meer lid van het Studiegenootschap Economische Politiek. ‘In Nederland zijn de verbindingen tussen de economische, sociaal-economische en politiek-bestuurlijke elites minder ontwikkeld dan in andere landen. De Wittenburg is dan een goede setting om veilig met elkaar te verkeren. Je kunt met Jeroen van der Veer aan de bar zitten en een openhartig gesprek voeren.’

Ook Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, heeft het er met zijn eetclub altijd naar de zin. De Haagse Schouw dineert meestal in de bibliotheek, met dertig tot 45 man. ‘Allemaal hetzelfde couvert, dat moet van de keuken, altijd drie gangen, en daarna een spreker. De Wassenaarders blijven daarna meestal hangen aan de bar. Met name de gepensioneerden, want die hoeven niet vroeg op.’

Beslotenheid en discretie staan voorop. ‘We horen van alles’, zegt Elsinger. ‘Maar meeluisteren is een doodzonde. Wij hebben geleerd te zijn als het behang: wat we horen gaat het ene oor in en het andere uit. Als de dingen die hier besproken worden, naar buiten zouden komen, zou dat dodelijk zijn voor onze reputatie.’

Voor de exploitatie is de discretie een probleem. ‘We zijn publiciteitsschuw en dat is een spagaat’, zegt Elsinger. ‘Als we te bekend worden, is dat slecht voor onze doelgroep. Maar als we te discreet zijn, worden we nooit bekend.’

Een sterk punt is de keuken. Hier is gekookt voor het Koninklijk Huis, talloze kabinetten, prominenten als Gorbatsjov en Arafat. ‘We hebben een keuken in de stijl van Escoffier, ik hoop dat die naam u wat zegt’, zegt Elsinger. ‘Geen nouvelle cuisine, geen liflafjes – wij koken hier voor de smaak en niet voor het oog.’

De keuken, die even makkelijk voor twee als voor driehonderd man werkt, kan zo een ster binnenhalen als er à la carte zou worden gekookt. Een wijnkelder is er echter niet meer. ‘Vroeger lag hier altijd voor een vermogen aan wijn, maar nu werken we gewoon met bekende wijnhuizen.’

Verzakelijkt
De laatste jaren is in de klandizie echter een beetje de klad gekomen, moet Elsinger bekennen. ‘Alles is verzakelijkt.’ Grote bedrijven als Shell hebben tegenwoordig uitstekende eigen faciliteiten, en er zijn grote cateraars opgekomen, waardoor men alles zelf kan doen. ‘Vroeger móest je lid zijn. Nu denken gebruikers: doe ik er wat mee of niet? Vroeger was het een eer als je lid mocht zijn, nu is het: als we het lidmaatschap niet gebruiken, stoppen we ermee.’

Neem een bedrijf als AkzoNobel. ‘Akzo is nog wel aandeelhouder, maar geen lid meer. Loudon en Van Lede waren hier kind aan huis, maar de nieuwe baas (Hans Wijers, red.) heeft meer met Amsterdam, en daar zit Akzo natuurlijk ook tegenwoordig. En het is nog altijd zo: de baas bepaalt.’

Daar komt bij dat steeds meer Nederlandse bedrijven in buitenlandse handen zijn gekomen. Buitenlanders hebben geen voeling met zo’n klassiek instituut van de BV Nederland als De Wittenburg, en hun toplieden maken geen deel uit van het informele circuit van eetclubjes als De Pijp en De Schoorsteen, waar de voertaal Nederlands is. ‘ING-toplieden waren altijd lid van ons bestuur’, zegt Elsinger, ‘maar meneer Tilmant, een Belg, hebben we nooit gezien. Meneer Van der Veer van Shell kwam en komt graag. Zijn opvolger Voser is echter een Zwitser.’

En nu komt daar de economische crisis overheen, zegt Elsinger. ‘Het gaat om peanuts, wie drieduizend euro per jaar betaalt zit na drie keer al gratis. Maar in de crisis gaat met de leaseauto’s ook het lidmaatschap van De Wittenburg eruit. De omzet is 30 procent lager dan normaal. Omdat alles tegen kostprijs wordt uitgevoerd, valt er weinig te bezuinigen. De vraag is dus: hoe lang houd je dit vol?’

De Wittenburg past zich noodgedwongen aan. ‘Omdat ons in het bedrijfsleven tegenwoordig veel door de vingers glipt, zijn we nu meer op de overheid gericht. Daar is nog geld. We hebben er alleen wel last van dat onze uitstraling voor sommige overheidsinstellingen dan weer te chic is. Dan zeggen ze dat ze het niet kunnen maken om in tijden van crisis een feestje te organiseren op een luxe kasteel. Exclusiviteit en luxe werken soms dus niet in je voordeel’, aldus Elsinger. En dat terwijl De Wittenburg goedkoper is dan men denkt. ‘Echt niet duurder dan een vijfsterrenhotel.’

Eikenhout
Het is habitué Schnabel niet ontgaan dat De Wittenburg het moeilijk heeft. ‘Dure diners en partijen, dat gaan we dus even niet doen, zeggen bedrijven en instellingen.’ Maar misschien is het kasteel ook niet meer up to date, suggereert hij. ‘Van buiten ziet het kasteel er indrukwekkend uit, en het ligt ook prachtig daar aan die vijver in het bos, maar van binnen is het toch een beetje vergane glorie. Heel erg oud-Hollands op zijn deftigst, met Perzische tapijten, eikenhouten lambriseringen, 17de-eeuwse kasten en koningin Emma in de gang. Een beetje het Catshuis voor de modernisering.’

Al heeft dat ook zijn voordelen: ‘Het is een volkomen moeiteloze entourage. Als een oude jas, maar wél een cameljas. Het heeft ook wel iets aardigs, een tikje slijtage. Zo hoort het in Wassenaar. Engelse lords lieten een nieuw jasje ook altijd door de butler indragen.’

Is De Wittenburg nog van deze tijd, is de bange vraag die ook Elsinger geregeld stelt. ‘Misschien hebben we onszelf wel een beetje overleefd. De oude garde stapt eruit, de nieuwe generatie wil niet altijd meer. De wereld wordt drukker, partners werken ook, mensen hebben geen tijd meer voor deze vorm van netwerken. De vraag is: kunnen wij ons aan die nieuwe wereld aanpassen? Zonder onszelf te verloochenen, want dat gaan we niet doen.’

Een belangrijke poging is de grote renovatie die in 2007 begon, vijf jaar gaat duren en De Wittenburg weer de allure van vroeger moet geven, met respect voor de rijksmonumentale status. Het dak is vernieuwd, het koetshuis gerestaureerd, elektra en cv zijn vervangen en de tien hotelkamers en suites zijn van draadloos internet en andere moderne technieken voorzien. De aanleg van een commercieel tennispark op een oude NAM-locatie op het landgoed kon gelukkig worden afgewend.

De Wittenburg spant zich intussen in meer leden te werven en bestaande leden te verlokken tot intensiever gebruik van het kasteel. Ook worden nieuwe doelgroepen aangeboord. Nu landelijke bedrijven het steeds meer laten afweten kijkt men nadrukkelijker naar de lokale markt, al kalft die ook af (zo zijn advocatenkantoren met Haagse roots als De Brauw en Loyens & Loeff naar de Amsterdamse Zuidas getrokken) en gaan politieke en diplomatieke venues toch vaak naar Den Haag. ‘Men wil die binnen de stadsgrenzen houden en ja, wij zijn Wassenaar.’

Bruiloftsfeesten zijn tegenwoordig ook welkom op het kasteel: sinds enige jaren mag in Wassenaar buiten het gemeentehuis worden getrouwd. De Wittenburg heeft de modeshows van de Lionsclub Wassenaar binnengehaald, en niet te vergeten de jaarlijkse Nationale Secretaressedag.

Toch voelen veel vaste gasten zich er nog altijd thuis. Fokko van Duyne bijvoorbeeld, oud-topman van Hoogovens en president-commissaris van De Nederlandsche Bank. ‘Het is een prettige entourage om je terug te trekken. Groen, rustig, goed parkeren en relatief dichtbij voor iedereen. Uniek in Nederland. Ik heb er vorige week nog het jaarlijkse diner gehad met alle (oud-) commissarissen van De Nederlandsche Bank. Daar leent zo’n gebouw zich uitstekend voor. Veel eetclubs komen er ook, dat is juist. Die van mij ook ja.Of u mag vragen welke eetclub dat is? Nee, dat mag u niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.