Het beste schap voor je beleggingen

Banken krijgen provisies voor de beleggingsfondsen die zij hun klanten adviseren. Maar de consument moet wel weten wat en waarvoor wordt betaald....

Als een klant in de supermarkt een blik knakworsten koopt, is de kans groot dat hij kiest voor het blik dat op ooghoogte in het schap staat. De winkelier verdient daar meer aan dan aan een vergelijkbaar product een schap lager. Niet gek dus dat het precies zo gaat bij beleggingsfondsen die de bank adviseert, zo valt te beluisteren in de financiële sector.

Maar is dat zo en gaat deze vergelijking wel op? De grootste kostenpost van een beleggingsfonds is de beheervergoeding, die varieert van 1 tot pakweg 1,6 procent van het belegde vermogen. Dat is exclusief eventuele kosten die het fonds maakt om onderliggende effecten te kopen of verkopen, en het bewaarloon. Gemiddeld moet daarvoor naar schatting nog zo’n 0,8 tot 1,0 procent bij geteld worden.

Van deze inkomsten betalen aanbieders van beleggingsfondsen aan banken of andere fondsverkopers een vergoeding oftewel provisie, in ruil voor hun verkoopinspanningen. Deze vergoeding kan oplopen tot maar liefst tweederde van de beheerkosten. Daarmee is deze provisie een belangrijke oorzaak van de forse stijging in fondskosten. Bracht toenmalig marktleider Robeco eind jaren negentig nog 0,25 procent aan beheerkosten in rekening, tegenwoordig betaalt de klant al gauw het viervoudige voor een gemiddeld aandelenfonds.

Echter, tien jaar geleden verkochten banken nog slechts hun eigen huisfondsen. Distributievergoedingen raakten pas in zwang toen banken een beperkt aantal fondsen van andere vermogensbeheerders in hun assortiment opnamen. Daarmee kreeg de klant veel meer keus. Maar fondsen met hoge kosten kunnen hogere provisies betalen en daarmee zijn zij voor banken het aantrekkelijkst om aan te prijzen.

Freddy van Mulligen, directeur van fondsanalysebureau Morningstar, trok onlangs de vergelijking met de verzekeringssector. ‘Hoe kun je als tussenpersoon garanderen dat het beste advies wordt gegeven als je op de te adviseren alternatieve producten verschillende winstmarges behaalt?’, vroeg hij zich af. Voor de consument is het lastig te beoordelen of er tegen vergelijkbare kosten niet een beter beleggingsfonds is te vinden.

Nieuwe Europese regelgeving legt daarom de provisies op beleggingsdiensten aan banden. Toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft alle aanbieders van beleggingsfondsen deze zomer een leidraad toegestuurd. Een provisie moet de kwaliteit van de dienst ten goede komen, doet geen afbreuk aan de verplichting het belang van de klant voorop te stellen en de klant dient er uitvoerig en begrijpelijk over te worden geïnformeerd. Kortom, met provisies is niets mis zolang het belang van de klant voorop staat. Transparantie is het nieuwe toverwoord.

Dat is ook de wens van de belegger, bleek uit een klantenonderzoek dat Van Lanschot Bankiers eerder dit jaar deed. De bank besloot daarop de vergoedingensystematiek om te gooien. ‘We worden alleen nog betaald door de klant’, legt Wouter de Ridder, hoofd productmanagement, uit. ‘Andere vergoedingen die wij ontvangen, komen ten gunste van die klant. Deze geeft het vertrouwen aan Van Lanschot om het vermogen zo goed mogelijk te beheren. Om elke schijn van belangenverstrengeling te vermijden geven we distributievergoedingen door aan de klant.’ Overigens geldt dat alleen voor klanten die hun vermogen laten beheren door de bank .

Geen van de grote banken overweegt eenzelfde stap. Zij verrekenen de distributievergoeding liever met hun tarief. Zo betalen ING-klanten sinds kort een all-invergoeding, inclusief instapkosten en bewaarloon. ‘Bij de vaststelling van deze fee houden wij rekening met de distributievergoeding die wij ontvangen’, legt de ING-woordvoerder uit. Volgens hem is het belangrijk de totale kostenstructuur van fondsen te vergelijken. ‘Het teruggeven van de distributievergoeding betekent niet automatisch dat klanten goedkoper uit zijn.’

Een all-intarief maakt de kosten overzichtelijker, maar niet transparanter. ING geeft bovendien slechts inzicht in de hoogte van de provisievergoeding en dan alleen als de klant deze informatie opvraagt bij de adviseur of via de beleggingslijn. Dat beleid lijkt in strijd te zijn met de regels van de AFM.

Ook de Rabobank wil op termijn met een all-invergoeding gaan werken maar kiest voor een heel ander model, zonder provisies. ‘Met de inkomsten uit deze all-infee betalen wij straks de fondsleveranciers voor de producten die wij gebruiken in de klantportefeuilles. De distributievergoeding wordt dan overbodig’, reageert de woordvoerder.

ABN Amro wil de klant de keuze geven over te stappen op een all-intarief maar zal de distributievergoedingen niet afschaffen. Dat betekent niet dat de provisie wordt weggemoffeld. Op de website van de bank staat een ‘inducements calculator’ waar per fonds staat vermeld hoe hoog de beheerskosten zijn en welk deel daarvan aan ABN Amro wordt uitgekeerd.

Partijen die niet aan de provisieregels voldoen, zullen daar volgens de AFM-woordvoerder binnenkort op worden aangesproken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden