ColumnKoen Haegens

Het poldermodel is een sprookje. Is de Nederlandse economie stiekem veel radicaler?

null Beeld

Er was eens een land in diepe crisis. De staatsschuld liep op, verouderde industrieën konden niet langer concurreren op de wereldmarkt en jongeren vonden geen baan. De ­minister-president was bezorgd. Maar ook de werkgevers en vakbonden wisten stiekem dat het zo niet langer kon. In het wonderschone plaatsje Wassenaar maakten ze een magische afspraak: loonmatiging, in ruil voor arbeidstijdverkorting. En ze polderden nog lang en gelukkig.

Wie dat als een sprookje in de oren klinkt: dat is het ook. We hebben een volstrekt verkeerd beeld van ons recente economische verleden, lees ik in een speciaal themanummer van het Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis. Dat luidt ongeveer als volgt. Waar zich in andere landen een bikkelharde neoliberale revolutie voltrok – denk aan Pinochet in Chili, Reagan in de Verenigde Staten en Thatcher in Groot-Brittannië – zou Nederland in de jaren tachtig de weg van de consensus hebben bewandeld. Vakbonden en werkgevers zagen allebei in dat hervormingen onontkoombaar waren. Het was de geboorte van het mythische poldermodel. In de jaren negentig jubelden de internationale media over ‘the Dutch miracle’.

Daar blijkt dus wel wat op af te dingen. De sociaal-­democraten stonden grotendeels buitenspel bij de economische hervormingen, beschrijven onderzoekers Rosa Kösters, Bram Mellink, Merijn Oudenampsen en Matthias van Rossum in een artikel. De Sociaal-Economische Raad (SER) lag het grootste deel van de tijd op zijn gat. Bij het Akkoord van Wassenaar dacht aanvankelijk menigeen aan de redding van het plaatselijke dierenpark.

Het beeld van harmonie en goed overleg valt ook moeilijk te rijmen met het tempo en het radicalisme van de transformatie die Nederland de voorbije decennia onderging. Denk alleen al aan de slordige drie miljoen zzp’ers en andere onzekere contracten, goed voor een positie in de Europese flex-kopgroep. De vakbonden mochten in 1982 tekenen bij het kruisje, maar verder hadden ze weinig in de melk te brokkelen. Hun leider Wim Kok sprak een jaar ­later nog over de ‘neoliberale benadering’ vanuit de overheid als ‘catastrofaal’. Consensus klinkt anders.

Nederland heeft er een handje van de eigen geschiedenis met terugwerkende kracht te pacificeren. Van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als oord van verdraagzaamheid en tolerantie – daar dachten ­Joden en katholieken anders over – tot de door oud-premier Balkenende geroemde ‘VOC-mentaliteit’. Van het economisch fundamentalisme van diens voorganger ­Colijn in jaren dertig tot de anti-keynesiaanse omwenteling in de jaren tachtig.

Waarom dat er anno 2021 nog toe doet? Kijk even naar Den Haag. Naar de kabinetsformatie in slow motion. ­Gedicteerd door de polder. Ogenschijnlijk zonder grote keuzen of serieuze politieke tegenstellingen – of het nou om de klimaatdreiging gaat, de staatsschuld, de ontspoorde arbeidsmarkt of de woningnood. En denk dan terug aan al die vorige keren dat Nederland werd neergezet als een mondiale uitzondering. Een gezapige plek waar niet de bikkelharde strijd om macht en belangen heerst, maar gezond verstand en compromissen. Gelooft u het?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden