Column De Kwestie

Het echte zorgelijke nieuws is niet de Brexit-soap, maar de krimpende Duitse economie

Economisch gezien stonden de camera’s woensdag op de verkeerde plek. Ze waren allemaal gericht op de politieke Brexit-soap in Downing Street, waar de Britse premier May zetelt, terwijl het echt zorgelijke nieuws kwam van het Bundesministerium für Wirtschaft und Energie aan de Scharnhorststraße in Berlijn. De Duitse economie krimpt.

In het derde kwartaal is het bbp met 0,2 procent gedaald. Als dat ook in het vierde kwartaal gebeurt, verkeert de Duitse economie formeel in een recessie. De motor van Europa pruttelt. En als die stilvalt zijn de gevolgen voor de Nederlandse economie aanzienlijk groter dan de uitkomst van het Brexit-proces.

Nu is journalistiek deels ook entertainment. Niet de grootste gebeurtenissen worden per se het meest belicht, maar de gebeurtenissen die het mooist zijn verpakt. En tegen de al drie jaar durende Brexit-soap kan geen andere nieuwsfeit op, zoals Bert Wagendorp donderdag schreef.

Op het Duitse ministerie van Economische Zaken en Energie zitten geen types als Boris Johnson, Jacob Rees-Mogg of anderen die op een of andere public school tot een karikatuur van zichzelf zijn geschoold. Die zijn even exclusief Brits als scones.

Er nemen daar geen mensen ontslag. En er wordt niet getracht anderen de poten onder de stoel weg te zagen. Er is geen debatcultuur. Sinds Ludwig Erhard – die later kanselier werd – tussen 1949 en 1963 vanuit dit ministerie het na-oorloge Wirtschaftswunder regisseerde, is Wirtschaft het meest degelijke bastion van de Bondsrepubliek.

In economisch opzicht is Nederland een deelstaat van Duitsland. Als Duitsland niest, is Nederland verkouden. Het Nederlands-Duitse handelsvolume is met 177 miljard euro één van de grootste wereldwijd. Duitsland is voor Nederland de eerste handelspartner, zowel qua uitvoer als qua invoer. Alleen de economische verwevenheid van de VS en Canada is nog sterker dan die van Duitsland en Nederland. En daarnaast is Nederland het belangrijkste doorvoerland, waarbij de haven van Rotterdam een centrale rol speelt.

De achilleshiel van de Duitse economie is de auto-industrie. Volkswagen, Daimler en BMW stonden aan de basis van het nieuwe Wirtschaftswunder na de kredietcrisis van 2008. Duitsland kon daardoor alles aan – Wir schaffen das (Het lukt ons wel). Of het nu om het redden van de euro ging of de opvang van vluchtelingen. Maar sinds dieselgate zitten de autofabrikanten met zichzelf in de knoop. Ze moeten de overstap maken naar elektrisch, maar weten niet hoe. Ze zien met lede ogen aan dat de technologie – met name die van accu’s – in Azië zit. Volkswagen-topman Herbert Diess schatte vorige maand de kans dat de Duitse auto-industrie over tien jaar is gemarginaliseerd op 50procent. Soms rijzen er al doembeelden op van Wolfsburg als een nieuw Detroit.

Maar zelfs dat dramatische beeld zal het volksvermaak op Downing Street in het nieuws nooit kunnen overtreffen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.