Het is fantastisch aan de top

Bij verhalen over vrouwen in de top van het bedrijfsleven vallen altijd de termen old-boysnetwork en glazen plafond. Daar gaan deze gesprekken met drie topvrouwen níét over....

Conny Braams

Je zult haar niet horen pochen dat ze tachtig uur per week werkt. Of dat ze met loodgieterstassen vol werk naar huis gaat. ‘Welnee, joh. Dat is helemaal niet meer hip. De huidige generatie wil niet eerst hard bikkelen om in de toekomst gelukkig te worden. Die wil alles tegelijk.’

Conny Braams (44) oogt ontspannen. Mooi strandkleurtje. Grote oorbellen en rinkelende armbanden. Zwierige blouse. Ze is nu drie jaar verantwoordelijk voor de verkoop van alle Unilever-producten in Spanje. Slechts twee managementlagen scheiden haar van de absolute top van Unilever: bestuursvoorzitter Paul Polman. Haar volgende carrièrestap staat over een à twee jaar op de rol. En daar verheugt ze zich nu al op, want Braams houdt van beweging. Ze wil graag in andere landen werken, in andere culturen functioneren, nieuwe talen leren spreken, andere consumententrends ontdekken en zichzelf ontwikkelen.

Als er iets is wat Braams prettig vindt in de subtop van Unilever dan is het de vrijheid. Niemand controleert wanneer ze in- of uitklokt. ‘Het gaat om de output die ik lever. Hoe ik dat organiseer, is mijn zaak.’ En dus komt ze tegen tienen op haar kantoor in Barcelona, nadat ze de kinderen naar school heeft gebracht, en gaat ze meestal tegen acht uur naar huis. Het weekend is voor het gezin. Ze gaat zo vaak mogelijk met de kinderen mee op schoolreis. Mist nooit een 10-minutengesprek. ‘Hoe hoger in de boom, des te groter je verantwoordelijkheid maar ook je vrijheid’, heeft Braams gemerkt in de negentien jaar dat ze voor Unilever werkt. ‘Hoewel je die vrijheid niet altijd automatisch krijgt. Soms moet je die ruimte durven pakken. Als het bedrijf een twaalfdaagse leiderschapscursus aanbiedt zeg ik: ‘Jongens, ik ga niet twaalf dagen weg. Vijf dagen van huis is het maximum. Kan die cursus niet in drie keer vier dagen?’ Dan blijkt er altijd een mouw aan te passen. En achteraf zijn de meeste collega’s ook blij, want die vinden het ook vervelend om zo lang van huis te zijn.’

Ze heeft een hartgrondige hekel aan sleur. ‘Bijvoorbeeld elke dag bedenken wat we gaan eten en elke avond koken, boodschappen doen, de worteltjes schrappen. Daar haal ik geen voldoening uit. Ik hou van nieuwe dingen doen, nieuwe dingen leren. In ieders leven zit corvee, maar in mijn functie kun je dat minimaliseren.’

Daarom heeft ze een huishoudster voor de schoonmaak en de strijk. En een Nederlandse au pair die de kinderen uit school haalt, boodschappen doet en kookt. ‘Ik besteed alles uit waarvan ik denk dat het niet uitmaakt of ik het doe of een ander. Ik vind het belangrijker om met de kinderen iets leuks te doen dan zelf te koken.’

In de supermarkt komt ze alleen omdat ze verantwoordelijk is voor de verkoop en marketing van onder meer levensmiddelen en ijs van Unilever in Spanje. ‘Dan vind ik het heerlijk dat ik niet met een volle kar naar huis hoef.’ Koken doet Braams, die het merk Bertolli groot maakte, alleen in het weekend. Want dan heeft de au pair vrij. En haar man kookt niet.

Ook inhoudelijk vindt Braams het werk almaar leuker en uitdagender worden naarmate ze hogerop komt. Minder stressvol ook. ‘In het begin van je carrière ben je erg bezig met de inhoud goed te doen. Daarna krijg je meer ruimte om teams goed te laten presteren en samen strategieën te ontwikkelen. Op mij ligt minder operationele druk. Ik hoef niet voor 6 uur vanmiddag knopen door te hakken. Dat wordt gedaan door het niveau onder mij. En dat schept vrijheid. Ik krijg ook steeds meer ruimte om zelf te bepalen waarop ik mijn energie richt. Ik vind het fantastisch dat Unilever in Spanje een goede werkgever is. Natuurlijk willen we zoveel mogelijk margarine en ijsjes verkopen, maar het maakt nogal uit hoe je dat doet. En daarover kan ik op dit niveau meedenken en meebeslissen.’

Vanmiddag nog vliegt ze naar Hamburg voor een vergadering met collega-directeuren van Unilever Europa.

‘Even lekker twee uur rust’, aldus Braams. ‘De telefoon moet uit. Niemand die tegen je aanpraat. Even twee uur denktijd.’

Braams lacht en laat haar armbanden rinkelen. ‘Ik bereid me inhoudelijk voor op de vergadering. En daarna ga ik me afvragen hoe het met mij gaat. Wat de verschillende onderdelen van mijn leven zijn. Hoe die draaien. Wat ik hierna wil gaan doen. Wat mijn man en kinderen daarvan zouden vinden.’

Herna Verhagen

Ze stelt zichzelf voor met haar voornaam: ‘Herna’. Verhagen (42) is verantwoordelijk voor de 152 duizend werknemers van TNT wereldwijd. Van elke maand is ze ruim anderhalve week op reis. Naar Brazilië of China of een van de andere 63 landen waar het postbedrijf actief is. Ze vindt het ‘fantastisch’ om daar over de werkvloer te lopen. ‘Nederlanders denken diep van binnen dat onze manier van werken de beste is. Dat je, om iets te bereiken, het best een calvinistische inborst kunt hebben. Maar er zijn veel manieren om succesvol te zijn.’

Verhagen was tot 2007 vijf jaar als commercieel directeur verantwoordelijk voor 2,8 miljard euro omzet bij TNT Post. Het bedrijf vroeg haar of ze haar commerciële functie wilde opgeven om bij TNT leiding te geven aan het personeelsbeleid. Toch noemt ze de overstap haar eigen keuze. ‘Alles wat je doet is je eigen keuze. Anders moet je het niet doen. Ik heb er een paar maanden over moeten nadenken, maar ook in deze functie kan ik veel impact hebben.’

Leren. Groeien. Altijd een stapje beter willen worden. Als volwassene het geluk vasthouden van de peuter die zijn eerste stapjes zet. Dat is voor Verhagen wat een baan op topniveau leuk maakt. ‘Ik hou van complexiteit. Ik wil telkens grotere hoeveelheden informatie kunnen overzien. En meer inzicht krijgen in culturele verschillen en toch uitvinden wat alle 152 duizend TNT’ers bindt zodat ik een structuur kan neerzetten hoe we met mensen omgaan, wereldwijd. Dat is complex.’

Van maandag tot en met vrijdag doet Herna Verhagen niets anders dan werken en slapen. Het weekend probeert ze vrij te houden om bij haar man te zijn. Om haar moestuin te wieden. ‘Bij mij kun je boerenkool komen eten uit eigen tuin’, zegt de Brabantse.

Ze werkt hard. ‘Maar ik heb een goed team om me heen, bijvoorbeeld mijn secretaresse die zorgt dat mijn dagen soepel verlopen. Ze weet precies hoeveel afspraken haalbaar zijn. Vandaag heb ik er zes. Ze denkt met me mee: ze zal een lastig gesprek nooit aan het eind van de dag plannen. En voor elke afspraak zoekt ze de benodigde stukken bij elkaar. Ze rekent uit hoelang ik erover doe van A naar B te komen. Dat scheelt natuurlijk veel werk.’

Ze rijdt zelf. Muziekje aan. En telefoontjes afhandelen. Ze rijdt een zwarte BMW in de 5-serie. ‘Eentje met 19-inch banden. Het zegt je niets, hè?’ Ze pakt een blanco vel en tekent twee grote wielkasten met kleine bandjes erin. ‘Dat vind ik lelijk. Ik hou van grote wielen die de wielkast helemaal opvullen. Vandaar die 19-inch banden.’

Ze draagt hoge hakken. Een moderne ketting van zilver en leer. Alles is met zorg bij elkaar uitgezocht, maar niet door Verhagen. Ze heeft een gruwelijke hekel aan winkelen. Dus gaat ze twee keer per jaar naar twee winkels. ‘Die kennen mij al jaren. Ze weten wat bij mij past en leggen van alles voor me klaar zodat ik snel weer weg kan.’

Hang naar luxe drijft haar niet. Wat haar wel drijft is het verlangen haar team en zichzelf te ontwikkelen. ‘We doen veel aan coaching en het ontwikkelen van individuen. Voor mijzelf geldt bijvoorbeeld dat het werk me ‘ronder’ heeft gemaakt: die Nederlandse directheid heb ik een beetje afgeleerd. Ik ben beter in staat mijn ongeduld onder controle te houden. Ongeduldig zal ik altijd blijven, maar ik kan nu eerst tot tien tellen. Zakelijk vind ik het heerlijk om harde, scherpe doelen te formuleren – en te proberen die te halen. Niet in mijn eentje: maar met een team. Want mensen zijn mijn eigenlijke passie. Kleine en grote groepen mensen tot betere prestaties brengen. Als dat lukt, heb ik een goede dag.’

‘Sure we can’, is de slogan van TNT. Het is ook het persoonlijke motto van Verhagen. Op een cursus leiderschap kreeg ze de opdracht een persoonlijke ontmoeting te regelen met haar grote voorbeeld. Dat was Nelson Mandela. ‘Lukt je nooit’, plaagden haar collega’s. Maar negen maanden later schudde ze Mandela de hand en sprak ze een kwartier lang met hem onder vier ogen.

Else Bos

Vanochtend is ze door haar auto met chauffeur van huis gehaald in Amersfoort en naar de zaak in Zeist gebracht, vanavond heeft ze een diner in Voorburg en vannacht zal ze weer in Amersfoort worden afgeleverd. Morgenochtend staat de auto dan weer klaar. Ongeveer zeventig uur per week werkt Else Bos (50, getrouwd, drie kinderen van 14, 16 en 17 jaar), schat ze. Als baas van de beleggingstak van PGGM wordt ze ‘de vrouw van 85 miljard’ genoemd, naar het vermogen dat zij en haar tweehonderd mensen beheren. Als lid van de raad van bestuur is ze ook nog eens medeverantwoordelijk voor de duizend man personeel van het bedrijf. En dat is een klus die nooit af is. Bos: ‘De zaterdag is de dag die ik het meest probeer te sparen. Dan doe ik boodschappen, sta ik langs het hockeyveld. Maar zondagochtend en zondagavond besteed ik weer aan werk.’

Een zwaar leven? Ja, soms wel, ook voor haar gezin. Maar ook een leuk leven. Afwisselend, dynamisch. ‘Ik kan slecht tegen eentonigheid.’ Geen dag is hetzelfde. ‘Ik ben verantwoordelijk voor de nieuwe vleugel die aan ons bedrijfspand wordt gebouwd. Daarom zat ik gisteren met de architect om de tafel om over kleuren en materialen te praten. Dat vind ik dus leuk, dat je op alle niveaus kunt meepraten.’ Ze zegt er onmiddellijk bij dat ze dat leuke leven niet gehad had zonder haar man, die parttime werkt en de zaken thuis bestiert, en haar moeder, die dichtbij woont en er altijd is, wat vooral vroeger, toen de kinderen kleiner waren, veel rust gaf.

Ze is altijd een van de weinige vrouwen geweest in een door mannen gedomineerde omgeving: als een van de twee meisjes in een bètaklas op de middelbare school, als een van de drie studentes econometrie in een collegezaal vol jongens. ‘Zo val je makkelijk op als vrouw. Dat heeft voor- en nadelen. Je staat ook in de schijnwerpers als je dat even niet wilt.’

Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2007, toen het tv-programma Zembla onthulde dat PGGM belegde in de wapenindustrie en Bos dat moest uitleggen. Sindsdien ligt de nadruk nog meer op verantwoord beleggen, en Bos speelt daar een belangrijke rol in. En dat, zegt ze, is met stip het leukste aan deze positie: dat je verschil kunt maken; dat je iets kunt veranderen in de wereld. De auto met chauffeur hoort daar niet bij, daar begint ze uit zichzelf ook niet over, ook niet over het geld, niet over de macht. Ze begint over het VN-initiatief dat internationale beleggers aanspoort te beleggen in bedrijven waar zaken als mensenrechten en milieu goed zijn geregeld. Bos is er vanaf het begin bij betrokken. ‘De eerste bijeenkomst was in Genève, daarna zijn we in New York, Seoul, Sydney en Amsterdam bij elkaar gekomen en in maart zijn we in Brazilië. Het is fantastisch om daarvan deel uit te maken.’

Ander voorbeeld: de samenwerking van PGGM met Madeleine Allbright. ‘Zij heeft als voormalig minister van Buitenlandse Zaken van de VS zoveel kennis van hoe de verhoudingen in de wereld liggen, en hoe je je positie kunt gebruiken om de dingen een stapje voorwaarts te brengen. Het is inspirerend om met zo iemand te kunnen werken.’

Bos wil dat ook; iemand zijn die de dingen een stapje voorwaarts brengt, buiten en binnen de muren van het bedrijf. ‘Ik hoef niet altijd mijn zin te hebben, maar ik wil wél dat er iets met mijn mening wordt gedaan.’ Pas na aandringen praat ze over de trivialere voordelen van haar topbaan. Haar heerlijke huis, de tuinman en de werkster die ze zich kan permitteren, de kleren die ze kan kopen, de boodschappenkar die ze kan volladen zonder op de prijzen te letten. ‘Je moet mij niet vragen wat een pak melk kost.’ Haar geweldige secretaresse: ‘Ze wil nog wel eens een afspraak voor de tandarts voor me verzetten. Maar ik moet er toch zelf heen, hoor.’ Het reizen: in totaal zit ze circa drie maanden per jaar in het buitenland. ‘Laatst was ik voor een zakelijk bezoek in Nieuw-Zeeland, toen heb ik er paar dagen aan vastgeplakt samen met mijn man. Zulke dingen zijn zo gaaf, dat doe je normaal niet.’ Ook met het gezin hebben ze al veel gereisd – Brazilië, Australië – ze kunnen het zich veroorloven. ‘De kinderen realiseren zich gelukkig hoe bevoorrecht we zijn.’

Ook prettig: ze krijgt eervolle uitnodigingen, voor interessante nevenfuncties bijvoorbeeld, maar ook voor een lunch met de koningin. ‘Binnenkort zit ik in de vipbox bij Ajax, en laatst had ik nog een diner in het Rijksmuseum. Dat is bijna decadent.’

Wie had dat gedacht, dat het meisje uit Rotterdam dat moeder of juf wilde worden, later overal zou komen? Ze heeft nog geregeld van die even-in-mijn-arm-knijpen-momenten. ‘Zo heb ik samen met Kofi Annan op het balkonnetje van de New Yorkse effectenbeurs gestaan. En ik heb eens een diner gehad met Madeleine Allbright in een hoge toren in Hongkong. Overal glas, je keek over de hele stad uit. Dan denk ik: daar zit ik toch maar weer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden