Het doemdenken bedreigt juist de vooruitgang

De Britse schrijver en wetenschapper Matt Ridley moet niets hebben van het bijna automatische pessimisme van deze tijd. Voor elk probleem is een uitweg....

In 2005 was de gemiddelde aardbewoner drie keer zo rijk als in 1955 – gecorrigeerd voor inflatie. Hij leefde langer, had meer te eten en liep minder kans op een ernstige ziekte. De rijken werden rijker, maar de armen deden het nog beter. De gemiddelde Chinees werd tien keer zo rijk. Afrika bleef achter, maar toch zag ook de Nigeriaan zijn inkomen verdubbelen. Ook in niet-materieel opzicht werd vooruitgang geboekt. Lucht en water werden schoner, voor de meeste mensen nam de keuzevrijheid toe.

Natuurlijk, zegt Matt Ridley, het zijn maar statistieken. Er is nog altijd veel armoede en ellende in de wereld. Er zijn plaatsen waar je beter niet kunt wonen: Afghanistan, Zimbabwe, Congo. Maar het algemene beeld is positief. Waarom zijn zoveel mensen dan zo pessimistisch? In een boekwinkeltje op een vliegveld kwam Ridley alleen pessimistische boeken tegen, van Naomi Klein tot Al Gore. De wereld is afschuwelijk, was de boodschap, en het wordt alleen maar erger.

Daarom schreef hij De Rationele Optimist, waarin hij blijmoedig betoogt dat het juist steeds beter gaat. Doemdenkers maken twee fouten, vindt hij. Ze onderschatten de inventiviteit van de mens, en ze trekken actuele trends klakkeloos door naar het heden. ‘Onheilsprofeten zeggen vaak: op deze manier kunnen we niet verder gaan. Daar hebben ze gelijk in. Maar het punt is: op deze manier gaan we ook niet verder. Rond 1900 had Londen veel last van paardenmest, door het steeds intensievere verkeer van rijtuigen en karren. Als Londen zo verder was gegaan, had de paardenmest in 1950 drie meter hoog op straat gelegen. Maar zulke extrapolaties komen nooit uit. Er zijn altijd nieuwe technologieën die ons uit de brand helpen. Technologieën die we niet of nauwelijks kunnen voorzien’, aldus Ridley. Op de Wereldtentoonstelling van Chicago in 1893 werd bezoekers gevraagd wat de belangrijkste technologie van de 20ste eeuw zou worden. Niemand noemde de auto.

Matt Ridley is een gentleman. Hij werd opgeleid in Eton en Oxford, hij woont op een landgoed dat al sinds 1700 familiebezit is. Daar ontvangt hij liever geen gasten, omdat hij zijn privacy wil bewaren. We treffen elkaar in het Centre for Life in Newcastle, een centrum dat mensen, en vooral kinderen, wil enthousiasmeren voor de wetenschap. Het is een toepasselijke locatie: Ridley heeft een enorm vertrouwen in de wetenschap als eeuwigdurende bron van vooruitgang. ‘Mijn vorige boeken gingen over genetica, over wat de mens deelt met andere dieren’, zegt hij.

‘Maar dit boek gaat over het unieke van de mens.’ Anders dan honden of apen zijn mensen in staat ideeën te formuleren. Die ideeën ‘hebben seks’ met andermans ideeën, aldus Ridley. Door deze permanente uitwisseling ontstaat een collectieve intelligentie die de mens ver boven andere dieren doet uitstijgen. De darwinistische evolutietheorie kan ook op ideeën worden toegepast, gelooft hij. De geschiktste komen bovendrijven, ondeugdelijke sterven af. In zijn boek vermengt hij Darwin met de vrijhandelsfilosoof Adam Smith: de vrije uitwisseling van ideeën moet zo min mogelijk verstoord worden door politieke interventie.

Zijn rotsvaste geloof in de vrije markt maakt Ridley omstreden, ook omdat hij voorzitter was van Northern Rock, de Britse bank die in 2007 door de overheid gered moest worden. Ridley schrijft slechts ‘wat rijke mensen willen horen’, meende milieuactivist en antiglobalist George Monbiot in The Guardian . De Financial Times , The New York Times en The Economist waren lovend. Volgens schrijver Ian McEwan is er geen enkel boek dat zo briljant en met zoveel historische gegevens stelling neemt tegen het ‘automatische pessimisme’ van deze tijd.

Is het niet naïef om te veronderstellen dat de beste ideeën overleven? Slechte ideeën kunnen ook seks hebben, om in uw termen te blijven. Het nationaal-socialisme en het communisme waren heel succesvol.

‘Toch denk ik dat goede ideeën in het voordeel zijn. Ze kunnen zich openlijk verspreiden, terwijl slechte ideeën geheim moeten blijven. Op internet kan ik iedereen om hulp vragen. Maar als ik een oproep doe om anderen te belazeren, word ik aangepakt.’

Maar het communisme werd destijds door velen als een goed idee gezien.

‘Toch moesten de communisten al heel snel hun toevlucht nemen tot geheimhouding en bedrog. Ik geef toe: het is een wedstrijd tussen goede en slechte ideeën. Maar ik geloof dat goede ideeën meer kans hebben, omdat ze openlijk gepropageerd kunnen worden.’

U noemt zich een rationeel optimist. Maar is de wereld wel rationeel? De Britse journalist Norman Angell schreef in 1909 de bestseller The Great Illusion. De Europese landen zijn economisch zo met elkaar verweven, betoogde hij, dat oorlog waanzin zou zijn.

‘Een oorlog is altijd mogelijk. Dat sluit ik niet uit. Tussen de Verenigde Staten en China, bijvoorbeeld. Je kunt je ook een oorlog met Noord-Korea of Iran voorstellen. Ook etnische conflicten, zoals in Rwanda en Bosnië, kunnen zich opnieuw voordoen.’

Waarom bent u dan toch zo optimistisch?

‘Tussen 1910 en 1950 steeg de levensstandaard, ondanks alles. Natuurlijk was het beter als er geen oorlog was geweest. Maar de welvaart steeg sterker dan in de tweede helft van de 19de eeuw, toen er vrede was.’

Wat schiet je daarmee op, als je voortdurend in angst leeft?

‘Natuurlijk, als je in Auschwitz zit, is het niet zo relevant dat de radio is uitgevonden. Ik zeg ook niet dat er in de toekomst geen slechte dingen zullen gebeuren. In sommige landen zal het misschien slechter worden. Het is ook mogelijk dat de hele wereld er in 2070 slechter aan toe is, door klimaatverandering en geweld. Maar ik acht het niet waarschijnlijk.’

Kijkt u niet te veel naar de wetenschap? Wetenschappelijke vooruitgang kan nauwelijks ongedaan gemaakt worden. Dat geldt niet voor ethische vooruitgang, zoals filosoof John Gray zegt. De 20ste eeuw was slechter dan de 19de.

‘Ik ben het daar gedeeltelijk mee eens. De menselijke aard zal niet veranderen. We zullen geen gadget vinden waarmee we agressie en jaloezie kunnen uitbannen. De thema’s van Shakespeare zijn nog net zo relevant als toen hij zijn stukken schreef. Toch zie ik ook op ethisch gebied een zekere vooruitgang. We maken ons druk over seksuele discriminatie, daar zouden mensen uit het Victoriaanse tijdperk stomverbaasd over zijn. In de 19de eeuw vonden ook veel meer wreedheden plaats, zoals hanengevechten. Die ontwikkeling gaat door. Over honderd jaar zullen mensen zich verbazen over dingen die wij heel gewoon vinden. Bio-industrie, bijvoorbeeld.’

Maar u vindt dat de productiviteit van de landbouw omhoog moet, om straks negen miljard mensen te voeden.

‘Ja, maar dan praat ik over planten. Misschien is intensieve veeteelt zonder wreedheid ooit mogelijk. Stel dat je kippen kunt kweken zonder koppen en zonder hersenen. Die hebben er geen last van dat ze in een legbatterij zitten.’

Dieren worden nog meer tot product gereduceerd, maar lijden daar niet meer onder.

‘U vindt het een afschrikwekkend idee. Ik ook. Maar waarom eigenlijk? Het is natuurlijk de vraag of het ook echt kan.’

De bom op Hiroshima wordt vaak gezien als een symbool voor het einde van het geloof in de vooruitgang. ‘Dat klopt maar een beetje’, zegt Ridley. ‘Ook voor die tijd, in de 19de eeuw al, werd elke nieuwe uitvinding begroet met de kritiek van mensen die zeiden: daar kan niets goeds van komen.’

In 1830 voorspelde de Engelse hofdichter Robert Southey dat zijn land ten prooi zou vallen aan hongersnood, ziekte en verval. In plaats daarvan steeg de welvaart en werden de Britten steeds ouder. Goed nieuws heeft doemdenkers nooit ontmoedigd, constateert Ridley. Elke generatie kent zijn eigen Cassandra’s, die met grote stelligheid dood en verderf aankondigen. ‘Optimisme is lafheid’, vond Oswald Spengler, auteur van De ondergang van het Avondland uit 1918.

In de jaren zestig werd gewaarschuwd voor een epidemie van kanker als gevolg van chemicaliën. Milieuactivist Paul Ehrlich voorspelde in 1970 dat de levensverwachting in de Verenigde Staten rond 1980 gedaald zou zijn tot 42 jaar. Het tijdschrift Life schreef in 1970 op gezag van de wetenschap dat de lucht zo vervuild raakte, dat tegen 1985 nog maar de helft van het zonlicht de aarde zou bereiken.

De lijst van nooit gebeurde rampen is bijna eindeloos: zure regen, pandemieën, de millenniumbug. Niet alle alarmerende berichten waren onzinnig. Vaak spoorden ze aan tot maatregelen die eraan bijdroegen dat de sombere voorspellingen niet uitkwamen. Maar volgens Ridley laat zijn ‘korte geschiedenis van slecht nieuws’ vooral zien dat problemen sterk worden gedramatiseerd, en dat de mens inventief genoeg is om tijdig oplossingen te vinden.

De vooruitgang wordt echter bedreigd door doemdenken, vindt Ridley. Problemen kunnen worden opgelost als er voldoende geld is, en als er nieuwe uitvindingen worden gedaan. ‘Dat mechanisme wordt verstoord als we zeggen: laten we maar stoppen met groeien, of: laten we bepaalde uitvindingen maar verbieden, want ze zijn te gevaarlijk.’ Die benepen, bangelijke houding staat de vooruitgang in de weg, vindt Ridley. Zij miskent dat de mens niet alleen in staat is tot het kwade, maar ook grootse prestaties kan verrichten.

Ridley noemt zichzelf geen ‘klimaatscepticus’. Maar hij gelooft dat de kansen op een grote klimaatramp klein zijn, terwijl de wereld tegen 2100 rijk genoeg zal zijn om de gevolgen van de opwarming te bestrijden.

De aarde kan de groei van de wereldbevolking verstouwen, gelooft hij, zelfs als Indiërs, Chinezen en later Afrikanen vlees eten, auto’s rijden en net zo veel verbruiken als westerlingen.

‘In de afgelopen zestig jaar is de opbrengst van landbouwgrond verdrievoudigd. Ik geloof dat we die truc kunnen herhalen. Er is nog altijd een groot deel van de wereld dat geen toegang heeft tot moderne landbouwtechnieken. Vooral in Afrika, waar de grond vaak heel vruchtbaar is. Als je daar kunstmest zou gebruiken, zou de Groene Revolutie in Afrika net zo’n impact kunnen hebben als in Azië. Er zijn ook allerlei nieuwe technieken, zoals genetische modificatie, waardoor de opbrengst van planten sterk wordt verhoogd.’

Genetische modificatie (GM) is heel omstreden.

‘Ja, in Engelse restaurants staat vaak op de menukaart dat er geen GM-voedsel wordt geserveerd. In zo’n geval vraag ik om een GM-gerecht, tot afgrijzen van mijn kinderen. Maar GM is veilig en efficiënt. Met biologische landbouw kun je de groeiende wereldbevolking niet voeden.’

Zal er wel genoeg brandstof zijn?

‘Het einde van de fossiele brandstoffen is al heel vaak verkondigd. Er was al een coal panic in 1866. De Britse regering beloofde de staatsschuld te zullen afbetalen voordat de steenkool op was. Maar er zit nog altijd veel in de grond. Tot nu toe hebben we alleen het laaghangende fruit geplukt. Het is nu nog te duur om de rest te winnen, maar dat kan veranderen.

‘Olie lijkt eerder uitgeput, maar ook dat geldt vooral voor de goedkope bronnen. Er zit bijvoorbeeld nog heel veel olie in teerzand. De laatste decennia is er ook heel veel gas gevonden.

‘Maar goed, stel dat we dit gesprek in 2060 zouden voeren. Mogelijk zijn de fossiele brandstoffen dan op, of duur. Tegen die tijd zullen er andere goedkope bronnen van energie zijn, zoals kernenergie en zonne-energie.’

Maar hoe kunt u er zeker van zijn dat nieuwe technologieën ons uit de brand zullen helpen? Lijkt u niet op een man die van een wolkenkrabber springt en ter hoogte van de eerste verdieping zegt: tot nu toe gaat alles goed?

‘Natuurlijk kan ik er nooit zeker van zijn. Misschien geeft de geschiedenis me ongelijk. Maar de laatste tweehonderd jaar hebben heel veel mensen gezegd: we moeten nu stoppen met onze manier van leven, want anders gaat het fout. Stel je voor dat we daar in 1830 of 1930 naar geluisterd hadden. Dan waren we nu toch een stuk slechter af geweest.’

Sober leven heeft ook iets aantrekkelijks. Iedereen denkt wel eens: wat heb ik toch veel onnodige spullen.

‘Tja, ik was laatst bij een lezing over de vraag: hebben we niet te veel keuze? We staan in de supermarkt en we zien twintig soorten pindakaas. Voor mij laat zo’n lezing vooral zien hoe verwend we zijn. Als we keuze als een probleem ervaren, hebben we toch een heleboel echte problemen opgelost. Of heeft u ooit gezien dat iemand een zenuwinzinking kreeg omdat hij niet kon kiezen in de supermarkt?’

Het is wel verspilling, al die producten.

‘Supermarkten zijn juist heel efficiënt. Weet u wat inefficiënt is: je eigen groente verbouwen. Je oogst alles in één keer en dan heb je meer bloemkolen dan je op kunt. De supermarkt zorgt ervoor dat die bloemkolen terechtkomen bij de mensen die er op dat moment zin in hebben. De hoeveelheid CO2 -uitstoot die gemoeid is met het transport van voedsel naar de winkel, is klein. Het kost vier keer zo veel uitstoot om het voedsel in de koelkast te bewaren. De ritjes van de klanten naar de supermarkt kosten vijftig keer zo veel uitstoot.’

Waarom zijn veel mensen zo pessimistisch? Is dat ook een idee dat evolutionair komt bovendrijven?

‘Daar heb ik veel over nagedacht toen ik het boek schreef, en ik kwam er niet echt uit. Er zit misschien een evolutionaire kant aan. Stel dat ik in het Stenen Tijdperk water wil halen. U zegt: ik zou het niet doen, want er ligt een leeuw bij de bron. Ik zeg: doe niet zo pessimistisch en ga toch. Ik ben dood en u leeft en geeft uw genen door. Het kost weinig om voorzichtig te zijn, en heeft soms grote voordelen.

‘Het heeft ook nadelen. Vaak wordt gezegd: als we niet pessimistisch zouden zijn, zouden we ook niet de noodzaak voelen om nieuwe uitvindingen te doen. Maar de beste uitvindingen worden juist gedaan in een klimaat van welvaart en optimisme. Denk aan Silicon Valley of de Nederlandse Republiek van de 17de eeuw. Door angst kruipen mensen juist in hun schulp.

‘Maar dat verklaart nog niet waarom het cool is om pessimistisch te zijn. Waarom lijkt pessimisme diepzinnig en optimisme oppervlakkig? Er bestaat natuurlijk een hang naar nostalgie, zeker bij een vergrijzende bevolking. Ik betrap me zelf ook regelmatig op de gedachte dat het vroeger toch beter was. Dan moet ik mezelf corrigeren.

‘Misschien heeft het ook te maken met de ontwikkeling van links. Vroeger geloofde links in vooruitgang. Laten we de wereld beter maken, de armoede uit de wereld helpen. Sinds de jaren zeventig is links steeds sterker beïnvloed door de milieubeweging. Toen werd het: stop de groei, we kunnen niet allemaal rijk zijn. Links is een beetje een grumpy old man geworden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden