Het overschot aan jonge artsen groeit snel

Zo'n 5.300 basisartsen willen zich specialiseren, maar er zijn slechts 2.390 plaatsen beschikbaar. Leid dus minder jonge artsen op, zou je denken. Maar de minister voelt daar niet voor.

Een groep co-assistenten (stagiairs in een ziekenhuis) krijgt van een collega uitleg over het ziektebeeld van een patiënt.Beeld Hollandse Hoogte

Toen Roos Smits in april 2013 afstudeerde als basisarts aan het Radboudumc in Nijmegen, wist ze al lang waar haar toekomst lag: ze wilde gynaecoloog worden. 'Ik had op dat vlak al onderzoek gedaan, ik had er stages gelopen.'

Het is nu ruim twee jaar verder, maar ze heeft nog steeds niet bemachtigd wat ze zo graag wil: een opleidingsplaats tot gynaecoloog. Niet dat ze werkloos thuis zit, integendeel. 'Maar tegenwoordig wordt van je verwacht dat je eerst een paar jaar werkt als assistent niet in opleiding.' Eerder worden sollicitaties niet eens in overweging genomen.

Ze heeft nu net voor de eerste keer gesolliciteerd: drie gesprekken, een assessment én een elevator pitch (in een paar minuten uitleggen waarom jij de gedroomde kandidaat bent), maar ze werd het net niet. Dat betekent weer een jaar wachten.

Smits behoort nog tot de betrekkelijk gelukkigen onder het aanzwellende leger van de basisartsen. Een groot aantal afgestudeerde basisartsen zit werkloos thuis en hun aantal groeit snel. Begin 2012 ging het nog om 250 basisartsen, maar eind vorig jaar was dat al opgelopen tot 400, en groeiende. De tijd dat een afgestudeerde arts een zekere toekomst voor zich had, is voorbij. Er zijn ook steeds meer basisartsen die hun heil zoeken in het buitenland, met name in Duitsland, Engeland en Zweden.

De capaciteit van de opleidingen Geneeskunde moet zeker 12 procent omlaag. Nu nog worden jaarlijks 3.050 studenten toegelaten, maar dat zouden er maximaal 2.700 moeten zijn. Eigenlijk nog minder, 2.400 per jaar, 'maar dat lijkt niet haalbaar', zegt Victor Slenter. Hij is directeur van het Capaciteitsorgaan, dat de ministers van Volksgezondheid en die van Onderwijs adviseert over de omvang van medische opleidingen. Ingrijpen is hard nodig. Zelfs als de minister nu ingrijpt, loopt het overschot aan basisartsen nog zeker drie jaar verder op.

Advies genegeerd

In 2010 waren 3.050 basisartsen in afwachting van hun specialisatie. Dat is een redelijk comfortabel aantal, dat de basisartsen de tijd geeft zich op hun toekomst te oriënteren. Maar in 2013 waren het er al 4.670, en op dit moment, schat Slenter, al 5.300. Binnen enkele jaren zullen het er meer dan zesduizend zijn.

Al sinds 2005 adviseert het Capaciteitsorgaan de opleidingscapaciteit te verminderen, omdat er te veel basisartsen worden afgeleverd. Alleen in 2010 adviseerde het Capaciteitsorgaan tot een uitbreiding, en alleen dat advies werd overgenomen: het aantal eerstejaars werd opgevoerd met 200, tot in totaal 3.050 per jaar. Die 200 extra studenten beginnen dit jaar af te studeren als basisarts. Met als gevolg dat het stuwmeer aan opleiding zoekende basisartsen nog sneller zal groeien.

Het Capaciteitsorgaan waarschuwde minister Bussemaker van Onderwijs in februari vorig jaar al voor het overschot aan basisartsen. In april dit jaar gebeurde dat opnieuw, dit keer met een brief waarin de ergernis niet diep verstopt zit. Het Capaciteitsorgaan beklaagt zich erover geen reactie van Bussemaker te hebben gekregen. Het geeft vaker adviezen die niet worden opgevolgd: Bussemaker luisterde ook niet naar het advies om juist meer studenten toe te laten voor de opleiding tandheelkunde, nodig omdat Nederland steeds meer tandartsen moet importeren.

Roos Smits zet haar strijd om een opleidingsplek gewoon voort. Ze werkt nu in een ander ziekenhuis, dat staat beter op de cv, en volgend jaar kan ze weer solliciteren. En als dat mislukt? 'Dan ga ik het bij de universiteit van Groningen of Maastricht proberen. Of misschien in Engeland. Nee, niet in Duitsland. Ik ben superslecht in Duits.'

Vierhonderd opleidingsplaatsen te weinig

De medische opleidingen vallen in twee delen uiteen. In de eerste fase worden de studenten opgeleid tot basisarts. De meesten van hen willen daarna door naar de tweede fase: een opleiding tot bijvoorbeeld medisch specialist of huisarts. Per jaar komen er 2.711 opleidingsplaatsen tot medisch specialist beschikbaar, maar daarvan blijken er rond 320 niet te worden gebruikt omdat de werkgevers voor die specialismen (verzekeringsarts, bedrijfsarts) niet worden gesubsidieerd. Resteren rond 2.390 feitelijke opleidingsplaatsen.

Dat aantal zou ruim voldoende moeten zijn, want de medische faculteiten leveren per jaar met hun 'gewone' opleidingen rond 2.300 basisartsen af. Maar de afgelopen jaren komen er ook rond 250 basisartsen uit verkorte opleidingen die worden gegeven aan bijvoorbeeld fysiotherapeuten die arts willen worden. En 150 studenten die aan een specialisatie zijn begonnen, breken die opleiding af en beginnen opnieuw, met een nieuw specialisme. Tot 2008 betekende stoppen met de specialisatie ook echt stoppen omdat het inkomen zou terugkeren naar de beginschaal. Sinds 2008 is dat niet meer het geval. Daardoor is het financieel veel aantrekkelijker geworden een tweede specialisme te proberen. Jaarlijks studeren er 2.700 basisartsen af. Dat aantal groeit de komende twee jaar naar 2.900, terwijl er maar 2.390 opleidingsplekken beschikbaar zijn. Het reservoir aan werkloze basisartsen zal daardoor nog sneller groeien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden