Het poldermodel is hard op weg zichzelf overbodig te maken

Werkgevers en werknemers bepaalden tot voor kort de sociaal-economische koers. Die macht geven ze doelbewust uit handen, vindt Gijs Herderscheê....

Het was bedoeld als een aardig afscheidspresentje. Herman Wijffels, scheidend SER-voorzitter, werd de laatste vrijdag van april uit zeilen genomen over de Zeeuwse wateren. Harry Starren, directeur van De Baak, was zijn gastheer. Maar vrolijk wilde het die dag niet worden. Het was Wijffels duidelijk geworden dat het échte afscheidscadeau waarop hij had gehoopt, namelijk een unaniem SER-advies over de nabije toekomst, er niet zou komen.

Voor Wijffels is het een bittere teleurstelling, maar het poldermodel is hard op weg zichzelf overbodig te maken. Ooit werd het geroemd als de Dutch Miracle, het Nederlandse wonder van economisch succes. Organisaties van werkgevers en werknemers bekommerden zich samen over de Nederlandse sociale economie. Als zij samen iets afspraken, gebeurde dat gewoon. Het draagvlak was van alle kanten verzekerd, de oppositie had niets meer in de melk te brokken. De politiek kon meestal niet veel anders dan ermee instemmen.

Maar die macht is verkruimeld. Het poldermodel krijgt steeds meer trekken van een vergadercircuit dat maar niet tot resultaten komt. De recente mislukking is een sprekend voorbeeld. Maandenlang hadden werkgevers en werknemers de tijd om een akkoord te sluiten over een advies over het economische beleid voor de nabije toekomst. Maar vorige week vrijdag liep het overleg definitief vast. Werkgevers eisten een versoepeling van de ontslagbescherming; werknemers bleven mordicus tegen. Ze besloten het definitief oneens te blijven.

Nou en? Wat maakt het uit dat de SER geen eensluidend advies aan de politiek uitbrengt? Voor een antwoord op die vraag moeten we terug naar 2 oktober 2004. Op het Museumplein verzamelden zich toen ruim 300 duizend demonstranten om te protesteren tegen de inperking van de VUT en het prepensioen door het kabinet. Een doorslaand succes voor de vakbeweging werd het genoemd.

Maar niet iedereen was het daarmee eens, ook niet in eigen kring. Een paar dagen later stak een aantal bestuurders uit diezelfde vakbeweging, werkgeverskring en het openbaar bestuur de koppen bij elkaar voor een alternatief. We moeten de modernisering niet willen tegenhouden, vond deze groep. Het sociale stelsel moet worden aangepast aan de veranderende tijd. Maar dan wel in samenspraak met alle betrokkenen, en niet als een eenzijdig dictaat van het kabinet. De groep publiceerde een oproep met deze strekking, het zogeheten Baliemanifest. Tot de ondertekenaars behoorde het boegbeeld van de polder; Herman Wijffels, voorzitter van de SER.

Wijffels zag een nieuwe kans gloren. Wég van de ruzies tussen kabinet en sociale partners over verworven rechten. In plaats daarvan een serieus debat over de contouren van een modern sociaal stelsel. Het kabinet, gehavend door het felle protest in Amsterdam, had er wel oren naar. Men vroeg de SER om een algemeen advies over de nabije toekomst. Werkgevers en vakbonden werd de gelegenheid geboden hun stempel te drukken op het toekomstige beleid van dit en volgend kabinet.

Nu blijkt dat de dames en heren deze kans voorbij hebben laten gaan. De politiek hoeft zich voorlopig niets van hen aan te trekken. Politici kunnen nu hun eigen koers uitzetten. In de verkiezingsprogramma's, die nu allerwegen worden opgesteld, zullen geen verwijzingen staan naar unanieme SER-adviezen.

Het primaat van de politiek is weer helemaal terug. Maar daarmee ook het gevaar dat een kabinet op eigen houtje de pensioenleeftijd verhoogt, het ontslagrecht verandert, de werkweek verlengt, de AOW gaat belasten. De modernisering van ons sociale stelsel is nog niet ten einde. En of de politici daarbij steeds voldoende rekening houden met de belangen van werkgevers en werknemers, moet nog maar worden afgewacht. Een ingreep in het prepensioen, zo weten we, is zomaar gepleegd.

Waarom hebben de sociale partners hun primaat niet beter bewaakt? Het CNV, de FNV, VNO-NCW en het MKB, allemaal hebben ze sinds een jaar een nieuwe voorzitter. Intern hebben dezen nog weinig gezag kunnen opbouwen om knopen door te hakken.

Maar de werkelijke oorzaken zitten natuurlijk dieper. De ontmanteling van het poldermodel is al een tijd stilzwijgend gaande. Sinds het aantreden van de Paarse kabinetten zijn de sociale partners langzaam maar zeker uit alle besturen van de sociale economie verwijderd. Ze raakten achtereenvolgens hun zeggenschap kwijt bij de ziektekostenverzekering, de arbeidsbureaus, bij het toezicht op de AOW en de kinderbijslag, bij de uitvoering van de WW en de WAO.

De enige organisatie waar vakbonden en werkgevers nu nog in het bestuur zitten is de Kamer van Koophandel. En zelfs die wordt teruggebracht van 21 naar 12 vestigingen in Nederland.

Het poldermodel is steeds meer hinder gaan ondervinden van een gebrek aan draagvlak. Paarse politici gruwden van de niet-democratisch gekozen bestuurders die het sociaal-economisch beleid onderling wel even regelden. Het idee dat werkgevers en werknemers elkaar liefst de bal toespeelden op kosten van de belastingbetaler en zo bijvoorbeeld de WAO lieten volstromen, leefde breed. Eerder had VVD-leider Frits Bolkestein al gesproken van de Sociaal Economische Rem - alsof men er vooral op uit was noodzakelijke veranderingen tegen te houden. Het beeld werd opgeroepen van een overlegeconomie die de 'gevestigde belangen' behartigde, terwijl de politiek juist daadkracht en dynamiek vertegenwoordigde.

Sindsdien is de vakbeweging alleen maar vaker voor de voeten geworpen dat ze spreekt namens een beperkte groep. Veel meer werknemers zijn geen lid van een vakbond dan wel. Wat geeft FNV en CNV het recht alles voor hen af te spreken?

Dat is niet alleen een probleem van legitimiteit. De barre werkelijkheid voor de FNV is dat het stagnerend aantal leden de organisatie serieus in financiële problemen brengt. De afgelopen jaren zette de FNV zo'n duizend mensen bij reorganisaties op straat. De hoop is nu gevestigd op de stijgende beurskoersen. Als de stijging voortzet, wordt het belegde vermogen meer waard en behoudt de FNV nog enige armslag. Zo niet, dan dreigen opnieuw ontslagen. En de kans dat van zo'n organisatie in mineur meer werknemers lid willen worden, is natuurlijk klein.

Wat dat betreft hebben de werkgevers het beter voor elkaar. Ze hebben de wind flink in de zeilen. Inderdaad zijn de meeste werkgevers aangesloten bij VNO-NCW of het MKB - dus de legitimiteitsdiscussie die de vakbeweging teistert, gaat aan hen voorbij. Maar belangrijker is dat de werkgevers in de politiek sinds 2002 toch wel hun zin weten te krijgen, SER-advies of niet. De lijnen met de politiek zijn kort, hun stille lobbywerk zet veel zoden aan de dijk. In de maand augustus, als de begroting wordt opgesteld, zo vertelde VNO-NCW-bestuurder Niek-Jan van Kesteren vorige week in de Volkskrant, weet zijn organisatie 'heel veel geld te verdienen voor het bedrijfsleven'. Ook zei hij: 'Als u erover leest, is het werk al gedaan'.

En inderdaad kwam vorige week als donderslag bij heldere hemel het nieuws dat de vennootschapsbelasting zowel voor grote als kleine ondernemingen omlaag gaat. Daar was geen uitgebreide politieke discussie aan vooraf gegaan en in het regeerakkoord stond het ook al niet als voornemen vermeld.

In plaats van akkoorden te sluiten in de SER, bewerken de vakbeweging en de werkgevers de politiek liever ieder voor zich. De werkgevers oogsten succes op succes, dat wil de vakbeweging ook wel. Eind jaren '90, zo zeggen sommigen binnen de FNV, was de vakcentrale mooi onzichtbaar geworden door al die SER-akkoorden. Het buitenland mocht dan vol lof spreken over het overlegmodel dat zoveel werkgelegenheid en economische groei opleverde; voor de leden was in het geheel niet duidelijk welke belangen de FNV het beste had gediend en waarom ze elke maand die contributie zouden betalen.

Deze critici denken dat de positie van de vakbeweging de komende jaren alleen maar sterker kan worden. Door de vergrijzing komen er vanzelf weer structurele tekorten op de arbeidsmarkt. Werkgevers zullen allerlei werknemerswensen willen inwilligen, louter om goed personeel te behouden. Waarom zou je dan anonieme compromissen sluiten in de SER en steeds water bij de wijn doen, alleen maar omdat de werkgevers het ontslagrecht nu willen versoepelen?

In zo'n geval hoeft de FNV ook niet langer zijn uiterste best te doen om de bonden op één lijn te krijgen en te houden. Binnen de vakcentrale zijn de meningen vaak genoeg verdeeld. Binnen FNV Bondgenoten, de bond voor werknemers in de industrie, het vervoer en de dienstensector, huist een vleugel die sterk met de SP sympathiseert, en die bijvoorbeeld weinig voelt voor vrije toegang van Oost-Europese werknemers. De vakcentrale FNV denkt daar een stuk genuanceerder over. Wie in de SER geen akkoord probeert te sluiten, hoeft zich van zulke meningsverschillen ook veel minder aan te trekken.

Wouter Bos lijkt deze wending in het Nederlandse polderlandschap goed aan te voelen. Hij ontvouwde eind vorige week zijn visie op de verzorgingsstaat in de komende jaren. De PvdA-leider is voorstander van wat hij het 'Scandinavisch model' noemt. Dat betekent: een grote, opgetuigde verzorgingsstaat, waar de politiek zich intensief mee bemoeit. Met subsidies en voorschriften wil hij zoveel mogelijk mensen aansporen te gaan werken. Niet de sociale partners, maar de fiscus en de wetgever zijn daarbij zijn voornaamste assistenten.

Premier Balkenende heeft daar een andere blik op. Het Scandinavische voorbeeld kan hem niet bekoren. 'Ik ben voor het Nederlandse model', luidde zijn reactie op de plannen van Bos. Maar wat dat Nederlandse poldermodel anno 2006 nog inhoudt, dat is een vraag die Balkenende dan toch zal moeten beantwoorden.

Moet de SER zich dan maar vrijwillig opheffen? Sociale partners en Kroonleden elk terug naar hun eigen stek, op de bres voor hun eigen belang? Dat zou al te rigoureus zijn. Het is en blijft nuttig dat sociale partners met elkaar in gesprek blijven over het beste economische beleid.

Maar met z'n tweetjes de toekomst van Nederland uitstippelen, dat is er niet meer bij. Dit besef lijkt ook tot henzelf doorgedrongen, anders hadden ze wel meer moeite voor een SER-akkoord gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden