Het is gedaan met Meneer Arrogant

Aan de zegetocht van de grootste bankier van Italië leek geen einde te komen, tot hij met zijn Unicredit Libië binnentrok....

Door Robert Giebels

Het is tijd voor de Italiaanse Meneer Arrogant om op te stappen. Zijn aandeelhouders hebben genoeg van Alessandro Profumo, de belangrijkste bankier van het land. Niet per se omdat Libië te veel invloed krijgt in de bank van Profumo, Unicredit. En ook niet omdat Profumo voor de crisis voor tientalen miljarden euro’s andere banken heeft gekocht, waardoor nu de kapitaalbuffers van Unicredit te dun zijn. Profumo moet weg omdat hij alle touwtjes in handen heeft. Hij is groter dan zijn bank en daar houden zijn aandeelhouders niet van.

Profumo heeft alle reden om zich Meneer Unicredit te voelen. Hij heeft die bank in ruim tien jaar van een dertien-in-een-dozijnbedrijf tot de grootste bank van Italië gesmeed. En tot een van de grootste van Europa.

Profumo (53) verliet vroegtijdig de schoolbanken en begon in 1977 als 19-jarige bij een lokaal bankje in Milaan als kantoorklerk voor een maandsalaris van omgerekend ongeveer 600 euro. Tien jaar later was hij er de baas en ging hij naar McKinsey. In 1994 stapte Profumo weer terug het bankiersleven in. Voorgoed.

Hij werd directeur bij Credito Italiano, een onmogelijke lappendeken van bijna dertig lokale en regionale Noord-Italiaanse spaarbankjes – sommige waren 500 jaar oud. En wat later een probleem bleek: het waren geen particuliere banken, maar eigenlijk kleine staatsbankjes in handen van gemeenten en provincies.

Jongste topbankier ooit
In 1997 werd Profumo de baas bij Credito Italiano, met 39 jaar de jongste baas van een grote bank ooit in Italië. Hij ging alles anders doen. Moderner. Voortaan moesten bankmedewerkers doelen stellen in prestatie en productiviteit. Doelen waarop ze afgerekend zouden worden. Profumo snoeide in het personeelsbestand en stelde jonge managers aan.

Sindsdien kleven typeringen aan hem als bot, agressief, maar ook gedurfd. Meneer Arrogant werd hij toen het parfum (profumo in het Italiaans) met de naam Arrogance op de markt kwam.

In moordend tempo breidde Profumo zijn inmiddels tot Unicredit omgedoopte bank uit. De ene na de andere concurrent sloot zich bij hem aan. Hij zat drie jaar aan het roer of de bank was al twee keer zo groot en de winst verviervoudigd. In de acht jaar na zijn aantreden zou hij ruim honderd kleine banken kopen.

Anders dan normale Italiaanse banken, die liever veilig in hun regio actief bleven, wilde Profumo per se een internationaal conglomeraat van zijn Unicredit maken. Vooral Centraal- en Oost-Europa moest eraan geloven. Tussen 2005 en 2008 kocht Profumo voor circa 50 miljard aan banken in de regio. ‘Hij is een vos’, zei een collega-bankier over Porfumo, ‘hij ging naar Centraal- en Oost-Europa toen niemand anders durfde.’ Daar is Unicredit nu veruit de grootste bank. In Polen, Bulgarije en Kroatië is de bank marktleider. In totaal zit de bank in 22 landen.

Allemaal het werk van de voormalige Milanese bankklerk Profumo. En zijn aandeelhouders stonden erbij te klappen. Totdat in 2008 de kredietcrisis toesloeg. Nu zeggen diezelfde aandeelhouders dat Profumo zijn hand heeft overspeeld, te veel heeft uitgegeven en hij zich beter op Italië had kunnen richten.

De weerstand tegen de ooit bejubelde bankier heeft een politieke dimensie. De grootste aandeelhouders zijn de nationalistische gemeentebesturen die eigenaar waren van de kleine, Noord-Italiaanse banken waaruit Unicredit is voortgekomen. Zij hebben circa 12 procent van de aandelen.

Eenvoudig Fiatje
Van Profumo is bekend dat hij politiek links van het midden staat. Zijn vrouw Sabina is op die plek in het politieke spectrum actief en Profumo wordt keer op keer genoemd als minister van Financiën in een centrum-linkse regering. Hij rijdt in een eenvoudige Fiat en vouwt op zakenreis zijn 1 meter 95 en schoenmaat 48 gewoon in de economy class.

In 2003 schreef Profumo een boek over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven. Een boek dat de ‘politieke aandeelhouders’ van Unicredit niet zal aanspreken. Zij zitten meer op de hand van premier Berlusconi en de nog rechtsere Lega Nord.

Deze aandeelhouders hebben de afgelopen jaren tot hun afgrijzen gezelschap gekregen van beleggers die de zaak voor Profumo zo politiek en lastig hebben gemaakt dat hij nu moet opstappen. Dat ‘de Arabieren’, ofwel de investeringsarm van Abu Dhabi een fors belang in Unicredit heeft van 5 procent, dat is de nationalistische aandeelhouders tot daar aan toe.

Maar dat Libië, oftewel dictator Khadaffi op volgens hen slinkse wijze bijna 8 procent van de aandelen van de grootste bank van Italië in handen heeft, wordt Profumo zeer zwaar aangerekend. ‘De Libiërs hebben die aandelen gewoon op de beurs gekocht’, is zijn verweer.

Zo vreemd is dat niet. Berlusconi heeft de banden met de voormalige kolonie Libië aangehaald. Khadaffi loopt de deur van de premier praktisch plat. Italië gaat de komende jaren voor miljarden in Libië investeren. Olie is daarbij het toverwoord. Logisch dat zo’n beetje de enige op het buitenland georiënteerde bank van Italië in beeld komt om die expansie financieel te begeleiden. ‘Wij gaan als eerste buitenlandse bank kantoren openen in Libië’, zegt Profumo trots.

Maar hoezeer die expansie ook past in de strategie die Unicredit tot de grootste bank van Italië heeft gemaakt, de gang naar Libië is de stok om Profumo zijn bank uit te slaan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden