Het goede doel moet open kaart spelen

De goededoelensector blinkt uit in vaagheid. Het geld dat erin omgaat, de resultaten van alle nobele inspanningen: raadsels. De jaarverslagen, die de Volkskrant bestudeerde, geven geen uitsluitsel....

SOS Kinderdorpen reageert teleurgesteld. Natuurlijk begrijpen ze dat het interessant is om het directiesalaris te weten. Maar het is zo jammer dat de aandacht daarnaar uit gaat. 'Dit helpt goede doelen niet. We doen zoveel mooie projecten. Willen jullie daar niet over komen praten?'

De goede doelen hebben het tij tegen. Ze stuiten op steeds meer wantrouwen bij gevers. Die willen weten wat er precies met hun geld gebeurt. Dat is wennen voor een sector die decennialang redelijk ongestoord zijn gang kon gaan. Een aantal affaires heeft de argwaan gewekt.

Eerst was er interim-manager Rolf Pagano van Foster Parents Plan (inmiddels Plan geheten), die achttienduizend euro per maand bleek te verdienen voor een driedaagse werkweek. Het leidde tot woede en verbijstering en kostte Plan Nederland duizenden donateurs. Toen verscheen het bericht dat goede doelen miljoenen hadden verloren op de beurs. En tussendoor kwam de directie van Eurocollecte, dat oude muntjes inzamelde voor het goede doel, door ruzie en wanbeleid in opspraak.

Goede doelen vertellen bij voorkeur verhalen. Verhalen over zielige kinderen, die met uw geld een betere toekomst krijgen. Verhalen over dieren in erbarmelijke omstandigheden, die met uw geld kunnen worden verlost. Ze zijn minder goed in een cijfermatige onderbouwing van hun werk, blijkt uit het doorvlooien van tientallen jaarverslagen. Hoeveel projecten zijn mislukt? Hoeveel kinderen zijn er beter van geworden? Hoeveel kostte dat per kind? Het zijn vragen die in veel verslagen onbeantwoord blijven.

Niemand vroeg er ook naar. 'Gevers zijn te lui en makkelijk', zegt Henk van Stokkom, die goede doelen onderzoekt namens enkele charitatieve vermogensfondsen. Hij wordt meestal weinig wijzer van de jaarverslagen. 'Er staat te vaak niet veel meer dan: we zijn goed, we doen het goed en we gaan het beter doen. Tenminste, als u meer geld geeft.'

Het geld kwam lange tijd bijna vanzelf binnen. De babyboomgeneratie, die nog geloofde in de maakbaarheid van de samenleving, schonk grif. Ze wilde waarschijnlijk ook niet eens weten wat er precies gebeurde, wat de projecten eigenlijk opleverden. Geven was een emotionele, geen rationele transactie.

Maar ook Van Stokkom ziet een kentering. 'Het verhaal: het is de Hartstichting dus het zal wel goed zijn, gaat niet meer op.' Voor de huidige generatie dertigers is geven niet zo vanzelfsprekend meer. Ze willen eerst zeker weten dat hun geld nuttig wordt besteed.

Exponent van deze generatie is Esther Jacobs, die onlangs www.donateursvereniging.nl heeft opgericht. 'Ik vraag me serieus af hoeveel geld op de plek van bestemming terecht komt. Dat is nu niet duidelijk. Misschien wordt het allemaal goed besteed, maar ik kan het niet zien.'

Jacobs dringt aan op een cultuuromslag. 'Vroeger was het trust me: vertrouw erop dat uw giften goed worden besteed. Daarna tell me: vertel me wat je doet. Nu is het show me: laat zien wat je bereikt. Veel goede doelen hangen nog in het trust me-stadium.' Haar eerste taak: zoveel mogelijk informatie op tafel krijgen.

Veel goede doelen treuzelen nog, maar dat moet veranderen, vindt Gosse Bosma, directeur van de Vereniging van Fondsenwervende instellingen (VFI). 'We zijn volledig afhankelijk van het publieksvertrouwen. Eén affaire kan ertoe leiden dat het publiek zegt: ik vertrouw de hele boel niet meer. Om dit te voorkomen moeten we met de billen bloot.'

De steun voor goede doelen is veel minder vanzelfsprekend, constateert Bosma. 'Ouderen tonen meer loyaliteit . Jongeren wisselen makkelijker, je moet ze eigenlijk voortdurend overtuigen.'

Sylvia Borren, directeur van ontwikkelingsorganisatie Novib, vreest dat goede doelen door gebrek aan openheid hetzelfde lot kan treffen als het welzijnswerk eind jaren tachtig. 'De overheid stelde toen de vraag: wat zijn nu eigenlijk de resultaten van die instuiven en hangplekken. Het welzijnswerk zei: die vraag mag je ons niet stellen.'

Die houding had desastreuze gevolgen, zag Borren . 'De branche heeft niet goed geantwoord, waardoor in het welzijnswerk gigantisch veel baby's met het badwater zijn weggegooid. Daar betalen we vandaag de prijs voor.' Borren doet daarom haar uiterste best aan te tonen wat ontwikkelingswerk oplevert. 'Wij lopen voorop in meten = weten.'

Liefdadigheidsinstellingen zijn tot niets verplicht. Wie in Nederland een stichting opricht, hoeft aan niemand verantwoording af te leggen. De verplichting om een jaarverslag in te dienen bij de Kamer van Koophandel geldt niet voor stichtingen. Melden met welk doel ze zijn opgericht hoeft ook niet.

Het is daardoor volstrekt onduidelijk hoeveel geld er in de goededoelensector omgaat. Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) registreert bij 450 grote goede doelen een totale omzet van 1,8 miljard euro. Hoogleraar filantropie Theo Schuijt houdt het op minimaal vier miljard euro.

Alleen de Belastingdienst heeft enig inzicht. Zestienduizend stichtingen leveren daar hun jaarverslag in. Dit is nodig om in aanmerking te komen voor het lagere belastingtarief van 11 procent over ontvangen giften. De fiscus gebruikt de gegevens enkel om belasting te berekenen. De fiscus maakt geen optelsom van al die goede doelen, laat staan dat er controle is of een stichting haar geld besteedt aan het oprichtingsdoel.

Goede doelen kunnen doen waar ze zin in hebben. En de gevers tasten in het duister. Hoe kunnen ze zien dat hun giften nuttig worden besteed? Het CBF - de enige waakhond in de goededoelensector - kijkt nu alleen naar de kosten voor fondsenwerving. Een club mag hoogstens een kwart van de inkomsten uitgeven aan reclamespotjes, het verzenden van acceptgiro's en de collecte.

De overheid, die goede doelen deels subsidieert, stelt daarnaast maxima aan de overheadkosten. Organisaties als Novib en Plan Nederland mogen maximaal 9 procent van de inkomsten aan de eigen organisatie besteden. De rest moet worden overgemaakt naar het buitenland.

Er zijn geen maxima voor de salarissen. Goede doelen zijn volledig vrij. Ze hoeven niet te rapporteren hoeveel ze aan hun directie betalen. Het CBF eist wel dat goede doelen de totale salarissom publiceren.

Hoe een gever de effectiviteit van goede doelen kan bepalen, is vooralsnog een raadsel. De enige maat die vergelijking mogelijk maakt, is openheid. Hoe concreet schrijven ze over de effectiviteit van bestedingen? De gedachte hierachter is: hoe groter het zelfkritisch vermogen, des te beter.

De grote liefdadigheidsorganisaties zien dat zelf langzaam ook in. Het CBF, dat sinds 1995 keurmerken verstrekt, stelt gestaag hogere eisen. Over 2004 moeten goede doelen voor het eerst verantwoorden waarom ze bepaalde projecten financieren.

'Nu controleren we alleen of de bestedingen conform de begroting zijn', zegt adjunct-directeur Peter Inklaar. 'En als ze hiervan afwijken, vragen we waarom dat zo is. Straks vragen we nadrukkelijker de bestedingen te concretiseren. Hoeveel geld besteden ze en met welke resultaten? In de nieuwe criteria vragen wij ook hoe ze rapporteren over mislukte projecten.'

Vooral instellingen die hun subsidies van de overheid moeten verantwoorden (zoals Cordaid en Novib) hebben al een vrij uitgebreid verslag . In Donateurs, Dadendrang en Dilemma's onderwerpt Cordaid zich aan een kritisch onderzoek. Een hoogleraar vertelt hierin dat noodhulp vaak ook averechts werkt: 'Doordat er in Somalië zoveel gratis voedselhulp was, konden de boeren hun tomaten niet meer kwijt en hadden ze geen inkomen meer.'

Plan Nederland probeert ook meer te praten over mislukte projecten, maar het is lastig, zegt woordvoerder Layana Mokoginta. De meeste mensen willen het volgens haar liever niet weten. 'Ze vinden het moeilijk te accepteren als kinderen, die door ons worden geholpen, toch crimineel of alcoholist worden. Maar daar kun je ons niet op afrekenen. Ik heb wel eens het gevoel dat we te veel in Disneyworld leven.'

Voor de salarislijst is gebruik gemaakt van de jaarverslagen over 2002 - recentere gegevens zijn niet beschikbaar. Hierin worden de totale salariskosten inclusief pensioenen voor de gehele directie vermeld. Het salaris is bepaald door de kosten te delen door het aantal directeuren.

Goede doelen die de salariskosten niet opgeven is gevraagd het salaris van de directie te openbaren. Drie organisaties werkten niet mee. Organisaties die wel informatie verstrekten, gaven het brutosalaris van de directie (inclusief vakantiegeld). Dit bedrag is in de regel lager dan de opgave van bruto kosten in het jaarverslag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden