Reportage

Helpen en leren levert maar zelden iets op

Gemeenten mogen vanaf 2015 bijstandsgerechtigden vragen een tegenprestatie te leveren. Rotterdam doet dat al langer. Een vaste baan levert dat zelden op.

Cursisten volgen een workshop bij PIT 010 Campus in Rotterdam. Beeld null
Cursisten volgen een workshop bij PIT 010 Campus in Rotterdam.

De naam 'PIT 010 Campus' klinkt als een hypermodern opleidingsinstituut, maar het is een eenvoudig gebouwtje waar je zó aan voorbij loopt. De voordeur gaat open als je aan het touwtje uit de brievenbus trekt; in het krappe gangetje achter de voordeur wordt door vrijwilligers koffie gezet en de afwas gedaan. Verder zijn er een algemene ruimte, twee lokaaltjes en een kamer met computers.

Wie in de bijstand zit in Pendrecht, een wijk in het Rotterdamse stadsdeel Charlois, is vast al eens bij de PIT 010 Campus geweest. Hier wordt met je besproken wat je in ruil voor je uitkering kan doen. In 2011 heette dat principe afstandelijk 'full engagement', inmiddels gaat het over het leveren van een 'tegenprestatie'. Rollators repareren van buurtgenoten. De gebouwtjes van de speeltuin een nieuw verfje geven. Kinderen helpen met hun huiswerk. Of zelf een cursus volgen. Twintig uur per week is het uitgangspunt.

Tegenprestatie

Per 1 januari worden de landelijke eisen voor de bijstand strenger. Zo moeten uitkeringsgerechtigden 'aangeboden werk aanvaarden en zien te behouden', aldus het ministerie van Sociale Zaken. Ze moeten zich 'op verzoek inschrijven bij een uitzendbureau'. En ze moeten 'maximaal drie uur per dag reizen als dit nodig is om werk te vinden'. Ook mogen gemeenten vanaf 2015 een tegenprestatie eisen voor de uitkering. Rotterdam experimenteert daar al sinds 2011 mee. Inmiddels vraagt de stad een tegenprestatie in veertien wijken, waaronder Pendrecht; in 2015 wordt dat uitgebreid tot 22 wijken. In totaal zijn met zesduizend Rotterdammers afspraken gemaakt over een tegenprestatie.

Van de gemeenten is 80 procent van plan om bijstandsgerechtigden zelf iets te laten aandragen als tegenprestatie. Zo gaat dat ook in Rotterdam. Het moet maatschappelijk relevant zijn en het mag geen echte banen verdringen. 90 procent van de gemeenten is tevreden als werklozen hulpbehoevende familieleden verzorgen of als ze al vrijwilligerswerk doen, zo blijkt uit onderzoek van Divosa, de vereniging van managers bij sociale diensten.

'Hier geven we aan groepen voorlichting over de tegenprestatie', zegt activeringscoach Natalie Hellings. In een van de ruimtes van PIT 010 staat een grote vergadertafel. 'De tamtam gaat snel in de wijk. We nodigen mensen uit één straat gezamenlijk uit: 'oh, ben jij ook gevraagd? zeggen ze op straat tegen elkaar. Dat helpt.'

Fietsles

De definitie van de tegenprestatie is breed, aldus Hellings. 'Alles wat bijdraagt aan je persoonlijke ontwikkeling, en alles wat maatschappelijk nuttig is. We zeggen altijd: kijk eens rond in je netwerk: wat is er nodig in de wijk? Welke organisaties of buren kunnen hulp gebruiken? Als mensen niks weten, of ze kunnen niet wennen aan het idee, of ze vinden het niks, dan zijn er meer gesprekken nodig om te coachen, te activeren of angsten weg te halen. Bij mensen die écht niks willen, is vaak een hulpverleningsplan nodig.'

Via vrijwilligerswerk een baan vinden is een mooi streven, maar in de praktijk is de afstand tot de arbeidsmarkt vaak groot, zo is de Rotterdamse ervaring. Wie langer dan vijf jaar in de bijstand zit, heeft vaak weinig opleiding, zit diep in de schulden of spreekt slecht Nederlands. Het rooster van de drie lokaaltjes op de PIT 010 Campus toont dat aan. Veel cursussen zijn erop gericht om taalachterstanden weg te werken of om een sociaal isolement te doorbreken: Taal & Financiën niveau 1A, Nederlandse les niveau 0B, fietsles, beroepenoriëntatie 2A, Sollicitatietraining niveau 4A.

Cursisten stellen hun cv op tijdens een bijeenkomst. Beeld null
Cursisten stellen hun cv op tijdens een bijeenkomst.

Maatregelen

Maarten Struijvenberg, wethouder Werkgelegenheid en Economie namens Leefbaar Rotterdam, koestert geen illusies. 'We onderscheiden grofweg drie groepen in de bijstand. Wie betrekkelijk gemakkelijk weer aan het werk kan, krijgt een gericht reïntegratietraject. Voor de tweede groep, de mensen van wie we een tegenprestatie verlangen, gaat het niet in de eerste plaats om reïntegratie naar betaald werk. Al vergroot een tegenprestatie wel je kansen. De derde groep, een kleine minderheid, krijgt vrijstelling. Dat is de onderkant van de onderkant.'

Sancties zijn er ook: wie echt niet meewerkt, kan op zijn uitkering worden gekort. 'Dat gebeurt echt pas in het laatste geval', zegt Struijvenberg. Sinds 2011 heeft Rotterdam bij zo'n vijftien mensen die geen tegenprestatie wilden leveren een 'maatregel opgelegd'; de bijstand tijdelijk gekort of stopgezet.

Anderzijds heeft in Pendrecht 10 procent van de mensen die een tegenprestatie leveren een betaalde baan gevonden. Activeringscoach Natalie Hellings is trots op die kleine doorbraken. 'Een mevrouw die eerst veel weerstand had om een tegenprestatie te moeten leveren, ging vrijwilligerswerk doen op een basisschool. Nu volgt ze een opleiding tot onderwijsassistent. Daarin is zeker betaald werk te vinden. Wat een duwtje in de rug al kan doen. Soms moet je geen coach, maar een vriendin voor iemand zijn.'

Isaäk Louwens (48): 'Ik zie mijn uitkering als salaris'

'Ik heb heel wat banen gehad: taxichauffeur, spruitjesplukker, dakdekker, in de horeca. Door mijn leeftijd en omvang ging het moeilijker op de arbeidsmarkt. Ik ben al flink afgevallen, maar heb een tijd ruim 150 kilo gewogen.

'Nu werk ik als tegenprestatie als baliemedewerker bij Pit 010. Ik neem de telefoon op, probeer zo goed mogelijk te helpen. Het kan hier weleens een kippenhok zijn.

'Ik ben hier in april terechtgekomen via de sociale dienst. Ik zie mijn uitkering als salaris en de sociale dienst als mijn baas. Voor je geld moet je werken, daar heb ik nooit problemen mee gehad. Mijn passie is vissen en mijn droombaan is visgids. Mensen met twee linkerhanden boeken een vakantie: ik ga met ze vissen, help ze met bereiden en natuurlijk ook met het opeten.'

Isaäk Louwens Beeld null
Isaäk Louwens

Diana Roosberg (36): 'Als je thuis zit, ga je niet vooruit'

'Ik heb al jarenlang een uitkering. Ik heb wel een certificaat voor winkelmedewerker, maar toch is het moeilijk een vaste baan te vinden. Ze nemen toch meestal jonge mensen. Door familieproblemen heb ik bovendien een tijdje een time-out genomen.

'Sinds juni zit ik als tegenprestatie voor mijn uitkering aan de balie van bewonersorganisatie Vitaal Pendrecht. Ik zorg dat alles klaar is, zet koffie, help bij vergaderingen, vang de kinderen op die hier lessen krijgen op de Kinderfaculteit. Het geeft me structuur, ervaring en hopelijk ook meer kans op een betaalde baan.

'Ik vind het goed om een tegenprestatie te leveren. Je krijgt toch geld van de gemeente. Als je thuis zit, ga je niet vooruit. In het begin was ik een beetje bezorgd: moet ik gaan betalen voor de opvang van mijn eigen kinderen? Maar het vrijwilligerswerk is goed af te stemmen met de schooltijden.'

Diana Roosberg Beeld null
Diana Roosberg
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden