Het IMF is nog altijd een veeleisende bemoeial

Het IMF stelt aan iedere lening zeventien voorwaarden. Geringe naleving bedreigt reputatie van het IMF...

Ontwikkelingsorganisaties en andere kritische IMF-watchers hadden altijd al hun twijfels. Eerst zien, dan geloven, was hun reactie toen het Internationaal Monetair Fonds in 2000 aankondigde minder eisen te stellen als het geld uitleent aan arme landen. De Washington Consensus, zoals het neoliberale beleid van het IMF en de Wereldbank werd aangeduid, zou ten einde zijn.

De twijfels worden nu bevestigd door een intern onderzoek: aan de leningen worden nog altijd veel voorwaarden gesteld. Vaak gaan die over zaken waarmee het IMF, dat de stabiliteit van de wereldeconomie in de gaten moet houden, niets te maken heeft.

Die Washington Consensus kwam tot stand in de jaren tachtig. Vanaf die tijd eiste het IMF steeds meer van de landen die het te hulp schoot: wilden ze geld zien, dan moesten ze hun grenzen opengooien voor buitenlandse goederen, hun overheidsbedrijven privatiseren, flink bezuinigen op de uitgaven, etcetera.

Vooral in de jaren negentig leidde dat tot een storm van kritiek. Antiglobalisten protesteerden dat het IMF een zwaar ideologisch programma (lees: het neoliberalisme) aan de hele wereld wilde opleggen. Economen zeiden dat het IMF prioriteiten moest stellen en wezen erop dat het beleid vaak weinig uithaalde: als een regering in een ontwikkelingsland van goede wil was, dan zouden stringente voorwaarden aan leningen niet nodig zijn. En ontbrak die goede wil, dan zouden die voorwaarden het land echt niet op het rechte pad krijgen.

In 2000 zwichtte het IMF voor de kritiek: het beloofde minder voorwaarden te stellen en zich bovendien te beperken tot zijn expertise: de macro-economie.

Het interne onderzoeksbureau van het IMF legde de afgelopen maanden de 1.306 voorwaarden bloot die het IMF tussen 1995 en 2004 aan 43 ontwikkelingslanden oplegde. En wat blijkt? Het IMF is nog even veeleisend. Aan ieder hulpprogramma kleven gemiddeld zeventien voorwaarden vast.

Een bittere pil die de betreffende landen beter kunnen slikken? Het IMF gaat er immers prat op de beste economen van de wereld in dienst te hebben. De onafhankelijke onderzoekers geloven er niets van.

In slechts 5 procent van de gevallen waren de voorwaarden expliciet gericht op een structurele verbetering van het economisch klimaat in een ontwikkelingsland. Veel andere voorwaarden zetten weinig zoden aan de dijk. Ecuador moest bijvoorbeeld een milieuanalyse opstellen en publiceren van de oliesector. Van Ghana werd geëist dat de nationale cacao-autoriteit Cocobod aan alle cacaoboeren tegen gelijke voorwaarden opslagruimte zou aanbieden.

Eenderde van de voorwaarden had bovendien helemaal niets te maken met macro-economie, maar met zaken waar vooral de zusterorganisatie van het IMF, de Wereldbank, verstand van heeft.

Een laatste – niet onbelangrijk – kritiekpunt: de voorwaarden die het IMF stelt zijn nog altijd ineffectief. Slechts aan de helft ervan wordt door de arme landen op tijd voldaan. Daarbij geldt: hoe ingrijpender de voorwaarde, hoe kleiner de kans dat het land luistert.

Bovendien: als de regering het soms impopulaire advies van het IMF altijd zou opvolgen, zou zij de oppositie in de kaart spelen. Ambtenaren in arme landen klagen dan ook nog steeds dat het fonds niets van lokale problemen begrijpt.

Daarin schuilt volgens het rapport wel een gevaar: de reputatie van het fonds staat op het spel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden