Het gewicht van Boonstra

De bestuurskamer van Philips is een slagveld. 'Ik heb de Boonstra-factor onderschat', zegt één van de vele bestuurders die sinds het aantreden van de topman zijn vertrokken....

NOG geen drie jaar is Cor Boonstra stuurman van Philips, en in die korte tijd is bijna een dozijn bestuurders opgestapt. Sommigen gingen met pensioen, maar de meesten zijn gestrand op een conflict met de topman. Zij konden hun beloften niet inlossen, liepen Boonstra voor de voeten, of de liefde was bekoeld. Zelfs in Amerika, waar ze wel wat gewend zijn, baart zo'n slagveld opzien. Hooggeplaatsten bij het elektronicabedrijf zeggen: 'Als je Philips wilt begrijpen, zul je Boonstra moeten begrijpen.'

'Een harde werker, iemand die veel van zichzelf vraagt', oordeelt Henk Bodt, de bestuurder die bestuursvoorzitter had willen worden in plaats van Boonstra en in 1998 teleurgesteld het bedrijf verliet. Maar Boonstra is ook iemand die niet van verrassingen houdt, zegt Bodt. En: 'Hij duldt geen tegenspraak. Bij Boonstra speelt een overdosis subjectiviteit.'

Een man met twee kanten. Enerzijds een rekenmeester die zijn managers beoordeelt op hun resultaten en als credo hanteert: 'What gets measured, gets done.' Anderzijds een gevoelsmens, alles behalve afstandelijk. Wekelijks in gesprek met zijn commissarissen, op stap met zijn collega's. Totdat hij teleurgesteld raakt. 'Hij slaat snel om', zegt een commissaris.

Weinigen van zijn collega's kennen de drijfveren van de topman. 'Maar ik heb de Boonstra-factor wel onderschat', zegt één van de vertrokken bestuurders.

Het begon onschuldig toen Boonstra zes dagen na zijn vertrek bij het Amerikaanse voeding- en cosmeticaconcern Sara Lee in januari 1994 werd gebeld door Jan Timmer, indertijd topman van Philips. Boonstra hield de boot af, maar Timmer had dringend iemand nodig.

Hij was op zoek naar een manager die de Licht-divisie kon runnen. Bovendien bleken zijn twee kroonprinsen, Pierre Everaert en Henk Bodt, minder geschikt om Philips te leiden. Everaert, afkomstig van Ahold, was een - bijzonder energieke - chaoot die moeilijk aansluiting kon vinden bij de Philips-gelederen.

Henk Bodt, na een kort intermezzo als bestuursvoorzitter van kopieermachinefabrikant Océ van der Grinten weer terug op het Philips-honk, kreeg de meest kwetsbare divisie Consumentenelektronica niet goed op de rails. Bovendien mislukten onder zijn hoede nieuwe digitale producten als cd-i en dcc.

In maart belde Timmer opnieuw Boonstra op de Bahama's. Het was voor Timmer midden in de nacht, en daaruit mocht Boonstra afleiden dat de Philips-topman met zijn handen in het haar zat. Uiteindelijk stemde Boonstra toe 'om Jan Timmer te helpen', zoals hij een half jaar geleden in een interview met de Volkskrant zei.

Niet dat de twee elkaar goed kenden. Ze hadden elkaar jaren eerder oppervlakkig gesproken tijdens een bord bruine bonen in de marge van een zeilwedstrijd. Ook Everaert had Timmer geronseld na een kortstondige ontmoeting op tienduizend meter hoogte tussen Amsterdam en New York.

Boonstra kon wel raden naar de geheime agenda van Timmer, maar hij stond niet te trappelen om president te worden. Wat meespeelde is dat de voormalige 'theezakjeshandelaar' niet erg serieus werd genomen in het technologieconcern.

Bovendien functioneerde de raad van bestuur van geen kant. Beslissingen werden niet genomen tijdens vergaderingen, maar in eentweetjes met Jan Timmer. In zijn hart moet Boonstra doodsbenauwd zijn geweest voor de Philips-organisatie, haar ondoorzichtige kruisverbanden en vriendjespolitiek.

De keuze was echter beperkt, en Boonstra moest Timmer wel opvolgen. Naast Everaert was hij de enige marketingman die wist hoe Philips de massa's moest bereiken met zijn consumentenproducten. Na hevige discussies met zijn vrouw ging Boonstra in november 1995 akkoord.

Begin 1999 hoopte Boonstra de scepter te kunnen overdragen, mogelijk aan de Brit Doug Dunn die door Timmer was betiteld als 'de opvolger van mijn opvolger'.

Toen waren de eerste slachtoffers al gevallen. Boonstra wilde alleen aantreden als Pierre Everaert zou opstappen. Wrok over de gemiste kans om hoogste man te worden, zou Everaerts visie mogelijk vertroebelen. Jan Timmer en de commissarissen stemden toe, maar Timmer treuzelde om Everaert te verwittigen. Uiteindelijk kreeg Everaert de jobstijding te horen uit de mond van president elect Boonstra.

De verhouding tussen Boonstra en Timmer was inmiddels bekoeld, zo bemerkte de buitenwereld. Boonstra, aan structuur gehecht, kon het gehossel van Timmer moeilijk verdragen.

Kort voordat Boonstra het roer zou overnemen, werd Jan Tollenaar in de raad van bestuur geparachuteerd. Daarmee werd Tollenaars jarenlange relatie met Timmer beloond. Boonstra was not amused, vooral niet omdat hij en met hem vele anderen geen hoge pet ophadden van deze divisiedirecteur van Sound & Vision (kleurentelevisies, videospelers, audioproducten).

Doug Dunn, die voor Halfgeleiders verantwoordelijk was, nam bij Sound & Vision de plaats van Tollenaar in met het doel ervaring op te doen met marketing en consumentenproducten. Bovendien trad Wim de Kleuver toe tot de raad van bestuur voor een periode van twee jaar, op uitdrukkelijk verzoek van Boonstra, die een tegenwicht zocht voor de technologiegerichte Henk Bodt.

Toen Timmer in oktober 1996 werd uitgeluid, bestond Boonstra's bestuur dus uit twee kampen - of eigenlijk één kamp met Boonstra, De Kleuver en de financiële man Dudley Eustace. Aan de andere kant stonden de eenlingen Bodt, Tollenaar en de Amerikaan Frank Carrubba, die door Timmer vier jaar eerder was weggehaald bij Hewlett Packard.

'Het ene bestuur is wat hechter dan het andere. Dit was een wat losser bestuur', zegt Bodt terugblikkend. Naar Boonstra's opinie moet het veel te los zijn geweest, want binnen een jaar waren de drie mannen vertrokken. Carrubba was de eerste die in februari 1997 Philips verliet. Hij wilde zijn contract verlengen, maar wenste tevens kantoor te houden in Silicon Valley hetgeen werd geweigerd. Dat was voor hem voldoende om het voor gezien te houden.

Bodt en Tollenaar volgden later dat jaar. Bodt wilde eigenlijk nog twee jaar blijven, maar was teleurgesteld dat hij het hoogste ambt niet had gehaald. 'Ik was niet als bestuursvoorzitter van Océ vertrokken om mijn dagen te slijten als lid van de groepsraad.' Toen Boonstra hem daarmee confronteerde, was de beslissing snel genomen. Tollenaar spartelde nog minder tegen; door zijn jaartje in de top strijkt hij een fraai bestuurspensioen op.

Eerst werd een nieuwe financiële man geworven. Bij de Amerikaanse aluminiumfabrikant Alcoa werd een in 1943 geboren Nederlander ontdekt, Jan Hommen. Vervolgens besloot Boonstra het gekankerpit van de bedrijfsonderdelen op de concerntop te smoren. Hij promoveerde de directeuren van de grootste onderdelen tot de raad van bestuur.

Door dit besluit van eind 1997 kwam onder andere de voor Consumentenelektronica verantwoordelijke Doug Dunn (1944) in het hoogste bestuursorgaan, naast zijn collega's van Halfgeleiders (Arthur van der Poel, 1948), Componenten (YC Lo, 1939), Licht (John Whybrow, 1947) en Business Electronics (Adri Baan, 1942). Boonstra had in een klap een rijtje potentiële opvolgers in de startblokken staan.

Boonstra was bijna tevreden, maar zocht nog iemand die de werkdruk kon helpen verlichten. Eind 1997 liep hij bij de opening van Bill Gates' nieuwe huis tegen de 41-jarige Roel Pieper aan. Die had net computerbedrijf Tandem verkocht aan Compaq en liet blijken een overstap leuk te vinden.

Philips-commissaris Tom Perkins was dolenthousiast: als directeur van een van de bekendste investeringsmaatschappijen in Amerika had hij kapitalen verdiend aan Pieper toen deze Tandem leidde. Boonstra bezocht Pieper thuis in Californië in december 1997. Pieper had een derde ontmoeting met Boonstra op de Bahama's. De twee werden het eens. Dachten zij.

Maar eerst viel een ander slachtoffer. De telefoondivisie liep zware averij op. Een joint venture met het Amerikaanse Lucent was aan het mislukken en de guldens stroomden in 1998 met tientallen miljoenen het bedrijf uit.

Ongelukkigerwijs was het juist kroonprins Doug Dunn die al vanaf 1996 eindverantwoordelijk was voor deze activiteit. Dunn, die al was belast met de reorganisatie van Consumentenelektronica, kon het nauwelijks bolwerken. Hij verwaarloosde een aantal vestigingen en ook de telefoondivisie die trouwens de weg naar de raad van bestuur (lees: Boonstra) goed kon vinden.

De joint venture met Lucent, waardoor de verliezen accelereerden, was grotendeels door Boonstra zelf in elkaar gedraaid met Mike McTighe, de directeur van de telefoondivisie. Toen de problemen zich in de loop van 1998 opstapelden, werd de telefoondivisie uit Dunns handen genomen, waarna de lijken uit de kast vielen.

McTighe bleek veel informatie te hebben achtergehouden; Dunns ster doofde snel. Toen ook de nieuwe digitale handcomputer Velo tientallen miljoenen verlies leed, was het geduld van Boonstra uitgeput, ondanks een gezamenlijke reis naar Zuid-Amerika. Dunn moest in oktober 1998 vertrekken. De raad van commissarissen stemde in omdat geen andere oplossing kon worden gevonden. De raad kon overigens zijn eigen ongeval betreuren, want voorzitter Floris Maljers vertrok begin 1999 onverwacht .

Na het vertrek van Dunn werd diens portefeuille overgenomen door Adri Baan, die onder Timmer weinig kansen had gekregen. Roel Pieper werd verantwoordelijk voor Business Electronics. 'Zorg nu maar dat je meetbare resultaten op tafel legt, Roel', zei Boonstra tegen zijn ongeduldige Benjamin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden