'Het Noorden rekent zich rijk'

Drente, Friesland en Groningen willen meedoen in de economische vaart der volkeren. De provincies denken de Randstad te kunnen verbinden met Duitsland en Oost-Europa....

VERBLINDENDE kunstwerken waren het. Zo'n dertig installaties van aluminium, verspreid over Oost-Groningen, samen het grootste gasveld ter wereld. Ooit waren zij, in vol bedrijf, een lust voor het oog, meent auteur Gerrit Krol - totdat ze groen werden geverfd.

'Een schutkleur', schrijft hij verontwaardigd in het tijdschrift Noorderbreedte. 'Duitse helmen, die kleur. Alsof het opeens oorlogsindustrie was.' En blijkbaar zo lelijk, dat ze sindsdien aan het oog zijn onttrokken met (groene) bomen en planten. 'Nu rijd je door Groningen en je denkt, wat doet dat bos daar? En je herinnert je tot je verdriet die mooie, naakte, fonkelende installaties van weleer.'

Rustiek natuurgroen of blinkend industrie-metaal: fraai verwoordt Krol de ambivalentie van het Noorden tegenover de eigen economische ontwikkeling. Binnenkort rapporteert de commissie-Langman over de perspectieven van de 'vergeten' provincies Friesland, Groningen en Drenthe aan het kabinet. De commissie moet laveren tussen extremen in de opvattingen over het Noorden, waar met name de stijgende werkloosheid zorgen baart.

Zo predikt PvdA-fractieleider Jacques Wallage financiële en fiscale prikkels om bedrijven uit de overvolle Randstad te laten verhuizen naar de 'onderbenutte' regio. Hij doet dat in navolging van Jan Oosterhaven, ruimtelijk econoom aan de Rijksuniversiteit Groningen. Oosterhaven is de geestelijk vader van het utopische 'kwart-miljoenscenario', de overheveling van 250 duizend bedrijfsbanen naar het Noorden.

Minister Hans Wijers van Economische Zaken weet dat slechts weinig uit de Randstad vertrekkende bedrijven bij Hoevelaken linksaf slaan. Hij ziet voor het Noorden dan ook meer in het investeren in kennis. Stedebouwkundige Dirk Frieling van de Technische Universiteit Delft gaat zelfs zo ver te zeggen dat 'leegheid juist de kwaliteit is van Noord-Nederland'. Harry Langman, oud-minister van Economische Zaken naar wie de commissie is genoemd, verzucht dat het 'een weerbarstige materie' is 'met een hele hoop gezichtspunten'.

Zijn rapport verschijnt eind augustus en niet begin juli, zoals de bedoeling was. Tot opluchting van drie Haagse old boys, de commissarissen der koningin Loek Hermans (VVD, Friesland), Hans Alders (PvdA, Groningen) en Relus ter Beek (PvdA, Drenthe).

Uitstel geeft het Noorden wat meer armslag om, zoals Ter Beek het noemt, de commissie 'de noordelijke taal te laten spreken'. De taal van Wallage en Oosterhaven wel te verstaan, niet die van Wijers en Frieling. Want de drie commissarissen zien als hun missie het enig overgebleven 'achterstandsgebied' op de kaart van Nederland en van Europa te zetten.

Er moeten vijf clusters komen van industriële, stuwende bedrijvigheid, keurig over de drie provincies verdeeld. De grotere 'dynamiek en synergie' in de kernzones moet doorwerken in de buitengebieden, want ook de kwaliteit van het landelijk gebied moet worden versterkt. De boodschap van Friesland, Groningen en Drenthe is gebaseerd op een groeiend zelfvertrouwen. Weg is de 'aangeleerde hulpeloosheid'. Weg ook is het bestuurlijk provincialisme van weleer.

Het Noorden komt niet meer met de pet in de hand naar Den Haag. Het biedt, heel eigenwijs, oplossingen aan voor de problemen van de Randstad. In de nationale context willen de drie provincies een grotere bijdrage leveren aan de groei van de nationale economie, die 'wordt vertraagd door een tekort aan ruimte en door congestie in de Randstad'.

Noord-Nederland is relatief ijl, met 11 procent van bevolking en bedrijfsleven en 30 procent van de ruimte van Nederland. Het beschikt over nog onbenutte mogelijkheden zoals die ruimte, het arbeidspotentieel en kansrijke bedrijfssectoren.

Ook de nieuwe internationale positionering van het Noorden biedt kansen. Ontwikkelingen als het wegvallen van het IJzeren Gordijn, de hereniging van de beide Duitslanden, het verdwijnen van de communistische regimes en de aanstaande integratie van Oost-Europese en Scandinavische landen in de Europese Unie betekenen dat de economische zwaartepunten in Europa verschuiven. Noord-Nederland komt centraler te liggen in Europa. 'Het Noorden komt steeds minder in de nationale periferie te liggen en steeds meer op de as Nederlandse mainports-Duitsland-Oost-Europa-Scandinavië.'

Op de kaart van Europa tekent zich volgens de noordelijke bestuurders een Noord-Corridor af. De uitdaging voor Nederland is de verdere ontwikkeling van deze corridor. De beide internationale hoofdtransportassen - A6/A7 en A28/A37 - die door Noord-Nederland lopen, vormen de basis voor die ontwikkeling, in samenhang met de noordelijke havenfaciliteiten. En of het kabinet daarmee in zijn ruimtelijk en infrastructureel beleid en bij de grote locatiekeuze-vraagstukken maar rekening wil houden.

Waarom een tweede nationale luchthaven op een eiland voor de kust, aan de verkeerde kant van de congestie en zonder verdere economische activiteiten, wanneer dat ook kan in het Markermeer met een aanzienlijke economische uitstraling naar het onderbenutte Noorden en Oosten van het land? Moet het Noorden als het banen uit de Randstad wil soms, zoals Terzijde in Vrij Nederland onlangs op ironische wijze suggereerde, als eiland voor de Hollandse kust gaan liggen?

Waarom een tweede Maasvlakte, als de noordelijke havens door het toenemende belang van short sea-vervoer steeds nadrukkelijker in beeld komen? Waarom geen feeder-lijnen van de Betuwelijn naar Harlingen en de Eemshaven/Delfzijl? Waarom de hogesnelheidslijn niet in noordelijke richting doorgetrokken, zodat een volwaardig railtransportnet wordt gerealiseerd tussen de mainports van Nederland en het noordelijk deel van het Duitse net naar Hamburg en Berlijn?

Het zijn vragen waarop de commissie-Langman geen concrete antwoorden zal geven. Dat is aan het - volgende - kabinet. Maar het rapport-Langman wordt wel de basis voor de onderhandelingen tussen kabinet en Noorden. De afgelopen maanden hebben de drie provincies getracht de commissie ervan te overtuigen dat Noord-Nederland in het beleid tot 2030 niet moet worden geïsoleerd, maar juist geïntegreerd in de ruimtelijk-economische inrichting van de Mainport Nederland.

0 F het rapport-Langman het Noorden dat houvast zal bieden, is nog maar de vraag. Naar verluidt stuit het Noorden op een muur van scepsis. Begrijpelijk, vindt Oedzge Atzema, economisch geograaf aan de Universiteit Utrecht. 'Het noorden rekent zich rijk zonder reden', zegt Atzema wanneer hij met de inhoud van de noordelijke lobby wordt geconfronteerd. Hij zet vooral vraagtekens bij de noordelijke corridor en bij de tweede nationale luchthaven in het Markermeer.

Voor een noordelijke corridor zou een uitwisselingsproces van economische zwaartepunten moeten plaatsvinden, wat Atzema niet ziet gebeuren. 'De dominantie van de centrale stedelijke ruit in Europa - Londen, Parijs, Frankfurt, Amsterdam - neemt nog steeds toe. In het bedrijfsleven gaat centralisering van macht en toegevoegde waarde gewoon door, ondanks alle mooie verhalen over telematica. De marges voor locatiekeuze worden wel ruimer, maar van een voorkeur voor het Noorden is geen sprake.'

Ook de tweede veronderstelling, die van een meer centrale ligging in het nieuwe politieke en economische Europa, is twijfelachtig. Atzema: 'Wie de Europese top in Amsterdam heeft gevolgd, kan moeilijk hooggespannen verwachtingen hebben op dit punt. Bovendien, waarom zou uitbreiding van de Europese Unie gevolgen hebben voor Noord-Nederland? Van een zweeftreinverbinding tussen Hamburg en Berlijn zie ik de stad Groningen nog niet profiteren. En de havens aan de Waddenzee zie ik evenmin een Noord-Europese knooppuntfunctie vervullen.'

Bij Atzema en zijn Utrechtse vakgroepgenoten bestaan grote twijfels over een tweede nationale luchthaven. Een luchthaven is meer dan infrastructuur en ruimtegebruik alleen. Schiphol moet het als hub vooral van kwaliteit hebben.

'Een tweede luchthaven in combinatie met Schiphol kan gemakkelijk leiden tot tijd- en dus kwaliteitsverlies. Verder staat de economische betekenis van een hub als vestigingsplaats voor internationale bedrijven niet op zichzelf. Het gaat altijd ook om andere factoren.

'Of een tweede luchthaven in het Markermeer zo veel additionele bedrijvigheid genereert, valt dus nog maar te bezien. En waarom komen die uitstralingseffecten in het Noorden terecht? Schiphol berekent zelf die spin-off voor het Noorden op slechts 10 procent. Ik denk eerder dat Almere zal profiteren van een dergelijk knooppunt dan Drachten of Zwolle.'

In plaats van de noordelijke taal te spreken, waarop de drie commissarissen hopen, zou de commissie-Langman het Noorden best eens kunnen adviseren heel andere kansen te grijpen. Langman zou zich bijvoorbeeld een vraag kunnen stellen die kennelijk nog niet bij Hermans, Alders en Ter Beek is opgekomen: waarom eigenlijk blijven mogelijkheden als ruimte, arbeidspotentieel en kansrijke bedrijfssectoren nu blijkbaar onbenut?

Wellicht bevat het antwoord op die vraag eerder de sleutel voor de economische toekomst van het Noorden dan de inrichting van zones en corridors.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden