Vonk

Het handelsverdrag tussen EU en VS: een risico voor de democratie?

Multinationals vechten steeds vaker nationale wetten aan als ze zich gedupeerd voelen. Miljardenclaims zijn het gevolg. Democratische spelregels worden terzijde geschoven. Meningen hierover zijn er genoeg. Zelfs meningen over meningen. Maar hoe zit het nou eigenlijk met dat handelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten en de risico's voor de democratie?

Een pakje sigaretten met een afbeelding van een afstervende voet. In Australie moeten binnenkort alle sigarettenpakjes zijn voorzien van een gruwelijke foto van een persoon die fysiek lijdt door het roken. Beeld afp

Waarom er grote zorgen zijn:
Plaatjes van zwarte longen en rottende tanden op sigarettenpakjes? Phillip Morris wist wat het te doen stond. Toen Australië dat wilde, bracht de sigarettenfabrikant zijn Australische dochterbedrijf gauw onder bij een van zijn brievenbusfirma's in Hongkong. En zodra de Australische antirookwetgeving een paar maanden later van kracht werd, stuurde Phillip Morris op hoge poten een brief naar de regering van Australië, waarin het compensatie eiste. Het zou miljarden dollars schade lijden door die enge plaatjes op de pakjes.

Daarbij beriepen de Amerikanen zich op een verdrag tussen Australië en Hongkong uit 1993, waarin de twee landen hadden afgesproken dat ze elkaars bedrijven bescherming zouden bieden als die in het andere land investeerden. En dat die investeerders geld zouden krijgen als hun iets werd tekortgedaan. De Amerikanen van Phillip Morris waren nu ineens investeerders uit Hongkong en zij eisten een paar miljard (het precieze bedrag is niet bekend) wegens 'verlies aan intellectueel eigendom'.

Handelsonderhandelingen met de Verenigde Staten
De procedure rond deze claim loopt nog, bij een tribunaal van drie private 'arbiters'. De claim is een van de afschrikwekkendste voorbeelden geworden van de consequenties van de investerings- en beschermingsovereenkomsten (IBO's) die landen met elkaar afsluiten. Precies het soort overeenkomst waar Europa nu mee bezig is.

Maandag begint een nieuwe ronde van handelsonderhandelingen met de Verenigde Staten, waarin ook zo'n 'Investor-State Dispute Settlement'-clausule wordt opgenomen. Die maakt het mogelijk, zo is de vrees van milieuorganisaties en vakbonden, om nationale wetten aan te vechten en helpt zo de democratie om zeep. 'Het is een geprivatiseerd rechtssysteem voor multinationale ondernemingen', aldus de burgerrechtenclub Democracy Centre. En dat is nog een van de diplomatiekere bewoordingen.

'Met zo'n clausule roep je over je zelf af dat buitenlandse bedrijven iedere politieke beslissing ter discussie stellen', zegt zelfs een Nederlandse advocaat, die regelmatig zulke arbitragezaken doet. Ze wil daarom niet met naam in de krant. 'Het is een beetje doorgeschoten.'

 
'Met zo'n clausule roep je over je zelf af dat buitenlandse bedrijven iedere politieke beslissing ter discussie stellen', zegt zelfs een Nederlandse advocaat, die regelmatig zulke arbitragezaken doet

Record
De zaak in Australië staat inderdaad niet op zichzelf. De laatste jaren is er een hausse aan claims de wereld in geslingerd. Eind 2012 stond de teller volgens de Unctad, de VN-afdeling die over handel en ontwikkeling gaat, op 514 bekende zaken - en een veelvoud aan geheime zaken, waarover niets naar buiten komt. Vorig jaar werd een record gevestigd: de Amerikaanse oliemaatschappij Occidental kreeg 1,8 miljard dollar toegekend wegens een akkefietje met Ecuador.

Een van de problemen met de verdragen zijn de ondoorzichtige tribunalen waar de geschillen worden uitgevochten. Daarvan zijn er een paar in de wereld, waarvan de arbitragecommissie van de Wereldbank en het Permanent Hof van Arbitrage in het Vredespaleis in Den Haag de bekendste zijn. Bel je het Vredespaleis om informatie, dan krijg je geen antwoord op vragen. 'U kunt terecht op onze website', zegt de telefoniste. 'Als het antwoord op uw vraag daar niet te vinden is, dan is het niet openbaar.'

De vraag was: hoe zit dat met de juristen in de zaak van Phillip Morris tegen Australië?

Want wat opviel: de hoofdarbiter, Karl-Heinz Böckstiegel, blijkt verbonden aan het advocatenkantoor Essex Chambers in Londen. Een van de advocaten die Phillip Morris bijstaat: verbonden aan Essex Chambers in Londen. Een van de advocaten die Australië bijstaat: verbonden aan Essex Chambers in Londen.

De juristen die hun brood verdienen met dit soort zaken, blijken dus innig verstrengeld. 'Het is een hele industrie geworden', zegt de Nederlandse advocaat. 'Je komt steeds dezelfde namen tegen. Die Böckstiegel zit overal in.'

Gevraagd om een reactie geeft Essex Chambers niet thuis. Hoofdarbiter Böckstiegel, een beroemdheid in arbitrageland, antwoordt op een mailtje. 'Ik heb niets bij te dragen aan deze discussie.'

Juist dat gebrek aan verantwoording leidt tot wantrouwen. De Unctad signaleert ook dat verschillende arbiters bepaalde verdragsteksten heel verschillend interpreteren, wat niet bijdraagt aan het vertrouwen in de tribunalen. 'Het is van de gekke dat drie particulieren even gaan vertellen wat de staat wel en niet mag doen', zegt de Nederlandse advocaat. 'Die drie gaan zomaar de politieke afwegingen in een democratisch bestel over doen. Dat kan niet.'

Frivole claims
Hoewel de meeste zaken historisch gezien door staten zijn gewonnen, zijn juist de bedrijven de afgelopen jaren aan de winnende hand. Dat, met de oplopende prijzenpot, leidt tot meer zogeheten frivole claims, waarbij gespecialiseerde financiers andere bedrijven helpen een claim te doen - hoe klein de kansen ook zijn. De kosten kunnen weliswaar in de miljoenen lopen, maar de opbrengsten zijn potentieel groot.

In het rapport Profiting from Injustice beschrijft de Brusselse denktank Corporate Europe Observatory dat het gemiddelde rendement van deze firma's zo'n 30 tot 50 procent bedraagt. Een van deze bedrijven, het Amerikaanse Burford Capital, is zelfs trots op zijn zoektocht naar lastige zaken. 'Als we bang zijn voor risico, als we bang zijn te verliezen, dan halen we niet het maximale uit de kansen die deze portfolio biedt.'

Australië was het eerste westerse land dat hardhandig met zijn zelf opgestelde handelsverdrag in aanraking kwam. Australië is ook het eerste land dat de investeringsbescherming ter discussie stelde. 'De regering gaat stoppen met deze praktijken', stond te lezen in een strategisch document van het kabinet-Gillard in 2011. 'Als Australische bedrijven bang zijn voor het investeringsrisico in het buitenland, dan moeten ze voortaan zelf een afweging maken.'

Medewerkers van Occidental Beeld epa
 
Vorig jaar werd een record gevestigd: de Amerikaanse oliemaatschappij Occidental kreeg 1,8 miljard dollar toegekend wegens een akkefietje met Ecuador

Waarom het toch iets beter wordt:
Bang zijn voor die beruchte investeringsbedragen? Nota bene Nederland is er al lang een grootmacht in. Nederland sloot zijn eerste verdrag ter bescherming van investeerders (IBO) in 1965, en daarna volgden er tientallen. Belangrijkste doel: investeerders beschermen tegen nationalisatie of onteigening. De meeste IBO's werden afgesloten met ontwikkelingslanden, waar een dictator anders zó een spoorlijn kon inpikken om aan zijn zoon cadeau te doen.

Inmiddels zijn we in het trotse bezit van 97 van die verdragen, met zo'n beetje alle landen in Afrika, Azië en Oost-Europa. Met vijftig claims (10 procent), dankzij die verdragen, bezet het de tweede plaats op de lijst van landen die als uitvalsbasis fungeren voor bedrijven die op die manier schadevergoeding proberen te krijgen van landen die hen benadeeld hebben, zo blijkt uit een overzicht van de Unctad, de handels- en ontwikkelingsafdeling van de Verenigde Naties. Alleen de Verenigde Staten huisvesten meer claimende bedrijven.

Lijst met claims
Op de lijst claims uit Nederland staan trouwens nauwelijks Nederlandse bedrijven. We zien Emmis International, een Amerikaanse onderneming die radiofrequenties exploiteert. Het bedrijf is in 2012 vanuit Nederland een procedure begonnen tegen Hongarije, omdat dat een radiofrequentie onterecht aan een concurrent zou hebben gegund. Elders komen we Millicom tegen, een Zweedse uitbater van mobiele telefoonnetten, dat vanuit Nederland Senegal vervolgt. Het bedrijf Sanum Investments uit Macao procedeert tegen Laos, omdat dat land een gokhal vol fruitmachines zou hebben geconfisqueerd.

Nederland is dus niet alleen een belastingparadijs, zoals vaak vastgesteld, maar ook een claimparadijs. Bedrijven die in hun eigen land geen claims kunnen indienen tegen de landen waar ze iets verloren hebben, zien vanuit Nederland wel vaak een lijntje lopen. En omdat de bilaterale verdragen die Nederland met andere landen heeft bedrijfsvriendelijk zijn, maken de bedrijven via Nederland de meeste kans op genoegdoening.

Verdienen
We verdienen er een aardige boterham aan, blijkt uit onderzoek van onder andere de stichting onderzoek multinationale ondernemingen (SOMO). Een boterham voor advocaten die kunnen procederen, accountants die brievenbusfirma's helpen opzetten, en restauranthouders die hun de lunch voorschotelen.

Het zijn juist deze verdragen (in totaal hebben de Europese lidstaten er 1.200) die de mogelijkheid bieden tot oneigenlijk procederen, vinden de onderhandelaars van Europees Commissaris Karel De Gucht die komende week weer met de Verenigde Staten om de tafel gaan zitten. 'Het Europese verdrag is juist strenger dan wat bijvoorbeeld Nederland nu heeft', zeggen deze diplomaten, die niet met name genoemd willen worden.

Zo wordt in het verdrag met de Amerikanen - en dat met de Canadezen, dat al bijna afgerond is - expliciet beschreven dat landen nog best maatregelen mogen nemen 'ter bescherming van publieke doelen', en dat buitenlandse investeerders dan geen automatische compensatie kunnen eisen. Ofwel: nieuwe Europese milieuwetten, arbeidswetten, gezondheidswetten kunnen niet zomaar worden aangevallen door Amerikaanse bedrijven die in Europa investeren.

Karel de Gucht Beeld anp
 
De onderhandelaars van Europees Commissaris Karel De Gucht die komende week weer met de Verenigde Staten om de tafel gaan zitten, zeggen. 'Het Europese verdrag is juist strenger dan wat bijvoorbeeld Nederland nu heeft'

Moeilijker
'Zo'n zaak van Phillip Morris tegen Australië zou hier in elk geval een stuk moeilijker worden', zegt de Europese onderhandelaar. 'Het is duidelijk dat niemand zoiets wil.'

Ook kloppen brievenbusfirma's straks vergeefs aan, als ze zich willen beroepen op het Europese handelsverdrag. De investeringsbescherming is alleen bedoeld voor bedrijven met 'substantiële' activiteiten in Europa. Geen treaty shopping (verdragswinkelen) meer, zoals het claimen via brievenbusfirma's wordt genoemd.

Dat de arbitrageclausules nu beter worden dichtgetimmerd, heeft ook te maken met het feit dat het inmiddels tweerichtingsverkeer is. Vroeger was zo'n verdrag vooral bedoeld als mogelijkheid voor een westerse multinational om een ontwikkelingsland te vervolgen als dat bijvoorbeeld een olieveld had of spoorlijn had onteigend - het gebeurde nooit dat een bedrijf uit een arm land in het westen verhaal kwam halen. Maar de verhoudingen zijn aan het veranderen. Vorig jaar kreeg België ineens een claim aan de broek van een Chinees bedrijf, dat als aandeelhouder van Fortis 3 miljard euro heeft verloren toen de bank werd gered en doorverkocht. 'We worden kwetsbaarder', wordt ook erkend bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Die kwetsbaarheid - je kunt het ook gelijkwaardigheid noemen - geldt des te meer bij de nieuwe verdragen met ontwikkelde landen, zoals Canada en de Verenigde Staten. Vandaar dat de onderhandelaars er meer dan vroeger op letten dat 'eigen beleidsruimte' overblijft. Ook moeten de arbitragetribunalen transparanter en de arbiters hun belangen minder verstrengelen in de nieuwe verdragen.

Geopolitiek
Maar toch: waarom überhaupt zo'n Investor-State Dispute Settlement? Waarom die extra bescherming voor investeerders in het buitenland, als die investeerder ook daar zijn gelijk kan halen?

Dat blijft de grote vraag, zegt ook Marietje Schaake, D66-Europarlementariër, die de onderhandelingen kritisch volgt. 'Het antwoord is deels geopolitiek. Als wij zeggen: met de VS is zo'n clausule niet nodig, dan weet ik niet of we hem straks nog in het verdrag met de Chinezen krijgen. Het schept geen goed precedent.'

De Brusselse onderhandelaars denken dat de clausule hoe dan ook nut heeft. Je kan er nooit helemaal op rekenen dat je eerlijk toegang krijgt tot het Amerikaanse rechtssysteem, zeggen ze. Je weet nooit zeker of het helemaal eerlijk is.

Ach, zelfs Australië, met zijn grote plannen nooit meer een arbitrageclausule te tekenen, heeft vorige maand een nieuw handelsverdrag gesloten met Zuid-Korea. Inclusief een ISDS-clausule. Eentje met uitzonderingen voor onder meer sigarettenpakjes, maar toch: hij staat er weer in.

Michael Persson is economie-redacteur voor de Volkskrant.

Marietje Schaake Beeld anp
 
Marietje Schaake: 'Als wij zeggen: met de VS is zo'n clausule niet nodig, dan weet ik niet of we hem straks nog in het verdrag met de Chinezen krijgen. Het schept geen goed precedent.'
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.