REPORTAGE

Het einde van de flappentap nadert

Geld uit de muur

Veertig jaar geleden werd de eerste geldautomaat in gebruik genomen. Het duurde lang voordat er overal automaten waren. Nu verdwijnen ze in rap tempo door het pinnen in winkels.

Pinnen bij de geldautomaat in de supermarkt in Wijchen. Beeld Marcel van den Bergh

De pioniers van de eerste Nederlandse geldautomaat kwamen vrijdagmiddag bijeen in het Tropenmuseum in Amsterdam. Daar vierden zij dat het precies veertig jaar geleden was dat consumenten bij de Amsterdamse Gemeentegiro voor het eerst geld uit de muur konden trekken: maximaal 975 gulden op één dag en alleen in briefjes van 100 en 25 gulden.

'Je kunt het in deze tijd van fintech niet meer voorstellen', zegt Simon Lelieveldt van Stichting Financieel Erfgoed. 'Maar de opmars van geldautomaten ging heel langzaam. Pas zes jaar later volgde de Rabobank en pas vele jaren later de andere banken.'

Nu betalen consumenten op zo'n grote schaal met pin of contactloos dat het de vraag is of de geldautomaat ook zijn 50ste verjaardag haalt. Sinds 2008 zijn er al tweeduizend in Nederland verdwenen. Sommige partijen willen zelfs helemaal af van contant geld: winkeliers omdat het afstorten duur is, politie en justitie omdat de criminaliteit daarmee een grote slag wordt toegebracht en centrale banken omdat het aanhouden van cash hun rentebeleid kan ondermijnen.

De Amsterdamse Gemeentegiro zal in elk geval het licht niet uitdoen bij de laatste flappentap. Die bestaat al lang niet meer. Toen was die financiële instelling echter haar tijd ver vooruit. Op 16 september 1976 opende de Gemeentegiro zijn eerste elektronische geldautomaat voor de klanten. Dit apparaat, een Automatic Teller Machine (ATM) , bevond zich in een net gerenoveerd bijkantoor aan de Eerste Van Swindenstraat in Amsterdam-Oost.

'Dezelfde dag werden er ook twee geplaatst in de kantoren aan het Surinameplein en de Singel', herinnert Jack Gigengack zich. Hij was lid van de werkgroep van de Gemeentegiro die de mogelijkheden van de geldautomaat onderzocht. Het personeel keek met argusogen naar het enorme apparaat, aldus Gigengack. Werknemers waren - niet ten onrechte - bang dat de geldautomaat hun baan bedreigde doordat er minder klandizie aan de balie zou komen.

Aanvankelijk kregen 50 duizend klanten van de Gemeentegiro een pinpas: een zilver gekleurde kaart met blauwe letters en een magneetstrip die 'geldkaart' werd genoemd. Later kregen alle 350 duizend klanten de pas en breidde de bank het aantal automaten uit tot dertien. 'In 1979 kwam de Gemeentegiro alsnog bij de Postgiro. Die moest niets van geld- en betaalautomaten weten, omdat ze aan een contract met de postkantoren vastzat. Maar de bestaande automaten werden gedoogd', zegt Gigengack.

Het zou tot 1982 duren voordat de Rabobank als eerste grote bank ook een geldautomaat plaatste. Dat gebeurde in de Limburgse gemeente Echt. Die automaat leidde nog tot een ruzie met De Nederlandsche Bank (DNB), omdat de Rabobank het een gelduitgifte-automaat noemde, terwijl het recht geld uit te geven is voorbehouden aan de centrale bank. DNB verordonneerde de Rabobank de naam van de automaat te veranderen.

De eerste geldautomaat van Nederland. Beeld anp

Pas in 1986 besloot de Postbank onder leiding van bestuurslid Hans Verkoren tot de grootschalige introductie van de geldautomaat, giromaat genoemd, te beginnen in de gemeente Tilburg. Binnen een half jaar waren er 150 in Nederland. Tegelijkertijd werden betaalautomaten bij de benzinestations opgesteld en hetzelfde jaar ook nog bij de filialen van Albert Heijn.

Uiteindelijk leidde het tot een slachting onder de bankfilialen. Die verloren hun functie verder door de opkomst van het internetbankieren.

Al gauw werd de pinautomaat een aantrekkelijk doelwit voor het dievengilde. Dat probeerde op slinkse wijze mensen pincodes te ontfutselen. Als alternatief voor de ouderwetse bankroof probeerden boeven zelfs via ramkraken de automaten leeg te roven.

In 2008 bereikte het aantal geldautomaten in Nederland zijn hoogtepunt: ruim 8.600. Door het toenemend gebruik van de pinpas in het betalingsverkeer begint het aantal geldautomaten nu ook snel terug te lopen. Vooral oudere mensen hebben er problemen mee als er in de nabije omgeving geen geldautomaat is te vinden. Slechts de helft van alle betalingen wordt in Nederland nog contant voldaan. Ouderen nemen het leeuwendeel van die cashtransacties voor hun rekening.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.