AnalyseUnilever

Het Brits-Nederlandse Unilever wordt Brits, hoe erg is dat voor Nederland?

Dat Unilever na negentig jaar gezamenlijke historie een Brits bedrijf wordt in plaats van een Nederlandse onderneming, is louter een juridische zaak, betoogde de multinational donderdag. Maar is dat ook zo? Of glipt de multinational Nederland uit handen?

(Nu nog) het hoofdkantoor van Unilever in Rotterdam. Unilever wordt op papier een Brits bedrijf.Beeld ANP

‘Het is geen nee tegen Nederland. Het is alleen een verandering in de structuur.’

De top van Unilever, hierboven bij monde van president-commissaris Nils Andersen, had donderdag naar buiten toe maar één boodschap: het besluit van de Brits-Nederlandse multinational om het hoofdkantoor in Londen te vestigen en op papier een Brits bedrijf te worden, is een juridisch dingetje. In de praktijk verandert verder niks. Er verdwijnen geen banen, de activiteiten in Nederland blijven of worden zelfs uitgebreid en de multinational achter Calvé, Dove, Zwitsal en Knorr blijft volledig toegewijd aan ons land. Datzelfde geldt voor de duurzame koers die de roemruchte oud-topman Paul Polman voor Unilever heeft uitgezet.

Maar is dat ook zo? Blijft alles hetzelfde nu Unilever op papier helemaal Brits wordt?

In elk geval niet voor Mark Rutte. Twee jaar geleden trok de VVD-premier (en voormalig Unilever-manager) alles uit de kast om het hoofdkantoor naar Nederland te halen. Hij wilde er zelfs de dividendbelasting voor afschaffen, à bijna 2 miljard euro per jaar. 

Unilever heeft twee hoofdkantoren, in Nederland en het Verenigd Koninkrijk, en twee soorten aandelen. Nadat de multinational bijna het slachtoffer was geworden van een Amerikaanse vijandige overname, wilde toenmalig topman Paul Polman een einde maken aan die ingewikkelde dubbele structuur, om slagvaardiger te kunnen opereren. Unilever moest een Nederlands bedrijf worden, met het hoofdkantoor in Rotterdam. Het hier gebruikelijke Rijnlandse model van overleg paste volgens ‘de Bono van het bedrijfsleven’ bovendien veel beter bij Unilever dan het Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme.

Verzet

Maar door verzet van Britse beleggers en Nederlandse woede over de dividendbelasting draaide dat plan uit op een fiasco voor Polman, en in zijn kielzog premier Rutte. Na een afkoelingsperiode van achttien maanden doet Unilever nu het omgekeerde: het Nederlandse deel gaat op in het Britse, in plaats van andersom. Het enig overblijvende hoofdkantoor komt in Londen, in plaats van in Rotterdam.

De keuze van Unilever voor Londen, nota bene terwijl de Brexit-onderhandelingen nog lopen, is pijnlijk voor Rutte – zijn kras wordt nog wat dieper. Het kabinet heeft sterk ingezet op het binnenhalen (en behouden) van internationale hoofdkantoren. Een zeer prominente partij gaat nu verloren en kiest ook nog eens voor een belangrijke concurrent in de mondiale hoofdkantorenrace: het Verenigd Koninkrijk.

Een lichtpuntje is dat het kabinet deze keer al half mei vertrouwelijk werd ingelicht door Unilever. Twee jaar geleden moest Rutte het doen met een sms’je van Paul Polman, ’s ochtends vroeg. In het vertrouwelijke overleg tussen het kabinet en de multinational is de afgelopen weken afgesproken dat het hoofdkantoor van de voeding- en drankentak, een van de drie divisies van Unilever, in Rotterdam blijft. ‘Hiermee wordt onze sterke agrifoodsector nog krachtiger’, zei minister Eric Wiebes van Economische Zaken donderdag hoopvol.

Maar de hoofdprijs − het hoofdkantoor, waar de echte besluiten worden genomen − gaat nu naar Londen. Werkgeversvoorman Hans de Boer, die destijds tot het bittere eind de afschaffing van de dividendbelasting verdedigde, ziet het ‘met pijn in het hart’ gebeuren, zei hij donderdag. 

Bestaande praktijk

Volgens president-commissaris Nils Andersen wordt hiermee echter alleen de bestaande praktijk bevestigd. Unilever wordt al jaren geleid vanuit het statige hoofdkantoor aan de Theems. De Nederlandse zorgen dat het Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme met deze keuze aan invloed wint, wuift de Deen weg. ‘Die verschillen worden zo overdreven. Alle moderne grote bedrijven hanteren tegenwoordig het stakeholdermodel, van overleg met maatschappelijke partijen. Unilever zeker.’

Dat mag zo zijn, maar in de Angelsaksische praktijk is de aandeelhouder net wat belangrijker, en maatschappelijke consensus net wat minder. Dat bleek ook bij de pogingen van Paul Polman om van Unilever een duurzaam bedrijf te maken. Dit terwijl het Nederlandse smaldeel in de top van de Brits-Nederlandse multinational snel slinkt. De Deen Andersen volgde dit voorjaar Marijn Dekkers op als president-commissaris, de Schot Alan Jope werd vorig jaar de nieuwe baas, als vervanger van Polman. Het bewaken van de duurzame koers is nu in handen van diens vriend Feike Sijbesma, de voormalig DSM-topman en enig overgebleven Nederlandse niet-uitvoerend bestuurder bij Unilever.

Voor premier Rutte is het ondertussen zaak het dividenddrama niet nóg groter te laten worden. Uit Het grote gevecht, het boek van Jeroen Smit over Unilever, blijkt dat Rutte en werkgeversvoorman Hans de Boer mede zo halsstarrig vasthielden aan de even dure als gehate afschaffing van de dividendbelasting vanwege die andere Brits-Nederlandse multinational: Shell. Er is geen enkele aanwijzing dat de olie- en gasgigant Nederland de rug zou willen toekeren, op papier of anderszins. De stap van Unilever donderdag zal kabinet en werkgevers geen gerust gevoel hebben gegeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden