Het drijfzand van de Nieuwe Economie

De hausse in technologie-aandelen op de beurs is een dollemansrit, omdat de internet-aandelen grotelijks worden overgewaardeerd. Behalve tot rijkdom heeft ze geleid tot effectieve welvaartsachteruitgang bij een grote groep burgers, betoogt Lucas van Grinsven....

DE belangrijkste internet-bedrijven hebben in een krappe vier jaar tijd ruim 800 miljard dollar aan waarde gecreëerd, berekende de zakenbank Morgan Stanley Dean Witter halverwege vorig jaar. Dat bedrag neemt dagelijks verder toe, terwijl de sector zich uitbreidt met beursdebutanten als World Online uit Nederland, Terra Networks uit Spanje en T-Online uit Duitsland, gedrieën goed voor zo'n 80 miljard euro.

De vele biljoenen euro's die zijn ontstaan door de stijgende aandelenkoersen hebben niet alleen de oprichters en managers van deze bedrijven steenrijk gemaakt, ook medewerkers en beleggers hebben geprofiteerd van hun opties en aandelen. Deze wonderbaarlijke waardecreatie noopt tot het stellen van twee vragen. Is de welvaart gebouwd op een solide fundament en zijn de gevolgen louter positief? Beide vragen moeten ontkennend worden beantwoord. Niet dat de technologiesector geen belangrijke bijdrage zal leveren aan de omvorming van de economie , maar de enorme rendementen lopen daar wel erg ver op vooruit en zijn gebaseerd op drijfzand.

World Online benadrukte dit maar wat graag in haar prospectus. De eerste pagina's daarvan zijn geheel gewijd aan waarschuwingen aan beleggers. Geen bankier of analist kan uitleggen waarom World Online 40 miljard gulden waard moest zijn zonder een waslijst van aannames over de glorieuze toekomst van internet en de leidende rol die World Online daarbij zal spelen.

Het komt hen goed uit dat beleggers tegenwoordig bereid zijn weinig rendement te eisen op risicovolle beleggingen. De hoge prijs van de huidige technologieaandelen is vooral te verklaren op basis van mogelijke fenomenale rendementen in de verre, en dus riskante toekomst.

De prijsopdrijving wordt versterkt door het feit dat aandelen een schaars goed zijn en dat de prijs van deze goederen reageert op de kapitaalinstroom van nieuwe beleggers. Als het aantal aandelen gelijk blijft, of zelfs daalt als gevolg van fusies en inkoop van eigen aandelen, moet dat wel leiden tot koersstijgingen. Handelaren constateren al langer dat de markt kampt met illiquiditeit - teveel kopers, te weinig verkopers. Dit is de Amerikaanse centrale bank evenmin ontgaan, getuige verschillende opmerkingen over mogelijke koersinflatie van voorzitter Alan Greenspan.

Deze scheve situatie vertaalt zich in opgeblazen beurskoersen van internet-bedrijven. Hoeveel nieuwe Microsofts kan een beurs herbergen? Hoeveel Microsofts zijn er eigenlijk?

Wat een internet-bedrijf werkelijk waard is, blijkt eigenlijk alleen wanneer bij een faillissement de bezittingen van het bedrijf moeten worden verkocht voor harde contanten in plaats van luchtige internetaandelen. In Amerika dreigt nu zo'n geval, nadat de geldschieters van webkruidenier Peapod vorige week de geldkraan dichtdraaiden en de koers met 80 procent daalde. Plotseling zijn de eens zo duurbetaalde klanten (bij gebrek aan winst en positieve kasstroom worden internet-bedrijven gewaardeerd naar het aantal klanten) niet zo waardevol meer.

Zijn veel technologie-aandelen dus te duur? Ongetwijfeld. Maar is dat erg? Waarschijnlijk wel.

Een overgewaardeerde markt is namelijk in beide gevallen schadelijk: als de koersen inklappen, maar ook als de koersen intact blijven.

Als de honderdduizenden beleggers die de afgelopen jaren hun spaarcenten hebben belegd in aandelen - waardoor Nina Brink miljardair werd - hun geld verliezen, krijgen zij niet alleen hun verdiende loon (hun straf voor hun hebzucht), maar ook kan de economie een stevige deuk oplopen. Beleggen is immers een volkssport geworden en aandelen vormen bij velen de grondslag voor de oude dag, huisvesting en persoonlijke leningen voor de aanschaf van gebruiksgoederen als auto's. Dalen de koersen, dan daalt het vertrouwen in de economie en wordt de buikriem aangehaald.

Dit zogeheten welvaartseffect werkt ook de andere kant op, als de koersen verder worden opgeblazen. Dan wordt de luchtinvoer op de beurs weerspiegeld door extra vraag naar goederen en diensten in de echte wereld. Dit kan de markt niet verwerken zonder inflatie. Zo worden de huizenprijzen extra opgedreven, en dat treft burgers die zich nog geen huis kunnen veroorloven. Als woningen jaarlijks 10 procent duurder worden, raakt een eigen huis voor een loonslaaf die er 3 procent bijkrijgt steeds verder uit zicht.

Wie wil weten hoe de toekomst eruit kan zien, moet eens gaan kijken in Silicon Valley, waar zich dagelijks 60 nieuwe dollarmiljonairs melden. Voor werknemers met gewone salarissen is een eenvoudige woning onbetaalbaar geworden. Opties in succesvolle bedrijven zijn een vereiste geworden voor een levensstandaard die voorheen mogelijk was zonder opties. Bedrijven waarvan de beurskoers daalt, constateren al na luttele weken een leegloop van medewerkers.

Soortgelijke taferelen in Londen, inmiddels de internet-hoofdstad van Europa en de Europese stad die het meest profiteert van de rijzende aandelenmarkten en het daarmee gepaard gaande circus van fusies, overnames en beursgangen. De kosten van echt schaarse goederen zoals huizen stijgen er veel sneller dan de lonen. Anderhalve ton lijkt misschien een heel fatsoenlijk inkomen, maar niet in een van de duurste steden ter wereld waar een bouwvallige woning in een achterafstraatje van een enigszins verlopen buurt toch nog ruim een miljoen gulden kost. New York, zelfde verhaal.

De technologiehausse heeft dus niet alleen geleid tot enorme rijkdom bij een vrij omvangrijke groep inwoners, maar tevens tot een effectieve welvaartsachteruitgang bij een tenminste even grote groep.

Geen wonder dat de centrale bankiers gruwen van opgeblazen beurskoersen. Alan Greenspan waarschuwt er al jaren tegen, en sinds vorige maand heeft hij gezelschap van de Nederlandse centrale bankier Nout Wellink.

Wellinks pleidooi voor prudent beleggen klinkt echter te vroom om kans van slagen te maken. Internet is een 'eens-in-je-leven'-buitenkans, en niemand wil de mogelijkheid voorbij laten gaan om aandelen te kopen in de nieuwe Microsoft of Cisco.

Tenzij Nederlanders verplichte lessen krijgen in kasstroomanalyse, staat ons daarom nog een dolle rit te wachten. Bij aankomst, als we kunnen vaststellen hoeveel (of liever gezegd: hoe weinig) nieuwe Microsofts zijn ontstaan, moeten we dan maar bekijken welke passagiers we onderweg hebben verloren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden