Reportage Tien jaar na Icesave

Het toerisme trok IJsland weer uit de bankencrisis. Kan de natuur dat wel aan?

In 2008 stuurden we ons spaargeld naar IJsland, nu gaan we zelf. Het toerisme trok het land uit de bankencrisis. Gaat het weer te hard? ‘We moeten niet de illusie hebben dat mensen veel opsteken van een crisis.’

Toeristen op weg naar Gullfoss, de 'gouden waterval'. Het is een van de drukke stops op de Golden Circle. Beeld Pauline Niks

Puffin shops, zo heten de toeristenwinkeltjes waarvan er in Reykjavik dertien in een dozijn gaan, vernoemd naar de papegaaiduikers op de IJslandse kliffen. De winkels grossieren in prijzige T-shirts, koffiemokken en de lopapeysa, de gebreide IJslandse oertrui. Het is opletten hoeveel króna in een euro gaan, want het vakantiegeld vliegt in IJsland harder uit je zakken dan de papegaaiduikers vliegen.

In 2008 stuurden we ons spaargeld op avontuur naar IJsland, nu gaan we zelf. We verwachten ons geld niet met hoge rente terug, maar spenderen het aan walvissafari’s en de Blue Lagoon. Buiten Reykjavik werken bussen de Golden ­Circle af – een rondje langs een beroemde geiser, een imposante waterval en een geologisch breukvlak. In het hoogseizoen waan je je op de wandelpaden bij die natuurwonderen in de Kalverstraat. Maar ook in verre uithoeken wordt het steeds drukker. Kunnen de infrastructuur en de kwetsbare natuur dat wel aan?

Dat het zo goed gaat met IJsland, is niet vanzelfsprekend. Op 6 oktober 2008, tien jaar geleden, kwam er een einde aan wat de krant Morgunbladid ‘een extreem neoliberaal wereldexperiment’ noemde. Destijds waren de internetspaarbanken met hun hoge rente­tarieven de topattractie. Landsbanki ­bestormde met dochter Icesave de Britse en Nederlandse markt, Kaupthing de Duitse. Icesave beloofde 5,25 procent rente, bijna twee keer meer dan in ­Nederland. Tussen mei en oktober 2008 stalden Nederlandse particulieren, gemeenten en provincies 1,6 miljard euro op IJsland. De Britten maakten in negen maanden tijd evenveel geld over naar Icesave als de IJslanders zelf in 120 jaar hadden gespaard.

Icesave stond op het punt in nog eens elf landen uit te breiden, toen de zeepbel uiteenspatte. Na de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers hield IJsland nog twee weken de schijn op. Maar op 6 oktober was het voorbij, zo beseften de inwoners toen ze premier Geir Haarde een tv-toespraak hoorden besluiten met ‘Moge God IJsland zegenen’. Ze hadden op de pof geleefd.

De Glitnir Bank en Icesave-moeder Landsbanki werden diezelfde dag overgenomen door de IJslandse Algemene Rekenkamer, een dag later volgde Kaupthing. Een bankier in de ontkenningsfase had het nog over ‘de grootste bankroof in de geschiedenis van IJsland’. Maar de feiten spraken voor zich: in het IJslandse waarborgfonds voor spaartegoeden zat slechts 18 miljard kroon, terwijl alleen al Icesave in Nederland en Groot-Brittannië 600 miljard kroon had uitstaan.

Touringcars bij de Blue Lagoon. Beeld Pauline Niks

Wederopstanding

En nu, tien jaar later? De hijskranen die in oktober 2008 abrupt tot stilstand kwamen, bouwen in en om Reykjavik weer kantoren, bedrijven en luxe appartementen. In de straten kun je peperdure auto’s spotten. Toeristen laten het geld rollen: 2,2 miljoen buitenlandse bezoekers kwamen er in 2017, 24 procent meer dan in 2016 – en dat op een land met 350 duizend inwoners.

De 62-jarige Halldór Gudmundsson staat van die wederopstanding te kijken. In 2009 schreef hij een verontwaardigd boek over hoe zijn land slachtoffer was geworden van hebzuchtige bankiers en onoplettende politici – in het Nederlands vertaald als Wij zijn allemaal IJslanders. ‘Ik ben literair historicus van huis uit, ik trachtte de situatie vooral aan ­mezelf uit te leggen. Maar als je nu naar IJsland komt, zie je bijna geen tekenen meer van de crisis. Je ziet eerder tekenen in de andere richting. De economie is weer aan het pieken.’

Al in 2011 kwam de groei terug. De crisis bleef in hoge mate beperkt tot de banken en de bouwers. Sectoren als de visserij en het toerisme werden nauwelijks geraakt. ‘Natuurlijk, die dagen in oktober 2008 waren een vreselijke ervaring’, zegt Gudmundsson. ‘Veel IJslanders hadden opeens een grote schuld, zeker als ze leningen hadden in buitenlandse valuta. De kroon devalueerde zo hard dat onze koopkracht verdampte. De werkloosheid liep snel op. En toch valt het achteraf gezien niet te vergelijken met de ­ellende in Griekenland.’

Dat constateert ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) in een lijvig rapport. IJsland heeft sinds 2008 een opmerkelijke omslag bewerkstelligd dankzij het explosief gestegen toerisme en prudent economisch-monetair beleid. Toch is de kleine, open economie een gemakkelijke prooi voor pieken en dalen. De Oeso waarschuwt voor de lage ­arbeidsproductiviteit, ontwrichtende stakingen en hoge loonstijgingen.

Wat helpt, is dat de inwoners toch niet hoefden op te draaien voor de puinhoop van de Glitnir Bank, Landsbanki en Kaupthing, want de regering won een rechtszaak tegen de banken. De failliete boedels bleken bovendien waardevoller dan gedacht. In de loop van de jaren kregen Nederlandse spaarders hun inleg tot 100.000 euro terug – al ging dat niet zonder slag of stoot. De IJslandse bankiers zelf zijn niet vrijuit gegaan: tussen 2013 en 2016 werden er zeker 25 veroordeeld wegens fraude, voorkennis, witwassen, liegen tegen de autoriteiten, verduistering en marktmanipulatie.

‘En intussen kwamen de toeristen in hordes’, zegt Halldór Gudmundsson. Hij zag ze als directeur van Harpa, een kolossaal concert- en congrescentrum in Reykjavik. In zijn kritische boek uit 2009 beschreef Gudmundsson de bouwplaats van Harpa nog als ‘de grootste monumentale ruïne van de IJslandse megalomanie’, maar tussen 2012 en 2017 stond hij er aan het hoofd. ‘Er werd toch besloten Harpa af te bouwen. Achteraf was de crisis niet zo verschrikkelijk als we hadden gevreesd.’

Bezoekers van de Blue Lagoon smeren een schoonheidsmasker op hun gezicht. Beeld Pauline Niks

Nieuwe grondwet

In de crisisdagen van oktober 2008 was de toen 22-jarige studente Lea Gestsdóttir Gayet – IJslandse vader, Franse moeder – in Manchester. De ineenstorting van IJsland ging op vakantie aan haar voorbij, tot ze geen Britse ponden meer kon pinnen. ‘Ik belde de bank en hoorde dat de IJslandse kroon was ingestort. Ik bleek in ponden het dubbele te hebben uitgegeven van wat ik dacht. Gelukkig had ik geen hypotheek of een buitenlandse lening, zoals mijn vader.’

Maar IJslanders zijn geen klagers, stelt Gestsdóttir. ‘We hebben de banken failliet laten gaan, we hebben ze niet gered. Dat was een kwestie van principe.’ In 2010 werd ze met 999 IJslanders ingeloot voor het schrijven van een nieuwe grondwet. ‘In een gymnasium hebben we in groepjes waarden opgesteld die in die grondwet moesten komen. Helaas is de toenmalige regering niet herkozen, en is onze grondwet er nooit gekomen. Maar het was een uniek proces en het heeft veel losgemaakt in het land.’

Inmiddels werkt ze bij Icelandair, de grootste luchtvaartmaatschappij van het land, met 47 bestemmingen in Noord-Amerika en Europa. Icelandair kan ondanks de kleine thuismarkt zo groot zijn door een fijnmazig, tran­Atlantisch netwerk met overstap op IJsland. En veel reizigers combineren die met een verblijf van een of meer dagen. Prijsvechter WOW Air kopieerde het trans-Atlantische businessmodel en daarnaast vliegen nog eens twintig maatschappijen op luchthaven Keflavík.

‘Vroeger hadden we alleen maar toeristen in juli en augustus. Scholen werden in de zomer gebruikt als hostels’, herinnert Gestsdóttir zich. ‘Nu promoten we IJsland als vakantiebestemming voor het gehele jaar. Bovendien proberen we de bezoekers beter over het hele eiland te verspreiden. Daar hebben we nieuwe infrastructuur voor nodig. En ja, dat vereist een inhaalslag.’

En het vraagt behoedzaamheid van de toeristen zelf in die kwetsbare natuur, ­aldus Gestsdóttir, die eerder natuurgids was. Icelandair werkt aan een filmpje met ‘vijf geboden voor de duurzame toerist’. Mogelijk wordt het binnenkort in de vliegtuigen uitgezonden na de veiligheidsinstructies bij het opstijgen.

Wantrouwen

Het toerisme, goed voor 42 procent van alle buitenlandse inkomsten, is inmiddels een grotere sector dan de visserij. De Oeso prijst de voordelen – nieuwe banen, hogere belastinginkomsten en buitenlandse deviezen – maar waarschuwt ook voor de gestegen druk op natuur, infrastructuur en huisvesting.

Halldór Gudmundsson is er niet gerust op. ‘We moeten niet de illusie hebben dat we veel opsteken van een crisis. Opnieuw zien mensen de kansen om snel geld te verdienen. Iedereen begint een airbnb of bouwt een hotel. Sommige van de mooiste, kwetsbare plekken worden onder de voet gelopen, tot diep in de bergen. Logisch dat bezoekers daar gaan kijken. Je wil wildernis op IJsland, geen touringcars. Maar we denken hier niet goed na over de gevolgen.’

De politiek is volgens Gudmundsson niet in staat om adequaat te reageren. ‘En dat zie ik als een direct gevolg van de crisis van 2008. Sindsdien blijkt uit opiniepeilingen dat de IJslanders veel wantrouwen koesteren jegens de politiek.’

In 2016 moest premier Gunnlaugsson nog aftreden, nadat uit de Panama ­Papers bleek dat hij obligaties bezat van de drie omgevallen IJslandse banken. Hij onderhandelde dus uit eigenbelang over de redding van de banken. ‘Nóg een kras op de politiek’, aldus Gudmundsson. ‘Als politici in een sfeer van wantrouwen moeten werken, kunnen ze moeilijk impopulaire maatregelen treffen. Ik zeg niet dat we snel weer door een vreselijke crisis worden geraakt, maar we moeten wel voorzichtig zijn.’

Na de opmars tussen 2011 en 2017 stagneert het toerisme enigszins en prompt is een aantal toeristische bedrijven in zwaar weer geraakt. Dinsdag ging de ­IJslandse luchtvaartmaatschappij Primera Air ­failliet. De sector heeft weinig ­financiële armslag, oordeelt de Oeso. Maar voor 2019 verwacht de IJslandse regering een ‘zachte landing’ voor de economie, na de onstuimige jaren van groei.

‘IJsland is nog maar een jong land’, zegt Lea Gestdóttir. ‘We zijn pas honderd jaar onafhankelijk. Elk land moet zijn ­eigen crises ondergaan om volwassen te worden.’

Aziatische toeristen maken foto's van een lavalandschap op IJsland. Beeld Pauline Niks

Lees en kijk verder:

Fotospecial: Hier, in de Blue Lagoon, verpoost de halve wereld

IJsland is een populaire stop halverwege Amerika en Europa. Volkskrant-fotograaf Pauline Niks portretteerde bezoekers van heetwaterbron de Blue Lagoon.

Badderen in IJsland, waar je maar wil

Heetwaterbronnen zijn op IJsland een populaire ontmoetingsplek. Neem dus vooral je zwemkleding mee voor een tussenlanding op Reykjavik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.