Het rijzende tij tilt vooral de superjachten op

Heel goed dat rijken meer uitgeven aan superjachten. want dat geld komt ook bij de armen terecht. Toch? Het blijkt tegen te vallen.

Een megajacht is onderweg van Aalsmeer, waar het gebouwd is, naar de haven van Rotterdam waar het na een test op de Noordzee aan de eigenaar zal worden overgedragen. Beeld ANP
Een megajacht is onderweg van Aalsmeer, waar het gebouwd is, naar de haven van Rotterdam waar het na een test op de Noordzee aan de eigenaar zal worden overgedragen.Beeld ANP

Volgens een oude Engelse visserswijsheid 'tilt een rijzend tij alle boten op'. De Amerikaanse president John F. Kennedy haalde dit gezegde vaak aan als hem voor de voeten werd geworpen dat politici alleen de belangen van de rijken dienen.

De boten-analogie van Kennedy is de perfecte verbeelding van de economische 'doorsijpeltheorie', het idee dat iedereen uiteindelijk beter wordt van vermogensaanwas aan de top.

Die theorie luidt als volgt: (zeer) vermogende mensen investeren hun overtollige geld in bedrijven en bouwprojecten. Die investeringen bevorderen de economische groei en scheppen extra werkgelegenheid. Dus na verloop van tijd sijpelt de voorspoed van de maatschappelijke elite vanzelf door naar de lagere en middenklasse. Groeiende vermogensongelijkheid zou dus geen probleem zijn, omdat ook de armen ervan profiteren.

Doorsijpeltheorie

De doorsijpeltheorie is nog altijd het favoriete antwoord van welgestelden als critici hen confronteren met de groeiende vermogensongelijkheid in de wereld. Voor de miljardairs onder ons is het daarom heel spijtig dat deze theorie op drijfzand is gebouwd.

Onderzoek van onder meer de Wereldbank en het IMF toont aan dat groeiende ongelijkheid de economische groei niet bevordert, maar die juist vertraagt. IMF-economen berekenden vorige maand dat de economische groei over vijf jaar 0,38 procentpunt hoger zou uitvallen als het inkomen van de armste 20 procent van de bevolking met slechts één procentpunt zou stijgen. Stijgt het inkomen van de rijkste 20 procent met datzelfde percentage, dan valt de economische groei in de daaropvolgende vijf jaar juist 0,08 procentpunt láger uit.

Tussen 1960 en 2010 steeg het inkomen van de rijkste 1 procent Amerikanen gemiddeld met 1,8 procent per jaar, terwijl de armste 5 procent er slechts 0,7 procent per jaar op vooruit ging. Volgens een recent onderzoek van de Wereldbank zou die inkomensontwikkeling veel gelijkmatiger over de verschillende inkomensgroepen verdeeld zijn als de ongelijkheid minder groot was geweest. Uit dat onderzoek blijkt ook dat grote inkomensongelijkheid slecht uitpakt voor bijna alle inkomensgroepen, behalve voor de rijkste 10 procent. Hoe groter de ongelijkheid, hoe harder het inkomen van de rijken groeit.

Schuldenberg

Het rijzende tij tilt dus níét alle boten op, maar wel de superjachten. IMF-directeur Christine Lagarde zei vorige maand: 'In te veel landen heeft de economische groei de kleine boten niet opgetild, terwijl de schitterende jachten hoog op de golven varen met de wind in hun zeilen.'

De doorsijpeltheorie werkt om een aantal redenen niet. Een ervan is dat arme mensen elke euro die ze extra verdienen meestal uitgeven, terwijl rijke mensen meer verdienen dan ze kunnen uitgeven. Die consumptie van de lagere en middenklasse helpt de economie meer vooruit dan het spaargeld en de beleggingen (aandelen, obligaties) van de rijken.

Om rond te kunnen komen heeft het grootste deel van de bevolking, waarvan het inkomen onder druk staat, zich de afgelopen decennia in de schulden gestoken. Die schuldenberg lokt niet alleen financiële crises uit die de economie schaden, maar beperkt ook de bestedingsruimte van de lagere en middeninkomens. Zij hebben door al hun rentelasten nog minder ruimte voor consumptie.

Ongelijkheid

Verder leidt accumulatie van rijkdom bij de elite tot lagere belastinginkomsten voor de overheid en daarmee tot een verslechtering van publieke voorzieningen als onderwijs, infrastructuur en gezondheidszorg. Voor de lagere inkomensgroepen wordt goed onderwijs dan moeilijker bereikbaar en dat verkleint weer hun kansen op sociale stijging. Vermogens- en inkomensongelijkheid leidt zo haast vanzelf tot nog meer ongelijkheid, zoals de Franse econoom Thomas Piketty betoogt in zijn beroemde bestseller Kapitaal in de 21ste eeuw.

Fabrikanten van luxegoederen profiteren uiteraard wél van de groeiende ongelijkheid, want hun cliëntèle bestaat uit de winnaars van dit gevecht om het slijk der aarde. Volgens adviesbureau Bain gaven welgestelde consumenten in 2014 wereldwijd 865 miljard euro aan luxegoederen uit, 7 procent meer dan het jaar ervoor. Vooral de uitgaven aan dure auto's en luxereizen stegen hard. De absolute top van de luxemarkt bestaat uit privéjets en superjachten, want die speeltjes kosten minstens een paar miljoen euro per stuk. De potentiële klantengroep van een bedrijf als het Brabantse Heesen Yachts is slechts enkele tienduizenden mensen groot, en dat wereldwijd.

Citi Private Bank schreef een jaar geleden in een rapport over de markt voor privévliegtuigen dat de vraag naar de goedkopere modellen flink was ingezakt, terwijl de vraag naar de duurste en grootste modellen in een jaar met 18 procent was gestegen. Ook in de superjachtenbranche verschuift de vraag naar steeds groter en duurder. Dat sluit aan bij onderzoek dat aantoont dat ook binnen de rijkste 1 procent van de bevolking de verschillen toenemen: het vermogen van de rijkste 0,01 procent groeit het allersnelst.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden