Helse minuten in een sluis

Een huis staat op zijn plaats, reparaties kunnen wachten tot morgen. Een kaduke auto staat stil en kan naar de kant worden geduwd....

De volgende dag wacht de werkelijkheid. De Vecht verder volgen betekent een vaart door Utrecht met zijn tientallen bruggen, stremmingen en opstoppingen. Dus terug naar het Amsterdam-Rijnkanaal, dat nog meedogenlozer tegen de Yukon beukt. Langs het Uraniumkanaal, Meson-, Proton- en Kernhaven.

We varen voor benzine naar een tankschip aan bakboordzijde van het kanaal en worden daarom bars tot de orde geroepen door Rijkswaterstaat. Wel dieselolie, waarop alle normale mensen blijken te varen, geen benzine, opnieuw gesleep met jerrycans, nu door de treurige buitenwijken van Utrecht. En dan een eindeloos saai stuk kanaal naar Wijk bij Duurstede, de Lek over, tot bij de eerste echte sluizen. Tot nu toe kenden we alleen de vriendelijke waterkeringen die sinds Leeghwater niet veranderd zijn, met bemoste houten deuren, gemoedelijke sluiswachters, sluiswachteressen en sluiscafés, het klompje van de brugwachter, kortom de Hollandse natte genoeglijkheid die watersport heet. Maar bij de Prins Bernhardsluis vergaat je het lachen. We worden opgeslorpt door een kolossale betonconstructie met een wachttoren uit de school van Speer, holle luidsprekerbevelen en een adembenemend stijgtempo.

Uitgespuugd worden we op de Waal, waarvoor we zo ernstig gewaarschuwd zijn, maar die veel aangenamer te bevaren is dan het Amsterdam-Rijnkanaal. Weliswaar scheuren ons nog grotere duwbakken voorbij en als je te dichtbij komt, loeien ze de lak van je schip, maar er is ruimte en de deining loopt weg op de kribben, waartussen ook wij in noodgevallen kunnen uitwijken. We koersen af op de heerlijke jachthaven van Tiel.

De volgende dag brengt ons over een klein stukje Waal bijhet voormalige Veerhuis van Varik. Het verhaal gaat dat het pand is vermaakt aan een esoterische stichting die zich ten doel stelt mondiaal alle inkomens gelijk te maken door het geld af te schaffen en over te gaan op ruilhandel. Om de hiervoor toch benodigde gelden te verwerven wil men het Veerhuis als horecagelegenheid exploiteren, echter zonder de zondige verkoop van alcohol en tabak, maar met thee van versgemaaide bermkruiden.

Boven de vervallen deur prijkt nog het bordje 'Tabaksvergunning' en op zonnige weekeinden bespreken de bestuurders op het terras de voortgang van hun idealen. Aan de bouwkundige staat van het ooit zo prachtige, maar geleidelijk instortende pand laat men zich weinig gelegen liggen. Ook de overwoekerde tuin kan een opruiming gebruiken.

We varen door het kanaal van St. Andries de Maas op, nu stroomopwaarts. Dat valt hard mee, want veel stroomt er niet in deze opgestuwde rivier. Het is liefelijk varen langs zandige strandjes en Potterse koeien, een enkel zeilschip en wat vrachtpramen. Langs Lith en Maasbommel, langs Megen, Ravenstein en Grave naar Cuijk waar we in een grindgat overnachten. Aangeprezen als watersportparadijzen hebben die grindgaten, net als mergelgroeven, iets dubbelzinnigs, alsof je je eigen land opvreet en uitmergelt.

Verder langs lastkaaien en loswallen. Vlak voor Venlo wordt het schuim van Limburg op de Maas geloosd. De jachthaven ligt onder de spoorbrug, waar de herrie veel weg heeft van het geloei van een startende Boeing. Maar daarna begint het Limburgse heuvellandschap indruk te maken. Steyl en Reuver met hun kloosters, de ommuurde Keverborg van Kessel, de ruisende abelen langs de oever; dat alles brengt de gedachten tot diepe rust. Voor zoveel rust heb ik eigenlijk geen gedachten genoeg.

Bij Roermond houdt de bevaarbaarheid op en volgen we verder het saaie Julianakanaal tot aan Maastricht. De Yukon blijft slurpen. En ook een beetje naar uitlaatgas stinken. Hoort dat bij een benzinemotor? Af en toe slaat het alarm van de gasdetector aan, maar de ventilator schakelt het na enig afzuigen uit. Blijft het gesjouw met jerrycans; vrijwel nergens wordt langs het water benzine verkocht.

Zo pruttelen we verder naar het zuiden. Er borrelen somberder gedachten op. Over het benzinegebruik, over de dampen in de kajuit. Hoe moet dat als het water echt stroomt? In die honderden Franse sluizen, in die kilometerslange tunnels? Onze vroegere boot, de beenhakker, deed wat haar werd opgedragen. De kittige buitenboordmotor gaf onmiddellijke actie in alle richtingen. Vooruit en achteruit, links en rechts op commando. Kleine correcties konden met de hand worden gedaan.

De Yukon met haar drie ton massa suddert bij het achteruitbevel nog meters door, komt dan traag tot stilstand en begint aan willekeurige achterwaartse krommingen. Met hand of voet tegenhouden breekt ledematen. Kan de beenhakker met een touwtje worden aangemeerd, om de Yukon vast te maken zijn kluwen tros en meerlijn nodig, waarbij zorgvuldig om de sluisbolder gelegde lussen niet aan het schip blijken te zitten of andersom. 's Nachts te kooi kwelt ons een nachtmerrie.

Een huis staat op zijn plaats, reparaties kunnen wachten tot morgen, lekkende daken voorlopig met een zeildoek bedekt. Een kaduke auto staat stil en kan naar de kant worden geduwd. Maar een schip met panne wordt door weer en wind her en der gedreven. Alleen een vliegtuig met pech is erger. Ben ik de man voor dit narrenschip? Betraand word ik wakker. Zo bereiken we Maastricht, waar we terugkomen op de Maas en aanleggen langs de strekdam.

We dwalen verdroomd door de stad. De bus brengt ons in het heuvelland, we trekken door het Geuldal, we prijzen elke centimeter grond onder onze voeten. De muizenissen verdwijnen. Gesterkt besluiten we de derde dag toch verder te varen. Langs Eijsden via Ternaaien en over het Albertkanaal naar Luik. 'Want', verzekeren andere schippers langs de strekdam ons, 'na Luik begint het echte varen.'

De sluis bij Ternaaien oogt als de poort van de hel. Het twaalf meter hoogteverschil waarover je België in wordt getild, bepaalt het Dämmerung-decor. De lage zijde, de onze, is de muil van een vuilverbrandingsoven waaronder, achter je, de schuifdeur zich meedogenloos sluit, alle banden met de buitenwereld afbijtend. Vóór je een even hoge muur en onder je een genadeloze kolk. Tussen de sluiswanden blijft ons uitlaatgas doordringender hangen dan op het open water. Niets biedt houvast behalve op te grote afstand in de muur gehouwen slijmerige bolders, buiten bereik van de tros. Er is geen weg terug.

Groot alarm kondigt het wassende water aan. Gebouwd voor vrachtpramen kent de sluis geen mededogen met onze schulp waarin ik niet weg kan kruipen. Een onderwaterse stuwstroom perst het scheepje omhoog en slingert het alle kanten op. De lak, waaraan een winter gestreken is, knalt van de stootrand, splinters plamuur en menie verdwijnen in de draaikolken, het schip hijgt zich langs knarsende stootwillen omhoog. Na tien helse minuten kijken we over de Belgische Maas. De schuif wordt opgetrokken en we varen bij de buren binnen.

De adem keert terug. Bij het starten van de motor knalt een wolk benzinedamp uit de carburateur. Gemengd met de lekkende uitlaatgassen geeft die wolk het schip een stoombootaanzien, waaraan ook een rokende bougiekabel bijdraagt. Hier en nu neem ik een besluit. Terug naar de laatste Nederlandse haven voor controle. Na een korte pauze varen we opnieuw het sluisriool in. Nog hulpelozer worden we omlaag geslurpt.

Onder de valbijl door keren we terug in het kanaal, dampen achterlatend in de sluiskolk. Terug naar Maastricht. Naar bakboord het Willemskanaal in, wederom door een sluis en twee maal links naar de Jojohaven.

Daar heeft de gemeente Maastricht grote plannen mee: miljoeneninvesteringen en tientallen museumschepen zullen aan de plek een monumentaal aanzicht verlenen en het toerisme tot grote hoogte brengen. Gelukkig is het nog niet zo ver.

Nog natrillend worden we door de beheerder zachtjes in een box getrokken. Ditmaal loopt de Yukon met haar beteerde onderneus aan de grond, in plaats van zoals gewoonlijk met haar boeg tegen de steiger te bonken. Het wier schommelt vreedzaam om de romp, de laatste uitlaatgassen drijven weg en in de stilte fluit de merel. We zijn behouden en gaan eten. Aan gelode superbenzine heeft de vaart naar Maastricht ons tot nu toe zeshonderd gulden gekost. Tot aan Dyon en terug loopt dat dus in de duizenden.

Wordt vervolgd

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden